aug 232009
 

Sneuper Klaas Pera doet onderzoek naar een van de leiders van het Kollumer Oproer van 1797, een onderwerp waar al veel over gepubliceerd is in de Sneuper en losse publicaties, o.a. van Berend van der Veen.

Naast de bekende, ter dood veroordeelde, hoofdrolspelers Salomon Levi (stamvader van een familie De Bruin, naar wie ook nu nog veel sneupers onderzoek doen) en Jan Binnes is er sprake van een mysterieuze Duitser, Johann Christian Sperling. Hij doet zich voor als een afgezant van de Prins van Oranje. Daarom is zijn bijnaam ook wel “De Prins”. Sinds het voorjaar van 1795 houdt hij zich op in de Friese Wouden. Hij geeft zich ook uit als “De Hertog van Brunswijk” en gedraagt zich nogal arrogant. Hij draagt geen boerenkleding, maar loopt in een lange, blauwe officiersjas en draagt ook een ruitersabel. Hij heeft lang, zwart haar tot op zijn schouders en praat met een Duits accent. Hij kent de omgeving goed en neemt de leiding van de opstand op zich. (Bron: “Het Kollumer Oproer” van B. K. van der Veen).
Johann Christian Sperling, ook wel genoemd Johannes of Johan Christoffel Sperling, is geboren in het Duitse Folkertsheim (= Volkerzen in het Westerwald). Voor zijn aandeel in het Kollumer Oproer wordt hij gearresteerd en berecht. Het vonnis tegen hem luidt: vijf jaar gevangenisstraf en bij beëindiging daarvan zal hij verbannen worden.

Het vonnis van het Hof van Friesland tegen Johann Christian Sperling is bewaard gebleven (vonnis tegen Johannes Christiaan Sperling, Rijksarchief Friesland/ Tresoar, Archief Hof van Friesland, 7526 Crimineel Sententieboek 1795-1798, f.263v.).

Citaat uit “Een revolutie ontrafeld” van Jacques Kuiper: “Maar het meest tot de verbeelding sprak toch wel de 26-jarige*, in het Duitse Folkertsheim geboren, Johannes Sperling, in de volksmond beter bekend als ‘de Prins’. Sperling zou het brein achter het oproer zijn geweest. In de Friese Wouden, waar hij al enige tijd rondzwierf, was de in blauwe uniformjas gestoken en met een sabel getooide ruiter een opvallende verschijning. In zijn gesprekken met voorbijgangers sprak hij steevast over verboden politieke kwesties. De lichtgelovige massa dacht al gauw met een naaste medewerker en vertrouweling van de erfstadhouder te maken te hebben. Sperling – in werkelijkheid een gewezen soldaat uit Boornbergum in Smallingerland – speelde het spel mee.

Op 3 februari 1797 dook hij op in Zwaagwesteinde, waar hij contact zocht met Salomon Levy. De mensen bekeken hem aanvankelijk vol argwaan. Toen iemand in de dorpsherberg hem vroeg wie hij eigenlijk was, antwoordde hij zonder blikken of blozen: “Ik schrijf mij Brunswijk!” Of de invloed van deze mysterieuze vreemdelingen bij de onlusten werkelijk zo groot was als de Friese autoriteiten naderhand wilden doen geloven, valt moeilijk te zeggen. Feit is wel, dat zijn aanwezigheid in Kollum en omgeving voedsel gaf aan een, door diezelfde autoriteiten aangewakkerde geruchtenstroom, dat het Kollumer Oproer voortkwam uit een wijdvertakt, oranjegezind complot van internationale omvang.” Bron: “Een revolutie ontrafeld” van Jacques Kuiper.
* Hij moet dus rond 1771 in Folkertsheim (Volkerzen) in de Duitse regio Westerwald zijn geboren. Oorspronkelijk heette deze plaats Volkertzhuzen (voetnoot Klaas Pera).
Zijn leeftijd en geboortejaar stuit wel op problemen. Berend van der Veen beschrijft Sperling als “een man van middelbare leeftijd” tijdens het Kollumer Oproer van 1797. Dat is lijnrecht in tegenspraak met wat Jacques Kuiper over dezelfde man zegt. Citaat uit het boek van Kuiper: “…. de 26-jarige, in het Duitse Folkertsheim geboren Johannes Sperling, in de volksmond beter bekend als ‘de Prins'”. Daarvan uitgaande, zou Sperling in het jaar 1771 geboren moeten zijn. Op grond van zijn leeftijd bij overlijden komt ik echter tot een geboortejaar 1762 (= 1838 – 76 jaar).

Uit Tresoar blijkt, dat hij een onecht kind (Swaantje) heeft verwekt bij Catharina Roodenburg. Swaantje werd geboren in 1800. Dat is ook weer vreemd. Sperling is rond 1798 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf ! Dat zou betekenen, dat hij pas in 1803 uit de gevangenis zou komen. Het lijkt dus wel, of er sprake is van een dubbelganger met dezelfde naam, of hij heeft rond 1800 tijdelijk verlof gehad om de gevangenis te verlaten. In 1814 was Sperling ook nog in Nederland, blijkens het citaat op de site van Anton Musquetier http://www.altijdstrijdvaardig.nl/

Daar staat, dat een zekere Johan Christoffel Sperling (bevorens noemde men hem Prins) uit Opeinde (Zwartveen) een verzoek richt aan de Gouverneur van Friesland.

Wie heeft meer genealogische informatie of onderzoek naar deze Sperling verricht ?

Reacties graag via ons redactie-adres.
 Posted by at 21:36

  4 Responses to “Johann Christian Sperling en het Kollumer Oproer”

  1. Reageer:

    Ik heb volgens mij in mijn boekje over het Kollumer Oproer niets gezegd over het uiterlijk van Sperling. Nou kun je niet alles weten of onthouden, maar toch: waar/ op welke bladzijde zeg ik iets over Sperlings leeftijd?

    Groeten,

    Berend van der Veen

     
  2. Reageer: Reactie K. Pera: Het uiterlijk van Johann Christiaan Sperling wordt door de heer
    Van der Veen uitgebreid beschreven op bladzijde 38 en 40 van zijn
    boek. Op bladzijde 40 wordt Sperling door één van de aanwezigen
    omschreven als een man “van middelbare leeftijd”.

     
  3. Reageer: Beste K. (Klaas?) Pera: Zoals bijna alles in mijn boekje citeer ik één van de aanwezigen bij een bijeenkomst in 1797: zie de aanhalingstekens en sluittekens op blz. 40 (midden v.d. blz.). De beschrijving is afkomstig uit het strafdossier van Sperling aangelegd door het Hof van Friesland. Of die beschrijving klopt of niet klopt weet ik natuurlijk niet & kan ik ook niet weten. IK zeg dus niets over de man, maar haal alleen maar iemand aan die hem (oppervlakkig?) gekend heeft, en dat is een belangrijk verschil! Als dus, zoals u zelf al zegt, één van de aanwezigen hem beschrijft, doe ik dat per definitie niet (ik heb hem tenslotte nooit gekend!). Een beetje flauw misschien, maar toch…

    Groeten, Berend van der Veen

     
  4. Vreemdelingen en ‘import’ namen wel vaker het voortouw bij orangistische oproeren, dat was ook in het Oldambt zo. In 1785 speelt in Scheemda de doktersweduwe Renaud de rol van kwade genius achter de schermen, terwijl er in 1787 een Duitser, Hendrik Hecket, opgepakt wordt, die menigtes toespreekt als afgezangt van de prins.

    Daar staat tegenover dat de meeste oproeren en relletjes in het Oldambt begonnen door activiteiten van echte lokalo’s.

     

 Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.