sep 202011
 

Door: Reinder Postma.
Oudwoude heeft geen haven en ligt niet aan zee. Toch waren er in de 18e eeuw een aantal dorpsgenoten die gelokt werden door het avontuur. Ze monsterden aan op een VOC-schip en maakten een reis naar de Kaap of het verre Indië. Sommige matrozen tekenden voor vertrek een maandbrief of een schuldbrief. Door middel van een maandbrief konden werknemers bij de VOC maximaal drie maandlonen per jaar bestemmen voor verwanten in de 1e graad: ouders, echtgenote of kinderen. Een werknemer van de VOC kon ook een schuldbrief / obligatie ondertekenen tot maximaal f 300. Wie de brief kon laten zien kreeg het geld uitbetaald. De VOC haalde dit geld uit het tegoed van de matroos. Aan het eind van de reis kon hij dus een negatief saldo hebben.
Laurens Vliegh
De eerste persoon die we tegen komen is Laurens Vliegh. Hij is een zoon van Douwe Hesselius Vliegh en Grietje Klazes Sminia. Vliegh is predikant in Oudwoude. Zoon Laurens is in 1756 in Oudwoude geboren. Hij trad op 27 oktober 1774 in dienst van de VOC als konstabelmaat en was toen 18 jaar oud. Het schip waar hij op aanmonsterde, is de Patriot.

Begin maart van het jaar daarna kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop. Na ruim een maand werd de reis naar Indië voortgezet. Half juli arriveerde de Patriot in Batavia. Laurens zal door de straten van Batavia hebben gelopen en zich hebben verwonderd over de exotische pracht van dit land. Dit verblijf moet van korte duur zijn geweest want hij overleed op 14 september in Batavia.

Hessel Vlieg
De tweede persoon die we aantreffen, is zijn broer Hessel Vlieg. Hij was in 1753 geboren en dus drie jaar ouder dan zijn broer. Hij trad op 3 juni 1779 in dienst van de VOC, en was 26 jaar oud. Of de familie bericht heeft gekregen van het overlijden van Laurens? Hessel heeft zich in ieder geval niet laten afschrikken door een en ander.

Hij trad aan boord van het schip: Compagnies Welvaren als ziekentrooster. Eind oktober van dat jaar arriveerden ze op Kaap de Goede Hoop. Ook nu was het verblijf daar ongeveer een maand, het water kon worden ververst, nieuwe groenten en fruit konden worden ingenomen enz. Daarna werd de reis begin december vervolgd.

Op 20 februari 1780 kwam men in Batavia aan. En helaas, met Hessel verliep het net als met zijn broer. Na een verblijf van ongeveer een maand in Batavia overleed hij en keerde niet naar huis terug.

 Posted by at 09:29
sep 182011
 

In mijn kwartierstaat komt Herne Sijtzes Amama (Ammama) voor. Niet alleen is hij een van de mij oudst bekende voorouders, ook zijn achternaam heeft mij altijd geintrigeerd. Natuurlijk is het een mooi palindroom (van links naar rechts lees je hetzelfde als andersom) maar de familie behoorde ook tot de Friese adel. Degene uit de Amama clan die ik de laatste jaren wat meer ben gaan bestuderen is zijn kleinzoon, de oud professor in de Oosterse talen aan de Universiteit van Franeker, de eigenzinnige Sixtinus Amama (1593-1629, Franeker).
Zijn vader Johannes was burgemeester van Franeker. Sixtinus Amama werd opgeleid door Johannes Drusius, die hem als een zoon beschouwde.
Hij studeerde in Leiden (1614) en Oxford (1615), waar hij veel kennis opdeed van het Arabisch en Hebreeuws, naast het Grieks en Latijn dat hij al eerder leerde. Amama was een groot pleitbezorger van een correcte vertaling van de bijbel in het Nederlands en was medestander van Sibrandus Lubbertus in een strenge aanpak van de studenten. Nadat hij als buitengewoon hoogleraar Drusius in Franeker was opgevolgd, en later ook meer specifiek als hoogleraar Hebreeuws wordt aangemerkt, werkte hij de laatste jaren (1626-1629) van zijn korte leven als bibliothecarus van de Franeker Universiteitsbibliotheek.

Van een overzicht van de professoren in 1619 is een exemplaar bewaard gebleven waarop Amama beschreven wordt als degene die de Hebreeuwse grammatica doceert, naast professoren als Maccovius, Bernardus en Meinardus Schotanus, Verhel, Rhala, Metius, Pasor, Amesius en Hachtingius. Oosterse talen waren belangrijk voor een juist begrip van de bijbel, zeker in de tijd direct na de Reformatie, waarin door de Universiteit van Franeker in hoog tempo de benodigde dominees moesten worden opgeleid. Het katholiek kloosterbezit was inmiddels onteigend en de vraag naar predikanten voor de ‘nieuwe religie’, de Nederlands Hervormde kerk, was groot.

Van Amama’s boeken zijn in de diverse collecties exemplaren bewaard gebleven, waarvan ik het afgelopen jaar 2 in handen heb gehad, zoals wel eens gezegd wordt: inderdaad een historische sensatie. Zo is in de historische bedrijfscollectie van Elsevier in Amsterdam de Anti-barbarvs biblicvs uit 1656 bewaard gebleven, met daarin zijn rectorale redes van 1621 en 1628 en de lijkrede voor Lubbertus uit 1625. En deze zomer kreeg ik tijdens een privé-rondleiding in de Universiteitsbibliotheek van Szeged, de Somogyi Memorial Library in Zuidoost Hongarije (er studeerden zo’n 1200 Hongaarse studenten aan de Franeker Universiteit!) hetzelfde Anti-barbarus biblicus te zien, nu in een iets mooiere band (zie foto). Dit boek werd oorspronkelijk in 1628 gepubliceerd als een kritiek op de Latijnse (katholieke) vertaling van de bijbel (de Vulgaat). Een jaar later stierf Sixtinus Amama op 36-jarige leeftijd en werd in de Martinikerk te Franeker begraven (zerk 26 met opschrift professor in de Hebreeuwse taal, twee stappen na de ingang). Zijn kleinzoon Hendrik Amama, vermoedelijk de zoon van zoon Gellius, werd later bijgezet.

De genealogie van de familie Amama of (Van) Ammama is terug te voeren tot in de 14e eeuw. Eeuwenlang werd in Garijp, Tietjerksteradeel de Ammama state bewoond. Het familiewapen toont in goud een dubbelkoppige zwarte adelaar en in een blauw schildhoofd drie gouden sterren.

Van de 5 (of 4 als Gaele Sickes dezelfde is als Jelle Sixtus) kinderen die Sixtinus (in gewoon Fries: Sicke of Sytse) Amama kreeg bij Meyn Claeses Adelen van Cronenburgh werd Gaele/Jelle of Gellius Amama rector van de Latijnse school in Dokkum, waar hij op 19 juni 1658 trouwde met Jancke van Idsinga, dochter van Alef van Idsinga en Titia Bilderbeek. Gellius en Jancke zijn begraven in de Grote Kerk te Dokkum.
Johannes Amama convooimeester van de Admiraliteit van Friesland was getrouwd met de Dokkumse Antje Huber, uit de bekende familie van de rechtsgeleerde.
Zoon Nicolaus/ Claes was een goede leerling in de Wijsbegeerte bij de Friese hoogleraar Johannes Holwarda (uit Holwerd) maar werd slechts 28 jaar oud (1628-1656). Nota bene kort voor zijn sterfjaar solliciteerde hij nog naar de vacature van rector van de Franeker Latijnse school, welke functie uiteindelijk naar de toen 21-jarige Balthasar Bekker uit Metslawier ging! De jonge Amama was destijds wegens studentikoze misdragingen en diefstal van boeken (1648) uit de universiteitsbibliotheek verbannen uit Franeker. De boeken gingen voortaan aan de ketting in de bibliotheek. Op huis Lettinga te Britsum werkte Nicolaus als pedagoog voor de jonge Menno van Coehoorn (1641-1704) en eerder voor Ulrik Huber (die in 1636 te Dokkum geboren werd).

Holwarda overigens, een volgeling van Descartes (die in 1629 aan de Universiteit van Franeker studeerde), was naast hoogleraar in de logica en filosofie in Franeker ook geinteresseerd in sterrenkunde, waarbij hij oa de variabele ster Mira ontdekte.

Update: In oktober 2011 is een boek van Jacob van Sluis gepubliceerd over de Academie-bibliotheek te Franeker anno 1601. Op de webpagina van Wever van Wijnen ook een filmpje van 12 minuten over de Universiteit van Franeker, waarin zowel Sixtinus als zijn zoon Nicolaus van Amama de revue passeren.

 Posted by at 09:29
sep 162011
 

Op vrijdagavond 16 december 2011 viert ‘IJsclub Oudwoude e.o.’ haar 100-jarig bestaan met een feestelijke bijeenkomst voor alle leden.
Hoogtepunt van de avond zal ongetwijfeld de uitreiking van het speciaal voor deze gelegenheid geschreven jubileumboek zijn.
Dit jubileumboek is een fantastische uitgave geworden. Het uitspitten van de notulenboeken, archieven en kranten heeft geleid tot een aantal ontdekkingen die voorgoed aan de vergetelheid ontrukt konden worden. Het boek is geen saaie opsomming van de notulen van de afgelopen jaren geworden, maar in een dertigtal verhalen wordt de geschiedenis van 100 jaar IJsclub Oudwoude e.o. tot leven gewekt. Het plezier in het schaatsen spat van de bladzijden! De locale elfstedenbedwingers worden natuurlijk niet overgeslagen. Maar ook de kleine overwinningen komen aan bod: Kees die op zijn prikslee een wisselbeker in de wacht sleept. Bekende dorpsfiguren als ‘Bauke Toto’ en ‘Baas Douwe’  worden beschreven en niet te vergeten de vele vrijwilligers die met hun inzet zorgden voor de randvoorwaarden: de aanleg van de ijsbaan, het besturen van de club, het vergaren van de financiën,  de verkoop in de koek-en-zopie. De IJsclub kwam natuurlijk niet uit het niets; vandaar dat ook de jaren voor de oprichting een plekje in het boek hebben gekregen.

Twee jaar lang is er gewerkt door de redactiecommissie en de schrijvers om er een prachtig boek van te maken. Er is heel wat werk verzet:  Jan de Boer, Iko Hoekstra, Ulbe de Jong en Reinder Postma plozen de notulenboeken na, doorzochten archieven, lazen oude krantenberichten, verzamelden foto’s  en interviewden dorps- en oud-dorpsgenoten om zoveel mogelijk informatie boven tafel te krijgen. Reinder Postma en Yvonne te Nijenhuis gingen vervolgens met de informatie aan de slag en schreven de uiteindelijke teksten.

Het resultaat mag er zijn: een ingebonden, keurig gedrukt boek van 160 bladzijden, met een schat aan informatie, vlot leesbare verhalen en prachtige foto’s,  zodat er naast veel te lezen  ook veel te zien valt. Voor de inwoners van de dorpen Oudwoude, Westergeest, Triemen en Veenklooster zal het een feest van herkenning zijn.
Mocht u geïnteresseerd zijn in het boek, dan kunt u contact opnemen met:
Reinder H. Postma, telefoonnummer: 0511-452100 of via email.

 Posted by at 09:29
sep 132011
 

Op zaterdag 1 oktober a.s. zal de Historische Vereniging Noordoost Friesland acte de presence geven tijdens de 13e Friese Genealogische Contactdag. In het gebouw van Tresoar in Leeuwarden zal een tafel bemand worden door diverse leden van de vereniging.
Naast recente nummers van ons verenigingsblad De Sneuper zullen voor een zacht prijsje de DVD met nummers 1 t/m 75 van De Sneuper en het jubileumboek Sneuper 100 met oude foto’s van alle plaatsen in de Dongeradelen te koop zijn. U kunt natuurlijk ook ter plekke lid worden voor slechts 15 euro per jaar en dan krijgt u ook nog direct een kadootje!

Mocht u alleen even willen weten met welke families/genealogie onze leden zich bezighouden dan kunt u dat ook ter plekke checken. Op een laptop zullen daarnaast gescande oude foto’s van de regio Noordoost Friesland en zijn inwoners getoond worden. Neemt u gerust ook zelf oude foto’s of documenten mee om te scannen of om te laten opnemen in ons verenigingsarchief als u het voor het nageslacht wilt bewaren.
Diverse boeken die door leden van de vereniging zijn gemaakt zullen ook ter plekke te koop zijn en ingekeken kunnen worden.

De genealogische dag staat in het teken van de viering van 200 jaar Burgerlijke Stand. Van tien tot vier uur is iedereen welkom om een gratis bezoek te brengen aan dit evenement, dat eenmaal in de drie jaar plaatsvindt. Tientallen organisaties en particulieren stellen u in de gelegenheid een kijkje te nemen in het leven van uw voorouders.

Bent u geïnteresseerd in de herkomst van uw familienaam? Aan de hand van de bewaard gebleven registers is het ontstaan ervan vaak terug te voeren op deze tijd. In de database “Familienamen 1811” van Tresoar kunt u de gedigitaliseerde akte van naams-aanneming zelfs thuis al inzien. Daarnaast heeft Tresoar de website http://www.fryslan1811.nl/ met veel informatie over deze tijd in het algemeen en familienamen in het bijzonder geopend. De Contactdag is een ideale gelegenheid om u de weg te wijzen en zo mogelijk te achterhalen wie van uw voorouders een familienaam heeft aangenomen, of wanneer deze voor het eerst in de Burgerlijke Stand voorkomt. Kinderen mogen die dag hun eigen akte schrijven met een kroontjespen en krijgen uitleg over hun achternaam.

Bent u op zoek naar uw Friese DNA-sporen, familiewapen, geëmigreerde familie, katholieke roots, Duitse verwanten, of wilt u weten hoe u uw stamboom op de computer kunt invoeren? Uit diverse delen van Nederland en Duitsland komen organisaties om in stands informatie te geven. Bezoekers kunnen onder het genot van koffie/thee en een lekker broodje contacten leggen. Daarbij kan blijken dat de toevallige medebezoeker nog eens familie is ook! Bovendien zullen in de zalen van TRESOAR een aantal boeiende lezingen worden gehouden. Deze zijn ook vrij toegankelijk.
Update: Via Tjerk Tigchelaar, Maikel Galama en het Tresoar forum ook een lijst van aanwezige exposanten:
Zaal A nr. 2 NGV/Afdeling Groningen.
Zaal A nr. 3 NGV/Afdeling Drenthe.
Zaal A nr. 4 De heer Rienk de Boer.Is (bestuurs)lid van de NGV/Afdeling Familieorganisaties – tot stand gekomen op 1 januari 1994. De standhouder beschikt over bestanden van verschillende families uit Noordoost Friesland en informatie over Schokland en Urk.
Zaal A nr. 5 Familiestichting Uit Welke Beker & NGV/Afdeling Familie-organisaties.
Zaal A nr. 6 Project HISGIS van Tresoar.
Zaal A nr. 7 Centraal Bureau voor Genealogie (CBG).
Zaal A nr. 8 Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) / Afdeling Friesland CALS = contactdienst.
Zaal A nr. 9 NGV / Afdeling Friesland.
Zaal A nr. 10 De heer Reid van der Leij. De standhouder beschikt over een genealogische database met 350.000 namen van personen, voor het grootste deel afkomstig uit het Fries-Gronings grensgebied.
Zaal A nr. 11 Mevrouw Anny Bokkinga & de heer Jarich Renema.
Zaal A nr. 12 De heer Anton Musquetier.
Zaal A nr. 13 Stichting Fries Documentatiecentrum voor Genealogie en Geschiedenis (Friedoc).
Zaal A nr. 14 Stichting Freonen fan de Argiven yn Fryslân (FAF).
Zaal A nr. 15 Fryske Rie foar Heraldyk.
Zaal A nr. 16 De heer Geert van der Veer. Exposeert met boeken over de familie Van Haersma (de With), Van Boelens uit Opsterland en genealogie gegevens van de familie Van der Veer.

Zaal A nr. 17 Vereniging Historie Weststellingwerf en omstreken.
Zaal A nr. 18 De heer Dirk Swierstra. Een verzamelaar van foto’s, prentbriefkaarten en informatie van en over bewoners van (oud) Leeuwarden. Op zijn website vindt u naast artikelen over Leeuwarden, ook een fotogalerij en een ‘zoekplaatjes’ rubriek. Tevens maker van de ‘Genealogie familie Swierstra’.
Zaal A nr. 19 De heer Hans van der Meulen. Beschikt over een uitgebreide database met Rooms-Katholieke familienamen.

Zaal A nr. 20 De heer Rinse Spits. Beschikt over genealogien van Terschellinger en Vlielander families en de genealogie van de familie Spits, Buren, Keuning, Hilverda, Herrema en Jepma.

Zaal A nr. 21 De heer Wytse Tjoelker. Heeft inmiddels verschillende genealogische publicaties op zijn naam staan, waaronder de ‘Turfmakkersskiednis’, een publicatie uit 2000 – het is ook te koop. Beschikt tevens over een laptop met bestanden in Hazadata; naast verwante families heeft hij ook een algemeen bestand ‘Pommeranten Friesland’ (= de bobo’s van Friesland). In voorbereiding ‘Van der Meij FRL 1811’.
Zaal A nr. 22 HCC!Genealogie.
Zaal A nr. 23 PRO-GEN.
Zaal A nr. 24 Netwerk Streekarchief Zuidwest Fryslân (NSZF).
Zaal A nr. 25 Historische Vereniging Noordoost Friesland. De vereniging richt zich op het doen van archief onderzoek naar (familie)geschiedenis in de omgeving van Dokkum en Dongeradelen. De resultaten van hun onderzoek publiceren zij sinds 1986 in een kwartaalblad ‘De Sneuper’ en sinds 1999 ook gedeeltelijk op hun website. De standhouder beschikt over foto’s, boeken, het clubblad en een presentatie op de laptop. De heer Jan de Jager, secretaris tel: 0519 – 220 135
Zaal A nr. 26 Upstalsboom-Gesellschaft (UG). Dit is een Duitse vereniging die zich bezighoudt met historisch personenonderzoek en bevolkingsgeschiedenis in en van Oost-Friesland. De standhouder exposeert met publicaties van de vereniging, daarnaast beschikt men over boeken, tijdschriften, e.d. Upstalsboom-Gesellschaft (UG) De heer Klaas-Dieter Voss, http://www.genealogienetz.de/vereine/UG
Zaal B nr. 27 Werkgroep Genealogisch Onderzoek Duitsland (WGOD). Deze werkgroep is in 1968 opgericht en heeft tot doel de vergemakkelijking van het genealogisch onderzoek in Duitsland. Hiertoe ontplooit men diverse activiteiten, zoals de uitgave van het blad ‘Gens Germana’, en onderhoudt men contacten met verwante verenigingen in Duitsland. De werkgroep beschikt over foldermateriaal en boeken. Werkgroep Genealogisch Onderzoek Duitsland (WGOD) De heer S.J. (Bas) Lems, http://wgod.student.utwente.nl/
Zaal B nr. 28 GP-software.
Zaal B nr. 29 Telapas Software.
Zaal B nr. 30 Meijerink Heraldiek. Grote collectie boeken te koop betreffende de heraldiek, zowel nieuwe als oude boeken; niet alleen uit Nederland, maar onder andere ook uit: België, Duitsland, Engeland en voormalige Oostbloklanden. Nog een kleine voorraad handgeschilderde gemeentewapens uit Nederland, Nederlands Indië en Nederlandse Antillen.
Zaal B nr. 31 Stichting Geslachten Faber.
Zaal B nr. 32 FamilySearch, onderdeel van The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormonen), Friese scans online.
Zaal B nr. 33 Fries DNA Project De standhouder hoopt hiermee relaties aan te tonen tussen verschillende families in dit gebied. Het betreft hier niet alleen het Ychromosoom DNA (die van vader op zoon wordt doorgegeven), maar ook het Mitochondriaal DNA (mtDNA) – de vrouwelijke lijn die van moeder op dochter wordt doorgegeven. Dit project maakt onderdeel uit van het ‘Family Tree DNA’, onderdeel van Genealogy by Genetics uit Houston, Texas, Verenigde Staten.
De eerste standhouder publiceerde over mogelijkheden van DNA en genealogie in het tijdschrijft “Genealogie” van het CGB en “11 en 30” van de NGV/Afdeling Friesland. In 1996 heeft hij zijn familieboek “Boswijk” uitgebracht en is tevens samensteller van het boek “Sjoerd Wartena c.s.”
De tweede standhouder is tevens administrator van het Twents DNA Project en publiceerde hierover in “Twente Genealogisch”. Hij is onder andere lid van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. Hij heeft ook deelgenomen aan het DNA-project van de NGV. Fries DNA Project: De heren W.G. (Wibo) Boswijk en P.J. (Paul) Rouing.
Lezingen:
11.00-12.00 uur
in de Gysbert Japicxzaal op de 1e etage Lezing in de Nederlandse taal over het onderwerp: “Familienamen in Friesland”.
13.00-14.00 uur
in de Gysbert Japicxzaal op de 1e etage Lezing in Friese taal over het onderwerp: “Famyljerelaasjes yn de Fryske skriuwerswrâld”.
14.30-15.30 uur
in de Gysbert Japicxzaal op de 1e etage Lezing in de Nederlandse taal over het onderwerp: “Namen in de Burgerlijke Stand in Friesland vanaf 1811”.

 Posted by at 09:29
sep 112011
 
Ons redactielid Piet de Haan was zaterdagmiddag bij de opgravingen in Easterbeintum. Easterbeintum is het verdwenen broertje van Hogebeintum. In 1988 waren hier ook al opgravingen met toen als belangrijkste vondst een grafveld. Ook de huidige opgraving leverde iets bijzonders op. Ploegsporen van rond 500 voor Chr. Waarschijnlijk de tot nu toe oudste sporen van ploegen in Fryslan. Medewerking wordt verleend door het Archeologysk Wurkferbân van de Fryske Akademy. Op de foto bezig met het uitgraven van een waterput waarbij enige potten te voorschijn kwamen. Ook onze voorzitter Haye Talsma gaf blijk van zijn belangstelling. 
Als je bij de opgraving staat ziet wel een gegolfd landschap maar niet een echte terp.  
Op google maps:    Oosterbeintumerweg, Blije    invullen.   Je ziet dan wel de ronde terp.  Rechts een stukje van de naam Easterbeintumerdyk en evenwijdig daaraan was de ene gegravensleuf.  Links van de naam  Easterbeintumerdyk beginnend bij de letter k  een slingerende schaduw. De schaduw was het hoogteverschil van het terrein en daarnaast was de andere opgraving. Ongeveer bij het begin van het witte puntje stond de man op de foto in de drek te graven bij een [ik zag het niet] waterput. Ten zuidoosten van de letter K was de vorige opgraving met het grafveld.

Dat waterputten graven in Noordoost Friesland een gevaarlijke bezigheid kan zijn bewijst dit bericht uit 1608:  Uit Diarium Furmerii (pdf), dagboek van Bernardus Furmerius, landsgeschiedsschrijver van Friesland, 1603-1615.
pagina 111: woensdag 29 juni 1608. In de vorige week had een bakker op zijn erf in Hallum, een niet onvermaard dorp in de Dongeradelen ( lees:Ferwerderadeel), een put gegraven, en de graver was al zo diep gekomen dat hij vreesde dat het water er uit zou spuiten. Omdat hij echter om te kunnen zien in de diepte brandende kaarsen bij zich had, is door een ongelukkig toeval een vonk of brandend stukje van die kaarsen op de aarde gevallen, die, doortrokken van zwavel als zij was, in brand geraakt is en de man verbrand zou hebben als niet, door zijn geschreeuw opgeschrikt, de mensen die op de rand naar hem stonden te kijken hem er meteen uitgetrokken hadden. Zijn baard en hoofdharen waren verbrand, maar zijn lichaam was ongedeerd. De vlam is iets later door het omhoog spuitende water gedoofd.

Update: in natuurgebied Maashorst bij Uden is zelfs een uitgebreid vorstengraf uit dezelfde periode (2600 jaar geleden) gevonden. Bronzen arm- en enkelbanden, spelden en vlechtringen, toiletgerei en delen van een lijkwade hebben archeologen van de Universiteit Leiden gevonden in het ongewoon rijke graf van een prehistorische vorst(in).

 Posted by at 09:29
sep 092011
 

Bij een bezoek aan het nieuwe Museum aan de Stroom in Antwerpen ging mijn speciale interesse uit naar de afdeling scheepvaart op de zesde verdieping. Het uit veel rode leisteen opgetrokken museum is eigenlijk verbazingwekkend dichtbij (vanuit Amsterdam maar 1,5 uur rijden) en met een prima en goedkope parkeergarage voor de deur. De buurt heeft op een zonnige dag de uitstraling van een badplaats aan de Cote d’Azur met de jachthaven vol dure schepen en de prachtige pakhuizen met lofts. Ook het Stadsarchief van Antwerpen (Felixarchief) is aan deze havenkaai, de Godefriduskaai, gevestigd in zo’n prachtig oud pakhuis, in de stijl van het Amsterdamse Entrepotdok.
Vanaf de museumentree ga je met roltrappen naar boven, waarbij je op elke verdieping weer een kwartslag in een nieuwe windrichting kijkt vanachter prachtig golvend glas. Na tien verdiepingen kom je op het dakterras van waaruit je een schitterend panorama over de Sinjorenstad hebt.
De scheepvaarttentoonstelling is modern ingericht met diverse grote touchscreen panelen en lades onder de tafels die je open kunt trekken. In plaats van uitgebreide teksten zijn er soms QR-codes die je via je smartphone verwijzen naar aanvullende online info. Je ziet toch dat niet veel mensen hier gebruik van maken. Het opentrekken van de laden is ook maar voor een enkeling vanzelfsprekend. Ik ben benieuwd hoe dat straks gaat met het vernieuwde Scheepvaartmuseum in Amsterdam. De bezoekers roepen altijd wel dat vitrines met bordjes saai zijn, maar in de praktijk gaan ze weer klagen als die er niet zijn. Waarschijnlijk ook gewoon een kwestie van wennen.
Centraal op de tentoonstelling staat een grote open tafel met scheepsmodellen. Een van deze modellen is een vrij unieke van een VOC-schip, de Oostrust, gebouwd voor de kamer Amsterdam. Het schip had een lengte van 160 voet bij een laadruimte van 570 last (1140 ton). Zij voer tussen 1721 en 1739 voor de VOC op Batavia en werd uiteindelijk wegens aanhoudende lekkage in Mosselbaai gesloopt aan Kaap de Goede Hoop. Onder schipper Laurens IJsenhart werd op 18 oktober 1724 vanaf de rede van Texel koers gezet naar Batavia. Aan boord was een Dokkumer, de bosschieter Jan de Groot. Het eerste oponthoud was van 27 tot 31 oktober 1724 op de rede van Duins (The Downs). Van 8 t/m 23 maart 1725 verbleef men voor verversingen aan Kaap de Goede Hoop (inmiddels waren tien bemanningsleden overleden, waaronder de Harlinger bosschieter Harmen Andriesz) en arriveerde uiteindelijk zonder verdere slachtoffers op 24 juni van datzelfde jaar in Batavia. Aan boord waren toen nog 154 zeelieden, 74 soldaten, 1 ambachtsman (de slotenmaker Jan Reek) en 4 passagiers.
Via de VOC-database is de voltallige bemanning te downloaden in een Excel-bestand. En dan zie je weer diverse opvallende zaken. Onderkoopman Jan Nipoort uit Dordrecht werd uiteindelijk in 1735 vermoord.  Jan Pieter Wijts uit Ballum (Ameland) verging in 1729 op de Atlantische Oceaan met het schip ’s Graveland. Veel Amsterdammers ook, waarbij je je mag afvragen of ze daar werkelijk vandaan kwamen of dat het gewoon hun meest recente verblijfplaats was (Pieter van Tunen en Willem de Haan). Er waren 5 Groningers aan boord en 2 Leeuwarders: schiemansmaat Douwe Hessels (als Heffelsz vermeld en in 1730 gerepatrieerd) en soldaat Sieuwe Sipkesz (dat zal wel Lieuwe Sipkes moeten zijn denk ik), die in 1733 heelhuids repatrieerde.
Iemand die met de Oostrust in 1730 repatrieerde was de Holwerder bosschieter Auke Foppes. Hij was in 1724 met zijn dorpsgenoot uit Holwerd (zoek op Holwe*) Hendrik Sijtses met de Hogersmilde naar Batavia gereisd.
Onze Dokkumer bosschieter Jan de Groot viel echter al snel ten prooi aan een dodelijke ziekte en overleed op 17 november 1725 in Azië.

 Posted by at 09:29
sep 072011
 
Op een zonnige vrijdagmiddag bezocht ik Enkhuizen. De auto bij het station geparkeerd en langs de havens wandelend naar het Zuiderzeemuseum. Eerst even naar het ‘binnenmuseum’ met een vaste collectie en wisseltentoonstellingen. Mooi om de oude houten schepen uit de diverse vloten van de aloude Zuiderzeestadjes, maar ook van enkele Friese steden, van dichtbij te kunnen bekijken. En Enkhuizen in de Gouden Eeuw geeft een beeld van het VOC-verleden van een van de kamers van de VOC. Maar vanwege het mooie weer ging ik al snel naar het buitenmuseum, een openluchtmuseum met woningen en oude bedrijfspanden uit met name plaatsen rond de voormalige Zuiderzee. Met afbraak bedreigde panden werden steen voor steen afgebroken en in Enkhuizen weer zorgvuldig opgebouwd. Je kunt zelfs met een gratis boot naar het museum gebracht worden. Bij de aanlegsteiger staan drie imposante kalkovens, waarin van schelpen kalk gebrand werd. Het kunstmatige stadje heeft enkele buurtjes. De kerkbuurt, deels gebaseerd op de plattegrond van Hindeloopen (!), heeft als middelpunt een mooie oude kerk met heuse begraafplaats, van het voormalige eiland Wieringen: Den Oever. En aan de rand hiervan staat een dorpsschooltje, die, tot mijn verbazing, uit Kollum afkomstig is. Binnen is het ook zo authentiek mogelijk ingericht met oude schoolbanken, prenten en lampen. Op een van de schoolborden staat het jaartal 1905 vermeld. Een tweede lokaal schetst de situatie zoals die rond 1930 moet zijn geweest.

Langs een grachtje is een prachtige apotheek gevestigd met een verzameling gapers. De (vrijwillige) klassieke apotheker die aanwezig is verteld met trots over de collectie en het apothekersvak. Hij wijst mij op de site http://www.gapers.nl/ waarop veel informatie over dit uithangbord van de apothekers is te vinden. In de naastgelegen kaaswinkel koop ik een lekker kaasje van een kilo en in de boek- annex souvenirwinkel een boekje over de apothekers, gapers en andere medisch-farmaceutische symbolen: Slang, Esculaap en Gaper (in de aanbieding voor 5 euro).
Er is ook een vissersdorpje die gebaseerd is op het Groningse Zoutkamp en de dorpskern van Urk, met huisjes uit het Friese Paesens/Moddergat! Wat het leven in de dorpjes extra leuk maakt zijn de vele demonstraties van de oude beroepen die vroeger als vanzelfsprekend bestonden: een borstelmaker, zeilmaker, apotheker, potschipper of nettenboeter: allemaal laten ze het ambachtelijke tot leven komen. Een leuk museum ook om met kinderen naar toe te gaan. En de museumkaart is hier geldig!
 Posted by at 09:29
sep 042011
 

Dat er ooit in Noordoost Friesland nog een medisch-historische bron zou opduiken uit dezelfde tijd als het Memoryboeck (1693-1745) van vroedvrouw Catharina Schrader is al een klein mirakel. Het Doktersboek (1699) van Douwe Ales is ook nog eens een prachtige aanvulling op de lange reeks van bijzondere verhalen over Wonderdokters en Duivelbanners in de Friese Wouden. Het door vererving in de familie Veltman terechtgekomen manuscript is eeuwenlang van generatie op generatie gekoesterd als een bewijs van ontwikkelde belangstelling.

Douwe Ales (1682-ca 1714) was een rechtgeaarde sneuper uit een vrij welvarende boerenfamilie die altijd vrijgezel bleef. Hij had drie zussen: Gepke Ales (1670-1745), Antje en Aukje. Zijn relatieve rijkdom stelde hem in staat al op jonge leeftijd veel tijd te besteden aan het verzamelen van geschreven en orale bronnen, voornamelijk in de regio Noordoost Friesland. Vanuit zijn geboorteplaats De Kooten moet hij regelmatig naar Dokkum en omliggende plaatsen zijn gereisd om veldonderzoek te doen bij meesters, bibliotheken en collega-receptenverzamelaars.
Naast Dokkum worden plaatsen als Anjum, Oostrum, Veenwouden, Oostermeer en Hallum in zijn aantekeningen genoemd. De ruim 600 recepten verzamelde hij waarschijnlijk op briefjes die uiteindelijk in 1699 werden afgeschreven in twee kloeke folianten. Aanwijzingen daarvoor zijn te zien in het vergelijkbare receptenboek van de adellijke Titia van Harinxma thoe Slooten die in Tresoar wordt bewaard. Vermoedelijk bestond er in die tijd nog een brede traditie in het verzamelen van mogelijke oplossingen voor de vele, al snel dodelijke, ziektes. Opengesneden kikkers tegen kanker, een levende paling in een zak om je nek tegen hoofdpijn of een levende graspieper koken, zijn maar enkele voorbeelden van huismiddeltjes die als heilzaam werden beschouwd. Magie werd daarbij niet geschuwd, getuige de toverspreuken en bizarre bezweringsformules die regelmatig opduiken. Ook werd nog meermalen de astrologie aangehaald.
(Binnen onze vereniging is bijvoorbeeld van de familie Idsardi bekend dat er ook recepten werden bijgehouden, in ieder geval tot in de 19e eeuw. Laat het ons weten of dergelijke aantekeningen ook in uw familie bewaard zijn gebleven!).

Taalkundig gezien was Douwe Ales niet erg ontwikkeld. Vaak werden Latijnse teksten verhaspeld en wekte Ales de indruk zelf ook niet helemaal te begrijpen wat hij opschreef. Het manuscript geeft wel een prachtig inkijkje in de belevingswereld van onze voorvaderen in Noordoost Friesland en hun omgang met ziekte en gezondheid.

De tekst wordt van een uitgebreide context voorzien door medisch-historicus Mart van Lieburg (die ook het Memoryboeck van Schrader deels transcribeerde) en ons lid professor Goffe Jensma. Het aardige is dat de zeer grondige inleiding verwijst naar onderzoek en bronnenbewerkingen van vele leden van de Historische Vereniging Noordoost Friesland: Libbe Meerema, Simon Wierstra, Wybo Palstra en diverse transcripties op de Sneuper website. Het boek mag daarom niet ontbreken in de boekenkast van elke Friese sneuper die zijn genealogie wil verrijken!

Het ‘doktersboek’ van Douwe Ales, Erasmus Publishing, Rotterdam, 256 blz., 29,50 euro.

http://www.erasmuspublishing.nl/  ISBN/EAN 9789052352060

 Posted by at 09:29
sep 022011
 

Museum Admiraliteitshuis te Dokkum heeft een bijzondere gravure geschonken gekregen van de heer Ted Lierl uit de Verenigde Staten. Het betreft een gekleurde gravure van de omwalling van Dokkum uit 1673. Er zijn slechts enkele gebouwen afgebeeld, zoals de Grote Kerk, Waag en Admiraliteitshuis en een tweetal molens op de dwingers. Naar aanleiding van het rampjaar 1672, de Republiek wordt aangevallen door Frankrijk en Engeland en de bisdommen Keulen en Münster (Bommen Berend), zijn er plannen gemaakt om Dokkum beter te beschermen tegen aanvallen. Het plan van de omwalling is trouwens nooit uitgevoerd.

Dhr. Lierl, die een interesse heeft voor munten en topografica, is bekend in het Admiraliteitshuis omdat hij bij bezoeken aan zijn dochter die in Bartlehiem woont, regelmatig het museum bezoekt.

 Posted by at 09:29
sep 022011
 
In ons verenigingsblad De Sneuper hebben we al diverse artikelen gepubliceerd die gebaseerd zijn op vondsten in de database van VOC-opvarenden.
Zo verschenen artikelen over de Kollumer Jan Braak die als wagenmaker met de VOC naar Batavia ging en daar ook als voorlezer in de hospitaalse kerk werkzaam was (1764-1774). Hij werd zelfs rijk door privé-handel als vrijburger van Batavia zodat hij bij terugkomst in Kollum een mooi huis kon laten bouwen. Mocht er trouwens een lezer nog eens in het nationaal archief in Jakarta komen, dan zou ik het heel leuk vinden als hij daar een bewaard gebleven brief van Jan Braak zou willen scannen/fotograferen. Het betreft een fragment van pagina 5-7 onder nummer 2113, gedateerd 24 november 1780, onderdeel van het Weeskamer archief, zoals online te zien is. Een student van de Universiteit Leiden misschien?

Verder vond ik via de Digitale Studiezaal van het CBG (voor Vrienden gratis te raadplegen) ook een brief uit 1792 van de zwager van onze Kollumer bekende Jan Sijbrandus Braak (hij was getrouwd met Margareta Ytema)/ Yttema/Ittema), Alexander A. Ittema.

Over de avonturier Pytter Tjepkes uit Paesens (Sneuper 101), die op het schip Sloten voer en na terugkomst uit de VOC zich in Ezumazijl vestigde, konden we een boeiend levensverhaal reconstrueren, evenals van de vier Friese matrozen, Jan Hendriks Overbeek, Hans Pieters, Marten Dirks en Aldert Harmens, die rond 1780 gezamenlijk de wijde wereld introkken (Sneuper 99).

Van een kostbaar souvenir van Dokkumer Jan de With kunnen we nog steeds genieten in het Fries Scheepvaartmuseum. Een bezoek waard trouwens!

Aanvankelijk bestond de database vrijwel alleen uit opvarenden die in de periode 1700-1799 meevoeren. De laatste tijd zijn er echter ook aardig wat bestanden toegevoegd die de periode 1633-1699 bestrijken, hoewel daarvan veel minder scheepssoldijboeken bewaard gebleven zijn. Voor Dokkum (zoekend met Do**um) vind je dan 87 nieuwe records, die trouwens direct als excel-file te downloaden zijn! Ik kom bijvoorbeeld assistent Hessel Vlasblom in 1672 tegen met als herkomstplaats Doctum! Hem kende ik nog van een aantekening die ik vele jaren geleden maakte op de Sneuper-websitepagina Friezen in de VOC, gebaseerd op een publicatie in De Navorscher van 1861, p. 187: Onder de nagelaten goederen van wijlen Hessel Vlasblom, van Dokkum, boekhouder aan boord van het Oostind. compagnieschip Rheenen den 10den december 1672 overleden, komt voor “Een coopere schrijffpen“: deze wordt, in éen koop, “met 1 koocker met pennemes en 1 duymstock” gekocht voor de som van twee gulden zeven stuivers door Sebastiaan Pittavin van Amsterdam. Deze Pittavin was de fiscaal op het schip, die onfortuinlijk genoeg op oudejaarsdag 1672 zelf ook aan boord overleed. Er was zelfs een kunstschilder mee op deze reis, Esaias Boursse, die op een eerdere VOC-reis naar Ceylon vele tekeningen had gemaakt (nu in de collectie van het Rijksmuseum). Maar ook hij overleed aan boord, op 16 november 1672.

Onder de Dokkumers in de 17e eeuw zijn veel bosschieters (ervaren matrozen/ schutters met de kanonnen), mogelijk een erfenis van de ervaringen als soldaat in de vesting Dokkum. (Zie ook de beschrijving van een VOC-soldaat over bosschieten.)
En zo vind ik nu zelfs een Teunis Johannes uit Ternaard (zoek op Ternaer) die in 1690 met het schip Lands Welvaren naar Batavia ging. Zoeken op plaatsnaam voor het dorp Ee levert ook nog een zestal vondsten op, waaronder een Arnoldus van Meekeren.
Ga zelf dus ook weer eens sneupen in die mooie VOC-database.

 Posted by at 09:29