feb 012011
 

Afgelopen vrijdag werd in het Aljemint te Leeuwarden het Symposium Watersport in Nederland, Geschiedenis van een Nederlandse uitvinding, gehouden. In een goed gevulde zaal werd een beeld geschetst van de ontwikkeling van de Nederlandse watersport vanaf de 17e eeuwse plezierjachten tot de huidige tijd. Onder auspiciën van de Wurkgroep Maritime Skiednis van de Fryske Akademy werd namens voorzitter Jan de Vries de middag geopend.

Waterland Nederland was vier eeuwen geleden de bakermat van het spelevaren. Daarom mag zonder overdrijving worden beweerd dat de pleziervaart, waar ook ter wereld, een Nederlandse uitvinding is. Om heel precies te zijn, een Amsterdamse.
Pleziervaart begon rond 1600 toen voor het eerst kooplieden een scheepje lieten bouwen waarmee enkel voor het genoegen werd gezeild. Dat was iets nieuws, en tevens een exorbitante luxe. Varen diende immers tot dan toe voor de oorlog, voor de visvangst, of het goederen- en personenvervoer.
Vanaf het midden van de 19de eeuw ontstonden de eerste watersportverenigingen in Nederland.
Opgericht door heren uit de ‘beschaafde stand’ die tevens de besturen vormden. Friesland, maar ook ‘Holland’, kende toen al een traditie van hardzeilen. Maar met de komst van de verenigingen kreeg dit wedstrijdzeilen een formeler karakter en groeide het uit tot een nationale sport. Gedurende de 20ste eeuw evolueerde de watersport geleidelijk tot massarecreatie, niet het minst dankzij de komst van de motorboot. De pleziervaart maakte vanaf het begin van de jaren zestig tot aan de recessie van de jaren tachtig een explosieve groei door. Welvaartsgroei, de standaardisering van de jachtbouw en een hedonistische leefstijl, droegen hier flink aan bij.

Anno 2011 is de pleziervaart in Nederland een belangwekkende industrie waarin meerdere miljarden euro’s omgaan. Zo telt ons land al gauw 400.000 pleziervaartuigen en is Nederland koploper als het gaat om de bouw van megajachten. Twee poten schragen de moderne watersport: een maritiem cluster en een vrijetijdscluster.
Dat vier lange eeuwen spelevaren naast een lange jachtbouwgeschiedenis ook een rijke cultuurgeschiedenis heeft nagelaten spreekt vanzelf. De organisatoren willen met dit programma een aantal aspecten van de geschiedenis van de pleziervaart verkennen.

Eerde Beulakker gaf in zijn presentatie een beeld van de popularisering van de watersport onder het motto ‘Doet u mij maar een boot’. Elisabeth Spits van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam concludeerde dat de boeier wel als meest succesvolle Friese scheepstype gezien mag worden en Geert Dijks van de HISWA schetste in sneltreinvaart een volledig beeld van de Nederlandse watersport in de afgelopen eeuw en de richting waarin het zich ontwikkelt. Jack van den Berg van de Marrekrite sloot de dag af met zijn presentatie over dit unieke Friese samenwerkingsverband.
Het programma kunt u hier nog even nalezen. De resultaten van dit symposium zullen in de loop van dit jaar gepubliceerd worden.

Het volgende symposium van de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy zal weer ingaan op het Sonttolproject, dat rond die tijd online zal staan! Hier werd tijdens het symposium van 2010 al een introductie van gegeven.

 Posted by at 11:27

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.