jan 012017
 
Dat er in België nog vrij veel historisch materiaal van Friezen bewaard is gebleven heb ik op dit blog al meermaals vermeld. Van Friese middeleeuwse relieken (13e eeuw) tot grafstenen in Brussel en ga zo maar door.
Op zich is dat ook helemaal niet zo vreemd, omdat in de Vroegmoderne tijd het economische zwaartepunt van de Nederlanden in eerste instantie nu eenmaal in het zuiden lag. En ook de wetenschappelijke bloei vond veel eerder plaats in Vlaanderen. Al in 1425 ontstond er een katholieke universiteit in Leuven, terwijl de eerste Noordnederlandse universiteit pas in 1575 (na de reformatie) in Leiden werd gesticht, gevolgd door de universiteit van Franeker in 1585. Die hadden dan ook als primair doel het opleiden van de broodnodige gereformeerde predikanten.

Om te studeren gingen Friese jongelingen (voor 1575) dan ook veelal naar plaatsen als Heidelberg, Oxford, Douai of Leuven.
De Dokkumer wetenschapper Gemma Frisius (1508-1555) genoot in Leuven zijn opleiding in de geografie, wiskunde en medicijnen en was later de leermeester van de beroemde cartograaf Mercator.
Toen ik recent met de familie in Gent was, bezocht ik de beroemde Sint-Baafs kathedraal. In eerste instantie gaan de meeste mensen, ook ik, hier naar toe voor het aanschouwen van het wereldberoemde kunstwerk De aanbidding van het Lam Gods. Dit polyptiek (uit meerdere panelen bestaande) schilderwerk van de gebroeders Hubert en Jan van Eyk werd rond 1432 gemaakt in opdracht van het echtpaar Joos Vijd en Lysbette Borluut, die beide op een zijpaneel zijn afgebeeld.

Nisgraf Aytta met grafschrift en blazoen
Wat ik mij niet gerealiseerd had was dat er ook een Fries een belangrijke rol gespeeld heeft in de geschiedenis van de Sint-Baaf. Viglius Aytta van Swichum (1507-1577) was een zoon van een eigenerfde Friese boer en maakte carriëre als raadsheer en diplomaat onder keizer Karel V en zijn zoon Filips II. De leeftijdsgenoot van Gemma Frisius (ze moeten elkaar haast wel gekend hebben) was een voorvechter van het katholicisme, ook nog na de reformatie. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1553 ging hij zich meer met religieuze zaken bezighouden als proost van de Gentse Sint-Baaf. Hij was echter zijn familie in Friesland niet vergeten en zorgde er dan ook voor dat vele neefjes in Leuven konden studeren. In het Genealogysk Jierboek 2011 is een uitgebreid artikel verschenen over de Ayttana. Er moest immers ook bewezen kunnen worden dat men familie was, om in aanmerking te komen voor een studiebeurs.

Viglius was niet alleen geestelijk leider van de Gentse kathedraal maar ook archivaris van Vlaanderen op kasteel Rupelmonde, in 1559 de eerste bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel en tevens kanselier van de Orde van het Gulden Vlies. Ook was hij voorzitter van de Geheime Raad maar pleitte voor een gematigde kettervervolging. Vanuit zijn humanistische idealen (Erasmus was een goede vriend) had hij speciale belangstelling voor geschiedenis en stichtte hij in zijn geboorteplaats Swichum een hospitaal en in 1569 in Leuven het naar hemzelf genoemde Vigliuscollege voor theologie, filosofie en rechten.
In de kooromgang van de Sint-Baafskathedraal zijn vele kapellen ingericht die op initiatief van gilden, bisschoppen, kanunniken of privé-personen zijn betaald.
Drieluik Frans Pourbus voor Viglius Aytta

De kapel van Sint-Nicolaas is speciaal ingericht voor Viglius Aytta. Aan de rechterzijde is in de wand zijn nisgraf, met grafschrift en blazoen, ingemetseld. Daar tegenover, aan de linkerzijde is een groot geschilderd drieluik te zien. Het altaarstuk uit 1571 is van de hand van de bekende Brugs-Antwerpse schilder Frans Pourbus. Op de achterzijde van de luiken knielt opdrachtgever Aytta voor Christus als de Zaligmaker. Aan de voorzijde staan op de drie luiken episodes uit het leven van Jezus. Op het middenpaneel staan echter ook diverse andere personen. Naast Aytta, links vooraan in een rood kleed met grijze baard, staan keizer Karel, zijn zoon Filips II en de beruchte hertog van Alva afgebeeld. Maar ook linksvoor staan vertegenwoordigers van de protestanten, waaronder Calvijn, afgebeeld! Op de troon zit waarschijnlijk aartsbisschop Granvelle, een belangrijke man in het leven van Viglius.
Ook bijzonder is dat op de zijluiken diverse kunstenaars zijn geportretteerd, waaronder Cornelis Floris, Lanceloot Blondeel, Pieter Bruegel en de schilder Frans Pourbus zelf, met zijn vrouw Suzanna Floris. Het tekent het goede gevoel voor (beeldende) propaganda van Aytta.
Bij het binnenkomen en verlaten van de kerk zijn nog meer sporen van Viglius bewaard gebleven. Het eikenhouten portaal bij de ingang draagt in de kroonlijst de tekst "Vita Mortalium Vigilia", ofwel "Het leven van stervelingen is een wake".  Het tochtportaal is in 1572 gemaakt in opdracht van Viglius Aytta en draagt dan ook, naast het woordspel, zijn uitgesneden wapenschild met korenschoof boven een feniks.
Al met al weer een prachtig inzicht in het leven van een invloedrijke Fries in het huidige België!

Overigens: ook in het stadhuis van Dokkum hangt nog een portret van Aytta (uit de collectie van het Fries Museum). Hij was geparenteerd aan de Hanya's van Holwerd.

Update: Dankzij Siebrand Krul, hoofdredacteur van o.a. Historisch Tijdschrift Fryslan, deze aanvullingen. Een verklaring voor Calvijn en Viglius’ aanwezigheid in de Sint Baafs komt uit ‘Het geheugen van Nederland in Gent’ van Herman Balthazar (emeritus hoogleraar) en Johan Decavele (voormalig directeur Cultuur Stad Gent).

De triptiek van Viglius van Aytta in de Sint-Baafskathedraal in Gent
De eerste zijkapel aan de rechterkant van de kooromgang is de grafkapel van Viglius van Aytta (1507-1577). Ze wordt beheerst door een groot drieluik. Wigle of Viglius, zoon van een boer uit het het piepkleine Friese Zwichum bij Leeuwarden, werd één van de meest vooraanstaande juristen van zijn tijd. Vanaf 1549 was hij het brein van het Habsburgse regeringsapparaat in Brussel, waar hij voorzitter was van de belangrijke regeringsraden. Als eindverantwoordelijke voor de toepassing van de keizerlijke ketterij-plakkaten pleitte Viglius voor een gematigde uitvoeringspraktijk. Hij verwachtte meer van overtuiging met redelijke argumenten dan van het gebruik van de botte bijl.

Het middenpaneel van dit schilderij is daar een uiting van. Het thema is de jonge Christus tussen de schriftgeleerden, maar in werkelijkheid is het een symbolische voorstelling van de religieuze meningsverschillen van die tijd.
Links ziet men de vertegenwoordigers van de katholieke orthodoxie: keizer Karl V, koning Filips II, de hertog van Alva, de eerste Gentse bisschop Cornelius Jansenius (afkomstig uit Hulst), en zeer prominent ook de zittende Viglius zelf.
Aan de overkant staan onder meer Calvijn en de Gentse calvinistische volksleider Jan van Hembyze, terwijl vooraan een jonge knaap een zware bijbel in de hand houdt. Maar ook aan die kant blijkt Viglius te zitten, die dus blijkbaar geen partij kan kiezen. De hogepriester op de troon, die als het ware radeloos de handen uitsteekt over zoveel ideologische strijd, is te identificeren met Nicolas Perrenot, een belangrijk staatsman onder Karel V en vader van de bekende kardinaal Granvelle.

Viglius, als opdrachtgever knielend afgebeeld op het rechter buitenluik, bestelde het schilderij bij Frans Pourbus voor zijn toekomstige grafkapel in de Sint-Baafskathedraal. Hij was hier immers proost van het kapittel, een lucratieve benoeming die hij in 1563 in de wacht had gesleept en waartoe hij na de dood van zijn echtgenote zich door kardinaal Granvelle tot priester had laten wijden. Even werd hij genoemd voor het ambt van eerste bisschop van Gent, maar hij weigerde. Net toen werd hij ervan beschuldigd door zijn inhaligheid groot schandaal te hebben verwekt. In een brief van landvoogdes Margaretha van Parma aan Filips II van 8 oktober 1564 heet het dat hij ringen, juwelen, vaatwerk, linnen, bedden, tapijten en andere meubelen van de Gentse proosdij ontvreemd en naar Friesland gestuurd had, en dat hij zich al het baar geld van de overleden abt François d’Havroult van Sint-Pieters, zo’n 100.000 gulden, had toegeëigend. Een vreemd kantje van een uitzonderlijke man. Wat niet belette dat hij zich later toch heeft ontpopt als maecenas van de Sint-Baafs.
 Posted by at 17:28

 Leave a Reply