aug 302020
 
OMSLAG VAN HET
MIGRATIEBOEK VAN MOLEMA EN SCHROOR

Onderstaand online artikel betreft de Nederlandse vertaling van het Friese artikel ‘Dútske foarâlden yn Noardeast-Fryslân’, gepubliceerd september 2020 in De Sneuper 139. Door Jabik van der Bij.

Introductie
In De Sneuper 135 werd een beschrijving gegeven van het tweetalige boek van Martijn Molema en Meindert Schroor Migratiegeschiedenis in Noordwest-Duitsland en Noord-Nederland. Bij hun presentatie op de Duitslanddag van het NGV werd al snel duidelijk dat veel mensen in Noord-
Nederland op de een of andere wijze verwant zijn aan buren direct over de grens in Duitsland. Omdat wij ook voorouders hebben die afstammen van mensen uit het Graafschap Bentheim, was ik nieuwsgierig naar het boek dat ook digitaal op internet is te vinden in twee talen: Nederlands en
Duits. Het is gratis binnen te halen op de eigen computer (downloaden) op:
http://go.wwu.de/vu733. Het boek is zeer de moeite waard omdat er veel achtergrondinformatie wordt gegeven en voor iemand die meer te weten wil komen over de Duitse genealogie staan er veel verwijzingen in naar
Duitse bronnen en archieven. Omdat het een historisch-sociologisch onderzoek betreft, moet men geen lijsten met namen van migranten verwachten. In deze studie gaat het over het hoe en het waarom van het migreren en over de mate waarin dat plaats vond. In dit artikel zoomen we in op een van (naar zo’n vermoedelijke) economische migrant.

Bogenmacher
Aan moederskant noemden ze zich Bergsma. Dat is wat verwarrend, want je moet wel even je best doen om de aansluiting met de naamgeving in 1811 te vinden. Ik heb daar in ieder geval wat langer over gedaan. Die verre grootvader die in Bergum zijn achternaam moest opgeven, noemde zichzelf Bogemaker. De kans is groot dat zijn vader, Evert Jans, al met die naam door het leven ging, maar daarvan heb ik niet een duidelijk bewijs. Waarom zou een arbeider als Jan Everts in Garijp zo’n vreemde naam anders kunnen bedenken? Sommigen beweren dat vader Evert Jans in Drachten geboren zou zijn, maar ook dat kunnen we (tot nu toe) niet met bewijsstukken staven. Het enige dat we weten uit de kerkelijke boeken is dat Evert Jans op 7 augustus 1763 trouwde met Arendje Tjallings. Zij kwam van Garijp en hij van Zuider-Drachten en hij werd wever genoemd. In eerste instantie had ik daarom aangenomen dat het spoor hier dood zou lopen.

DE BOOGMAKER OP EEN OUDE HOUTSNEDES

Toch liet de naam Bogemaker mij niet los, omdat er nog een Bogemaker in dezelfde periode in Drachten woonde die als wever afkomstig was van het Duitse Schüttorf. Zou Evert Jans daar mischien ook vandaan komen? In Schüttorf waren en zijn heel wat Bogenmachers te vinden. Er is niet direct een Evert Bogenmacher te vinden op de Gesamtliste der Familiennamen van Schüttorf.

Een genealoog op de hiervoor genoemde Duitse genealogendag adviseerde mij om ook eens te zoeken naar Eberhard. En ja hoor, toen kwam ik een Eberhard Bogenmacher tegen, geboren op 21 maart 1734 in Schüttorf als zoon van Jan Dirk Bogenmacher en Swenne Wernink (van Holt). Die geboortedatum komt aardich overeen met wat er bekend is van Evert Jans en ook het patroniem past. Bovendien zou Evert zijn oudste dochter Zwaantje wel eens genoemd kunnen zijn naar Swenne Wernink. Die vertaling (du: Swenne, ned: Zwaantje) blijkt vaker voor te komen las ik in Gens Nostra 2020 – jrg. 75 nummer 5 – 291). Evert had ook een dochter Leentje en die naam lijkt op Helena, een dochter van Jan Dirk en Swenne. Maar…. het blijven tot nu toe veronderstellingen.

Het is de moeite waard om in de toekomst nog eens verder te zoeken in de kerkelijke boeken van Schüttorf. Eerder heeft Simon Kroon in De Sneuper 113 de achtergronden van de relatie van het Graafschap Bentheim en Friesland al beschreven. Daar verwijs ik graag naar.

FAMILIEWAPEN
TOXOPEUS

Toxopeus
Bij de zoektocht naar de Bogemaker/Bogenmacher kwam ik de naam Toxopeus tegen. De naam Toxopeus zou iets te maken hebben met boog. Het Griekse woord ‘toxon’ is boog. Er wordt binnen de familieToxopeus daarom gezegd dat de naam eigenlijk Boogmaker of in het Duits Bochenmacher is. Het was voor de familie Toxopeus reden om al 300 jaar geleden de hier naast afgebeelde kruisboog als familiewapen te voeren.

GRAFZERK VAN DS JOHANNES TOXOPEUS

De oudst bekende Toxopeus is Lubbertus Toxo(a)peus (1576-1661). Hijmoet geboren zijn in het Graafschap Bentheim, sommige genealogen zeggen in het stadje Schüttorf. Of hij de bedenker is van de naam Toxopeus weten we niet, maar het zou zo maar kunnen, omdat hij predikant werd na een opleiding theologie in het dichtbij liggende Steinfurt. In die tijd hadden universitair gestudeerden de gewoonte om hun naam wat te verfraaien door hem te ‘latiniseren’. Zo werd Lubbert Bogenmacher voortaan Lubbertus Toxopeus. Lubbertus is zijn hele leven predikant geweest in Larrelt. Larrelt was een havenplaatsje onder de rook van Emden en is nu door deze stad opgeslokt. Hiernaast is een deel van de grafzerk van Johannes Toxopeus, de zoon van Lubbertus, afgebeeld. Hij voerde de kruisboog als familiewapen. Johannes heeft zijn voorouders ‘gekend’ en zal zeker geweten hebben dat daar bogenmakers (makers van kruisbogen) onder hebben gezeten. Het lijkt mij voldoende bewijs om vast te stellen dat de namen (Bogenmacher en Toxopeus) aan dit beroep zijn ontleend.

Johannes Toxopeus (1606-1666) is geboren in Larrelt en gestorven tijdens een pest-epidemie. Hij studeerde in Groningen en werd na zijn studie beroepen in Oterdum, een dorpje dichtbij Delfzijl. Zo kwamen nakomelingen van Lubbertus aan de andere kant van de Dollard terecht. Voor een goed begrip: er was tijdens de Reformatie een intensief contact tussen de mensen in het grensgebied. Lang waren de kerkelijke gemeenten van Emden tot Bad Bentheim/Schüttorf aangesloten bij de Synode in de Nederlanden.

Johannes werd begraven voor de preekstoel in de kerk van Oterdum. Zijn grafsteen kwam te voorschijn onder de houten vloer van de kerk toen het dorpje Oterdum moest wijken voor de uitbreiding van het havengebied van Delfzijl en er een hogere zeedijk aangelegd moest worden in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. De meeste grafstenen die teruggevonden zijn werden op dezelfde plek waar ze oorspronkelijk stonden op de dijk geplaatst. Zo kwam de steen van Johannes ook op de dijk. Al snel werd duidelijk dat de steen verweerde door het zoute zeewater en de uitstoot van dampen uit de fabrieken in het havengebied. In 2004 werd door de inspanning en op kosten van de Stichting G.A. Toxopeus 1852 Johannes zijn grafsteen, samen met die van zijn vrouw Taeckje Abels, verplaatst naar een nis in de kerk van Woldendorp.

MEES TOXOPEUS MET ZIJN BOOTJE BOOGMAKER

Relatie Bogemaker & Toxopeus?
Van Willem Wilstra, stuurman op de reddingboot ‘Insulinde’ en laterschipper op de ‘Gebroeders Luden’, kreeg ik bijgaande foto. Mees Toxopeus, ontwerper en schipper van de Insulinde, sloot bij de naamgeving van zijn eigen scheepje aan bij de familienaam: Boogmaker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik een directe relatie leg tussen onze Bogemakers en de Toxopeusfamilie. Er zullen in het verleden, toen men nog pijl en boog gebruikte om te jagen of om op elkaar te schieten, wel heel wat bogenmakers zijn geweest. Natuurlijk ben ik niet honderd procent zeker of de afgebeelde familiewapens en de naam Bogenmacher/Toxopeus direct verband houden met het beroep, maar de kans is wel heel erg groot. Opvallend is dat de naam in Duitsland hoofdzakelijk in Schüttorf opduikt.

Een mooi boek over de familie Toxopeus is Het geslacht Toxopaeus 1576-2000 [samenst.: B. Blaauw … et al. eindred.: Peter H. Toxopeus].

 Posted by at 18:32

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.