okt 312020
 

Nieuw zicht op Salomon Levy
door Oebele Vries
(Nederlandse vertaling, met noten, van de Friestalige versie in De Sneuper 140, December 2020, ledenblad van Historische Vereniging Noordoost-Friesland)

De Friesche Courant over Salomon Levy
Het Kollumer Oproer, met Jan Binnes en Salomon Levy als de grootste gangmakers, duuurde niet langer dan twee dagen: 3 en 4 februari 1797. Al op 15 februari werd Jan Binnes onthoofd. Salomon wachtte hetzelfde lot, maar dat was pas ruim een jaar later, op 17 maart 1798. Eerder heb ik geschreven dat daarvan destijds geen letter in de krant is verschenen (1). Dit blijkt niet waar te zijn. De Friesche Courant van 20 maart 1798 maakt er melding van. Jan Binnes had zich indertijd beklaagd dat hij als enige de doodstraf had gekregen, terwijl er toch zoveel meer hadden meegedaan aan het oproer. Nu bleek, zo schrijft de krant, dat die klacht ongegrond was “door dien den gepasseerde Saturdag eene der eerste medeplichtige[n] nog van dien tyd, met naamen SALOMON LEVY de doodstraf heeft ondergaan.” De tekst van de sententie die tegen Salomon was uitgesproken, is, “[o]p het aanzoek van veele onzer Leezers”, eveneens in de krant opgenomen.
Dit wordt al genoemd – ere wie ere toekomt – door Berend van der Veen, die in 1995 een boek over het Kollumer Oproer heeft gepubliceerd (2). Van der Veen tekent daarbij aan dat Salomon in september 1797 was gearresteerd. Maar is dat wel zo?

De arrestatie van Salomon Levy
Heel wat deelnemers aan het oproer zijn opgepakt. Er zijn evenwel ook verscheidene ondergedoken of ervandoor gegaan en op hen werd, zoals te verwachten, jacht gemaakt. Met het oog daarop werd een lijst opgesteld van “belhamels van het Kollumer Oproer”. Ook Salomon Levy komt daarop voor. Andere bekende namen zijn die van Abele Reitzes en Wytze Binderts Kloosterman, overgrootvader van de schrijfster Simke Kloosterman. Die lijst werd over de gehele provincie verspreid. In Oostdongeradeel dacht men op een bepaald moment Salomon Levy te pakken te hebben. Maar het ging om een Samuel Levy, die ze dus weer moesten laten lopen (3).
Op 15 maart 1797, precies een maand na de executie van Jan Binnes, zond het Hof van Friesland de naamlijst van “belhamels” ook op aan het Hof Provinciaal van Stad en Lande in Groningen. Op 23 maart deelde het Groninger Hof aan het Friese Hof mee dat men had besloten alle gerechten in Stad en Lande hierover aan te schrijven (4). Men maakte er dus serieus werk van. Een paar maanden later, op 26 juli 1797, kon de grietman van Vredewold, mr. R.H. (Rudolf Hindrik) Koning, in een missive aan het Hof van Stad en Lande triomfantelijk het volgende melden:
hebbe (…) de eer UE: te berichten dat op den 25 dezer onder de jurisdictie van Vredewold een zekeren Salomon Levy van Zwaagwesteinde (…) heb doen arresteeren en in de toorn te Midwolde in bewaringe gesteld” (5).
Salomon Levy is dus niet in september 1797, maar al op 25 juli van dat jaar opgepakt en wel in Vredewold, het zuidelijkste deel van het Groninger Westerkwartier. Waar precies, dat deelt de grietman jammer genoeg niet mee, maar hij laat wel weten dat hij de arrestant heeft laten opsluiten in de kerktoren van Midwolde, dichtbij Leek. Die toren fungeerde toen dus als ‘arrestantenhok’ van Vredewold.
Op 28 juli deelde het Groninger Hof in een missive aan zijn Friese tegenhanger mee dat Salomon Levy was gearresteerd. Een dag later berichtte het Friese Hof dat het zijn substituut-procureur-generaal opdracht had gegeven “ten spoedigsten” naar Groningen te komen om de arrestant over te nemen, “onder refusie der kosten by de apprehensie en detentie gevallen”, dat wil zeggen: onder vergoeding van de bij de arrestatie en insluiting gemaakte kosten (6). Salomon was intussen ongetwijfeld al van Midwolde overgebracht naar Groningen. Hij zal dan daarvandaan zijn meegenomen naar Leeuwarden, waar hij in het blokhuis werd ingesloten.

“Confessie” en doodvonnis
Al langer was bekend dat Salomon Levy op 7 september 1797 een bekentenis (“confessie”) heeft afgelegd. Van der Veen, die dit ook wist, heeft klaarblijkelijk gedacht dat Salomon dan ook wel in september zal zijn gearresteerd. Maar zo zit het dus niet. Het gaat trouwens wel om een opvallende ‘bekentenis’. Salomon houdt namelijk vol dat hij onder dwang was meegegaan naar Kollum, dat hij Abel Keuning niet had bedreigd, dat hij geen sabel bij zich had gehad, maar een stok, en dat hij eigenlijk nauwelijks iets kwetsends had gezegd (7). Uit de verklaringen van anderen blijkt evenwel dat dit allemaal leugens waren. Wat bijvoorbeeld te denken van de volgende messcherpe uitspraak, die hij volgens een andere Zwaagwesteinder zou hebben gedaan: “De Duivels Patriotten doen het ons, ik zal se vandaag steeken, dat hun het schuim over de ribben loopt!”? (8)
Het is overigens heel opvallend dat het Friese Hof pas op 17 maart 1798 het doodvonnis over Salomon heeft uitgesproken, op dezelfde dag waarop zijn kop rolde. Na zijn ‘bekentenis’ heeft men dus nog ruim een halfjaar werk gehad om te besluiten dat ook hij de dood had verdiend. Zou het in de Friesche Courant genoemde argument dat Jan Binnes zo niet de enige was die vanwege het Kollumer Oproer was terechtgesteld, daarbij uiteindelijk misschien de doorslag hebben gegeven?

Joden in het Westerkwartier
Salomon Levy is dus na het oproer naar Vredewold gevlucht. Eigelijk is dat ook helemaal niet zo vreemd. Nadat hij indertijd vanuit Hessen deze kant was opgetrokken, heeft hij blijkens zijn eigen verklaring – in 1789 afgelegd voor het Hof van Friesland (hij zou toen twee schapen hebben gestolen) – zich eerst korte tijd hebben opgehouden in Enumatil en dat ligt in Vredewold. Daarna heeft hij zich gevestigd in Niezijl en later in Zwaagwesteinde. Hij moet trouwens ook hebben gewoond in Pieterzijl, dat kerkelijk onder Visvliet hoorde. Niet toevallig kwam Fokje Theunis daarvandaan, de niet-joodse vrouw met wie hij samenleefde (9). Opvallend is dat ten tijde van Salomons gevangenschap in het Leeuwarder blokhuis Fokje en de kinderen financieel werden ondersteund door de diaconie van de kerk van Visvliet (10). In Zwaagwesteinde bestond destijds nog geen kerk en dus ook geen diaconie. En de Zwaagwesteinder armvoogdij had geen geld in kas (11).
In Enumatil woonde sinds 1778 een jood genaamd Izaäk Abrahams (12). Zou Salomon eerst bij hem onderdak hebben gevonden? En zou hij daarna verder zijn getrokken naar Niezijl omdat ook daar een jood, genaamd Lazarus (die in schapen handelde), woonachtig was (13)? Izaäk en Lazarus waren gelovige joden, die hun zonen lieten besnijden door een rondreizende mohel, een rituele besnijder. Leek, waar in 1809 een synagoge zou worden gesticht, was de woonplaats van de joodse slager Mendele Abrahams. Deze moest in 1787 in Groningen voor het gerecht verschijnen. Daar verklaarde hij dat hij rond 1761 was geboren in Hessen en wel in Nassenerfurth in het ambt Borken (14).

Salomon afkomstig uit Borken?
Dat laatste brengt mij op een idee. Zou Salomon Levy dan misschien ook, net zoals zijn leeftijdgenoot Mendele Abrahams, uit het ambt Borken, in het noorden van Hessen, afkomstig zijn? Dat lijkt goed te passen bij de beschrijving van de route die hij naar eigen zeggen had afgelegd van Hessen naar Enumatil, namelijk “door het Paderbornsche en Munstersche”. Maar dit is geen bewijs, want die route over Paderborn had hij ook vanuit andere plaatsen in het noordelijke deel van Hessen kunnen nemen.
In Hessen bestaat een “Kommission für die Geschichte der Juden in Hessen”. Ik heb aan dr. Hartmut Heinemann, die aan deze commissie verbonden is, gevraagd of ook kan worden nagegaan of “onze” Salomon Levy uit Borken afkomstig is. Helaas biedt de naam Salomon Levy geen aanknopingspunt (15).
Toch lijkt het mij persoonlijk niet onwaarschijnlijk dat Salomons wortels in het Hessische Borken liggen.

Noten:
[1] O. Vries, ‘Hoe’t Salomon Levy in ferneamd man wurden is’, De Sneuper 134, jaargang 32, nr. 2 (juni 2019), p. 8-10.
[2] B.K. van der Veen, Het Kollumer Oproer van 1797 naar de verhalen van de medespelers (Zutphen 1995), p. 165.
[3] Tresoar, Hof van Friesland, toegang 14, nr. 48 (Binnenlands missivenboek), f. 133r.
[4] Ibidem, nr. 22 (Ingekomen buitenlandse missiven).
[5] Groninger Archieven, Hoge Justitiekamer (toegang 136), nr. 1996.
[6] Tresoar, Hof van Friesland, toegang 14, nr. 28 (Buitenlands missivenboek), f. 19v-20r.
[7] B. van der Veen, Fragmenten uit strafdossiers van het Hof van Friesland, gebruikt als bronnen voor het schrijven van “Het Kollumer oproer van 1797” (Tresoar: FRYS 15.70.13 frag), p. 92.
[8] Van der Veen, Het Kollumer Oproer, p. 137.
[9] T. van der Leij, ‘Gezinssituatie van Salomon Levy’, De Sneuper 134, jaargang 32, nr. 2 (juni 2019), p. 21.
[10] G.J. van Klinken en J.H. de Vey Mestdagh, De Joodse gemeenschap in het Groninger Westerkwartier, Peize en Roden (Groningen 1985), p. 25.
[11] K. Sikkema Sr en K. Sikkema Jr, Zwaagwesteinde. Het ventersdorp op de Friese heide (Franeker 1954), p. 143.
[12] Van Klinken en De Vey Mestdagh, De Joodse gemeenschap, p. 22. [1] Ibidem, p. 25.
[13] Ibidem, p. 25.
[14] Ibidem,  p. 22-23.
[15] Mail van 23 april 2020.

 Posted by at 08:09

  One Response to “Nij sicht op Salomon Levy”

  1. Beste Oebele,

    Mooie aanvulling op de geschiedenis van Salomon Levy. Hij is nr. 84 in mijn kwartierstaat, 7e generatie.
    De missieve boeken heb ik helaas nooit ingezien. Niet zo vreemd natuurlijk als je van het bestaan niet af weet.

    Wel zijn de dossiers van het Hof van Friesland voor mij heel interessant. Ze staan vol met verklaringen van getuigen die je normaal gesproken niet tegenkomt in autorisatieboeken, weesboeken e.d.

    Naast Salomon Levy zijn er nogal wat lieden ter dood veroordeeld. Bijvoorbeeld Meindert Gabes van Wouterswoude: Op 9 maart 1695 “wegens een moort aan een vrouw begaan, geworgd en het lighaam op een rad gestelt”. Zijn vader Gabe Doedes overlijdt in hetzelfde jaar.

    Met vriendelijke groet,
    Taeke van der Leij
    Wijhe (Ov.)

     

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.