feb 102015
 
Het is dit jaar 250 jaar geleden dat Marijke Meu, ofwel Maria Louise van Hessen Kassel, overleed. In de rouwstoet die haar begeleidde naar de Leeuwarder Jacobijner of Grote Kerk, liepen vele Friese pommeranten mee.
Naast een mooie tekening zijn ook de namen van deze personen bewaard gebleven.

Dit stond er in de krant: Leeuwarden. De plechtige Lykstatie van haare Doorluchtige Hoogheid, Mevrouw de Princesse Douariere van Orange en Nassau (wier overlyden wy in April laatstleden bladz. 139. melden) alhier, den 13 Juny (1765) ор de volgende wyze geschied.
I. De Burgery deezer Stad en de Militie, zo wel van deeze Stad als uit andere Steden deezer Provincie, waren vroegtydíg in de Wapenen.
II. Dezelve werden geplaatst van ’t einde der Kleine Kerkstraat over de Duco-Martenase Brug , de geheele Nieuwstad langs, tot aan den Dyk, de St. jacobstraat op tot aan den hoek, als dan de rechterhand af tot aan de Groote Hoogstraat over de Brug; doch in de Kleine Hoogstraat niet; weder by de Fransche Kerk tot aan de deur onder het Orgel in de Kerk.
III. Dezelve stonden geschaard in twee reijen, eerst de Burgery zo ver dezelve kon strekken ‚ en vervolgens de Militie.
IV. De Guarde te Voet was gerangeert voor de Hofstoet ,de Kleìne Kerkstraat in, zynde voorzien van Krippen aan Vaandel, Charpen en Degens voor de Officiers , benevens zwart Flennêl voor de Trommen, en wit Cabretleeren Handschoenen voor de Officiers.
V. Op de Guarde te voet volgde het Hofgezin van wylen Haare Doorluchtige Hoogheid , geleid wordende door den jongsten Edelman den Heer Willem Hendrik van Hambroick, en wel in deeze Orde: 1. De Edelman van Hambroick ; 2. twee Keuken Borsten; twee Port-Chaise Dragers; 4. twee Lakeyen van haar Hoogheid; 5. twee Lakeyen; 6. De Mondschenker Gunst en de Hovenier Sember; 7. twee Mondkoks Benfort en Cremer; 8. twee Kamerdienaars Wattié en Habel , 9. Wehrman Dispensier en Chirurgyn , Hurter Klerk ter Secretary; 10. Coulon Hofdoctor, Hildenberg Rentmeester; 11. De Professor Оuwens Lyfarts van wl. Haare Vorstlyke Hoogheid,

VI. Hierop volgde de Keteltrom, met acht Trompetters , zijnde de Keteltrom met zwart Laken bekleed, en de Kwasten en Koorden der Trompetters met zwarte Floersen overtrokken.

VII. Een Edelman leidende de Ornamenten, zynde de Heer Baron van Schwartzenberg.

VIII. Vervolgens de ornamenten, gedragen wordende door zes Edellieden.
Het eerste kwartier van Brandenburg werd gedragen, door den Heer Jr. Age Tjepke Ruurd van Sixma; 2. het 2de Kwartier van Brandenburg, door den Heer Jr. Scbelto van Heemstra; 3. Het Kwartier van Courland, door den Heer Jr. Sicco Douwe van Ауlvа; 4. het Kwartier van Hessen, door den Heer Jr. Оnnо Schelto Tamminga van Burmania; 5. het groote Blason, door den Heer Jr. Daniel Anthony van Plettenberg; eindelyk 6. de Vorstlyke Kroon op een zwart Fluwele Kussen met 4 quasten, werd gedragen door den Heer Jr. Laas van Burmania.
IX. Alle deze bovengemelde Heeren waren voorzien van Mantels, en dubbelde Sluyers, hangende zo lang als de Mantels, gelyk mede van losse Hoeden en wit Cabretleeren Handschoenen.
X. Hier op volgde de Heer Opperhofmeester R. H. van Hambroick met eenen Staf in de hand leidende het Vorstlyk Lyk
XI. Het Vorstlyk Lyk zelve, op een Wagen, onder een zwart Fluwelen verhemelte, met zilveren Galon, Franjes en Larmes afgezet.
XII. De Wagen of Lykkoets werd getrokken door acht Paarden, met zwart Fluwelen Kleeden bekleed.
XIII. Over het Lyk lag een zwart Fluwelen Kleed, waar op gehecht waren vier Wapens van Oranje en Nassau, en vier van Hessen dus acht te samen.
XIV. Vier Edellieden deezer Provincie droegen de slippen van het Kleed, namentlyk de Heeren Jan Andries van Sytzama, Tjalling Homme van Наarsolte, Binnert Philip AEbinga van Нumalda, en Duco Martena van Вurmania.
XV. De zilvere en zwart zijde Koorden met Zilvere Kwasten, die aan de zijden en in het midden van het Verhemelte vast waaren, boven den Lijkkoets, wierden gehouden door agt Gedeputeerden uit de Steden, namelijk:
1. Uit Bolsward, door Gerrit van Velsen
2. Uit franker, Johannes Haitsma
3. Uit Sneek, Ige Mollema
4. Uit Dockum, Harmanus Bock
5. Uit Harlingen, Fedde Acronius
6. Uit Stavoren, Fongerus Douma
7. Uit Sloten, Claas Nyenhuis
8. Uit Workum, Thomas Pieters Allinga
Dus de Lijkwagen zoo als geordonneert was op marsch zijnde, wierd dezelve gevolgt door de 24 boden (die, alle in het zwart, met Mantels, Beffen en losse Hoeden met Sluijers voorzien waren), welke bestonden in de 8 oudste Ordinaris State Boden, de 4 Oudste Hofs Boden, en 12 Boden uit de andere Steeden.
Hier op volgden in de eerste plaatze de drie Marschalken van de Ceremonie, met Marschalks Staven in de hand; namelijk de Heeren Edellieden
Jr. F.H. van Harinxma thoe Heeg
Jr. E.H. van Burmania,
en
Jr. G.W. van Doys
.
Hier op volgde de Heraut van Staat, Petrus Winck, bloots hooft met een Staf in de hand.
Vervolgens de beide Kamerbewaarders der Ed.Mog.Heeren Staten, R. Keyert en J. Storm, met ongedekten hoofde, ieder voorzien met een Stok waar op een verzilverde Kroon.
Hier op volgden de Ed.Mog.Heeren, gecommitteerd uit de Staten van Friesland; als uit het Quartier van Oostergo,
Jr. H.D.E. van Aylva, C. van Scheltinga, W. Bergsma, en Jr. T. AE.J.H. van Eysinga.
Als dan de twee Bodens van Staat.
Hier op wederom de Ed.Mog.Heeren gecommitteerd uit het Quartier van Westergo, namelijk
J. Van Glinstra, Jr. S. van Haarsolte, H.U. Huber en Jr. E.S. van B. Rengers.
Twee Bodens van Staat.
Na dezelve de Ed. Mog. Heeren gecommitteerd uit het Quartier der Zevenwouden, namelyk
A. Lycklama a Nyeholt, Godschalk van Knyff, Johannes Wielinga en Mr. Johannes van Beucker.
Wederom twee Bodens van Staat.
Hier op de Ed. Mog. Heeren gecommitteerd uit het Quartier der Steden, namelijk Mr. Nicolaus Arnoldi, J.O. Faber, H. van Sloterdyk, D.B. van Scheltinga, J. van Sminia, Secrs.
Gevolgt van de twee Clerquen ter Secretarie, namelijk T. van Teutenburg en Mr. Nicolaus Tholen.
Vervolgens de Ed. Mog. Heeren Gedeputeerde Staten, namelijk Henricus Wiardus van Altena, Livius van Haersma, Jr. G.F. Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg, Jr. W. Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg, Jr. Schelto Hessel Roorda van Eysinga, Menno Coehoorn van Scheltinga, Jr. Epo Sjuk van Burmania, Jr. Hans Willem van Plettenberg, Hans Hendrik van Wyckel, Secretaris.
Gevolgt, twee aan twee, door Mr. P. Talma, 's Lands Fiscaal en Advocaat, D. Hamerster, Commis ter Finantie.
Mr. Julius Vitringa, Mr. Fred. van Altena/Aitsma?, H.J. van Viersen, Clerquen ter Secretarie. Mr. E.A. van Idema, Clerq ter Finantie-kamer.
Gepraecedeert door de vier Deurwaarders zonder Mantels, met ongedekten hoofde en hunne Staven in de hand met zwart Floers bekleed, benevens de twee Kamerbewaarders van het Collegie, E. Rinsma en H. Nauta, zonder Mantels, met ongedekte hoofden en ieder een Stok waarop een verzilverde Kroon in de hand.
Gevolgt door de Ed. Mog. Heeren Raden in de Hove Provinciaal, voorgegaan door de zes Deurwaarders, zonder mantels, met ongedekte hoofden, en hunne Staven in de hand met zwart Floers bekleed; als mede door den Eerste Deurwaarder C.J. Elsinga, met Mantel en Bef, houdende den Staf met zwart Floers bekleed in zijne hand.
XXII. Waar op volgden de gecommitteerden uit de respective Steden deezer Provincie,namelyk:
Uit Bolsward, twee, Gosling Braaksma, Pyter Coopmans;
uit Franeker twee, Keimpe Rengers, Pier Hessels Dijkstra;
uit Sneek twee, Johannes Feikens, Dekkens Coops;
uit Dockum twee, Gerhardus Bransma, Claas Crans;
uit Harlingen twee, Jane van Sloten, Syds Altena;
uit Stavoren twee, Dooitze Hagtingius, Gerrit Intema;
uit Sloten twee, Wybrandus Haanstra, Herke Jans;
uit Workum twee, D.F. Riemersma, Klaas van Dyk;
uit Ylst twee, M. Schaafsma, W.Hoextra,
uit Hindelopen twee, Anne Clases en Anne Tymens.
XXII. De Predikanten der Stad Leeuwaarden.
XXIV. De Fransche Predikant.
XXV. De acht oudste Advocaten voor den Hove van Vriesland.
XXVI. En eindelijk de Burgery deezer Stad, wordende gerepresenteerd door een Persoon, namelyk: Taeke Bruining.
XXVII. All de Klokken in deeze Stad begonden te luiden zo dra de Lykstatie begon, en luidden ook zo lang als dezelve duurde.
XXVIII. Het Kanon om de Stads Wallen werd 3 maal gelost, als eens wanneer het Vorstlyk Lyk op de Chaar of Lykwagen werdt gezet, nogmaals wanneer het zelve aan de Kerkdeur was genaderd, en laatstelyk wanneer de te rug togt begon. 
XXIX. Het Vorstlyk Lyk in de Kapel bygezet zynde, ging de trein de Kerkdeur, de Oranieboom genaamd , uit , de Fransche Kerk voorby, de Groote Kerkstraat in, en vervolgens naar het Hof.

XXX. Voorts zyn er geene Levry-Bedienden by de Lykstatie geëmployeerd. 

 Posted by at 09:03

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.