apr 142020
 

Midden in de binnenstad van Dokkum, op de plek die altijd het hart van de stad geweest is, ligt de Zijl of Syl, de oude sluis op het scharnierpunt tussen zout en zoet water, maar ook tussen zand en klei. Aan dit pleinvormige kruispunt, dat tegelijk brug en vaarroute is, stonden en staan gebouwen als het oude blokhuis met zijn renaissancetrapgevels, het statige stadhuis en dé ontmoetingsplek van Dokkum: stadscafé Artisante.

Centraler kan het niet, hartje Dokkum, op een plek, waar het al eeuwenlang gebeurt in dit gezellige, oude, haast wat kneuterige stadje. Meer dan eens wordt gekscherend gezegd dat Dokkum een stad met dorpsallures is en daarbij hoort een plek, waar men kan ontmoeten, gezellig kan tafelen en een goed glas kan drinken of de laatste nieuwtjes kan bespreken.

We weten natuurlijk niet hoe het er in de terpentijd precies uitzag op dit scharnierpunt van land en water, zout en zoet of klei en wouden. De eerste beelden die opdoemen uit het grijze verleden zijn oude kaarten en plattegronden in zogenaamd vogelvluchtperspectief, gemaakt door de cartograaf Jacob van Deventer in de tweede helft van de zestiende eeuw in opdracht van de ‘Koninck van Hispanje’ Philips II.
Laten we daar maar zo’n beetje beginnen met ons verhaal over deze bijzondere plek. In de tijd van Van Deventer stonden daar versterkte adellijke huizen of stinzen; aan de noordkant van het Diep de stadsstins van de familie Meckama en ten zuiden van de brug het Blokhuys, gebouwd op de plek waar al rond 1400 nog de stins van Alteka Camstra en later van Offe Riemersma stond. In deze versterkte huizen konden edelen en stadsbestuurders zich in tijden van beleg en opstand terugtrekken en verdedigen tot bevriende troepen hen kwamen ontzetten en orde op zaken stelden.

Tegenover en rond die stinzen en blokhuizen werd natuurlijk ook gebouwd en gewoond. Vaak hadden voorname Dokkumer families hier hun optrekjes, want dit was – the place to be – de plaats om te zijn en gezien te worden voor wie meetelde in het zestiende-eeuwse Dokkum. Aan de overkant van de ‘hoge straat’ was het hoekhuis aan de Diepswal zo’n markante toplocatie. Wie het zich kon permitteren om daar te wonen, had het in Dokkum vaak wel gemaakt.

Toen Dokkum een steeds beter georganiseerd stadsbestuur kreeg, wilde men natuurlijk ook vergaderen en bijeenkomen op de prominentste plek in de stad. Aanvankelijk was daarvoor geen plaats in het stadshart aan De Zijl, maar zodra die kans zich – rond 1610 – voordeed, verkaste het stadsbestuur naar de plek waar nu nog altijd het fraaie stadhuis staat. Maar in de periode daarvoor maakte men gebruik van een ander stadsraadhuis.


Inzet: Jacob van Deventer-kaartje van Doccum rond 1560 en schilderij van De Zijl rond 1750 door een anonieme schilder met links het stadhuis met een fraaie barokgevel en rechts op de hoek van de Diepswal het voorname ‘Artisante-pand’.

UT OLDE STADSRAETHUIJS FAN DOKKUM
Pas als er schriftelijke bronnen beschikbaar komen, wordt het mogelijk om de historie van de Artisante-panden [A en B] nauwkeuriger te volgen en te beschrijven. Zo was het vroeger de gewoonte dat de voorgenomen verkoop van een woning of gebouw werd geproclameerd: dat wil zeggen dat in de stad – bij trommelslag drie keer voor de kerkdeur en drie keer voor het gerecht [= het raadhuis] – werd omgeroepen wie van plan was om welk pand te kopen en van wie.

Gelukkig voor ons zijn die proclamaties ook schriftelijk vastgelegd in de analen van het Nedergerecht van Dokkum en werd daarbij bovendien genoteerd wie de naastliggers of buren waren van het te verkopen huis. Door deze gegevens van de hele binnenstad van Dokkum in kaart te brengen, kan vrij nauwkeurig worden nagegaan wie de bewoners of eigenaren waren van bepaalde huizen, maar ook dikwijls welke gebruiksfunctie of prachtige oude namen deze huizen hadden.

Het hoekpand Diepswal-Hoogstraat [A] heeft een zeer rijke geschiedenis wat de bewoners betreft, die – voor zover op papier vastgelegd – begint met Duifje Jacobs Heerman en haar man Tiebbe Jelgers. Het hoekhuis was overigens toen, in tegenstelling tot de huidige situatie, vooral gericht op de Hoogstraat. In 1583 besloten Duifje en Tiebbe hun huis op de hoek van de Diepswal en Hoogstraat te verkopen. Een oostelijke naastligger of buurman werd niet genoteerd, maar heel opmerkelijk is de noordelijke naastligger: ‘t’olde Raethuys (!) ten noorden’ [B].

Die vermelding roept de nodige vragen op, want het ‘Olde Raadhuis’ [D] stond volgens velen toch halverwege de Hoogstraat – al of niet op de noordelijke hoek met de Lange Oosterstraat. Mogelijk ligt aan die aanname de kaart van Van Geelkercken ten grondslag; die vermeldde bij D: ‘het olde raadhuis, nu Stats School’. Door nu alle gevonden archiefstukken met daarin de vermelding Raadhuis in chronologisch volgorde te plaatsen en op een rijtje te zetten, wordt duidelijk dat een aantal proclamaties betrekking heeft op een raadhuis, waarvan het bestaan tot nu toe niet bekend was en dat niet verward moet worden met het bekende ‘Olde Raadhuis’ [D] halverwege de Hoogstraat.

Bij de verkoop op 23 juni 1582 van een woning is de noordelijke naastligger of buurman Roelof Jans en de zuidelijke naastligger wordt vermeld als ‘het stadtsraethuijs’ [B]. Door de koppeling van diverse archiefvermeldingen wordt de locatie van dit tot nu toe onbekende raadhuis bevestigd, zoals bijvoorbeeld door een proclamatie van 20 februari 1609. Hieruit blijkt dat de Stad Dokkum het raadhuis [B] aan Tjaard Tjebbes verkocht, waarna Jan Hendricks lakenkoper de volgende eigenaar werd. Aan de Zijl werd toen een nieuw stadhuis [C] gebouwd. Het pand [B] werd in de tijd van Jan Hendricks ‘De Vergulde Halve Maan’ genoemd.

BIJSCHRIFT: Situatiekaartje van de Hoogstraat met de besproken panden en recht een detail uit de (oost-west georiënteerde) Geelkercken-kaart uit 1616 van hetzelfde stadsdeel. Het Artisante-pand [A en B] op de hoek van de Diepswal is net zichtbaar naast de stadhuistoren [C].

DE (VERGULDE) HALVE MAAN
Door de koppeling van diverse archiefvermeldingen werd de locatie van een tot nu toe onbekend oudste raadhuis van Dokkum gevonden [in het noordelijke Artisante-pand aan de Hoogstraat 2]. Dit pand was in 1591 in handen gekomen van de lakenkoper Jan Hendricks. Zijn vrouw Aenck Jans overleed in 1608 en bij de inventarisatie van de gezamenlijke goederen staat onder andere de vermelding: ‘Jan Hendricks in de Halve Maan’. En even verderop in de inventarisatie: ‘…een huis in de Hoogstraat waar de Vergulde Halve Maan uithangt’ en de vermelding dat het huis destijds op 20 december 1591 van Tjaard Tjebbes gekocht was. Verdere verkopen tonen aan dat Jan Hendricks lakenkoper van De Halve Maan en zijn erfgenamen zeker tot 1667 eigenaar van het raadhuispand [Hoogstraat 2] waren.

De halve maan uit de naam van dit pand is afkomstig van het stadswapen van Dokkum dat mogelijk bij dit oude raadhuis op een bord stond of aan de gevel hing. In de Weeshuisgrondpachten vinden we de vermelding: ‘…Geertien Cornelis weduwe ende voorde tegenwoordige iaere van 1585 eene Jan Hendrix zoon laeckencoper hange rute de halve mane…’, maar dat betrof een pand op de zuidelijke hoek van de Hoogstraat met de Lange Oosterstraat.

Had Jan Hendricks dan twee panden in de Hoogstraat met dezelfde naam? Er zijn twee opties:
– Jan Hendricks’ huis uit de Weeshuis-grondpachten had al de naam ‘de halve mane’ toen hij verhuisde naar het raadhuispand. Hij nam die naam (en uithangbord) mee naar het nieuwe pand.
– De Weeshuis-grondpachten van 1585 zijn duidelijk geschreven in de tijd dat de opvolger van Jan Hendricks al eigenaar van de grondpacht was. De toevoeging ‘in de halve mane’ in de grondpachten is misschien bedoeld als onderscheid tussen hem en andere Jan Hendricksen.

Die laatste optie is interessant, want dat zou ook kunnen betekenen dat het ‘onbekende’ eerste raadhuispand al de naam ‘De Halve Maan’ had toen Jan Hendricks het kocht en dat dit mogelijk een verwijzing was naar het voormalige raadhuis met het stadswapen van Dokkum met een halve maan.
Resumerend zien we het pand van lakenkoper Jan Hendricks, die het in 1591 van Tjaard Tjebbes kocht die het op zijn beurt in 1589 van de Stad Dokkum gekocht had, als pand het huidige noordelijke Artisante-pand Hoogstraat 2: ‘het stadtsraethuijs’ [in 1582] of ‘t’olde Raethuys’ [in 1583].

BROUWERIJ DE HALVE MAAN
In dezelfde periode dat in de Hoogstraat het voormalige raadhuispand de naam De (Vergulde) Halve Maan droeg, bevond zich honderd meter verderop aan de Diepswal een bierbrouwerij met eenzelfde naam. Die naam was in Dokkum zo populair, omdat hij refereert aan het stadswapen, waarop naast drie gouden sterren een zilveren halve maan prijkt. Brouwer van De Halve Maan was Okke Bockebloet, die naast koopman en brouwer ook een verdienstelijk tekenaar was. In 1646 vervaardigde hij een werkelijk prachtige overzichtskaart of plattegrond van het vaarwegenstelsel in de noordelijke Nederlanden. Daarop beeldde Okke centraal ook zichzelf af met een landmetersstok en een biervaatje met het merkteken van zijn brouwerij: de halve maan.

BIJSCHRIFT: De Bockebloet-kaart van het vaarwegenstelsel in Noord-Nederland met linksboven de stad Dockum, midden-onder de tekenaar-bierbrouwer zelf en in inzet rechtsboven het stadswapen met de halve maan.

 Posted by at 12:00

  One Response to “Hartje Dokkum”

  1. Nijsgjirrich artiekl! Hulde!

     

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.