DE LANGE REIS VAN DE FAMILIE VISBEEK NAAR LA PAMPA






door

Claudia Patricia Visbeek

Docente y museógrafa. Nieta de Teodoro Visbeek, segundo hijo de Klaas (Nicolás) Visbeek





125 jaar geleden arriveerde de eerste groep Hollanders in ons land. Sommigen van hen vestigden zich in het nationale  grondgebied van Central La Pampa. Dit is het verhaal over de droom van de familie Visbeek en hun nakomelingen om een eigen stuk grond te verwerven.


In de periode 1888-1890 kwamen er in ons land (Argentinië) meer dan 4.000 Nederlanders aan. Het besluit om naar Argentinië te emigreren was voor een deel van die duizenden emigranten niet te wijten aan een bijzondere of toevallige gebeurtenis, maar veel meer het gevolg van een samenloop van omstandigheden en voorwaarden in de beide landen die resulteerden in een nieuwe situatie. Enerzijds teisterde in die periode een grote crisis bijna heel Europa, gepaard gaande met hongersnood en leegloop, en anderzijds moeten we de Argentijnse politiek van "Stimulering van de Immigratie" in ogenschouw nemen. Omstreeks 1880 kwam de industrialisatie (en mechanisatie) van de landbouw op gang met het toepassen van "nieuwe teeltechnieken van granen" op o.a. de nieuw ontgonnen landbouwgronden in Noord- en Zuid-Amerika. Deze concurreerden zeer gunstig ten opzichte van de productie in Europa (
1), wat de prijs van haar granen zag instorten en daardoor het failliet van duizenden boeren veroorzaakte. Die economische schade had ook zijn weerklank in de steden waar heel veel banen verdwenen door de effecten van deze recessie. Nederland (2) bleef niet buiten schot bij dat proces van verslechterde economie.
Op het platteland was voedselschaarste en zelfs honger, de meest tastbare uiting van de grote sociale invloed van de crisis, waarvoor de monarchie en de kerken zich inspanden om die niet te (willen) zien. De armen boden daar weerstand tegen met slechts de hulp van de plaatselijke socialistische leiders die hen eten verschaften om te kunnen overleven. De zwaarst getroffen provincies in het noorden waren Friesland (3) en Groningen en in het zuiden was dat Zeeland. Daar heerste een algemeen gevoel van onmacht om te bedenken hoe je op één of andere manier kon overleven in deze situatie. Om precies te zijn, uit die regio's kwam de meerderheid van de Nederlandse immigranten, op zoek naar een betere toekomst op de nieuwe landbouwgronden in Argentinië.

Daarom had de Argentijnse regering destijds in verschillende steden van Noord-Europa kantoren om de immigratie van, vooral, landbouwers te bevorderen en te stimuleren. De Argentijnse regering probeerde de immigratie van Noord-Europeanen te bevorderen omdat zij de bewoners uit deze streken beschouwde als "het blanke ras en beschaafd" (4). Op basis van dergelijke overwegingen en een succesvolle campagne bezochten ook in Nederland vele geinteresseerden de bijeenkomsten om te informeren naar de faciliteiten om te emigreren.
De mogelijkheden om naar Argentinië te emigreren kwamen binnen bereik. Tegelijkertijd werd hen verzekerd dat de Argentijnse "Immigratie- en Kolonialewet" de verdeling van de landbouwgronden ondersteunde, de reis naar Argentinië subsidieerde en als je eenmaal op Argentijns grondgebied was aangekomen, dan zou het vervoer voor de gezinnen naar de kolonies waar ze zich gingen vestigen, gratis zijn.

Met dit veelbelovend perspectief in het vooruitzicht besloten verscheidene Friese families om Nederland te verlaten. De reis werd gemaakt met de NASM (Nederlands Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij) die voer vanaf de belangrijkste Nederlandse havens (Amsterdam en Rotterdam) naar die van Rio de la Plata (Montevideo en Buenos Aires). Zij voeren met een aantal stoomschepen waaronder het ss "Zaandam" (foto rechts).







1

2
3

4
De grote stoomschepen maakten het mogelijk dat de transportkosten over de Atlantische Oceaan verlaagd werden met als gevolg dat de kosten om vracht van Zuid-Amerika naar Spanje te vervoeren lager waren dan naar het binnenland van het verste gebied.
Lage landen is taalkundig de naam van dit deel van West-Europa waar het Koninkrijk der Nederlanden deel van uitmaakt.
In Friesland overheerste naast de melkveehouderij (de Nederlandse koeien geven de hoogste opbrengst ter wereld), de tuinbouw en fruitteelt (techniek van de verwarmde kassen) en de gespecialiseerde teelt van planten en zaden.
Net als de Denen zijn de Nederlandse landbouwers "de best opgeleide en meest wetenschappelijke landbouwers ter wereld" (P. George). Het gebruik van mest, de selectie van zaden en de opbrengsten bereiken authentieke  records. Van de landbouwoppervlakte wordt 60% ingenomen door weilanden waar koeien worden gehouden die internationale  roem aan het land hebben gegeven door de selectie van haar rassen. Een belangrijk ras is de Holstein Frisian, gekenmerkt door zwarte en witte vlekken en een hoge melkproductie.

naar pagina 2/5