dec 272015
 
Het mededelingenblad van NGV Friesland, 11en30, nummer 81, jaargang 21, is een themanummer 'Ommerschans en Veenhuizen'.
In de reeks aangekondigde lezingen zien we o.a.:
Zaterdag 16 januari 2016, in Historisch Centrum
Leeuwarden, lezing door Anne Doedens en Jan Houter over De brand op Terschelling in 1666. De vloot van de Republiek die op de Vlierede voor anker lag met 170 schepen werd aangevallen en op tien tot vijftien schepen na vernietigd. Heel West-Terschelling ging in vlammen op. In 2014 verscheen hierover het boek 1666, Het Vlie brandt, met het schilderij van zeeschilder Willem van der Velde de jonge, in samenwerking met zijn gelijknamige vader.
Overigens werd er een jaar later wraak genomen tijdens de Tocht naar Chatham waaraan o.a. een Fries smaldeel onder leiding van Hans Willem baron van Aylva deelnam.

Zaterdag 12 maart 2016, lezing door Kees Mandemakers over Wetenschappelijke databases (HSN en LINKS) en onderzoek.

Verder de volgende artikelen:
- Jantje Kolf en haar zoon Jan Kouer in de bedelaarskolonie, Tineke Slof
- Minke de Wit, Mattie Bruining-Hoeksma. Ze werd op 21 april 1803 geboren in Tzummarum als dochter van Sierd Durks en Trijntje Jans.
- Sake Poppes Buitenhof, 8 oktober 1821 Gorredijk- 13 januari 1891 Veenhuizen, Janna Chun-Selie
- Willem en Pieter Veeningh, George Schepperle, Leeuwarden.
- Sara Groen in de herkansing, Tineke Slof. Met zoon Nicolaas Freni.
- Keimpe Ouwes Streekstra in de bedelaarskolonie van Ommerschans, Tineke Streekstra. Haar oudst bekende voorvader Keimpe is geboren in 1776 in Wierum als zoon van Ouwe Keimpes en Trijntje Jarigs. Op 3 juni 1796 in Wanswerd getrouwd met Trijntje Harmens Pallas. Hij was visser, schipper en koopman totdat hij waarschijnlijk failliet ging. Op 19 november 1828 wordt hij vermeld in het boek van de Armvoogdij van Aalsum. Een maand later wordt hij ingeschreven in Veenhuizen. Auteur van het artikel Tineke Streekstra doet een oproep voor meer informatie over haar voorouders. Ze heeft geen computer maar wel telefoon (netnummer Leeuwarden), 2131633.
- Sjoerd Wiebes Bakker (1867-1902), Martha Kist. Geboren in Hardegarijp en als 9-jarige wees. In het Drents Archief is zijn signalementskaart met foto's en vingerafdrukken bewaard. Toegang 0137.01, inv.nr. 339, nr. 162.

Sneuper Wil Schackmann, die ook diverse keren in ons ledenblad De Sneuper publiceerde, meldt recent:
Kortgeleden heeft het Drents Archief scans van een heleboel stamboeken van bewoners van de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid op internet gezet. Het gaat om bewoners van de vrije koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord en de onvrije koloniën Veenhuizen en de Ommerschans. De bevolkingsgroepen waarvan de boeken online zijn gezet zijn bedelaars, weeskinderen, militaire veteranen, arbeidershuisgezinnen en vrije kolonisten en de bij hen ingedeelden.
Het gaat om enkele tienduizenden mensen. Via die scans is het mogelijk van die mensen te achterhalen wanneer ze aangekomen zijn, waar ze precies gewoond hebben, bij wie ze in huis woonden en waar het de bedelaars betreft zijn er in de meeste gevallen ook signalementen te krijgen.
Helaas zijn er geen moderne digitale indexen op deze stamboeken, er zijn alleen in die tijd (eerste helft 19e eeuw) gemaakte handgeschreven indexen, die ook als scans in te zien zijn.
Het vergt enige uitleg hoe bij die scans te komen en daarna hoe je er het best in kunt zoeken, maar ik heb getracht dat zo goed mogelijk uit te leggen in drie artikelen:
Deel 1: https://velehanden.n...re_cmw/id/33770
Deel 2: https://velehanden.n...re_cmw/id/34750
Deel 3: https://velehanden.n...re_cmw/id/35784

dec 232015
 
Via Antonia Veldhuis werd ik getipt over een webpagina bij het Historisch Centrum Leeuwarden met daarop een Chronologische lijst van de merkwaardigste meest crimineele sententiën van het Hof van Friesland te Leeuwarden, ter Canselarij uitgesproken van 1516-1800.

Van de periode 1700-1811 hadden wel al diverse indexen van Tresoar en R.S. Roarda, maar bovengenoemde kende ik nog niet. Wel had ik ook indexen terug tot 1600 online gezet.

Het leuke is vooral dat er een kleine samenvatting gegeven wordt van de veroordelingen. En die logen er in vroegere tijden niet om. Sterker nog: ze waren veelal zeer wreed. Echt volgens het principe Oog om oog, tand om tand.
Vooral tussen 1516 en 1700 werd je voor relatief lichte overtredingen al met het zwaard bewerkt en veelal onthoofd in Friesland! De beul moet het er maar wat druk mee gehad hebben.
1574, d. 23 Oct zijn Tjerk Teykes en Frederik Tjeerds wegens dieverije by nagt gepleegd ten huize van Poppe van Bourmania onthooft.

Ook werd men te pas en te onpas uit Friesland verbannen, zoals bijvoorbeeld dit geval:
1652, D 1 Juny is Griet Jans van Dokkum wegens toverye en waarseggen gegeesselt en voor 10 jaaren gebannen.
Of deze: 1789, d. 18 juny is Sjoerd Jacobs Mook van Dokkum wegens het steelen van een stuk kant voor agt dagen te water en brood gezet, en voorts voor een jaar buiten het quartier van Oostergo gebannen.

Trijntje Hendriks is een soort draaideurcrimineel. Steeds weer begeeft zij zich op het slechte pad. Ze was getrouwd met een man uit het Waalse Luik, Leenerdt Leenardts en werkte enige tijd in het vlas.
Lees het uitgebreide vonnis over haar: 1668, 9mei. Sententie voor Tryn Hendriks wegens mishandeling Christiaan Wolters aangedaan.

Vrouwen die een pasgeboren kind afstootten werden vaak eerst te pronk gesteld met een pop en vervolgens vaak alsnog onthoofd of verdronken. Soms ook nog onder de galg begraven!
1541, d. 16 february is Thiet Remmolts dogter van Nykerk in Oostdongardeel, wegens het weder leggen van een naakt kind dat naderhand dood gevonden is by de galge verworcht en aan een rad gehangen.
1631, d. 1 October zyn Merk Sybrants en haar dogter Griet Sybrants wegens het ombrengen van een kind, waarvan de dogter in stilte bevallen was, beide by de galge en het water verdronken en versmoort.
1659, d. 15 octob is Auck Jouckes van Lippenhuisen wegens het moordadig ombrengen van haar eerstgeboren kind in een sak by de galge vermoord, voorts ’t lighaam in de sak op een rad gestelt hebbende in de eene hand een gemaakte doorgesneden pop, en in de andere een mes.

Voor de reformatie in 1580 stonden er zware straffen op 'blasfemie'. Zoals in 1525 voor Willem Taekes uit Anjum of in 1539, d 20 Mei is Gerrit Luitjes wegens blasphemie een uur lang te pronk gestelt voorts een yser door syn tong gestroken en daar mede een goede wijle tijds laten staan.

Ofke Haayes die in het Kollumer Oproer van 1634 een rol speelde werd onthoofd in 1636.

Jacob Sybes uit Ternaard voor het Reboelje yn de Dongeradielen ook onthoofd in 1750.

Brandstichters werden zelf verbrand: 1673, d. 15 maart is Zacheus Abbema van Collum wegens brandstigtinge te Collum gepleegd, toen de meeste ingezetenen uit vrees voor de munsterschen van daar gevlugt waren, op de Geregtsplaats buiten de stad geworgd voorts met den vuure gesengd en het lighaam in de volgende nagt begraaven.

Mensen uit Kollum (Collum), Wierum, Akkerwoude, Rinsumageest en Dokkum worden genoemd. Leest u het maar eens op uw gemak door die Chronologische lijst van de merkwaardigste meest crimineele sententiën van het Hof van Friesland te Leeuwarden, ter Canselarij uitgesproken van 1516-1800.
dec 162015
 
Het winternummer van 2015 van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 120, heeft als coververhaal '400 jaar Carillon Dokkum'.
Niet alleen wordt de geschiedenis van het carillon behandeld door stadsbeiaardier Auke de Boer, ook wordt uitgebreid beschreven wie de organisten en beiaardiers door de eeuwen heen in Dokkum waren. Piet de Haan neemt dit doorwrochte artikel voor zijn rekening.

Jack Boersma vertelt het waar gebeurde verhaal van 85 jaar geleden (1929 ) aan de Dôlle bij De Trieme onder Westergeest. Hoofdrolspelers zijn veehouder Jacob Steringa en zijn buurmannen arbeider Auke van Assen en ‘gernierke’ Heine van Assen.

Dr. Arjen Dijkstra van de Rijksuniversiteit Groningen neemt ons mee naar de academische voorspoed van drie jongens die, net als hijzelf, hun roots hadden in Noordoost-Friesland, en gingen studeren aan de Universiteit van Franeker.
Balthasar Bekker
, bekend van zijn aanklacht tegen het bijgeloof in de Betooverde Werelt, Ulrik Huber, de later beroemd geworden rechtsgeleerde die nu nog steeds een standbeeld in Den Haag heeft en de professor in de wiskunde Abraham de Grau, die een komeet ontdekte.
Dijkstra promoveerde zelf, bij uitzondering, in Franeker op het proefschrift met de intrigerende titel Between Academics and Idiots, A cultural history of mathematics in the Dutch province of Friesland (1600-1700). Een hoofdrol in de publicatie is weggelegd voor Adriaan Metius.

Hilda Bouta put weer uit haar rijke privé-archief met prachtige foto's uit de Eerste Wereldoorlog van Friezen in het Brabantse Waalwijk.

Nico Douma laat zien hoe rond 1900 stereofoto's populair worden, met een paar prachtige voorbeelden van Dokkum.

En de Amelander genealoog Pieter Jan Borsch had een mooie aanvulling op ons eerdere artikel in De Sneuper 112, december 2013 over Boskma en Keegstra's met Holwerders op de kooiplaats op Ameland.

Zo is De Sneuper 120 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in!
Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper dat binnenkort bij de leden op de mat valt (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- 400 jaar carillon Dokkum, Auke de Boer
- Klokkenisten & beiaardiers van Dokkum, Piet de Haan
- De Trieme yn 't ferline, Jack Boersma
- Academische voorspoed (Balthasar Bekker, Ulrik Huber, de Grau), Dr. Arjen Dijkstra
- Twee stereofoto's van Dokkum, Nico Douma

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Dan maar weer verhuizen (Oebele Haakma en Idske Botma), Jaap van Klaarbergen
- Holwerders op de kooiplaats (Ameland) & De Blieke, Pieter Jan Borsch

 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
. Over de nieuwe tentoonstelling over het Kollumer Oproer in Museum Dokkum.
- HERALDIEK: wapen van Oostdongeradeel, Rudolf Broersma

- Veldpost WO I: Knoopnaaien in Waalwijk, Hilda Bouta
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
- WEBSITE & -BLOG: Kronieken en reisverslagen, Hans Zijlstra
- Herdruk Geschiedenis van Dokkum. U kunt nog intekenen!

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kadootje voor de kerst)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).
U kunt ook nog met korting intekenen op de herdruk van het unieke boek Geschiedenis van Dokkum!
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier. 
dec 152015
 
Het jaarboek 2015 van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, in samenwerking met de Fryske Akademy, De Vrije Fries is het vijfennegentigste deel sinds de start in 1839!
Alle leden van het genootschap ontvangen het kloeke boek als onderdeel van het lidmaatschap. Ook het Historisch Tijdschrift Fryslan hoort hierbij.
De inhoud van De Vrije Fries gaat in de meeste gevallen de diepte in van een onderwerp dat past binnen de context van Friesland, geschiedenis, cultuur en wetenschap.
Het komende jaar zal een nieuwe frisse website gelanceerd worden waarop, nog meer dan nu al het geval is, een groot deel van de oudere publicaties digitaal beschikbaar wordt gemaakt.

Om een goed beeld van de inhoud van dit nummer van De Vrije Fries te geven volgt hier het Redactioneel:
Dit 95ste jaarboek van De Vrije Fries bevat volgens traditie een breed scala aan artikelen over het lange en veelzijdige verleden van Fryslân. Er is aandacht voor alle hoeken van de provincie, inclusief de Stellingwerven en het Waddengebied. Een van de artikelen brengt ons bovendien in het Duitse Nordfriesland. De brede oriëntatie betreft verder mens en dier, het gewone volk en de elite, hun onderricht, kunst en archeologische nalatenschap. Ook wordt de discussie over de Friese identiteit in deze aflevering voortgezet.

Jorieke Savelkouls opent de editie met een nieuwe geschiedenis van it hynder yn Fryslân en it Fryske hynder. In haar Engelstalige artikel onderscheidt zij deze paarden met slechts één letter, dus wees op uw hoede: de Frisian horse naast de Friesian horse. Pas rond 1900 werden de kenmerken vastgesteld waaraan de Friesian horse – oftewel het stamboekpaard – moest voldoen. Een gepopulariseerde versie van dit artikel is te vinden in de vrijwel gelijktijdig verschijnende wintereditie van het tijdschrift Fryslân.

Kees Kuiken verdiept zich vervolgens in de identiteitspolitiek van de Stellingwerver beweging. Hij graaft eerst in het verdere verleden om daarna te kunnen analyseren hoe de Stellingwervers tamelijk recent een verbeelde gemeenschap hebben gevormd, door zich zowel te spiegelen aan als te verzetten tegen de verbeelde gemeenschappen van de buurregio’s. Zijn bijdrage past voortreffelijk in het huidige onderzoek naar transregionale geschiedenis en het veld van ‘border studies’.

Ineke Noordhoff benadert evenals Savelkouls de relatie tussen mens en dier, in dit geval in de bijzondere omgeving van het Terschellinger duingebied. Het gemeenschappelijke gebruik ervan voor de begrazing door vee heet hier oerol (overal). Sinds 1982 is deze term echter ook gekoppeld aan het intussen succesvolle toeristische festival op het eiland en staat deze voor de beleving van overal cultuur. Het is daarom goed dat Noordhoff de oorspronkelijke betekenis voor het voetlicht brengt en landschapsgeschiedenis verbindt met eerdere inkomstenbronnen van de eilanders.

Na de oprichting van de Franeker universiteit in 1585 door stadhouder Willem Lodewijk hield het Huis Nassau-Dietz een warme band met deze instelling, onder andere door er zijn jonge prinsen te laten studeren. Als eerstejaars werden deze verwelkomd met een academische oratie. Sybren Sybrandy bestudeert de Latijnse redes voor drie Nassause studenten, die ook alle drie stadhouder werden. Het betreft een genre dat overeenkomsten vertoont met de vroegmoderne ‘vorstenspiegels’.

De bijdrage van Sytse ten Hoeve brengt ons daarna bij het werk van de bijna vergeten achttiende-eeuwse Duitse beeldhouwer Johannes George Hempel. Diens grandioze erfenis is vooral te vinden in Sneek en het noordwesten van Fryslân. Ten Hoeve heeft daarover een schat aan gegevens bijeengebracht, die uitnodigen tot nader onderzoek. De meeste illustraties in de kleurenkaternen betreffen het fraaie werk van Hempel.

Otto Knottnerus is de auteur die het blikveld verlegt naar Nordfriesland, wat hij doet in een beschouwing over Friese identiteit rond 1800. Hij begint niettemin met het politieke drinkritueel van ‘de uitluider’ tijdens de patriottentijd in Franeker. Het glaswerk daarvoor kwam van de patriotse medicus Jan de Vicq Tholen, die in 1787 de restauratie niet afwachtte maar via Altona naar het Duitse Husum vertrok. De Vicq Tholens verdere levensloop is de opmaat naar bredere bespiegelingen over de ontwikkeling van het vrijheidsbesef in de gehele kustregio. Knottnerus’ conclusies bieden interessante gezichtspunten voor verder debat, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag of het emancipatieproces van de Friese taalbeweging al dan niet is voltooid.

Het laatste artikel is van Corien Rattink, die het leven van de wâldtsjer Rients Agema onderzoekt. In 1881 was deze het slachtoffer van klassenjustitie, na een schietincident bij zijn werkgever Johannes Bieruma Oosting in Oranjewoud. Hoewel Agema in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs werd vrijgesproken, wist hij zijn leven niet meer goed op de rails te krijgen. Hij eindigde als landloper en werd een goede bekende van het Drentse Veenhuizen. Zowel Rattink als Knottnerus schenkt aandacht aan materiaal dat tegenwoordig door het Fries Museum wordt bewaard, een van de instellingen die ook voor dit nummer veel illustraties heeft verschaft.

Deze aflevering wordt afgesloten met enkele beschouwingen over recente publicaties op het terrein van de voorgeschiedenis en archeologie in de Friese en omringende landen. De eerste beoordeling komt van Egge Knol en de tweede van oud-redactielid Ernst Taayke. Daarna volgt de archeologische kroniek over 2013 en 2014, het eerste overzicht waarvoor Nelleke IJssennagger het materiaal vanuit het veld bijeenbracht. Hulde aan allen die deze kroniek mogelijk maakten.

Ook dit kalenderjaar veranderde de redactie van samenstelling. Begin 2015 namen wij, onder grote dankzegging voor al hun redactionele werkzaamheden, afscheid van Piet Bakker en Marjan Brouwer. Hun namen zijn verbonden aan de jaargangen vanaf achtereenvolgens 2004 (!) en 2013. We verwelkomden in januari Martha Kist en Hans Zijlstra. Met de komst van Suzanne Rus, halverwege het jaar, voelt het redactieteam zich op volle sterkte.

Dit jaarboek verschijnt onder auspiciën van zowel het Fries Genootschap / Frysk Genoatskip als de Fryske Akademy. Wij zijn beide organisaties zeer erkentelijk voor de mogelijkheden die zij ons bieden om dit jaarboek te realiseren en toekomstplannen te smeden. In het bijzonder zijn wij verheugd over de professionele redactionele ondersteuning die de Fryske Akademy ons recent heeft verleend door een van haar medewerkers permanent beschikbaar te stellen voor onder meer eindredactionele werkzaamheden. Als redactie kunnen wij ons hierdoor voortaan meer richten op de inhoud van de komende edities en de webpagina’s bij het jaarboek, die momenteel vernieuwd worden. Nieuwe kopij op het terrein van de Friese cultuur en geschiedenis is altijd van harte welkom.
dec 132015
 
Hindeloopen, de 11e stad van Friesland, lag op een soort schiereiland dat in de Zuiderzee uitstak. Hoewel de stad niet beschikte over havenfaciliteiten voor grote zeeschepen, en ook niet over goede verbindingen met een achterland, was de koopvaardij toch de belangrijkste bedrijfstak ten tijde van de Republiek.
De scheepvaartsector leverde het vervoer voor de handel en nijverheid in Holland. De cargadoors in Amsterdam waren de voornaamste opdrachtgevers en Noorwegen was een belangrijke bestemming. Toen in de Franse tijd Amsterdam zijn positie als wereldhaven verloor kwam er een eind aan de bedrijvigheid van de scheepvaart in Hindeloopen. Van het maritiem verleden is er betrekkelijk weinig bewaard gebleven. De meeste aandacht ging uit naar de folklore, de klederdrachten, het schilderwerk en de eigenaardige taal.
Het Museum Hindeloopen heeft de Wurkgroep Maritieme Skiednis verzocht mee te denken over hoe dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de stad vorm zou moeten krijgen.
In de discussies noemen we dit project de Hindelooper Zeereis. Dit symposium zal een eerste aanzet vormen voor de uitwerking van de ideeën over deze zeereis. Een aantal inleiders zal de verschillende aspecten van het maritieme verleden van Hindeloopen belichten. We nodigen u uit om mee te gaan op deze boeiende en avontuurlijke reis.

Het bestuur van de Wurkgroep Maritieme Skiednis

Programma:
13.30 Ontvangst met koffie/thee
14.00 Opening van het symposium door de dagvoorzitter Rob Leemans
14.05 Toelichting op de plannen van het Museum Hindeloopen door Ties Elzenga, voorzitter van de Hidde Nijland Stichting
14.15 Ontwikkeling van de Zuiderzeesteden door Karel Gildemacher
14.45 De zeeschepen van de Gouden Eeuw door Elisabeth Spits
15.15 De kunst van het navigeren in de 17e en 18e eeuw door Rob Leemans
15.45 Pauze
16.15 De partenrederij als bedrijfsvorm bij de Friese koopvaardij in de 18e eeuw door Jelle Jan Koopmans
16.45 Schippersgemeenschappen in de Zuidwesthoek door Cor Trompetter
17.15 Lokale zeehelden door Jan de Vries (over o.a. Wiebe Siewerts)
17.45 Terugblik op het symposium door Hanno Brand, directeur – bestuurder Fryske Akademy
18.00 Borrel met aansluitend buffet

Zaterdag 23 januari 2016, 14.00 – 18.30 uur
In De Foeke - Hindeloopen
Nieuwstad 49, 8713 JN Hindeloopen,
0514 522017

Toegang en opgave
Dit symposium is voor iedereen toegankelijk.
Meedoen aan het symposium kost € 5.
De kosten voor het buffet zijn € 15. Het totaalbedrag kan aan de zaal betaald worden (graag gepast geld).
Opgave kan tot en met vrijdag 15 januari 2016 bij de Fryske Akademy: e-mail baly@fryske-akademy.nl of telefonisch 058 2131414.
Goed aangeven of u alleen voor het symposium komt of voor het symposium én het buffet. Dieetwensen graag doorgeven bij uw aanmelding. Wilt u gebruik maken van de vervoerservice van station Hindeloopen naar De Foeke? Geef het door bij uw aanmelding.
dec 122015
 
Het magazine van het CBG, Gen, heeft deze keer een prachtige cover met een portretschilderij in pastel van de Groningse Tjadduwe Jans (1745-1824), toegeschreven aan Theodorus Bohres, 1816. Deze Oostgroningse was getrouwd met Egbert Geerts Sterenborg (1738-1828).
De portretten deden me overigens direct denken aan de pastelportretten van Dokkumer jeneverbrander Oege Goslings en zijn vrouw Tietje Colerus.
Het zou niet vreemd zijn als de (toen) stad-Groninger Bohres ook deze portretten heeft vervaardigd!
Hij maakte namelijk de portretten van diverse echtparen uit De Waarden (gemeente Grijpskerk), bij Kommerzijl. Het Groninger Westerkwartier is altijd al een sterk met onze regio verbonden gebied geweest. Zo zien we herenboer Klaas de Waard (1787-1852) en echtgenote Menke Krijthe (1790-1844) en ook  Dirk Klaassen de Waard (1794-1825) met zijn echtgenote Lucina Thema (1795-1836).
Eveneens op De Waarden zien we Pieter Dirks Teenstra (1789-1862) en Janke Djurres Siccama (1792-1822).
Ook Rendert Willems van Holdinga (1792-1859) en Aafke Oeges de Waard (1799-1850) en Harke Jans van Holdinga (1780-1828) met Jantje van Leggelo ( -1862).
Bohres moest het waarschijnlijk hebben van mond-tot-mondreclame in familienetwerken. Toen hij later verhuisde naar het Zuiden portretteerde hij ook een Limburgs familienetwerk.

Nog mooier is wellicht het Portret van de familie van Douwe Martens Teenstra (1795-1864).

In deze stijl van pastelportretten werkten ook twee andere regionale kunstenaars: Wessel Lubbers en Berend Kunst.

Een mooie variëteit aan artikelen verder in het magazine:
Jacobus Lissone: de man die de wereld kleiner maakte
Lissone was de eerste Nederlander die groepsreizen organiseerde. Hierdoor werd het voor veel mensen opeens mogelijk om geheel nieuwe delen van de wereld te verkennen. Anke Stegehuis beschrijft de ontwikkeling van een grote reisorganisatie.

Het verborgen familieleven van BN’ers
Het programma Verborgen verleden is een begrip in televisieland. Zaterdagavond 9 januari begint een nieuwe serie. Lilian de Bruijn nam voor Gen. een kijkje achter de schermen.

Wie is wie in laatmiddeleeuws Brussel
Brussel groeide in de late middeleeuwen uit tot een van de grootste steden van de Nederlanden. Bram Vannieuwenhuyze vertelt over het databaseproject dat de inwoners én bezoekers in kaart brengt. U kunt zoeken via de website van Rijksarchief België en er is een handleiding Wie is Wie in laatmiddeleeuws Brussel beschikbaar.

Collectegiften in de Republiek
Familiehulp was in de zeventiende eeuw verre van vanzelfsprekend. Daarom vond in veel steden minstens één keer per week een huis-aan-huiscollecte plaats. Daniëlle Teeuwen onderzocht collectegiften en de financiering van armenzorg in de Republiek.

Armoede in een Aziatische stadskolonie
Henk Niemeijer verdiepte zich in de armoede in Batavia. Door bittere armoede gedwongen verkochten mensen zichzelf daar als slaaf, en wonderlijk genoeg konden veel armen zichzelf alleen in leven houden door gebruik te maken van de diensten van een slavin.

Bolle Dirck en de armen van Woubrugge
Veel genealogen denken dat over voorouders die arm waren, nauwelijks iets in de archieven is te vinden. Léon van der Hoeven legt uit dat dit zeker niet altijd zo is. Armenrekeningen kunnen een heel rijke bron zijn.

Van achterbuurt tot achterstand
Net als de grote steden in het westen kreeg Deventer in de negentiende eeuw te maken met overbevolking en verkrotting. Vincent Sleebe deed onderzoek naar een nieuwe achterbuurt, die ontstond na de invoering van de Woningwet in 1901.

Zingen over vrijheid in een kamp
Elisabeth Lugt werd geboren in Batavia. Haar grote droom was het, zangeres te worden. Door de oorlog en de terugkeer naar Nederland leek deze droom aanvankelijk niet uit te komen. Tommy van Es vertelt het verhaal van een gedreven vrouw.

Priester tussen twee werelden
Luuk Keunen brengt met oude foto’s en briefjes het tragische levensverhaal van de Brabantse priester en missionaris Willem van den Nieuwenhof over het voetlicht.

Groninger herenboeren in beeld
Oud-CBGmedewerker Jochem Kroes vond op de markt oude foto's van pasteltekeningen. Hij ging op zoek naar informatie over de afgebeelden en de vervaardiger van de portretten. De (ingekleurde) afbeeldingen zijn vermoedelijk uit een familie die boerde op De Waarden bij Grijpskerk.

En dan zijn er natuurlijk de vaste rubrieken:
NostalGen, met als thema dienstpersoneel, de tweede aflevering van de serie 'de zeven pijlers van de genealogie', de columns - waaronder de laatste bijdrage van Els Kloek, de boekenrubriek en de Verleden tijd.
dec 112015
 
Het zoeken van oude boeken is al sinds de late middeleeuwen een bijna romantisch vak. Zelfs in de literatuur spelen verloren gewaande geschriften, laatste exemplaren van een drukgang of ideeën die maar net aan de vergetelheid ontrukt zijn een grote rol. Voor historici is het vinden van een onbekend boek een hoogtepunt in een carrière.

De onderzoeker heeft een opmerkelijke verandering ondergaan. De vijftiende eeuw stond in het teken van reizen naar kloosters op zoek naar handschriften; in de negentiende eeuw vond het onderzoek plaats naar verboden boeken plaats in grote privé bibliotheken; in de twintigste stonden belangrijke publieke instellingen centraal, waar tot op de letter drukgangen zijn onderzocht. Voor een boekhistoricus lagen tot voor kort reizen naar centra van geleerdheid in Engeland, Duitsland, Italië, het Oostblok en de V.S. in het verschiet.

Dat is niet langer het geval. Het internet, scanners en een enorme inspanning om boeken digitaal beschikbaar te maken hebben het onderzoek radicaal veranderd. Nooit zal bibliotheekonderzoek meer hetzelfde zijn. Verloren boeken? Zoek geraakte ideeën? Als ze nog bestaan kan je ze thuis vinden, achter je computer.

In deze lunchlezing zal Arjen Dijkstra ingaan op het veranderende vak van de boekhistoricus. Aan de hand van opmerkelijke vondsten in bibliotheken en online zal hij inzage geven in het fascinerende onderzoek naar de geschiedenis van het boek.

Komt allen naar deze inspirerende en intrigerende lezing!

Datum: donderdag 17 december, 12.30-13.30 uur.
Locatie: Tresoar, Boterhoek 1, Leeuwarden
Titel: Een bibliotheek van verloren boeken.
Spreker: Arjen Dijkstra
dec 102015
 
Als onderdeel van de website die ooit gemaakt is door wijlen ons lid Jan Paasman, Friezen onder Napoleon, werden ook Friezen vermeld die aan de Slag bij Waterloo deelnamen. Tenminste degenen die hij had kunnen vinden.
Inmiddels is deze database met namen, evenals alle DTB, Burgerlijke Stand, Autorisatieboeken, Nedergerechten etc. opgenomen in de overkoepelende website AlleFriezen.nl
Onder de bronbeschrijvingen vindt u het nu terug als Militairen 1795-1815 en als u dan op Waterloo 1815 zoekt krijgt u een vrij lange lijst met namen.

Paasman meldde o.a.: Het Nederlandse leger verloor in de Slag bij Waterloo 4.147 man. Opmerkelijk is dat evenals in de Franse tijd van de gesneuvelden geen overlijdensakte werd opgemaakt. Dit in tegenstelling tot die van in een hospitaal overleden militairen. De namen van de Friezen onder hen zijn voor zover bekend opgenomen in het bestand Friezen onder Napoleon (nu dus AlleFriezen.nl, zoekterm: Waterloo of de naam van de gezochte).
Dat toch namen van gesneuvelde Friezen bekend zijn is grotendeels te danken aan de publicatie van W.Eekhoff in zijn "Friesland in 1815"
Eekhoff kreeg zijn informatie van het toenmalige ministerie van Oorlog. Belanghebbenden worden verwezen naar de stamboeken van de onderdelen die bij de krijgsverrichtingen van 1815 waren betrokken. Deze zijn aanwezig in het Nationaal Archief te Den Haag.

In het recente standaardwerk Onze slag bij Waterloo, geschreven door Louis Ph. Sloos, komen achterin namenlijsten voor van deelnemers aan de slag, met Friezen die volgens mij niet allemaal in de database van AlleFriezen.nl vermeld worden. Andersom geldt ook dat onderstaand overzicht verre van volledig is wat betreft de Friezen.

Bavius van Hylckama, 1815
Leden van de Compagnie Vrijwillige Jagers van Vriesland (ingedeeld als flankeur-compagnie bij het Bataljon Jagers No.16)De leden achter wier namen een asteriks staat dienden in 1813 als Gardes d'Honneur onder Napoleon. De leden met een asteriks vóór hun naam waren in 1865 nog in leven.


F. Brouërius van Nidek, kapitein

Eerste sectie
A.J. Hanegraaff, 1e luitenant
*G.D. Simon, sergeant-majoor
T. Andringa van Hylckama, 1e sergeant, Oldeberkoop
C.C. Kolf, tamboer
R. van der Feen, hoornblazer

1e Escouade
Mr. C.P.E. Robidé van der Aa, korporaal, Lemmer
J.C. Driessen*
P. Schmitz
J. Zeper
*K.O. van der Veen*
J. Jorissen en *D. van der Werf, beiden uit Bolsward

5e Escouade
J.J. de Blecourt, korporaal, Kollum
D. Evertsz, Joure
*J.D.C. Stöcker
R. Buijsing
*H.J. Ladenius
J. Seijdel Koon
B.P. Engelbert van Bevervoorde*, Heerenveen


A.D. graaf van Limburg Stirum,, 1e sergeant, Sneek

2e Escouade
G.A. Avenhorn van Nauta, korporaal, Oenkerk
J.T. Stern
*N.F. Benoist
N. Rompel, Gorredijk
R.J. Eger, Bolsward
S. van Slooten
A.A. Osinga, Menaldum
6e Escouade
*Jhr. B. van Breugel, korporaal
*G.H. Andreae, Lemmer
A. Beuckens Braunius, Bergum
J. Fontein Pzn*, Harlingen
B. Barends
A. de Graad, Lemmer
* R. Biersema, Heerenveen

Tweede Sectie
H. J. Lutjes, 2e luitenant
G. van Schelle, fourier
J. Wentholt*, 2e sergeant
D. de Gorter, tamboer

3e Escouade
A. Poppes, korporaal, Lemmer
T. Wigmore
J.P. Gerlsma, Koudum
*F.J. Witteveen*, Dokkum
A. van Otterloo
W. Andringa van Assen, Berlikum
M.F. Benoist

7e Escouade
B.A. van Boelens*, korporaal, Olterterp
A.B. van Boelens
S. Toussaint, Harlingen
C. Lemke, Franeker
J.W. Post
T. Plantinga, Harlingen
G. van Ringh, Bolsward

2e Escouade
B. Poppes, 4e sergeant, Lemmer

4e Escouade
D. Ruitinga, korporaal
J.A. Borger, Joure
L.J. van der Veen, Harlingen
I. Verweij, Sneek
*G.E. de Vries
J.M. de Jonge, Bolsward
H. Haafkens, Sneek

8e Escouade
B.A. van Hylckama, korporaal, Sneek. Over deze Bavius van Hylckama hield Martha Kist een blog bij op basis van zijn dagboek.
*J.A. Ruel Engelman, Sneek
H.J. Jonkman, Heerenveen
D.B. Witteveen, Lemmer
*L. Winkler
F. Semler, Heerenveen
D.G. Wijndels, Heerenveen

Naamlijst van de Compagnie Vrijwillige Jagers van de Leidse studenten (ingedeeld als flankeur-compagnie van het Bataljon Jager, No. 18)
Seerp Brouwer, Sergeant-majoor, studie geneeskunde, Leeuwarden
G.J.D. de Roock, sergeant, studie geneeskunde, Sneek
M. Siderius de Wal, fourier, studie theologie, Leeuwarden
R. Fontein, flankeur, studie geneeskunde, Franeker
C.U.J. Huber, flankeur, studie geneeskunde, Leeuwarden
C.J. van der Veen, flankeur, studie rechten, Leeuwarden
R. Regenbogen, flankeur, studie theologie, Franeker
dec 042015
 
In het Genealogysk Jierboek 1993 staat de beschrijving van Gerrit Hesman's Borgerwapenen. Een daarvan behelst het burgerwapen van Jan Jacobs Folkema, de vader van drie kunstzinnige
Wapen met gouden greep en 2 hazenpootjes(?)
kinderen.
De Friestalige beschrijving vermeldt hem als goudsmid en plaatsnijder te Dokkum. Geboren te Makkum trouwde hij in 1684 te Dokkum met Brechtje Jacobs Faber uit Enkhuizen. Ze trouwden voor het Gerecht, dus mogelijk waren ze van doopsgezinde komaf.
In 1688 worden ze vermeld als debiteuren en in 1693 leende hij geld. Jan, ook wel Johannes Folkema, Folckama of gewoon Jan Jacobs genoemd, werkte aan de Koninklijke Munt in Parijs waar hij diverse medailles ontwierp. Na enige tijd keerde hij terug naar Dokkum.
Het boek Dokkumer, Kollumer en Amelander zilver vermeldt het volgende over hem:  Zijn eerste huwelijk (voor het Gerecht) was op 17 april 1677 met Martien Clases uit Grijpskerk. Ze trouwden, zoals gebruikelijk, ook nog voor de NH kerk.
Jan Folkema was mogelijk een leerling van de Leeuwarder zilversmid en schepen Jacobus Harmens Raapsvelt in 1668. Hij komt voor in het Dokkumer gildenboek der zilversmeden van 1675 tot 1693, regelmatig als olderman of keurmeester, samen met leeftijdsgenoot Thomas Higt.

Volgens het Ambachtsboek vervaardigde hij brandewijnkommen, speldenbakjes, bekers, ijsbekers, zoutvaten, tasbeugels, kandelaars, mosterdpotten en tabaksdozen maar tussen 1688 en 1693 laat hij zelf geen werk meer keuren. Hij was naast goud- en zilversmid ook ornamenttekenaar en graveur. Van zijn hand zijn drie series van elk zes prenten met 'Alderhande voorbeelden van doorgebroken zilversmidswerk' gepubliceerd door Carel Allard rond 1695 (digitale versies in collectie Victoria & Albert museum London).
Voor Dokkumer zilver moet u tegenwoordig in Museum Dokkum zijn.

Samen met Rinske Jacobs Folkema vervaardigde hij het 'Livre de feuillages et d'ouvrages d'orfeverie inuventees' naar ontwerptekeningen van Theodore le Juge, graveur en goudsmid te Parijs. Deze serie van twaalf prenten werd na 1697 uitgegeven door Pieter Schenk te Amsterdam. Mogelijk was Rinske een broer (of zus?) van Jan Folkema.
In 1708 vertrok hij naar Amsterdam waar hij met Johannes Hilarides in 1718 een Atlas van Amsterdam uitgaf via Francois Halma. Het gezin Folkema vestigde zich in Amsterdam aan de Westermarkt (in de Jordaan).

Hun zoon Jacob Folkema, in 1692 te Dokkum geboren en gedoopt, werd in Amsterdam een bekende graveur, nadat hij als leerling van zijn vader het vak leerde. Maar hij moet haast wel in Dokkum geweest zijn toen hij in 1714 portretten maakte van zijn vriend en leeftijdsgenoot Tjeerd Higt die met Geertruid Cramer trouwde, de dochter van vroedvrouw Catharina Schrader en haar eerste man Ernst Willem Cramer. Schrader hertrouwde met zilversmid Thomas Higt, de oom van Tjeerd. Folkema maakte van het bijzondere viertal, Tjeerd en Thomas Higt en de dames Cramer en Schrader, de pentekening-portretten waarschijnlijk ter ere van hun huwelijken in 1713. In De Sneuper 91 schreef ik erover.

Jacob Folkema is degene die het Gezicht op Dokkum uit begin 18e eeuw maakte, dat u zult herkennen als 'gezicht van onze website en ons blog'.

Anna Folkema, in 1695 te Dokkum geboren, werd ook graveur en etster. Ze maakte o.a. een mooie serie miniportretten van de familie Van Royen. Fraai zijn ook de portretminiaturen van broer en zuster Lestevenon, waterverf op ivoor gemonteerd in schildpad dekseldoosjes, en de kopie naar een zelfportret van de schilder Nicolaes Verkolje.
Collega-blogger Perkamentus is ook enthousiast over Anna Folkema, hoewel hij Jacob abusievelijk ziet als vader in plaats van broer.
Het blad Boekenwereld publiceerde in 2013 een artikel over Anna en Fopje Folkema, prentenmaaksters in de achttiende eeuw

Van zowel Anna als Jacob Folkema zou een portret moeten bestaan maar die heb ik helaas nog niet gezien. Zie deze vermelding: Er bestaat eene afbeelding van haar, ten halven lijve, links, in ovaal; onafgemaakte teekening in O.I. inkt, zonder eenigen naam, en pendant van dat van haren broeder in fo. Zie Catalogus van Portretten van F. Muller, Nr. 1695. Haar geteekend portret in fo. vindt men onder Nr. 1695 in den zoo even bedoelden Catalogus vermeld. Jacob zou dan de pendant met nummer 1694 zijn.
Als het goed is zijn ze in het bezit van het Fries Museum, maar die heeft (nog) geen portretten online. Ik houd me aanbevolen voor foto's, scans of tips! Het zou mooi zijn om die afbeeldingen dan eens in De Sneuper af te drukken.

Fopje Folkema, geboren in 1690 te Dokkum en gedoopt als Fopkjen, leverde een bijdrage aan een project 'Il Callotto Resuscitatoe', waaraan ook haar zus Anna werkte, waaronder bijzondere gravures van dwergen. Waarschijnlijk dus de minst actieve van de drie kinderen, maar zeker kundig!

Een overzicht van het oeuvre van de familie Folkema in Nederlandse collecties krijgt u via de DigitaleMuseumCollectieNederland(DiMCoN).

In de online collectie van de National Gallery of Scotland bevindt zich een afbeelding die gedateerd is op 1674 en de signatuur van pater familias Jan Jacobs Folkema heeft. Het toont vier graveurs (!) aan een tafel. Het zou maar zo een tafereel in Dokkum of Makkum kunnen zijn!
In het Burgerboek van Dokkum wordt de zilversmid Jan Jacobs op 22 maart 1675 ingeschreven, komende vanuit Makkum. Eventueel kan het nog een scene in Leeuwarden zijn als hij daar in 1674 nog als leerling verbleef. Zouden de afgebeeldenen leden van de familie Folkema zijn, of misschien alleen Jan die zijn meesterproef aan het afleggen is?
dec 022015
 
Hilda Bouta heeft weer diverse schriften met pasfoto's van mensen uit Westdongeradeel gescand en
voor zover mogelijk geïnventariseerd.
Een overzicht in pdf bij onze Indexen geeft zoveel als mogelijk de naam van de persoon en eventueel bekende woonplaats weer. Als u een bekende naam tegenkomt en de scan van de pasfoto(s) zou willen hebben, stuurt u dan een email met de namen en de nummers die vermeld staan.

Foto's West Dongeradeel.
Deze collectie bestaat uit vier schriften met ingeplakte foto's, meest pasfoto's.
Bij velen staat de naam van de geportretteerde (in verschillende handschriften).

Bij schrift 1:
Een grijsblauw schrift met wit etiket met geschulpte randen.
Op de voorkaft in handschrift: Verzameling portretten voor Paspoorten en Bew. Nederlanderschap.
In druk: J.ZONDERVAN-boekhandel-LEEUWARDEN.
De kaft ligt los.
De nummering geldt alleen de gefotografeerde bladzijden; de eerste twee bladzijden zijn leeg en hebben dus geen nummer. Verder zit er tussen blad 18 en blad 19 een blad 18a zonder foto's, waar de foto's uitgehaald zijn. Die waren alle van leden van de familie Turkstra te Raard.

Schrift 2 t/m 4 zijn van later datum en andere makelij en identiek. Grijsgroen met een etiket van wit met rood, strakbelijnd. Geen maker, geen titel.
De volgorde 2, 3 en 4 is willekeurig, want uit niets kan ik opmaken, wat de volgorde moet zijn.

Schrift 1-  73 bladzijden met foto's
Schrift 2-  37 bladzijden met foto's
Schrift 3- 20 bladzijden met foto's
Schrift 4- 13 bladzijden met foto's.
Samen   143 bladzijden met foto's

Bekende namen als Basteleur, Buwalda, Dijkstra, Douma, Groen, De Graaf, De Haan, Hartmans, Heeringa, Hiemstra, Holwerda, Jansma, De Jong, Kuiken, Meinsma, Mollema, Post, Schregardus, Van Sinderen, Terpstra, Visser, Wierda en Van der Zee passeren de revue!

Even lekker sneupen dus door de West-Dongeradeel pasfotos namenlijst.pdf