door Gosse van der Plaats,
Inleiding
Door een verre familierelatie kwam ik op het spoor van Rintie Ebles Wiegersma. Een dochter van één
van mijn kwartieren Hartman Thomas, Antie Hartmans, is de schoondochter van Ebele Jarichs, de
vader van Rintie Ebles (Wiegersma). Doorslaggevend voor mijn onderzoek is de relatie met het
werkgebied van de Sneuper: Dokkum, Westdongeradeel, Ferwerderadeel, Oostdongeradeel,
Kollumerland c.a. en Dantumadiel en dat er een behoorlijk aantal genealogische relaties voor het
voetlicht komen
Zijn levensfeiten in het kort:
Rintie Ebles (Wiegersma) wordt geboren rond 1627/1628 in Ginnum en woont in Raard
(Westdongeradeel). Zijn geboortejaar blijkt uit een civiele zaak voor het Hof van Friesland op 6
september 1695; hij is dan in zijn 68 e jaar. 1 Rintie heeft twee broers: Jarich en Pieter Ebles, wat blijkt
uit zijn testament. 2 Alle drie zonen van Ebele Jarichs, boer in Raard, Hallum, Holwerd en Ginnum, en
Elscke Pieters Kingma. Rintie is achttien of negentien jaar als hij op 12 februari 1646 voor het gerecht
van Dokkum in ondertrouw gaat met Aeltie Reytses die op De Berg bij Dokkum woont. Aaltie wordt
meestal genoemd als derde dochter van Reytse Tjaerdts en Lutske Sytses Kingma. Aeltie zal
waarschijnlijk voor 1610 zijn geboren. Zij is dus bij haar huwelijk met Rintie zeker 36 of mogelijk al 40
jaar! Rintie overlijdt in het 3 e kwartaal van 1708 en Aeltie al in 1677!
De jonggehuwden wonen de eerste twintig huwelijksjaren op de boerderij de Groote Bergh bij
Dokkum blijkt uit twee leningen; één van 1658, waarbij Albert Egberts (Wiltingh), burger en
meerster- glazenmaker binnen Dokkum en Antie Dircx 100 carolusgulden lenen van Rintie en Aeltie
‘op de Groote Bergh bij Dokkum’ 3 en één van 1664, waarbij Meindert Louws en Grijtie Jans van Rintie
‘ter berge bij Dokkum’ ook 100 carolusguldens lenen. 4
Damwoudster Trekvaart
Op 8 april 1664 verkrijgt Rintie Ebles met Tierck van Scheltinga octrooi van de Staten van Friesland
om ‘een vaart en rijdwech van Damwoude naar Doccum te mogen aanleggen’. 5 Rintie woont op dat
moment nog met zijn Aeltie op de Groote Bergh bij Dokkum, gelegen in Dantumadeel,
stemkohiernummer 2 van Damwâld. Tjerck van Scheltinga heeft in 1654 Doniastate te Damwâld
gekocht. Het bezit van beide investeerders ligt dichtbij de uiteinden van ‘de nieuwe trekvaart en
reijdwegh’. In 1694 verkopen de nakomelingen van Tjerck, de weduwe van Godefridus van
Scheltinga, Marie Francoise Crabeels, een sate ‘met 9/16 part van de Trekweg van Damwolde naar
Dokkum’. 6 Op de Schotanusatlas-Halma-atlas van 1718 is duidelijk het tracé te zien met het
‘Damwoudster Tol Huijs’ bij de kruising met de Mearsloat. Indirect is Rintie Ebles dus de
medenaamgever van het Tolhuispark en het Tolhuisbad!
Aeltie verkrijgt haar ouderlijke erfdeel
Op 16 maart 1665 wordt een overeenkomst gesloten tussen Tiaerdt Reytses, Aeltie Reytses, gesterkt
met haar man Rintie Ebles, Sijtske Reytses en Ebeltie Reytses over de nalatenschap van hun ouders 7 ,
waarna op 15 november 1666 broer Tjaerd en zuster Aeltie Reytses de Groote Bergh verdelen,
verkregen uit de erfenis van hun ouders en broer Sijtse Tiaerds. Tjaerd krijgt globaal de zuidkant van
het bezit en Aeltie de noordkant. 8
Damwoude stem 2 Grootberg (Hisgis Fryslân)

Ten oosten de Woudweg of Heereweg (de huidige, gezien vanuit Wouterswoude, Dokkumerloane,
respectievelijk Walddyk, die na een bocht naar links evenwijdig loopt aan het Grootdiep tot de eerste
brug over de Trekvaart vanuit Dokkum gezien. Vlak voor die brug ligt aan de Woudweg een
langgerekt stukje land, De Dellen genaamd. Recht daaronder begint de Damwoudster Trekvaart met
op de kruising met de Mearsloat het tolhuis.
Op die grootste terp, de Grootberg, (op het Hisgiskaartje met rode circel 0), heeft zo’n 1000 meter
ten oost – zuidoosten van de wallen van Dokkum, een aan Maria gewijde kapel gestaan, opgericht in
de 14 e eeuw. Jacob van Deventer tekent een betrekkelijk grote kapel op zijn kaart van 1562. 9
De Grootberg werd ook wel Berg Sion bij Dokkum genoemd, voor het eerst door de kroniekschrijver
Christianus Schotanus in zijn ‘Beschrijvinge van de heerlyckheydt van Frieslandt’ van 1664. In 1998 is
nog een archeologisch onderzoek gedaan naar de terpzool. 10 De Groot- en Kleyne Berg waren tot de
confiscatie van het kloosterbezit door de Provinciale Staten van Friesland in 1580 bezit van de
Premonstratenser Abdij van Dokkum en zijn in 1606-1607 nog verhuurd aan Jan Jansen (groot 96
pondemaat) en aan Tierck Gerryts (groot 41 pondemaat) 11 en zijn vóór 1640 verkocht.
Damwoude stem 1 Opkleyne berg bij Dokkum (westelijk van stem 2 Grootberg).

Naar Dokkum
Op 23 mei 1667 wordt Rintie, afkomstig van Raard, burger van de stad Dokkum, nadat hij cum uxore
[met zijn vrouw] op 8 maart 1667 een huis, achterkeuken, plaats en tuin cum annexis [= met
toebehoren] met bomen en plantagie op de Dijk omtrent de Zijl hebben gekocht. De uitgang van het
perceel loopt tot achter aan de Keppelstraat. De naastliggers zijn: het huis van burgemeester
Johannes Waalwijcx ten oosten, de weduwe van Hendrick Harmens, organist ten westen, het Diep of
Dijkstraat ten noorden. Het huis behoorde van ouds toe aan wijlen de confooimeester Doncker met
de dood ontruimd. Zij kochten het van de gezamenlijke crediteuren van wijlen Wilhelmcke Idema, de
weduwe van de confooimeester Doncker voor 690 goudguldens en 7 stuivers. 12 In 1832 krijgt het
perceel kadastraalnummer A850; [nu zijn het de adressen de Dijk 8 en Keppelstraat 5]. In juli 1668
koopt Rintie Ebles, bij openbare verkoping, nog een huis in de Vlasstraat, bij Brant Mients en zijn
vrouw ‘met de dood’ ontruimd. Ten oosten van dit huis ligt Rintie Ebles (binnen-) plaats. 13 In 1832
krijgt dit kadastraalnummer A841, nu Vlasstraat 7. 14

Voorstel redactielid Lisette: bovenstaande kadastrale kaart omlijnen en pijltjes aanbrengen naar de
kadastrale nummers 850 en 841!
Stadsbestuur en schulden
Vanaf 1672 lenen Rintie en Aeltie geen geld meer uit, maar gaan zij zelf lenen. Op 11 mei 1672 lenen
zij 400 goudguldens van Jan Lolkes Suiderbaan en Idtie Pijters Lomans 15 en op 18 mei 1672 nogmaals
400 goudguldens van burgemeester Joost Rinia en zijn vrouw Antie Hendricksdr. 16 Rintie is beide
keren gemeensman, lid van de gezworen gemeente, het college dat de burgerij bij het stadsbestuur
vertegenwoordigde. Wellicht zijn de bovenstaande leningen bedoeld om de beide huizen te
financieren, maar vervolgens start “de uitverkoop” van de door Aeltie ingebrachte goederen:
Op 6 maart 1673 verkopen zij eerst vier pondematen greidland, 17 en daarna tien pondematen aan
Eert Rinses, burger en koopman, en Sibbeltie Harmensdr te Dokkum, gelegen bij het eerste tolhuis
onder de klokslag van Damwoude. Dit is het tolhuis op de kruising van de Dokkumer Loane en de
(toen nieuwe) Strobossertrekvaart. 18 Het Dokkumer stadsbestuur had in 1654-1656 deze trekvaart en
weg aangelegd. 19 Op 12 juni 1677 verkopen Rintie Ebles Wiegersma, gemeensman binnen Dokkum,
en Aeltie Reitsesdr aan de oud-hopman Wouter Jansen en Lijsbet Lieuwesdr en de koopman Eert
Rinses en Sibbeltie Harmensdr, allen binnen Dokkum, twee stukken greidland ‘de hoogh akkers’
genaamd, groot acht pondematen, gelegen onder de klokslag van ‘Damwolde’, oostelijk van Dokkum
bij de eerste brug, het kerkeland van ‘Damwoude’ ten oosten, de Hereweg ten noorden, de nieuwe
trekvaart ten zuiden en de voorschreven brug ten naasten (Dit is het meest westelijke deel van de
tegenwoordige Hogedijken.) 20 Tenslotte koopt Wopcke Gerrijts Donema, gerechtsbode op 30
november 1677, het huis, met schuur, tuin met vrije doorgang naar de Keppelstraat, Tiete Doeckes
ten westen, Haie Cornelis ten oosten, het Diept voor ten noorden van Rintie Ebles Wiegersma,
gemeensman van de stad Dokkum. 21 Aeltie Reytses wordt niet meer genoemd en zal dus tussen 12
juni en 30 november 1677 zijn overleden.
Lid van het Mindergetal & regerend burgemeester
In 1687 en 1688 is Rintie Ebles Wigersma lid van het mindergetal onder de volmachten ten
Landsdage van de Staten van Friesland. 22 In 1689 wordt hij met Claas Jelles van der Bos,
burgemeester van Dokkum. Dokkum was verdeeld in vier espels, Wiegersma vertegenwoordigde het
Blokhuysterespel. Elk espel levert dan twee burgemeesters in het College. Het ambt van
burgemeester en daarvoor van gemeensman is een nevenfunctie van Rintie. Wij vinden hem echter
nooit met een beroepsomschrijving; alleen burger en de bestuursfunctie. Leefde hij van zijn
bezittingen en de investering in de Damwoudster trekvaart? En rendeerde deze investering
onvoldoende waardoor Aeltis erfdeel deels ten gelde werd gemaakt?
Op 12 juni 1690 leent Rintie Ebles Wiegersma, regerend burgemeester binnen Dokkum, 100
goudguldens van IJbeltje Sjoerds, weduwe van Fedde Tjeerds, wonende te Bornwirderhuizen. 23 In de
stemkohieren van 1698 wordt Rintie eigenaar van Dantumawoude stem 2 (de Grootbergh) genoemd
en is in 1700 nog steeds regerend burgemeester van Dokkum.
Op 18 januari 1702 verhuurt Rintie Ebles Wiegersma, regerend burgemeester van Dokkum, zijn huis
in de Vlasstraat voor één jaar aan Freerk Everts, burger en meesterkuiper te Dokkum, van mei 1702
tot en met april 1703 voor 90 goudguldens en 14 stuivers. Deze huurtermijn wordt jaarlijks verlengd
tot en met april 1707. Op 5 oktober 1703 wordt Rintie geautoriseerd tot curator personen en
goederen over Jarig Ebles, 18 jaar oud, op basis van het testament van Eble Jarigs, zijn vader. Deze
Eble Jarigs, is de zoon van Jarich Ebles, de broer van Rintie en moet oom zeggen tegen Rintie Ebles.
Rintie Ebles Wiegersma is dus een oudoom van de jongeman. Vijf jaar later, op 22 augustus 1708,
legt Rintie Wiegersma rekening, bewijs en reliqua [= verantwoording] af als geautoriseerde voogd
over Jarich Ibles van den Berg, die de veniam aetatis [= volwassenheidsverklaring] heeft verkregen
van het Hof van Friesland aan Jarich zelf, over de periode 4 oktober 1703-22 augustus 1708 in
presentie van de Dokkumer notaris publicus Heinsius Johannes Heinsius. 24 Rintie Ebles is dan tevens
regerend burgemeester van Dokkum.
Rinties overlijden
Rinties overlijden blijkt uit een aantekening uit het weeshuisarchief van oktober 1708: ‘Den 3 october
ontvangen van tamme hindricks drie gul(den) weegens drie luijd over d: oude Borgemeester Rintie
Iebles 3.0.0. car.gls’. 25 In 1709 en 1711 worden de bezittingen van Rintie verkocht. Op 28 maart 1709
koopt Claes Sickes te Driesum een huis cum annexis staande en gelegen in de Vlasstraat binnen
Dokkum, bezwaard met 14 stuivers jaarlijkse grondpacht enzovoort. Naastliggers zijn Folkert Higt ten
zuiden, de straat ten westen, Jacob Jansen, koopman ten noorden en Gaatse Gerbens ten oosten. De
verkoper is Zachaeus van Gemmenich thoe Kingma, raadsordinaris van het Hof van Friesland sub
beneficio inventarij [= benificiair erfgenaam] van wijlen Rintie Ebles Wiegersma. Jacob Jansen,
koopman niaart [als naastligger] op 26 april 1709 met succes de aankoop. 26 Het niaarrecht was het
voorkeursrecht van naastliggers of familieleden om verkoop van onroerend goed over te nemen van
de eerste koper.
Op 16 maart 1711 koopt Beert Abes te Dronrijp, de stemdragende sate ‘De Groote Bergh’ onder
Damwoude, groot 82 pondematen, bij het Dockumer Diept, de Dellen tot aan de stadswal en de
Wilde Dijck ten noorden, de Heereweg ten oosten, Hendrick Teeckes , Sybren Rinnerts, de Lange
Miede en enige kleine percelen ten oosten en Watse Jacobs’ kinderen ten zuiden, de hopman Jan
Haijes ten westen, in gebruik bij Wijbbe Wijbbes en Jan Douwes, bezwaard met het onderhoud aan
de Dockumer Diepdijk, de brug bij het Tolhuis en de Heereweg. Gekocht van Zachaeus van
Gemmemich thoe Kingma, raadsordinaris van het Hof van Friesland sub benificio inventarij
erfgenaam van wijlen de oudburgemeester Rintie Ebles Wiegersma te Dokkum voor 14.315
carolusguldens. Pieter Bergsma, notaris publicus en schrijver van een compagnie infanterie te
Dokkum, verzoekt en verkrijgt wegens bloedverwantschap [ratione sanquines] het niaar. 27 (Pieter
Bergsma is de grootvader van Petrus Adrianus Bergsma (1743-1824) gemeentesecretaris van
Dantumadiel (1780-1782) en grietman van Dantumadiel (1782-1812)). De verwantschap komt hierna
nog aan de orde.)
Wellicht heeft Beert Abes, de volgens Roucoma 28 ‘gauw rijk geworden coopman’ gefungeerd als een
soort strijkgeldschrijver voor Zachaeus!
Nalatenschap van Rintie & Aeltie
Rintie Ebles Wiegersma is waarschijnlijk overleden in september 1708, kort nadat zijn voormalige
pupil Jarig Ebles van der Bergh is overleden. In 1703 was deze jongeman enige erfgenaam geworden
van zijn vader Ebele Jarichs. De jongeman had zijn gewezen voogd en oudoom tot erfgenaam
aangewezen. Met andere woorden Rintie Ebles Wiegersma erfde ook alle lusten en lasten van zijn
voor 1703 overleden oomzegger Ebele Jarichs. 29 Deze laatste had schulden aan eerdergenoemde
Zachaeus van Ghemmenich thoe Kingma.
Op 3 februari 1673 om 9 uur avonds tekenen zij thuis hun testament op de langstlevende in het
bijzijn van zeven getuigen. Aeltie ligt ziek op bed. De langstlevende geniet het vruchtgebruik van de
goederen van de andere. Na hun overlijden gaan de bezittingen terug naar hun families. De
erfgenamen van Rintie zijn de kinderen van zijn twee broers: Aebele, Hartmans en Hoite Jarichs,
zonen van Jarich Ebles en Elske, Former en Ebel Pijters, kinderen van Pieter Ebles. De erfgenamen
van Aeltie Reytses gaan voor 1/3 naar haar zuster Sytske Reytses te Betterwird en 1/3 deel naar haar
zuster Ebel Reytses te Oostrum; bij hun overlijden komen hun kinderen in hun plaats. Broer Tiaerd
Reytses krijgt niets! Het resterende 1/3 deel gaat naar Bauck Sioerdts te Miedum achter Aalsum of
haar kinderen in haar plaats. Als prelegaat [= legaat bij voorrang] krijgt Bauck alle wollen kleren van
Aeltie.
Zachaeus van Ghemmich thoe Kingma is dus schuldeiser in de boedel van Rintie en erfgenaam, zoals
blijkt uit het geneagram. Van Ghemmenich, hij woont te Zweins bij Franeker op Kingmastate, is
waarschijnlijk niet geheel onbekend in Dokkum. In 1698 is namelijk een familielid namens zijn vrouw
voor de helft eigenaar van de Kleyne Berg. Hij is dus ‘sub beneficio inventarij’ erfgenaam. Van
Ghemmenich neemt op zich de gehele erfenis af te wikkelen met alle lusten en lasten. Hij voert dus
ook het testamenten van Rintie en Aeltie uit! Op deze manier kan hij zijn vorderingen verrekenen en
verwacht hij waarschijnlijk uiteindelijk een batig eindsaldo in zijn voordeel!
Hij heeft zijn werkzaamheden nauwkeurig gerubriceerd in ontvangsten en uitgaven vastgelegd. 30 Wij
beschikken slechts over de voorlopige afrekening. Uit de 25 bladzijden tellende verantwoording leren
we dat Rintie zijn pupil kort heeft overleefd en dat voor hun beider begrafenis te Raard vijf schepen
zijn gehuurd.
Ontvangsten Een aantal opvallende zaken:
Douwe Andries Cramerus, koopman te Dokkum, koopt de helft van Eble Jarichs sate te Raard en
Sijbrandahuis na aftrek van kosten voor £ 4.568:15:08 [= 4.568 gulden van 20 stuivers, 15 stuivers
van elke stuiver 16 penninen en 8 pennningen].
Minne Jans, backer te Dokkum als opvolgende vroedsman van Rintie Ebles Wiegersma betaalt een
gedeelte van het vroedschapsgestoelte in de kerk van Dokkum.
Jacob Jansen niaart de koop door Claes Sickes van het huis in de Vlasstraat en betaalt £ 266:00:00.
Tymen Sydses te Raard koopt 4 pondematen los land te Raard en betaalt £ 502:05:04
Monsr. Jilderda te Dokkum betaalt uit de boedel van Rintie voor lood en zilver van eerste grote keure
en kleine keur £ 120:07:10
Een groot aantal rekeningen houdt verband met het overlijden van Rintie Ebles Wiegersma en Jarig
Ibles van den Berg door een keur aan Dokkumer middenstanders in 1708. C. Eysma heeft
bijvoorbeeld medicinale diensten geleverd ‘in Jarig Ebeles doodsiekte’.
Om te overleggen met de erfgenamen en de verkoop van meubelen enzovoort vergadert hij op 26
september 1709 in De Swaen en in december 1709 in De Posthoorn en in mei daarvoor bij Minne
Sibrens in de Posthoorn met de pachters (meijers) op de Groote- en Kleine Berg. Op 23 februari 1710
vergadert hij weer bij Minne Sibrens in de herberg Altena.
Uitgaven
Ondermeer aan de volgende erfgenamen:
April 1710: aan Geertie Ypes gehuwd met mr. Johannes Jans, uitcoop Aeltie Reytses nalatenschap
betaalt 1000 carolusguldens.
27 juni 1710: aan Former Pyters zijn toegemaakte legaat van wijlen de burgemeester Wiegersma
betaalt 988 carolusguldens.
1 juli 1710: aan Luytske Sydses en Sytske Jelles, gesterkt met haar mannen [als erfgenamen van
Aeltie Reytses] 60 respectievelijk 40 carolusgulden totaal 100 carologuldens
20 december 1710: aan Grietie Ypes met haar man mr. Johannes Jans tot volle betalinge van accoord
betaalt 720 carolusguldens.
7 april 1711: aan Hiltie Jans (?), huisvrouw van Gerrit Jans legataria van w: burgemeester Wigersma’
haar legaat van 500 carolusguldens na aftrek betaalt 450 carolusguldens. [haar relatie met Rintie
Ebles is de auteur onbekend].
7 april 1711: aan Hein Jans medelegataris …’tot ratificatie van sijn afstand op Aeltie Reytses boedel’
150 carolusguldens.
De voorlopige afrekening eindigt negatief (!) op £ 322:18:10 [eigen berekening], maar Pieter
Bergsma, die de verkoop van de Groote Bergh door Beert Abes, heeft geniaard op grond van
bloedverwantschap 31 [zie: aanverwantsoverzicht tabel 2] betaalt in drie gelijke termijnen van £
4.771:0:0. Slechts de eerste termijn is verrekend in deze voorlopige opstelling. Vermeerderd met
twee gelijke termijnen wordt het batig saldo £ 9.243:06:02. Niet slecht voor ongeveer 3 jaar parttime
werkzaamheden!
Geneagram Zaechaesu & Rintie Ebles
Het geneagram geeft helderheid over de gemeenschappelijke voorouders van Zachaeus van
Ghemmenich thoe Kingma met Rintie Ebles.
Jelle Pieters x Hylck Gerritsdr Fogelsangh,
| Pieter Jelles Kingma x Aelcke Here Jeldertsdr. | Ynte Jelles Kingma Trijn Saeckles Sandstra |
| Elscke Pieters Kingma x Ebele Jarichs | Saeckle Intes Kingma x Biuke Thomasdr |
| Rintie Ebles x Aeltie Reytses,. | Catharina Saeckles Kingma, x Jacobus Paulusz van Gemmenich,. |
| Zachaeus van Ghemmenich thoe Kingma x Frauw Nicolaas Beilanus. |
*Jelle Pieters is dus de overgrootvader van Rintie Ebles en de betovergrootvader van Zachaeus van Ghemmenich thoe Kingma.i
i Dijkstra, S. Stamboom van het geslacht Kingma, 1995. Tresoar gen.15.22.08 K2; Kingma, T.J. It Kingmaskaai sûnt 1450. Burgum, T.J. Kingma, 1998; Nieuwland, P. Pieter Nieuwland – genealogie. https:/pnieuwland.nl
Aanverwantschap overzicht van Pieter Bergsma naar Aeltie Reytses 33
Het aanverwantschap overzicht geeft uitleg over de gemeenschappelijke voorouders Pieter Bergsma met Aeltie
Reytses. Op grond van deze bloedverwantschap kon Petrus de verkoop aan Beert Abes tegenhouden en
overnemen.
Pieter Bergsma gaat op 19 april 1696 in ondertrouw met Trijntje Eises Went, dochter van
Eise Jansz Went x 21 maart 1656 ondertrouw Dokkum Trijntje Jelgers, geboren 1637.
Lieuckjen Jelgers, zuster van Trijntje Jelgers, geboren 1642, ondertrouwt 13 maart 1658 Ritsko van Ripema.
zoon van Lieuwe Ritskes Rijpema en Anna Elama.
Zijn broer is Sypt Ritskes beide zonen van Ritske Gerckesz x Hylck van Harckema.
Diens zoon Gercke Sypts huwt 26 februari 1624 Ebeltie Reytses, dochter van Reytse Tiaerdts, overleden voor
1640 en Lutske Sytses Kingma, overleden voor 1663.
De zuster van Ebeltie Reytses, Aeltie Reytses, huwt Rintie Ebles Wiegersma.
Conclusie: Ik denk niet dat van Ghemmenich en Pieter Bergsma als hobby aan genealogie deden, maar zij waren
uit welbegrepen eigenbelang terdege op de hoogte van hun voorouders en aanverwanten!
Met dank aan de heer Piet de Haan voor het beschikbaar stellen van de documenten uit het Nedergerecht
Dokkum.
Oproep
Vanaf 1673 gebruikt Rintie Ebles de familienaam Wiegersma of Wygersma. Ik heb de herkomst van deze
achternaam niet kunnen vinden. Mogelijk weten de lezers van dit blad meer.
En wellicht zijn er onder de lezers van De Sneuper nakomelingen van de erfgenamen van Rintie Ebles en Aeltie
Reytses. De nakomelingen van zijn broer Jarich Ebles zijn mij bekend.
Eindnoten
Verklaring afkortingen en vindplaatsen
HvF = Hof van Friesland
DOK = Nedergerecht Dokkum te raadplegen via de zoekbalk van Allefriezen.nl
Toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma te raadplegen in de studiezaal van Tresoar.
Overige publicaties aanwezig bij Tresoar te Leeuwarden.
1 HvF toegang 14 invnr. 7695
2 Toegang 319 familie Beyma thoe Kingma invnr. 674
3 DOK invnr. 231 scan 191
4 DOK invnr. 232 scan 65
5 Groot placaat en charterboek van Friesland; Vyfde deel 1793
6 https://www.vanderkaap.org
7 Registratie 22 mei 1665: toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma invnr. 778
8 Toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma invnr. 2380
9 Bedevaart en bedevaartplaatsen in Nederland https://bedevaart.meertens.knaw.nl/plaats/1230)
10 (https://catalogus.cultureelerfgoed.nl/Details/archeologicalreports/550000693
11 Rekkken oer it boekjier 1606-1607 fan de ûntfanger fan de kleasteropkomsten yn Fryslân nummer 449 en 450
12 DOK invnr. 195 scan 124
13 DOK invnr. 195 scan 153
14 Met dank aan Piet de Haan, mail 25 februari 2025
15 DOK invnr. 232 scan 57
16 DOK invnr. 232 scan 56
17 DOK invnr. 232 folio 234, scan 235
18 DOK invnr. 232 folio 235, scan 236
19 nl.wikipedia.org/wiki/Strobossertrekvaart
20 DOK invnr. 232 folio 241v scan 243; toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma invnr. 930
21 DOK invnr. 195 scan 241
22 https://www.mpaginae.nl/Staten/Mindergetal1632tm1700))h.htm
23 DOK invnr. 235 scan 42
24 Toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma invnr. 2091
25 DOK invnr. 35, niet digitaal, met dank aan Piet de Haan e-mail 16 juli 2024
26 DOK invnr. 197 scan 151
27 DOK invnr. 76 259r
28 H. Roucoma. Dronrijps Memoriael 53
29 DOK invnr. 142 41v, scan 43
30 Toegang 319 familie Van Beyma thoe Kingma invn. 85
31 DAN invnr. 76 259r
32 Dijkstra, S. Stamboom van het geslacht Kingma, 1995. Tresoar gen.15.22.08 K2; Kingma, T.J. It Kingmaskaai
sûnt 1450. Burgum, T.J. Kingma, 1998; Nieuwland, P. Pieter Nieuwland – genealogie. https:/pnieuwland.nl
33 Elema, P. J.C. en R. van der Ley. Rijpema. In Genealogysk Jierboek 1991, 45 e.v. en Allefriezen.nl