jan 302014
 
Hij voerde de eenheidsworst (vaste prijs voor vlees waaraan kruiden, zout en suiker was toegevoegd) in en loodste in juni 1918 de Scheurwet door het parlement. De minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het kabinet Cort van der Linden, Folkert Evert Posthuma, werd het symbool van de rantsoenering, voedselschaarste en honger tijdens de Eerste Wereldoorlog. In Friesland hadden ze er weliswaar minder last van dan in de Randstad maar tegen het einde van WO1 begonnen ze er in het Heitelan ook genoeg van te krijgen. Dokkumer Cees Bangma laat de gebeurtenissen in een uitgebreid artikel de revue passeren.
Ons lid Dr. Arjen Dijkstra laat in de rubriek Wurk Under Hannen zien hoe volgens Dr. Oebele Vries de Friese Staten veel ouder dan gedacht zijn. Al omstreeks 1425 waren er vergaderingen waar men 'stemmen en staten' kende, dus ruim voor de Saksen het rond 1500 voor het zeggen kregen in Friesland.
In Plekken en Verhalen vertelt Hans Koppen over Hepkema's Boschjes, weldoen met groen. In de buurt van Heerenveen werd vanaf 1912 door krantenman Hepkema en Jonkheer Van Beijma thoe Kingma gelegenheid gegeven om van de natuur te (blijven) genieten.
De Friese predikanten Petrus Nauta en Pieter Bootsma bekeken met eigen ogen het leven in de Brabantse garnizoenen, waarover Nauta een boekje schreef. In het artikel van Kerst Huisman wordt de optie naar voren gebracht dat de anonieme plaatsen X en IJ op Tilburg en Hilvarenbeek zouden kunnen slaan.
Het Friestalige artikel Fryslan foar de Friezen van Doeke Sijens verhaalt over het Jongfryske Mienskip dat op Tweede Kerstdag 1918 een Winterkongres hield. Douwe Kalma en Rintje Sybesma waren de oprichters in 1915.
Geart de Vries schreef een artikel over Een Belgische invasie in Gaasterland. Met de veerboot Enkhuizen-Stavoren kwamen de Belgen aan zetten hun tenten op bij de boerderij van Sjoerd de Vries.
De rubriek Uitvinders en Pioniers gaat in op scheepsontwerper Folkert van Loon in Loeflijnen en buiglinealen. Jan van Zijverden beschrijft de ontwerpen en de man die door Wopke Eekhoff  'een genie' werd genoemd.
Als laatste artikel De handpin van Hallum, een 11,1 centimeter lange zilveren pin met een handje die in de terp Jouswier in Hallum werd gevonden. De pin is gemaakt tussen 400 en 700 na Chr. Is het een Koninklijk of Kerkelijk symbool?

We vragen ook nog even aandacht voor ons eigen boek dat in de rubriek Boeken Kort wordt beschreven: Op de Praatstoel 2, oral history in Noordoost-Friesland vanaf 1850. U kunt het nog bij ons bestellen, slechts 20 euro excl. portokosten voor 408 blz hardcover met vele foto's (af te halen in Dokkum of Oosternijkerk.
jan 282014
 
Een interessant boek waarin de bijzondere details van het doopsgezinde leven van een koopman en zijn familie in de Gouden Eeuw uit de eerste hand worden beschreven. Koopman Claas Arisz Caeskoper in Koog aan de Zaan begon in 1669 als achttienjarige een dagjournaal bij te houden. Hij hield dat zestig jaar lang vol, tot tien dagen voor zijn dood.
Het journaal bevat een schat aan aantekeningen over het dagelijkse leven in de Zaanstreek en bovendien schreef Caeskoper met graagte over zijn avontuurlijke ondernemingen, zoals tripjes naar het oorlogstoneel in het Rampjaar 1672 (ze gingen gewoon kijken hoe er over en weer geschoten werd bij Bodegraven en Naarden!) en schaatstochten, waaronder een van bijna 300 kilometer. Over zijn bezigheden als koopman schreef hij minder, maar daarover bleek veel te achterhalen in de nagelaten papieren van zijn broer Gerrit.
De combinatie van deze familiedocumenten met ander eigentijds materiaal heeft een levendig portret opgeleverd van een familie in het hart van de Zaanse bedrijvigheid in de Gouden Eeuw. De negotie van Claas Caeskoper is later uitgebouwd tot het levensmiddelenconcern Honig. Ook die toedracht wordt in het boek verhaald.
Via zijn dagboek is de "Twaalfstedentocht" bekend geworden. Claas Arisz telde van alles. Maar vooral zijn voetstappen. Hij noteerde resultaten en hield het tellen over lange afstanden vol. De weg naar het Regthuys in Westzaan mat hij in drie stukken: het pad van Zaandijk tot het begin van De Middel was 2700 treden lang, het Weiver 1000 treden en dan linksaf tot het Regthuys nog eens 325 treden.
Aardig is ook de afbeelding in het boek van een schip uit 1668, dat grote gelijkenis vertoond met een van de scheepjes op een glas-in-loodraam uit de kerk van Hollum op Ameland die 1679 gedateerd is. Voor vele historici en genealogen een prettig leesbaar boek in de collectie.
jan 262014
 
Onze secretaris Jan de Jager is de auteur van twee reeds uitverkochte boeken over onderwerpen uit de regio Noordoost-Friesland. Het boek Wierum en haar bewoners is een soort bijbel over de bewoners van het dorp vanaf 1650, met vele oude foto's.

De Hellinga's is een genealogisch boekwerk over de familie in 15 generaties. De eerste Hellinga die bekend is, is Douwe Gercks, geboren in 1523. Hij huwt met Saeck en ze hadden in ieder geval één zoon: Aelse Douwes.
De kleinzoon van Douwe Gercks is Douwe Aelses. Hij is boer en eigenaar van de boerderij ‘Klein Hellinga’ te Warga.
Behalve de familie Hellinga zijn ook de complete stambomen van de Baarsma’s en de Jensma’s in dit unieke boekwerk verwerkt. Daarnaast zijn Kingma en Bierma veel voorkomende namen.

Het dikke boek over Wierum kost 37,50 en heeft 701 pagina's.

De Hellinga's heeft bijna 1500 pagina's en bestaat uit twee delen. De prijs daarvan moet nog vastgesteld worden, maar u kunt alvast uw interesse laten blijken door een mail te sturen naar de secretaris.
jan 242014
 
Wybrand Lolkes kwam tijdens een recent bezoek aan de Artis-bibliotheek weer eens ter sprake. Hij was een dwerg uit Friesland die in de 18e eeuw zijn bijzondere verschijning te gelde maakte. Dat hij opviel blijkt vooral uit de vele bewaard gebleven prenten waarop hij figureert.
De ets die o.a. het Stadsarchief in Amsterdam van hem in de collectie heeft kende ik al wel, evenals een afbeelding uit 1751 van de menagerie van Blaauw Jan aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal, waarop Wybrand aan de linkerzijde in beeld is.
De herberg annex dierentuin van deze in werkelijkheid Jan Berends Westerhof hetende uitbater (ook een Fries?) werd eind 17e eeuw (vermoedelijk rond 1675) geopend. Niet alleen werden allerlei exotische dieren getoond, maar ook uitzonderlijke mensen.
Wybrand Lolkes woonde blijkbaar in de herberg waar de “niet hoger dan 29 Duim” tellende Fries o.a. verbleef met de 2,25 meter lange reus Cajanus. In 1764 was er nog een heuse Indiaan te zien, “Een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America.”
Het pamflet waarmee Wybrand Lolkes in 1749 werd aangeprezen vermeldt dat hij toen 24 jaar oud was en geboren te Oostem. Dit is waarschijnlijk Oosthem, hoewel ik in de DTB bij Tresoar voor het jaar 1725 geen doop met die naam kon vinden, wel in het nabij gelegen Hommerts in 1728. Gedoopt op 14 maart 1728 in Hommerts: Wybe, Kind van Lolcke Palses en niet genoemde moeder. Opm.: De dopeling is enige weken oud. Het zou echter ook deze kunnen zijn: Gedoopt op 8 april 1731 in Heeg. Dopeling: Wiberen, zoon. Vader: Lolke Hylkes. Maar meer waarschijnlijk is dat het doopboek van Oosthem gewoon verloren is gegaan. Over de genealogische context van Wybrand Lolkes discussieerden Margreet Huisman en Maikel Galama ook op het Tresoar Forum.

In diverse Engelse bronnen wordt Wybrand vaak vermeld als zijnde van IJlst (Yelst), een vlakbij gelegen Fries stadje.
Een nazaat van zijn nicht Baukje Uiltjes uit Abbega beschreef Wybrand ooit als Lytse Wybren: Hij woonde in IJlst en is ook nog gehuwd geweest met een vrouw van middelbare lengte die met hem reisde van de ene naar de andere plaats om te laten bezien en om alzo in dien weg in het levensonderhoud te voorzien (Uiltje Foppes Wiersma 1838-1916).
En inderdaad zijn er ook enkele afbeeldingen waarop hij met zijn vrouw (van normale lengte) staat afgebeeld. Zeker nu recent de Wellcome Library een groot aantal historische afbeeldingen online heeft gezet. Zo vind je bijvoorbeeld een afbeelding uit 1790, waarop hij nu opeens weer '60 years of age' wordt genoemd en 'The celebrated man in miniature'. Of een variant op die afbeelding met de Dutch Dwarf.
Engelse bronnen, zoals het boek Wybrand Lolkes, the Dutch Dwarf, melden ook dat hij eigenlijk als uurwerkmaker was opgeleid in Amsterdam, als zelfstandige werkte in Rotterdam en uit een gezin van 8 kinderen kwam met een vader die visser was.  
Rond 1790 toog hij voor een jaar naar Engeland: Wybrand Lolkes was a native of Holland, and born at Jelst in West Friesland, in the year 1733, of parents in but indifferent circumstances, his father being a fisherman, who besides this most extraordinary little creature, had to support a family of seven other children, all of whom were of ordinary stature, as were both the father and mother. Wybrand Lolkes, at an early age, exhibited proofs of a taste for mechanism; and when of sufficient age, was, by the interest of some friends, placed with an eminent watch- and clock-maker at Amsterdam, to learn that business; he continued to serve this master for four years after his apprenticeship, and then removed to Rotterdam, where he carried on the business of a watch-maker, on his own account, and where he first became acquainted, and afterwards married, the person who accompanied him to England. His trade of watch-maker, however, failing, he came to the resolution of exhibiting his person publicly as a show;
and by attending the several Dutch fairs obtained a handsome competency. Impelled by curiosity and hope of gain, he came to England, and was visited at Harwich (where he first landed) by crowds of people; encouraged by this early success, he proceeded to London, and on applying to the late Mr. Philip Ashley, obtained an engagement at a weekly salary of five guineas. He first appeared at the Ampitheatre, Westminster Bridge, on Easter Monday, 1790, and continued to exhibit every evening during the whole season. He was always accompanied by his wife, who came on the stage with him hand in hand, but though he elevated his arm, she was compelled to stoop considerably to meet the proffered honour. At this time he was sixty years of age, measured only twenty-seven inches in height, and weighed exactly fifty-six pounds.
Mynheer Lolkes was a fond husband; he well knew the value of his partner, and repaid her care of him with the most fervent affection. He had by his wife three children, one of which, a son, lived to be the age of twenty-three and was five feet seven inches in height.
This little man, notwithstanding his clumsy and awkward appearance, was remarkably agile, and possessed uncommon strength, and could with the greatest ease spring from the ground into a chair of ordinary height. He was rather of a morose temper and extremely vain of himself, and while discoursing in broken English was extremely dignified as he imagined. He continued in England but one season, and through the help of a good benefit, returned to his native country, with his pockets better furnished than when he left.
De mysterieuze dame, met wie Wybrand Lolkes getrouwd was en 3 kinderen kreeg, vinden we in de DTB van Oosthem, Abbega en Folsgare in 1773: Bevestiging huwelijk op 20 juni 1773 in Abbega. Bruidegom: Wybrand Lolkes afkomstig van Oosthem. Bruid: Yetske Sikkes afkomstig van Workum. Attestatie werd afgegeven in Workum waar over Wybrand nog vermeld wordt dat hij wees was.
In 1801 zou Wybrand Lolkes zijn overleden.
Oh, en u denkt misschien: wat hebben ze dan van Wybrand Lolkes in de Artis-bibliotheek? Nou, mogelijk staat hij op deze afbeelding van een casuaris uit de menagerie van Blaauw Jan.
jan 192014
 
Antonia Veldhuis, de webcolumniste van de NGV, wees op een interessante Zuidafrikaanse website, genaamd Stamouers.com
Het betreft stamouders van Zuidafrikaanse families die veelal met de VOC meekwamen.
En dan gaan we natuurlijk even kijken in de zoek-functie (search)!
Op Friesland vind je diverse namen:
Dirk Postma, in 1818 geboren in Dokkum. Zijn vader kwam uit Stiens en zijn moeder was een Boekhout.
Geele Andries van der Wal(t), uit Veenwouden, werd veeboer in Zuid-Afrika. In 1727 kwam hij aan op de Kaap.
Steven Botma, kwam weliswaar uit Arnhem naar Zuid-Afrika, maar zou wel eens verwant kunnen zijn aan de familie uit de Dongeradelen.
Van een vroege lichting was Gerrit Willems uit Leeuwarden die in de tijd van Simon van der Stel, eind 17e eeuw al met de VOC naar Zuid-Afrika kwam.

Probeert u zelf ook maar eens te sneupen in deze online bron!

Update: Prachtig blog met achtergrondinformatie, oude foto's, verhalen en documenten uit de familie Van der Walt in Zuid-Afrika.
jan 192014
 
Antonia Veldhuis, de webcolumniste van de NGV, wees op een interessante Zuidafrikaanse website, genaamd Stamouers.com
Het betreft stamouders van Zuidafrikaanse families die veelal met de VOC meekwamen.
En dan gaan we natuurlijk even kijken in de zoek-functie (search)!
Op Friesland vind je diverse namen:
Dirk Postma, in 1818 geboren in Dokkum. Zijn vader kwam uit Stiens en zijn moeder was een Boekhout.
Geele Andries van der Wal(t), uit Veenwouden, werd veeboer in Zuid-Afrika. In 1727 kwam hij aan op de Kaap.
Steven Botma, kwam weliswaar uit Arnhem naar Zuid-Afrika, maar zou wel eens verwant kunnen zijn aan de familie uit de Dongeradelen.
Van een vroege lichting was Gerrit Willems uit Leeuwarden die in de tijd van Simon van der Stel, eind 17e eeuw al met de VOC naar Zuid-Afrika kwam.

Probeert u zelf ook maar eens te sneupen in deze online bron!
jan 152014
 
Via Twitter werd ik geattendeerd op een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek, met als doel het promoten van de zoekmachine voor historische kranten, Delpher. Meer dan een miljoen boeken en artikelen uit de 17e t/m 20e eeuw kunnen daarmee doorzocht worden.

Als ode aan de vrijetijdshistorici, ofwel sneupers, zijn er mensen geinterviewd die een mooie vondst te melden hadden. Ze zijn geportretteerd in een kort filmpje waarin hun vondst toegelicht wordt. Daarbij worden ook gerelateerde vondsten in Delpher vermeld. Vervolgens kun je stemmen op je favoriete vondst. Als stemmer kun je eveneens een prijs winnen: een atlas.
Onder de sneupers die vermeld worden diverse noordelingen.

Allereerst ons lid Erik Dijkstra. Hij vond een blik met brieven uit de Tweede Wereldoorlog. In deze egodocumenten wordt door verschillende mensen soms dezelfde gebeurtenis beschreven, wat een interessant beeld geeft. Hij heeft er zelfs een prachtige website voor opgezet, Strafkamp Yde, die vele positieve reacties van nabestaanden van deze gevangenen (diverse Friezen) losmaakte. Volgens Erik begon het verhaal met het dagboek van zijn opa Eelke Dijkstra (Anjum 1901-1969, zoon van Jacob Dijkstra en Grietje Wobma). Een goede kandidaat om op te stemmen dus op de website Je beste vondst.

De Groninger gebroeders Mulder vonden in het archief een bedankbrief van de VOC aan Wiebe Hayes, een Winschoter die tijdens de Ondergang van de Batavia in 1629 een heldenrol vertolkte, in tegenstelling tot de in Dokkum opgegroeide bruut Jeronimus Cornelisz! Ook een mooi verhaal.

Ook VOC-gerelateerd is het verhaal van de Zeeuw Arthur Scheijde, die maar liefst 3 voorouders heeft die schipbreuken meemaakten. Ik kocht ooit zijn (strip-)boek over de in 1779 gestrande Woestduijn.

Maar misschien wel de mooiste, niet in het minst vanwege de naam en de connectie met mijn geboorteplaats Groningen, is de vondst in de Groninger Archieven door Nienke Smit van een brief van Cornelis Jacobs van Groenevelt, waarin de olifant Hansken vermeld wordt die in Groningen halverwege de 17e eeuw mag rondstruinen! Ook hierbij een website waarin de hele reis door de jaren van olifant Hansken in beeld gebracht wordt. Zelfs Rembrandt schilderde Hansken in 1637!
jan 132014
 
In de kerstvakantie was ik in de buurt van Sneek en maakte van de gelegenheid gebruik om eens het Fries Scheepvaartmuseum te bezoeken. Ik zag er prachtige schilderijen met zeegezichten, scheepsmodellen en andere indrukwekkende maritieme erfstukken.
Er is echter ook een uitgebreide bibliotheek annex archief bij het museum. Al eens eerder vond ik online daarin brieven van de familie Rosier, waar Pieter Fokkes Visser onderzoek naar doet.

Recent vond ik ook iets anders interessants. Het heeft de volgende beschrijving:
Archief van K. Hoekstra, zeekapitein te Holwerd
1 Reisverslag van een reis die kapitein K. Hoekstra maakte in 1871 naar China (Macao, Hongkong) op het barkschip Rolina Maria, 1872, 1 deel
N.B. Het verslag is geschreven in een cahier. Op het etiket van het cahier: "Verhaal van de schipsreis door hem zelf ondervonden en opgemaakt van de te houden lezing, gehouden door Kapitein K. Hoekstra in de Kerk te Holwerd op 22 Feb. 1872". De lezing handelt over de schipbreuk die Hoekstra leed in de buurt van Macao. Signatuur: H-003

Nu kun je wel scans bestellen bij het Fries Scheepvaartmuseum maar dat loopt behoorlijk in de papieren, zeker als je niet precies weet om hoeveel bladzijden het gaat en hoe interessant ze zijn. Vandaar hierbij de vraag aan u als collega-sneupers: Mocht u binnenkort eens in Sneek zijn en het Fries Scheepvaartmuseum bezoeken, zou u dan foto's kunnen maken van bovengenoemd manuscript? U kunt het naar ons bekende email-adres sturen. Alvast dank!
Oh, en als u er direct een artikel voor De Sneuper over wilt schrijven bent u natuurlijk ook welkom.
jan 122014
 
De scheepswerf van Eeltje Holtrop van der
Zee (1823-1901) te Joure, waar hij en zijn
zoon Auke (1853-1939) hun beroemde
vaartuigen bouwden.
Bron foto: Tresoar
Er varen gelukkig nog veel oude schepen rond op de Nederlandse wateren. Oude vracht- en vissersschepen en pleziervaarders worden door hun eigenaars zorgvuldig opgeknapt en zo goed mogelijk onderhouden. Soms zijn ingrijpende restauraties nodig waarbij masten en zwaarden opnieuw worden geïnstalleerd. Met elkaar vormen deze schepen de bruine vloot en zijn ze niet alleen voor de eigenaars, maar ook voor de toeschouwers op de wal een lust voor het oog.
De bezitters van deze schepen willen de authenticiteit van hun schepen behouden, herstellen of imiteren. Soms worden zelfs compleet nieuwe replica’s gebouwd.
Bij alle restauratie –en herstelwerk gaat het om de authenticiteit, het herstel van de oorspronkelijke staat, maar dan wel tot op zekere hoogte, want er wordt gebruik gemaakt van moderne materialen en ook worden er concessies aan de authenticiteit gedaan. Want veiligheid, snelheid, modern comfort en bedrijfszekerheid gaan nu eenmaal niet helemaal samen met de toestand van vroeger. Als men aan de eigenaren vraagt wat die authenticiteit dan wel is, dan ontstaat er snel een grote spraakverwarring.
Het blijkt dat de zoektocht naar het authentieke vele routes en vele eindpunten kan hebben. Eigenlijk is het een zoektocht naar het ongrijpbare echte.
Dit thema staat dan ook centraal bij het symposium dat de werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy organiseert. Enkele inleiders zetten hun ideeën over authenticiteit uiteen.

Symposium Op zoek naar het echte
Vrijdag 31 januari 2014, 13.30-17.30 uur,
congres- en studiecentrum It Aljemint
Doelestraat 4-6, 8911 DX Leeuwarden
Programma
13.00 uur Inloop, koffie/thee
13.30 uur Welkom en opening
13.35 uur Lourens Touwen - Over de noodzaak van historisch onderzoek bij scheepsrestauraties
Lourens Touwen is bezig met de restauratie van de tjalk Trijntje, die jaren als verlengde motortjalk Spes aan de Harlingertrekvaart lag. Hij werkt aan de oprichting van de Stichting ScheepsHistorisch Onderzoek (SHO). Touwen is directeur van het recreatieschap De Marrekrite.
14.20 uur Johan Prins - Verslag van de bouw van de Aebelina, een replica van een houten beurtschip uit de 19de eeuw
Johan Prins was aanvankelijk werkzaam als maat en schipper op de bruine vloot. Daarna kwam hij in de reparatie en restauratie van houten schepen terecht. Momenteel is hij directeur van een scheepsreparatiewerf te Workum.
15.05 uur Pauze met thee/koffie
15.30 uur Peter Tolsma - Organisatieperikelen rond de ronde en platbodemjachten
Peter Tolsma had sinds 1980 een organisatie-adviesbureau in Groningen.
Daarnaast was hij vice-voorzitteren voorzitter van de Stichting Ronde en Platbodemjachten. Momenteel is hij voorzitter van de Criteriumcommissie van diezelfde stichting.
Hij publiceerde boeken en artikelen en werkte onder andere mee aan het standaardwerk De Boeier en De Lemsteraak; trots der Zuiderzee.
16.15 uur Klaas Jansma - Over de spanning tussen originaliteit, authenticiteit en sportieve prestaties bij het skûtsjesilen
Klaas Jansma is journalist en directeur van een publiciteitsbureau.
Hij publiceerde vele boeken en was onder andere redacteur van het boek Troch de Wyn, een standaardwerk over skûtsjes. Hij was jarenlang als verslaggever betrokken bij het skûtsjesilen.
17.00 uur Afsluiting
Na afloop is er een hapje en een drankje.

Dagvoorzitter: Sippy Tigchelaar
Sippy Tigchelaar is werkzaam als verslaggever bij Omrop Fryslân en was met Klaas Jansma jarenlang verslaggever van het skûtsjesilen.

Opgave
Aan het bijwonen van dit symposium zijn geen kosten verbonden, opgave is echter wel
noodzakelijk. Dit kan tot uiterlijk 26 januari 2014 via de website van de Fryske Akademy:
www.fryske-akademy.nl of telefonisch: (058) 213 14 14.
jan 102014
 
Gisteren las ik online het epische verhaal van Mark Stroop die tot in Irak zijn gestolen verhuurcabrio's terughaalde.
Toevallig kwam ik vandaag een ander verhaal tegen over Oeds Brouwer uit Dokkum die een minsten zo sterk staaltje van doortastendheid liet zien. Maar dan eind 18e eeuw!
Het is eerder gepubliceerd in De Sneuper 54 van maart 2000 door ons huidige redactielid Piet de Haan:
“Dit verhaal gaat over Oeds Andries (de oudste broer van Geert Brouwer die genoemd wordt in van Minnens boek P.d.H.). Oeds Andries was van beroep schipper, herbergier en koopman. Geboren op twaalf februari zeventien negen en zestig te Veenwouden. Hij was gehuwd met Gerrijtje Poppes de Beer die op zeven maart zeventien negentig te Dokkum geboren is.
Dit verhaal heb ik van mijn vader Siebe Brouwer gehoord en probeer het bij dezen zo waarheidsgetrouw weer te geven.
Oeds Andries Brouwer dus voortaan kort ik het af met Oeds was in dienst bij een paardenkoopman. Deze had een aantal paarden verkocht aan een handelaar die ze weer verkocht had aan het Franse leger. Deze handelaar woonde in een groot huis in Amsterdam maar was een slechte betaler. Toen het te lang duurde zei Oeds zijn baas tegen hem: Oeds, je gaat naar Amsterdam met een collega en je komt niet eerder terug voordat je het geld hebt. Zo gezegd, zo gedaan. Dat op een goede dag vertrok Oeds met de trekschuit naar Amsterdam. Daar aangekomen gingen ze bij de huizen langs totdat ze mijnheer thuis vonden. In een glimp had Oeds al gezien dat mijnheer thuis was.
Na hun bellen deed een dienstmeisje open en zei:”mijnheer is niet thuis” Maar de heren stapten meteen naar binnen, gingen op een bank zitten en zeiden:”nu dan wachten wij wel even” Dat wachten werd beloond en toen ze weer vertrokken hadden ze het geld in de buidel.

Ze zeiden tegen elkaar: We zijn hier nu eenmaal en willen de stad ook even bekijken. Al wandelende kwamen ze bij het IJ en daar lagen allerlei soorten schepen, groot en klein. Maar één ervan trok nog al hun belangstelling. Het was geladen met allerlei zuidvruchten, cocosnoten, nootmuskaat enz. Ze raakten met de kapitein aan de praat en die vertelde dat het schip een beetje lek was en dat hij geregeld moest pompen om het boven water te houden. Ineens zei Oeds tegen hem: “ Wat moet je voor de hele zaak hebben, schip en lading?” Na wat loven en bieden, afdingen dus, het zit de Brouwers nog in het bloed, ging de handel door.
En zo aanvaardden Oeds en zijn maat al pompende de terugreis over de Zuiderzee naar Friesland. Daar deden ze in alle dorpjes waar ze langs kwamen handel. Toen ze in Dokkum aankwamen was de lading verkocht en hadden ze het schip ervan overgehouden. Toen zei zijn baas tegen Oeds: “Je bent een goed koopman, ik help je aan een nieuw schip en dan kun je met boter, kaas, eieren en graan naar Noorwegen en Zweden varen en kun je met basaltblokken voor de zeedijken terugkomen.
En aldus geschiedde. 

Tekst uit het boek van Van Minnen ‘Uit Dokkum een stad vol herinneringen’  blz. 77.
‘Buitenvaarders’
In 1840 waren er in Dokkum nog een tweetal zgn. ‘Buiten-vaarders’(kustvaarders). Het waren Rinickes (=Rienk) Visfer. Deze woonde op de Oostersingel. De tweede was Geert Andries Brouwer. Op zijn 63e jaar voer hij met zijn zoons Andries de matroos en Gerben de varensgezel op het Noorden. Ze vervoerden de lading per “Kofschip” of “Hekschuit”. Op de heenreis naar de Scandinavische landen voeren ze in ballast.
Dit waren vaak dakpannen en bakstenen, op de terugreis vaak hout voor de Dokkumer houthandelaren.
Een “Hekschip” was 66 voet lang en 12,5 voet breed. Ze werden op Friese hellingen gebouwd.
  1. De steen van Meester Chirurgijn Pieter Alma uit Ee