aug 152019
 
De richting van oude Veenwoudster slootjes resulteert in drie ontginningsblokken: bruin (Sippenfennen tot Priesterakker), geel (Priesterakker tot Feanwâldsterfeart) en groen (Feanwâldsterfeart tot Goddeloze Singel). Geprojecteerd op een reliëfkaart.

Veenwouden is een fusiedorp, ontstaan uit twee laat-middeleeuwse dorpjes: Eslawald en Sint Johanneswald. Deze dorpjes bestonden een paar eeuwen, totdat ze rond 1500 werden samengevoegd. Veenwouden telde toen zo’n tweehonderd inwoners. Over die twee voormalige dorpjes is het nodige geschreven, maar er blijven ook vragen liggen.

Daarom vroeg ik enige tijd geleden aan Thomas Vermaut, GIS-specialist bij HisGIS, of hij eens naar het oude kaartbeeld van Veenwouden wilde kijken. Hij constateerde dat het allemaal vrij complex was, maar kwam met een opvallend nieuw inzicht.

Allereerst zag Vermaut in Veenwouden niet twee, maar drie ontginningsblokken. Het oude Sint Johanneswald bestond uit twee blokken (geel en groen) en Eslawald uit één (bruin). Het middelste gele blok botste tegen de verkaveling van de andere twee. Dit betekent dat het later werd aangelegd; waarschijnlijk gaat het hier om een tijdsverschil van enkele tientallen jaren tot een eeuw. Historisch gezien interessant omdat het jonge gele blok De Schierstins bevat (oudste vermelding 1439), evenals de oude dorpskerk (bouwjaar 1648). Het lijkt er dus op dat Sint Johanneswald in een vroeg stadium verschoof naar dit jongere blok, dus van oost naar west.

Hoe dichter bij Klaarkamp, hoe duidelijker het waarierpatroon bij elkaar komt. Dit is bij De Lits, tussen Eeltjemeer en Broeksterwoude.
En uiteindelijk komen de kijklijnen samen rond het terrein waar ooit klooster Klaarkamp stond. Deze conceptberekening laat een kleine afwijking zien ten opzichte van het kloostercomplex, want die stond er nét naast op de plek van het grijze vlak.

Vermaut vond deze drie ontginningsblokken door onderzoek te doen naar de richting van de oorspronkelijke slootjes. In Veenwouden hebben die de vorm van een waaier. De enige manier waarop zo’n waaier gevormd kon worden, is door gezamenlijk slootjes te graven gericht op één en hetzelfde punt (meestal een kerktoren). Vermaut trok de lijnen door over langere afstand. De lijnen kwamen samen ter hoogte van het voormalige klooster Klaarkamp. Het lijkt er dus op dat de oude Veenwoudsters, al dan niet aangestuurd door dit klooster, hun slootjes groeven terwijl ze gezamenlijk optrokken met het oog op Klaarkamp. Dit geeft direct een mooi aanknopingspunt voor datering van de volle ontginningsactiviteiten in Veenwouden, namelijk na de stichting van Klaarkamp in 1165. Naar dit klooster is recent nog archeologisch onderzoek gedaan.

De gangbare theorie bij waaierverkavelingen is dat zij gestart werden vanuit het richtpunt. In dit geval dus vanuit Klaarkamp naar Veenwouden. Maar dat ligt hier niet echt voor de hand. Het is veel logischer dat hier gestart werd vanuit de overkant, dus in de breedte van de as waar het dorp nu nog ligt. De lage veenvlakte tussen Veenwouden en Klaarkamp (Buitenveld en Houtwiel) blokkeerde het zicht niet. Hierdoor zag je vanuit Veenwouden in de verte de hoge terp met daarop klooster Klaarkamp. Vanuit het zuiden werd dan de ontginning uitgerold naar dit horizonpunt in het noorden. Tot slot blijken de grenzen van het Veenwoudster dorpsgebied ouder te zijn dan die van Noordbergum, maar jonger dan de randen van Broeksterwoude, De Valom en Hardegarijp. Hopelijk spoort dit inzicht aan tot verder onderzoek!

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.