nov 282015
 
Bij het doen van onderzoek naar de regionale geschiedenis van Noordoost Friesland en de bijbehorende genealogie komen met enige regelmaat dezelfde bronnen en boeken voorbij. Vele daarvan zijn al gedigitaliseerd beschikbaar gemaakt of geïndexeerd door Tresoar via AlleFriezen.nl

In de kast heb ik diverse boekjes staan waarvan het handig zou zijn ze ook digitaal beschikbaar te
hebben. Daarom digitaliseer ik met enige regelmaat deze vaak wat oudere werkjes, vooral als er veel namen in voorkomen of ze prachtige volksverhalen bevatten.

Recent zijn deze titels er bij gekomen die u digitaal kunt doorbladeren of downloaden als pdf. Vanwege de omvang van de bestanden zijn ze soms opgedeeld in twee of meerdere delen:

Reboelje yn de Dongeradielen, deel 1 en deel 2. Als los bestand het Deiboek fan Lolke Hulshuis. Auteur Douwe P. Keizer.
De index met namen voor dit boek vindt u in deze namenlijst en de veroordeelden in deze lijst.

Rare  Kostgangers in Dokkum en omliggende gemeenten door de eeuwen heen (Dantumadeel, Dongeradelen, Kollumerland), W.T. Vleer

Genealogysk Jierboek 1993, Burgerwapens Dokkum en omgeving door Gerrit Hesman, deel 1 en deel 2 met achterin index op namen. Kleurenfoto's van de burgerwapens ofwel familiewapens vindt u in de Beeldbank van Historisch Centrum Leeuwarden.

Skiednis fan Eastdongeradiel, Samme Zijlstra, in deel 1 een deel 2 en een deel 3.
nov 252015
 
Het winternummer van Historisch Tijdschrift Fryslan (nr.6, november/december 2015) heeft
een mooie coverfoto met twee terpafgravers. Het bijbehorende artikel van Kerst Huisman stelt de vaak al te makkelijke conclusies aan de kaak die in de loop der jaren op onderzoek in delen van terpen gedaan is. Dunne bewijzen met dikke conclusies!

De eigenaar van de Poartepleats in Waaxens bij Holwerd, Pieter van der Plank, wordt geïnterviewd over hoe hij de ooit zeer vervallen boerderij weer heeft opgeknapt, inclusief de prachtige poort met duiventil (voor de gibben, halfwilde duiven) in de vorm van een paralellogram. Ooit was er ook nog een Sjuxma state maar die werd net als het nabijgelegen Huis Tjessens afgebroken. Het artikel is geschreven door drs. Wiebe Hoekstra uit Veenwouden.

Het beroemde zwarte Friese paard kent al een lange historie. Jorieke Savelkouls zal daar uitgebreid over rapporteren in het nieuwe nummer van De Vrije Fries dat volgende maand uitkomt. In deze Fryslan schetst zij alvast in het kort de contouren van dit fenomeen met wereldwijde aantrekkingskracht. O.a. de beroemde thrillerschrijver Dan Brown is een bekende fan.

Jeanine Otten brengt het Fries Culinair erfgoed onder de aandacht met o.a. Pastachoca Beregoed!, een slogan van Friesche Vlag, onderdeel van de CCF. De chocopasta werd gefabriceerd in een voormalige zuivelfabriek aan de Bitgumerdyk in Berlikum.

In Suiker, slaven en Suriname neemt Nynke Smit ons mee naar het begin van de 18e eeuw in Suriname waar de familie Groenewoud plantages had. Veel correspondentie uit die tijd is bewaard gebleven, o.a. door een conflict over de nalatenschap, in het archief van de doopsgezinde gemeente in Harlingen.

In Wurk ûnder hannen doet Sjoukje de Boer onderzoek naar de zuivelindustrie in Friesland, als trainee bij de Fryske Akademy.

Bauke van der Pol komt met de laatste in de trilogie over de mannen uit de familie Canter Visscher in India. Deze keer de rijke Tammerus Canter Visscher (1729-1778) die in Bengalen aan zijn fortuin kwam en in het Indische Cossimbazar een enorm neoclassisistisch grafmonument kreeg.

In de rubriek Kort Nieuws vinden we o.a. de verhalen van Dam Jaarsma die online verzameld zijn in de website www.sagenjager.nl , een routeplanner vol met volksverhalen!
Ook wordt er bericht over de vondst van een middeleeuwse schaats, een benen glis, aan de rand van de oude dorpsterp van Metslawier.

Uit de rubriek Boeken Kort is de publicatie van It deistich bestean by alds, Obe Postma, vermeldenswaard.
nov 192015
 
Regionale samenwerking is tegenwoordig een 'hot item', evenals ophef over van alles en nog wat. Daar is echter niets nieuws aan. Onze regio heeft in de loop der eeuwen niet alleen bij nieuwe ontwikkelingen maar ook bij opstanden vaak eendrachtig samengewerkt.

Al in 1634 is er sprake van een eerste Kollumer Oproer. Aanleiding was een nieuwe belasting die tot de nodige onrust leidde. Uiteindelijk werd de leider van de opstand, Ofcke Haijes voor straf onthoofd!

In 1716 komen we dan het Dokkumer Doodskistenoproer tegen. Het gilde der timmermannen kon het niet verkroppen dat de Dokkumer vroedschap maximum prijzen had bepaald voor het timmeren van doodskisten. De net aangestelde executeur en zoon van een oude slavin, Philander de Baron, werd door een menigte in het centrum van Dokkum in het nauw gedreven. De verwikkelingen en de afbeelding van Philander op het schilderij in het Dokkumer stadhuis hebben we uitgebreid beschreven in De Sneuper 105.

Dan hebben we in 1749 weer een oproer dat door belastingmaatregelen (Quotisatie) een impuls kreeg, het Pachtersoproer of Doelistenoproer, ofwel in onze regio beter bekend als Reboelje yn de Dongeradielen. De heer Douwe P. Keizer beschreef het mooi in zijn gelijknamige Friestalige boek, waarvan we de scans als deel 1, en deel 2 met als los deel het dagboek van de gevluchte oproerkraaier Lolke Hulshuis (die vervolgens bij de VOC aanmonsterde) online hebben gezet.

En dan krijgen we eind 18e eeuw het wellicht bekendste oproer in de regio: het Kollumer Oproer van 1797. Deze keer waren de Orangisten en Patriotten het niet met elkaar eens. De Hessisch/Joodse koopman Salomon Levi werd een jaar na dato op het schavot gebracht nadat al snel na het oproer in februari 1797 een andere oproerkraaier, Jan Binnes uit Oudwoude, op het schavot in Leeuwarden werd onthoofd door gelegenheidsbeul Hendrik Gjalts (Zandberg) die de oude scherprechter Van Gorcum vrijwillig verving.

Museum Dokkum brengt vanaf vrijdag 20 november 2015 het Kollumer Oproer van 1797 weer in de schijnwerpers. De Dokkumer patriotten beëindigden uiteindelijk met grof geweld de opstand van de Kollumer Orangisten. De tentoonstelling zal dan ook na Dokkum in de Oudheidkamer Mr. Andreae te Kollum een vervolg krijgen.

De tentoonstelling zal vrijdag om 16.00 uur worden geopend door Lammert de Bruin, nazaat van Salomon Levi en ophef-expert.
Bij de opening in Dokkum, die uiteraard op vredige wijze zal plaatsvinden, zullen diverse nazaten van zowel de oproerkraaiers als gezagshandhavers aanwezig zijn!
nov 162015
 
Op maandagmorgen 2 november j.l. zaten de bestuursleden Haije Talsma en Jan de Jager van de historische vereniging Noordoost-Friesland, de streekarchivaris Tjeerd Jongsma en Reinder Tolsma om 10 uur heerlijk aan de koffie op het Streekarchivariaat.
Dat alles op verzoek van Paul Straatsma, freelance-journalist van de Leeuwarder Courant, die bezig is aan een tweewekelijkse serie over gebieden in Friesland, Groningen en Drente onder de naam: Mijn Streek. Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van de kennis van historische verenigingen van hun omgeving en zo kwam hij ook bij de Historische Vereniging Noordoost-Friesland terecht.

Na een uurtje overleg werd als eerste een tocht door Dokkum gemaakt, waarbij ook de fotograaf aanwezig was. Omdat het erg mistig was, kon die alleen een foto maken van de aanwezige heren op de brug van de Aalsumerpoort. Onder de wandeling kreeg Paul Straatsma van alles te horen over wat er te zien was en diens conclusie was dan ook dat alleen een stadswandeling door Dokkum al voldoende zou zijn voor een artikel.

’s Middags maakten Paul Straatsma en Reinder Tolsma de wandeling langs het Dokkumer Grootdiep, zoals beschreven in het krantenartikel dat op 14 november in Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden is verschenen. Omdat het zo mistig was is Straatsma in de loop van de week nog eens de route langs gefietst en heeft de fotograaf de tocht ook gewandeld en daarbij sfeervolle plaatjes gemaakt zoals te zien bij het artikel. Als titel voor zijn tekst heeft Straatsma gekozen voor ‘Hier en daar wat snuffelen in Dokkum’. Dat dekt niet echt de lading van zijn artikel, want de tocht langs waterstaatkundige werken, de steenfabriek in Oostrum en het beschermd dorpsgezicht van Ee worden daarbij weggelaten, maar geeft wel een mooie verwijzing naar wat de leden van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland van zichzelf vinden: wij zijn sneupers, snuffelaars in de historie. Het verenigingsblad De Sneuper geeft dat nog eens duidelijk weer.
nov 132015
 
Het manuscript van Dokkumer vroedvrouw Catharina Schrader is na haar dood in het bezit geweest van diverse Friese medici met historische interesse, zoals Jan Jans Kiestra uit Ee, en een telg uit de familie Fockema, namelijk Sybrandus Fockema (1771-1848).

Hij was getrouwd met Johanna Jacoba Bekius
Het RKD heeft van hen twee silhouetportretten in de database waarvan wordt aangegeven dat ze in particulier bezit zijn.
Johanna was in 1778 in Dokkum geboren als dochter van Francois Bekius en Geeske Suidema. Ook van hen zijn portretten bekend. Johanna Bekius overleed in 1845. 

Al eerder publiceerden wij in De Sneuper over de Dokkumer silhouetportretten van Harmannus Jansz van Assen (1725-1798) en Trijntje Hotzes van Sinderen (1735-1805) en van burgemeester Dr. Feddo Jan van Slooten (1750-1804) en Sytske Ypey (1749-1835).

Museum Dokkum heeft ook een aardige collectie Dokkumer silhouetportretten, met name van dominees.
nov 102015
 
Afgelopen zondag bezocht ik samen met mijn verre neef Wibo de Bedevaartdag van de Heilige Siardus. In De Sneuper 115, september 2014, publiceerde hij al het artikel Heilig Fries DNA in abdij Tongerlo (België).

De feestdag van Sint-Siardus wordt in de abdijkerk gevierd op 14 november. De bedevaartdag wordt gevierd op de zondag vóór 14 november, tenzij 14 november op een zondag valt. Dan worden feestdag én bedevaartdag samen op 14 november gevierd. Op de bedevaartdag is er om 10.30 uur een eucharistieviering en in de namiddag om 14.30 uur lof.
In 2015 was het dus op 8 november dat de Bedevaartdag van de Heilige Siardus gevierd werd. En omdat ik toch vroeg in de ochtend iemand op vliegveld Eindhoven moest afzetten, kon ik het mooi combineren.
Iets voor 10.30 uur parkeerde ik de auto op de grote parkeerplaats van het enorme abdij-complex. Zo'n 150 gelovigen hadden zich in de abdijkerk verzameld om te zingen en bidden uit het speciaal gemaakte boekje met liederen, inclusief het Siardus-lied als afsluiting.
Na de dienst was er gelegenheid een kaarsje aan te steken bij de nis met de reliekkast van de Heilige
Reliekkast met schedeldak Siardus
Siardus
, die bekend staat om zijn gastvrijheid en vrijgevigheid (hij wordt vaak met een brood afgebeeld). In de reliekkast wordt overigens het schedeldak van de heilige bewaard. Hij kreeg de bijnaam 'Vader der armen' en was vaak in de nabijheid als er wonderen plaatsvonden. Hij wordt dan ook aangeroepen voor oogziekten, veeziektes, voor een voorspoedige bevalling, voor bescherming van jonge moeders en kinderen. Ook in verzoening en vrede maakte Siardus naam.

In het uitgebreide bidprentje/foldertje van de abdij over Siardus staat verder te lezen:
Na zijn dood op 13 november 1230 werd Siardus begraven in de sacristie van de kerk van Mariëngaarde.
Abt Sibrandus liet het gebeente overbrengen naar het koor van de kerk. Wanneer in 1578 de abdij verwoest wordt, zal de Friese edelman, Siardus van Hensema het gebeente in veiligheid brengen in Hildesheim, op Duits grondgebied.
De overbrenging wordt bevestigd door een apostolisch schrijven van 29 januari 1594 van paus Clemens VIII.
Siardus in glas-in-lood, 2e v links.
Nadien raakt het spoor van de relieken zoek. In 1608 geeft aartsbisschop Welharpus Connus van Keulen verlof tot verering en de verspreiding van relieken. In 1617 belandde een schrijn met de kin en de bijna hele schedel in de abdij van de H. Folliaan bij Roeulx. Na de Franse Revolutie werden ze bewaard te Strepy. Door toedoen van prelaat Bauwens werden de relieken van Siardus (en Frederik) op 24 februari 1938 plechtig overgebracht naar de abdij van Leffe. Onder impuls van prelaat Adrianus Stalpaerts kwam op 6 juli 1617 een tweede reliekkast in het bezit van Tongerlo. In 1619 werd een ebbenhouten schrijn vervaardigd waarin de schedelkap van Siardus tot op heden wordt bewaard.
Na het branden van een kaarsje en het fotograferen van de afbeeldingen van Siardus als houten beeld, muurreliëf en glas-in-loodraam, begaven we ons op weg naar de volgende locatie. We parkeerden de auto in Sint-Truiden bij de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Kortenbos.

Na een late lunch in het tegenovergelegen café-restaurant staken we de weg over voor een kijkje binnen.
In deze basiliek van Kortenbos hangen lange rijen met oude schilderijen van heiligen. Ook is er prachtig rijk houtsnijwerk te zien van echt eiken.
Bij het hoofdaltaar hangt een schilderij van de heilige Norbertus. Aan de zijwanden hangen achttien votiefschilderijen op doek (17e en 18e eeuw) en twaalf schilderijen met voorstellingen van Premonstratenzer heiligen, geschilderd door Abraham van Diepenbeeck (1596-1675), een leerling van Rubens, in het derde kwart van de 17e eeuw. Daarbij hangen de schilderijen van de heilige Siardus en de heilige Frederik!
De schilderijen hangen wat hoog, zijn in slechte staat en daardoor lastig te fotograferen. Toch heb ik de nodige kiekjes kunnen maken.
Al met al een bijzonder dagje met de Friese heiligen in Vlaanderen!
Siardus en Frederik gebroederlijk naast elkaar
Schilderij van de heilige Siardus
Basiliek van Kortenbos

nov 082015
 
In de gefotografeerde versie van de 'Kroniek van Gerrit Hesman' uit Dokkum worden de gevolgen beschreven van de Kerstvloed van 1717 voor Noordoost-Friesland. Hierdoor stonden zelfs de straten in Dokkum onder water! Waarschijnlijk stonden alleen de stadsterp en de terpen van de omringende dorpen nog droog.
Gevelsteen Wonderbaarlijke visvangst, Hindeloopen

...veel menschen en beesten verdronken. Tot Oostmahorn xxv (25) menschen in een huis bij eengekomen zijnde, is het huis omgespoeld. Een daarvan is levend op het dak geburgen, zijn 24 verdronken.

Den 30 December is een groote levendige vleet (een roggesoort, HZ) te Hantumhuizen aan de Terp gevangen en alhier op de afslag verkocht en heeft 16 stuiv. gegolden. En daar werden ook schol, haringen en sprot in de binnenwateren gevangen.

Dus hoewel in de beschrijvingen staat dat Hesman de Kroniek van Dokkum bijhield tot het jaar 1711 blijkt toch dat tot 1735 gebeurtenissen in Dokkum worden beschreven. Waarschijnlijk zijn deze door een van de laatste Friese eigenaars, Jan Jans Kiestra uit Ee (die ook het manuscript van vroedvrouw Catharina Schrader bezat) uit andere bronnen toegevoegd.
nov 052015
 
De Groninger Archieven hebben een aantal prachtige 15e eeuwse bronnen online waarin de stad Groningen verbonden sluit met edelen uit Dokkum en vele andere Friese plaatsen. Met name in de periode 1490-1493 was het druk met het sluiten van deze verbonden. In de Friese landen streden eind vijftiende eeuw de Schieringers (vooral sterk in Westergo) en Vetkopers (met name in Oostergo) een bloedige oorlog. De stad Groningen leek in die conflicten de enige machtsfactor die handelend kon optreden.

Via de links hieronder zijn de scans van de oude geschriften te bekijken en te vergroten. Zowel Oostergo als Westergo is goed vertegenwoordigd.

De Kroniek van Sicke Benninge is een belangrijke bron van informatie over de roerige geschiedenis van Groningen en Friesland in de periode 1491-1528, en geeft bovendien zicht op het wereldbeeld van een patriciër en magistraat uit die tijd, op diens opvattingen over geloof, politiek en geschiedenis.
Benninge, bierbrouwer, kerkvoogd en cijsmeester, schreef de kroniek in het eerste kwart van de 16de eeuw: Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden en de der stadt Groningen. De kroniek van Benninge bestaat uit drie delen.
Deel I
bevat allereerst een inleiding van de auteur op het hele werk. Daarop volgen de herkomst van de Friezen als afstammelingen van de Trojanen, de Friese Vrijheid en een beschrijving van de Zeven Friese Zeelanden.

Deel II bevat twee afzonderlijke kronieken over Groningen: de kroniek van (een andere brouwer) Johan Lemego (1110-1422) en de anonieme 'Groninger Annalen' (1425-1478). Daartussen is een dossier met zeven verdragteksten opgenomen.

Deel III is de eigenlijke kroniek van Benninge. Het is het omvangrijkste deel, dat 87% van de tekst beslaat. De geschiedenis neemt een aanloop vanaf ca. 1420. Vanaf eind jaren '90, met de komst van Albrecht van Saksen, wordt de beschrijving uitvoeriger. De kroniek vermeldt niets over de jaren tussen 1507 en 1512. De laatste gegevens over Groningen dateren van 1528.

Veel van de genoemde verbonden zijn voorzien van prachtige zegels.

Er worden eveneens diverse Akten van oorvede vermeld. Een oorvede is, volgens het Genealogisch Woordenboek, een belofte dat men geen wraak meer gaat nemen.

De scans zijn niet makkelijk te lezen maar we hebben nog steeds de wens ooit een mooi artikel over deze historische bronnen in De Sneuper te publiceren!

766 Stuk houdende bekentenissen van Kempo Roperda, Gerbrant Mockema en Jemma her Jowsma over hun betrokkenheid bij het voornemen van de graaf van Oost-Friesland om Westerlauwers Friesland met geweld aan zijn zijde te brengen
nov 032015
 
In deel 2 van de Merkwurdige Reisen in Niedersachsen, Holland und England (in het Duits, door Zacharias Conrad von Uffenbach) wordt uitgebreid verslag gedaan van de reis van de gebroeders Uffenbach door Friesland.
Via de stad Groningen en de Stroobosser Trekvaart belanden ze per trekschuit in Dokkum (in de oude spelling als Dockum). Eerst vragen ze naar de Bonifatiusbron of (Fetze) fontein (waar de bierbrouwers hun water uit halen), waarna ze bij een boekverkoper langsgaan (vanaf blz 269) bij wie ze o.a. het boek van Simon Abbes Gabbema over de Nederlandsche Watervloeden kopen en hen vervolgens verwijst naar de rector van de Latijnse School, Antonius Lambergen. Deze spreekt en verstaat geen Duits maar spreekt ze een uur lang toe in het Latijn!
Ook laat Lambergen (60 jaar oud) zijn bibliotheek aan huis zien met daarin vele bijzondere titels.
De gebroeders Von Uffenbach waren echte bibliofielen en besteedden dan ook een groot deel van hun tijd aan het bezoeken van boekwinkels en Latijnse scholen of universiteiten.

Op p. 274 hebben ze het over het 'Rathaus und Clockenspiel, das ist aber so elend..'. Blijkbaar was het klokkenspel in het raadhuis (dit jaar 400 jaar oud) toen in ellendige staat of klonk het in ieder geval zo.

In Leeuwarden bekijken ze o.a. de Waag en het Prinsenhof, evenals de Jacobijnerkerk. In de kerk worden diverse epitaven bekeken, o.a. die van Hessel Meckmans.

In Franeker ontmoetten ze hoogleraar Keimpe of Campegius Vitringa, met wie ze uitgebreid discussieerden.
In het westen van het land bezochten ze later ook nog de beroemde Antonie van Leeuwenhoek, Frederik Ruysch en Herman Boerhaave.
nov 012015
 
Ooit was het ‘Maerte-bier’ van Dokkum, gemaakt met water uit de Bonifatiusbron,  een van de lekkerste bieren van Fryslân.  Je kon er wel een ‘’liif fol fan drinke’’.

Vanaf november is er opnieuw speciaal bier uit Dokkum met water uit de bron. Initiatiefnemers zijn de jongste bierbrouwers van de stad: Berend Wouda, Frank en Remco van Dijk.  Zij brengen het lichte bier ‘Maerte Saison’ onder het merk Bonifatius op de markt.  Onder hetzelfde merk kwamen eerder de Bonifatius Bitter en Bonifatius Pepermunt in de winkel.     

Eik-gerookt
Maerte Saison’ is de oorspronkelijke naam van een van de vroegere Dokkumer bieren: een zomerbier van hoge gisting met een laag alcoholpercentage.  Dergelijke lichte seizoensbieren  werden veel gedronken door arbeiders bij het werk. De nieuwe Maerte Saison is speciaal ontwikkeld voor Dokkum met een knipoog naar Bonifatius. Bijzonder voor de smaak van het bier is gebruik van eik-gerookte mout tijdens het brouwproces. Een aspect van de receptuur dat mede geïnspireerd is door het bekende Bonifatiusverhaal van de heilige Donar-eik, omgehakt door de bisschop bij zijn missiewerk onder hardleerse Friezen en Germanen. Bij Maerte Saison wordt onder notarieel toezicht authentiek water uit de Bonifatiusbron via een filterinstallatie toegevoegd. De bierpioniers in Dokkum hopen verder dat ze  een deel van de hop,  nodig voor het brouwproces, te mogen telen op grond van de Bonifatiuskapel vlakbij de bron. Dat verzoek heeft het RK kerkbestuur nog in beraad.

Dokkumer bierhistorie
Bier brouwen begon als neventak van middeleeuwse kloosters. In Dokkum was dit de Norbertijner abdij die rond 1200 op de stadsterp is gesticht. Bier en fris bronwater waren lang de belangrijkste voorziening van schoon drinken voor de mensen tot aan de komst van de waterleiding in de 20e eeuw. Elke stad kende zijn eigen brouwers en biermerken. In de 19e eeuw verloren deze de concurrentie van alternatieve dranken, zoals koffie en thee, en vanaf eind 19e eeuw de komst van goedkopere pils van lage gisting uit Beieren en Tsjechië. Pils veroverde  de wereldmarkt onder de bieren. Tegenwoordig is er weer markt voor speciale bieren van hoge gisting, vaak ambachtelijk en locaal geproduceerd.

Op verzoek van de huidige brouwers van het nieuwe ‘maerte bier’ doen de Dokkumer leden van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland Warner B. Banga en Piet de Haan onderzoek naar de historie van het bierbrouwen en het Bierbrouwersgilde in hun stad. In de nabije toekomst zullen zij daarover artikelen publiceren en een boekwerk samenstellen.

Website: www.bonifatius754.nl.

Bijschrift foto:  Vooraan zittend:  Bierbrouwers Berend Wouda en Frank van Dijk.  Staand v.l.n.r.:  Pastoor Paul Verheijen, Piet de Haan, burgemeester Marga Waanders, Warner Banga en kapelbeheerder Lammert de Hoop.