dec 282013
 
In het blad van NGV Friesland, jaargang 19, nummer 1, januari 2014 (!) wordt aandacht besteed aan
rampen uit de historie.
Voorzitter George Schepperle meldt in zijn voorwoord dat het onjuist is dat 11 en 30 terug te voeren is op de elf steden en 30 grietenijen van Friesland. Het zou een term zijn uit het weversvak: 30 draden schering en 11 draden inslag of omgekeerd geeft het fijnste weefsel maar is zeer langdurig alvorens er resultaat is.
Er worden ook lezingen aangekondigd van o.a. Karst Berkenbosch over de Friese Waterlinie rond 1672 op zaterdag 18 januari 2014 en Arjen Dijkstra over David Gorlaeus op zaterdag 15 februari, beide in Historisch Centrum Leeuwarden aan de Groeneweg 1 in Leeuwarden.
En op zaterdag 8 maart nog een lezing over De Nauta's van Woudsend door Lolle Piebe de Boer.
De artikelen in dit nummer:
- Scheepsramp op de Fluessen door Hans Geestman. In 1877 zinkt stoomschip Willem III nabij Galamadammen. Kastelein Femme Karels Zalmstra speelt een heldenrol bij de ramp waarbij 14 mensen overlijden en 29 overleven. Een nikkelen koffiekan met inscriptie herinnert nog aan de ramp en is nu in bezit van het Fries Scheepvaartmuseum.
- Foeke Gerrits van der Wal en de scheepsramp van de Willem III door Jan van der Wal. Foeke was de oud-eigenaar en was aan boord evenals zijn oom Gerben Foekes van der Wal. Beide overleden bij de ramp.
- De ramp met het stoomschip Volturno in oktober 1913 en bemanningslid Neeltje Graauw, door Ingrid Spannenburg. Vanuit Rotterdam op weg naar New York met vooral joodse emigranten brak op de Atlantische Oceaan een brand uit. Zo'n 168 passagiers kwamen om.
- Een onverwachte gebeurtenis met vreselijke gevolgen. Jacob vd Ley en stoomschip de Pallas in 1879, door Antonia Veldhuis. In een storm voor de Hollandse kust vergaan.
- Herfst in Riga, door Maarten Krips. Over Hindelooper kapitein Reinder Jans Duif en zijn fluitschip Concordia in 1814. De 60-jarige stuurman was Nanne of Nanning Willems van der Zee uit Warns die tijdens een storm met het schip op de rede van Riga verging.
- Rampjaar 1903, door Hans Bootsma. Jan Jans Noordmans en zijn familie met de ellende die hen overkwam door roodvonk.
- Napoleons rampzalige veldtochten door Tineke Slof. Nicolaas Freni, in 1793 gedoopt te Leeuwarden, bleek niet overleden te zijn in 1812 tijdens de slag bij de Berezina, zoals gemeld werd op de site Friezen onder Napoleon van de heer Paasman. Hij trouwde in 1815 als Nicolaas Frenet en overleed in 1844 als kolonist in de Ommerschans. Hij diende in het 125e regiment infanterie van linie, net als Jan Leenderts Lerk die het overleefde. Ook Minze Melles Zwerver uit Oudega werd in november 1813 als vermist opgegeven maar is weer opgedoken want hij overleed pas in 1838 te Lemmer.
- Niet lang en gelukkig, door Dineke Paetzel-Veenstra. Over het huwelijk van Gertje Douwes en Albert Piers te Grou.
- Friezen elders: Abel Boekweit uit Lemsterland verdronk bij Durgerdam.
- Stapelverlies, door Nynke Groeneveld-Buis. Over Gabe Nijdam te Leeuwarden in 1883.
- De watersnoodramp van 1825 door Tineke Hartman-Van der Meulen,
- Gezinsstaat van Hendrik Jans Huisman
dec 272013
 
Theodorus Bergsma werd geboren in Dokkum op 16 juni 1745, als zoon van dominee Eiso
Bergsma (1700-1766) en Sytske van Thuynen (1718-1786).
Vader Eiso was een broer van de invloedrijke Adriaan Bergsma (geboren 1702 te Dokkum als zoon van Engwierumer Pieter Arriens en Trijntje de Wendt), die eerst advocaat was bij het Hof van Friesland maar in 1734 met de VOC als Advocaat-Fiscaal naar Batavia ging met zijn 17-jarige neef Eyso de Wendt uit Kollum. Adrianus kwam 5 jaar later terug als Admiraal van de VOC-retourvloot en kreeg daarvoor een gouden medaille die nog bewaard is. In 1743 werd hij burgemeester van Sneek.

Neefje Theodorus Bergsma reisde in november 1770 als 25-jarige jurist op het schip Aschat naar Batavia. Na een lange reis, door de vele stormen, kwam het schip op 9 september 1771 pas aan op de rede van Batavia. Bergsma kreeg daar de functie van Ordinaris Raad van Justitie maar overleed reeds op 11 januari 1773.

Een andere Bergsma die dankzij Adriaan Bergsma een goede functie kreeg in Oost-Indie was Johannes Casparus Bergsma, geboren 16 oktober 1746 in Dokkum. Zijn vader Willem Bergsma was een broer van Adriaan Bergsma. Johannes Casparus werd in 1773 onderkoopman van het provisiemagazijn te Batavia. Van hem is een zwierig schilderij bewaard gebleven met de wapenspreuk Rieugt uwt de baarge snuwt (rechtuit de varkenssnuit). Een rouwbord van hem met de drie bargjes (varkentjes) hangt in het kerkje van Jouswier. De naam Bargsma/Bergsma is waarschijnlijk gebaseerd op de boerderij Bar(g)wegen te Engwierum.

En dan hadden we ook nog de in Japan beroemde Titia Bergsma. Zij was een dochter van de broer van Theodorus Bergsma, Mr Ennius Harmen Bergsma (1755-1828). Omdat zij enige tijd illegaal op het eiland Deshima woonde werd ze uiteindelijk het archetype van de westerse vrouw in Japan en komt nog steeds vaak voor op porselein en prullaria.

In het Jaarboek Fries Scheepvaart Museum en Oudheidkamer 2002 geeft de huidige directeur Meindert Seffinga een introductie op de transcriptie van het journaal van Theodorus Bergsma (waarvan het origineel in het Nationaal Archief). Vreemd genoeg wordt in de titel het jaar 1773 genoemd, dat dus eigenlijk 1770/1771 zou moeten zijn. Het is niet een heel enerverend verslag maar het geeft wel een mooi beeld van wat er zoal aan boord gebeurde (diverse zeelieden werden waanzinnig en pleegden zelfmoord/ sprongen overboord). Ook vertelt hij over een uitstapje aan Kaap de Goede Hoop naar het wijnlandgoed Groot Constantia (ik ben er zelf ook wel eens geweest). 
Leest u op uw gemak maar eens de scans van de transcriptie van het Journaal van Theodorus Bergsma in 1770/1771.
dec 242013
 
In museum het Admiraliteitshuis in Dokkum is van 13 december 2013 t/m 29 maart 2014 de expositie ‘Feestelijke Tafels’ te zien.

Vier tafels zijn op feestelijke en bijzondere manier gedekt. Op uitnodiging van het museum zijn door twee studentes, Bennie van Boerum van fa. Rosier, buurman Kooistra en een groep kunstenaars een tafel gedekt.

Zeven leden van ‘Kunstenaarsinitiatief ARTchipel’ met kunstenaars uit Noordoost Friesland hebben gezamenlijk een tafel gedekt met objecten die passen bij het thema. Een mooi voorbeeld van samenwerking waar de verschillende disciplines worden gecombineerd.

De kunstenaars die een bijdrage leveren zijn: Hennie van Dijk-Stel, Paul Edens, Ineke Ekkers, Thea Hoek, Nynke Runia en Koos Zwiers.

Door twee studentes van de opleiding Art & Design, Anke Dijkstra en Christien Minzinga Zijlstra, van de Friese Poort in Drachten is een ‘Kleurrijke tafel’ gemaakt. Met een explosie van kleuren laten zij zien hoe in hun ogen een artiest eet en tegelijkertijd werkt aan de eettafel. Ook is door hen een vitrine gevuld met servies gemaakt van wit papier.

Bennie van Boerum van firma Rosier uit Dokkum weet als geen ander hoe een tafel gedekt hoort te zijn. Volgens de etiquette en met serviezen uit eigen winkel laat hij een tafel zien, geschikt voor de feestdagen.

Familie Kooistra, de buren van het museum, heeft een prachtig servies uitgeleend. Een prachtig inkijkje in hoe de familie normaal gesproken met de feestdagen aan tafel zit te dineren.

Naast deze vier tafels zijn een aantal serviezen uit de collectie van het museum te bezichtigen; drie
serviezen uit de 19e eeuw en een kinderservies van ca. 1900. En wordt een korte film vertoond met ‘eetfragmenten’ uit beroemde films.

In de museumwinkel wordt kunst verkocht, gemaakt door de kunstenaars die exposeren in het museum.
dec 222013
 
Afgelopen vrijdag was ik in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. Er hangen veel schilderijen met prachtige schepen op zee. Maar ook portretten. Ik zag een prachtige set pendanten uit 1853 met ene Auke Luitzens Zwitting (ook gespeld als Zwieting of Swieting) en zijn echtgenote Berbera Feenstra.
Het bordje bij de schilderijen spreekt overigens van Swieting en Veenstra. Maar ook dat de schipper in 1858 op de Oostzee is vergaan. De schilderijen zijn gemaakt door de reizend portretschilder Berend Wierts Kunst, een van mijn persoonlijke favorieten.
De site van het Fries Scheepvaartmuseum geeft het volgende:
Beschrijving: Pasteltekening. Portret van Auke Luitzen Swieting. Portret ten halve lijve, en trois quarts. Kleding: zwart lakense jas met platte revers, zwart vest en wit hemd. Om de hals is een zwarte doek gestrikt. Ingelijst.
Achterop het papier: 'Auke Luitzen Swieting, geb. te Ureterp. Zeekapitein op eigen schip, genaamd Petrus Horjus in de Oostzee vergaan met twee volwassen zoons Lucas en Petrus in 1858. Zoon van Luitzen Swieting en Aukje Klaazes'.
Achtergrondinformatie: In de Leeuwarder Courant van 5 sept. 1856 wordt melding gemaakt dat kapitein A.L. Swieting van de Harlinger tjalk Petrus Horreüs bij Tonningen een sloep met twaalf drenkelingen redde. Hij was op terugreis van Petersburg.
In het werkregister van Berend Kunst (1794-1881) worden de geportretteerden genoemd: 'Zwiterink en vrouw'. Het jaar van overlijden dat op de achterkant van het portret wordt genoemd is niet juist. Dat blijkt uit een bijlage bij de tweede huwelijksakte van zijn weduwe Berbera Veenstra, d.d. 17 nov. 1868. In een vonnis van de Arrondissementsrechtbank van Leeuwarden wordt gesteld dat 'er regte vermoeden van het overlijden van Gedaagden bestaat sedert den dertigsten October 'achttienhonderdrie en zestig'. Uit het vonnis blijkt dat Auke Luitzens Zwieting (kapitein), Luitzen Zwieting (stuurman) en Petrus Horreus Zwieting (matroos), allen afkomstig uit Dantumawoude, op 28 okt. 1863 met een schip genaamd Petrus Horreus, beladen met tarwe, van Stettin zijn gezeild naar Leith in Schotland. Op 30 okt. 1863 stuurde de kapitein vanuit Elseneur nog een brief naar zijn vrouw. Daarna is niets meer van hem vernomen. Na de uitspraak van de rechtbank stond het Berbera Veenstra vrij te trouwen met iemand anders., Literatuur: - Dr. E.J.F. Smits en Drs. P.J. Huizinga, Berend Kunst - een reizend portretschilder (1794-1881) (Groningen, 1974), p. 59 - Leeuwarder Courant 5 sep. 1856. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18
Auke werd geboren op 24 juli 1813 te Ureterp als zoon van Luitsen Hendriks Zwitting en Aukjen Klases en was lidmaat te Opsterland tussen 1844 en 1850, waarna hij vertrok naar Achtkarspelen (Twijzel/Kooten) en daarna naar Ureterp in 1851 en Harlingen in 1852.
Berbera Feenstra trouwde op 2 maart 1843 te Tietjerksteradeel met Auke Luitzen Zwitting en op 12 mei 1870 te Dantumadeel met Douwe Durks Hellinga. Berbera was een dochter van Petrus Horreus Feenstra en Zytske Mulder.
Walter Groen heeft een interessante website waarop hij een transcriptie en scans heeft van het prachtige Werkboekje dat Berend Wierts Kunst bijhield van 1823-1872! Hierin komen de portretten van het echtpaar Zwitting-Feenstra ook voor, met een uitvoerige beschrijving.
Walter Groen is een ervaren genealoog en heeft dan ook op zijn site zoveel mogelijk namen gekoppeld aan scans van portretten, genealogische informatie en een Index op plaatsnamen. Uit onze omgeving komen daarin alleen Kollum met een kind van André(ae). 1 Do. v. Idsinga. Do. Riedel.(wede. Beekhuis. 1 Copie. Dr. Beekhuis en vrouw te Wirdum) en Schiermonnikoog (met Venenga en Vrouw, Zeilenga en Vrouw, De Vrouw van Kourkamp, 4 Copieën naar T. Zeilinga) voor. Ook is er een Index op Namen van geportretteerden.

Het Fries Scheepvaartmuseum blijkt ook nog een prachtige porseleinen pijpenkop van A.L. Swieting uit Ureterp in bezit te hebben met een afbeelding van zijn Harlinger tjalk (1850).

Als we dan ook nog even de Sonttolregisters Online er op naslaan dan zien we dat hij in ieder geval de volgende 8 reizen door de Sont heeft gemaakt (2x met thuishaven Harlingen en 6x met thuishaven Ureterp):
 15-7-1849    A. L. Swieting    Ureterp    Memel - Amstd.




28-12-1849A. L. ZwietingUreterpDanzig og Kbhvn. - Amsterdam
31-8-1850T. S. ZwietingUreterpAmsterdam - Stettin
28-6-1852A. L. ZwietingUrredorpDanzig - London
7-7-1854A. L. ZwietingHarlingenMemel - Aberdeen





13-5-1856A. L. ZweetingUreterpLibau - Maas Fl.





22-5-1849A. L. ZwielingUreterpMakkum - Wismar





9-9-1855A. L. ZwiltingHarlingenWolgast - Amsterdam


dec 222013
 
Door Henk Aartsma

In de eeuwenoude Kerk van Oostrum werd op donderdagavond het nieuwste nummer magazine Alde Fryske Tsjerken gepresenteerd. Het eerste exemplaar van het magazine werd aan Arnoud Klokke en de Plaatselijke Commissie van Oostrum overhandigd.

Ook presenteerden zich op deze avond; de nieuwe voorzitter van de redactiecommissie Hans Willems, de nieuwe redactieleden Marlies Stoter en Oebele Vries en de nieuwe Educatiemedewerker Hanneke Hofman.

Muurtekening kerk Oostrum
Na de muzikale intermezzo door het Dokkumer Vrouwen Burgerkoor o.l.v. Willem Molenbuur gaf Arnoud Klokke een toelichting op de vondst van de bijzondere negentiende eeuwse tekening en Sytse ten Hoeve hield een korte lezing over de Oostrumer preekstoel. Ook werd de ingelijste tekening van de muurschildering van de Oostrumer kerk aan de voorzitter van PC Oostrum overhandigd.
dec 212013
 
Het Gens Nostra themanummer “Nederlandse binnenschippers” is de laatste onder leiding van aftredend hoofdredacteur Leo van der Linden.
Na de oproep in 2012 hebben verschillende auteurs een manuscript ingezonden. Daaruit is een selectie gemaakt voor dit dubbelnummer dat 128 pagina’s omvat.
Gezien het onderwerp zal het niet verbazen dat er diverse artikelen aan Friesland gelieerd zijn.

De auteurs zijn: (in alfabetische volgorde):
1. Albert Clobus: Van kleermaker tot schipper. Ruim een halve eeuw schippers Clobus
2. Dick Th. J. Dornseiffen: Hoito Godert Dornseiffen (1841-1922) en het Schoolfonds voor Schipperskinderen in Friesland
3. Petronella J.C. Elema: De honderdjarige Geertje Tebbe(n)s en de familie Domdriest
4. Tineke Hartman-van der Meulen: De Goede Verwachting. Ons lid Tineke Hartman is geboren op dit schip en staat afgebeeld op een foto uit 1952 met haar beppe Hinke en pake Foppe van der Meulen. Informatie over het schip haalde ze o.a. van de site Skutsjehistorie.
5. A.P.J.M. Lelieveld en H.M. Lelieveld: Westlandse schippers
6. A.P.A. van Rooden: Bij de kwartierstaat van Mees Toxopeus (1886-1974), zeeman
7. Freja Schuitemaker-Frankefort: Twee schippersfamilies Krol en Kamphuis nauw verbonden. Ofwel hoe hield je contact met je geliefde?
8. Tineke Slof: De schippersfamilie Wapstra van de Heerenwal
9. Arie Jan Stasse: Een lijst van gildebroeders van het schippersgilde van ’s-Hertogenbosch uit 1712
10. Antonia Veldhuis: Van klompenmaker naar turfschipper. Jan Harms Kuiper alias Jan Hendrik Kuiper (1799-1875)
11. Roelof K. Vennik: Schippersgilden in de Noordelijke Nederlanden

En verder, de volgende vijf fotoportretten:
1. Edgar Beekes: Het portret van … Wietse Doevendans & Klaaske Kuijpers
2. J.C.P. Boender: Het portret van … Jacob Boender & Adriana de Groot
3. Henk Lelieveld: Het portret van …Wilhelmus Hendrikus Lelieveld & Maria Theodora van Elswijk
4. Bas Wilschut: Het portret van … Gradus (Gerardus) van den Boom & Johanetta Schumacher
5. Bas Wilschut: Het portret van … Gerrit van den Boom & Louisa Schoep

Daarnaast ook de volgende bijdragen en rubrieken:
-. Drs. B.:De ene Jan is de andere niet. Brabantse kwartierstaatvirussen, deel 2
-. J.A. de Boo, met een eerste bijdrage voor de nieuwe rubriek 'Heraldica Curiosa' : Blide Incomste
-. Rubriek Gens Data, met onder andere Antonia Veldhuis: Kaarten en atlassen digit@@l, deel 2

Twee kwartierstaten:
-. Arie Jan Stasse: Bij de kwartierstaat van Simon Carmiggelt (1913-1987), schrijver
-. Frans Thorissen: Bij de kwartierstaat van Peter Vos (1935-2010), tekenaar

En de fotoportretten:
-. Gé Vaartjes: Het portret van … Cornelis Bastianus Lünneman & Cornelia Vermeulen
-. Albert Zwartkruis: Het portret van … Albertus Zwartkruis & Elisabeth Geertruida Jansen
dec 202013
 
Op de website van de Universiteit van Utrecht staat een database met alle professoren die in de loop van de geschiedenis (sinds 1636) les hebben gegeven aan deze academie.
Op zoekwoord Dokkum vond ik er direct drie: Godard Gosses, Letteren en wijsbegeerte vanaf 4 november 1935, Piet Gros, Scheikunde vanaf 1 februari 2002 en Sape Talma, Geneeskunde vanaf 1881.
Sape Talma
Als je doorklikt naar een detailpagina vind je een grote rijkdom aan informatie, zoals bij Talma bijvoorbeeld:
- Gewoon hoogleraar. De ziektekunde, de ziektekundige ontleedkunde, de propaedeutische kliniek vanaf 6 oktober 1876.
- Gewoon hoogleraar. De geneeskunde, de kennis der geneesmiddelen en geneesmiddelenleer, de propaedeutische kliniek vanaf 1881.
- Gewoon hoogleraar. De geneeskunde, de propaedeutische kliniek vanaf 1908.

Naast een portret en persoonlijke informatie vind je ook:
- Opleiding en werk
- Promotie(s)
- Promotor(en)    
- Eervolle lidmaatschappen
- Einde vanwege (in dit geval): Wijziging leeropdracht
- Vakgebied: Geneeskunde

Overigens vind je nog veel 'oudere' professoren als je zoekwoord Franeker gebruikt. Uiteraard betreft het dan vaak professoren die hun opleiding hadden aan de Universiteit van Franeker, dus voor 1811. Zo heb je bijvoorbeeld Hieronimus van Alphen, de grootvader van de gelijknamige dichter en de Leeuwarder Cornelis Adrianus Bergsma, ongetwijfeld wel uit het geslacht uit de Dongeradelen. Twee van de oudsten zijn Bernardus Schotanus, die zowel in Franeker is geboren als daar aan de Universiteit werd opgeleid en zijn broer Meinardus Schotanus.
dec 172013
 
Het Jaarboek van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur en de Fryske Akademy over 2013, De Vrije Fries 93, biedt weer een brede keur aan doorwrochte artikelen.
Het Redactioneel geeft een samenvatting van de artikelen:
Bij het verschijnen van dit jaarboek heeft Fryslân een nieuw Fries Museum in Leeuwarden. Dat leek de redactie een mooie gelegenheid om stil te staan bij een vorige keer dat de opstelling van het Fries Museum grondig op de schop ging, in 1952. In dit jaarboek belicht Henny de Leeuw de museale veranderingen van toen binnen de context van de ideeën die halverwege de twintigste eeuw in de museumwereld leefden over de inrichting van musea.
Het tweede artikel is afkomstig van Leo Verhart en gaat over archeologie en terpen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het is een vervolg op zijn bijdrage in het jaarboek van 2012, waarin onder andere de slechte verhouding tussen het Fries Genootschap en het Leidse Rijksmuseum van Oudheden rond 1900 centraal staat. In dit jaarboek pakt Verhart de draad op bij 1908 toen Albert Egges van Giffen bij het Fries Genootschap in beeld kwam.
Matthijs Gerrits en Hans Mol reconstrueren vervolgens het ontspoorde conflict in het zuidwesten van Fryslân tussen abt Agge Thomaszoon en hoofdeling Ige Galama. Aan het einde van de vijftiende eeuw vochten deze heren en hun achterban een vete uit die achteraf gezien het einde van de zogeheten Friese vrijheid (1498) inluidde.
Met het volgende artikel van Huib Zuidervaart over het verschijnsel ‘boerenprofessor’ maken we een sprong naar de achttiende eeuw. Deze term, door G.A. Wumkes in 1914 geïntroduceerd, is een eigen leven gaan leiden. Zuidervaart relativeert het belang van de ‘autodidacten’, zoals Eise Eisinga, die als boerenprofessoren worden getypeerd. Voor de bestudering van het wetenschappelijke klimaat blijven zij niettemin buitengewoon interessant.
De eeuwenoude angst voor hondsdolheid komt aan de orde in de bijdrage van Minie Baron. Zij laat zien hoe vanaf de achttiende tot het einde van de twintigste eeuw preventie en bestrijding van deze ziekte in Fryslân werden georganiseerd. Daarnaast bespreekt Baron hoe hondsdolheid doorwerkte in de Friese samenleving. Het accent ligt op de jaren van 1850 tot 1925, toen veel werk werd gemaakt van de indamming van rabiës.
In het laatste artikel van dit jaarboek analyseert Bert Looper de wereld van het meubelbedrijf Fristho, dat werd opgericht in 1920 en in Franeker gevestigd was van 1924 tot 1970. Hoewel dit bedrijf halverwege de twintigste eeuw doordrong tot de top van het Nederlandse meubeldesign en ook internationaal furore maakte, is het bij grote publiek momenteel weinig bekend. Looper pleit voor een herwaardering van Fristho, dat door het bekende designblad Goed wonen stelselmatig werd genegeerd en volgens hem daardoor mist in de hedendaagse canon van het meubeldesign. Op de valreep geeft Looper Fristho ook nog een plaats in de huidige discussie over de identiteit van Fryslân.
In de rubriek ‘Bronnen en egodocumenten’ presenteren Truus de Vries en Goffe Jensma de eerste lezing van François HaverSchmidt, gehouden in 1850 voor zijn gymnasiastengezelschap aan het einde van zijn schooltijd in Leeuwarden, onder de titel ‘De Friesche Koningen’. Uit deze lezing blijkt dat HaverSchmidt al op jonge leeftijd vraagtekens plaatste bij de geschiedschrijvers die beweerden dat de Friezen sinds de Romeinse tijd continuïteit kenden als volk. Dit jaarboek bevat verder traditiegetrouw de archeologische kroniek – wederom samengesteld door Ernst Taayke – en het jaarverslag 2012 van het Genootschap.

De titels van de artikelen:
- De nieuwe koers voor het Fries Museum
- Terug naar het land van herkomst 2
- Macht, geweld en monniken
- De Friese boerenprofessor (Ekama)
- Hondsdolheid in Friesland vanaf 1700
- Fries design goes international
- De Friesche Koningen van Francois HaverSchmidt
- Archeologische Kroniek van Ernst Taayke van NAD Nuis

dec 152013
 
Door Theunie Wijnstra
Het begon met het uitzoeken van mijn familiestamboom. Toen ik daarin niet verder kwam (vader niet bekend en door vader niet erkend), dacht ik dat het wel handig zou zijn om lid te worden van een vereniging waar veel kennis verzameld werd. Het werd de Historische Vereniging van Noordoost Friesland.
Niet wetende waar mijn nieuwsgierigheid mij zou leiden. Toen Hans Zijlstra mensen vroeg om een 17e eeuws scheepsjournaal te vertalen, leek mij dit een mooie gelegenheid om enige vaardigheid op te doen in het lezen van oude teksten. Aldus heb ik me hiervoor opgegeven en me met groot enthousiasme, en begeleiding van Hans, hierop gestort. Na enige opstartproblemen ging het vertalen steeds beter en al snel kreeg ik zicht op het leven van de schrijver: Kapitein en Schout bij Nacht Hendrick van Brunsvelt.
Slag in de Sont, Willem vd Velde 1, Rijksmusem

Hendrick van Brunsveld heeft mee gedaan in de Slag in de Sont in 1659 - 1660. De hele operatie stond eerst onder leiding van Jacob van Wassenaar (1658), later ging Michiel de Ruijter met een vloot richting Denemarken. Onder wie Hendrick van Brunsveld met aan boord Poppo van Burmania en zijn landsoldaten. De Friezen hebben een zeer grote rol gespeeld in deze Sontoorlog, waarbij Holland aan de zijde van Denemarken stond. De Engelsen aan de zijde van de Zweden. Handelsbelangen waren in het geding. Het was een oorlog die nogal wat consequenties heeft gehad en die, naar mijn persoonlijke mening, momenteel ondergewaardeerd is.

Toen ik op internet ging zoeken wie Hendrick van Brunsveld nu eigenlijk was, kwam boven water dat hij hiervoor waarschijn een heel ander leven heeft gehad. Hendrick van Brunsvelt dook op in Amsterdam als goudwerker. Daar is hij ook gehuwd. Tevens in Brazilië, waar hij in dienst van de oude WIC belast was met het maken van dukaten. Brieven van hem uit die tijd doken op in het Nationaal Archief (Gahetna.nl).

Inmiddels heb ik de familiestamboom aan de kant gelegd en me op de historie van Hendrick van Brunsveld gestort. Ten behoeve van de Schout bij Nacht heb ik een Facebookpagina gemaakt met de naam Hendrick van Brunsveld, Schout bij Nacht. Wie meer wil weten en/of wil helpen (nog) meer te weten te komen over de persoon en de periode: neem gerust contact met me op!
dec 132013
 
De Sneuper 112 komt met een cover-artikel over Dokkumer molens in het Album Amicorum van  Francois Bekius. Niet alleen was hij de grootvader van Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt) maar ook de kleinzoon van de 'duivelsdominee' die ook Francois Bekius heette.

Zo is De Sneuper 112 weer gevuld met voor elk wat wils en gevarieerde artikelen, waar de volgende keer misschien ook uw onderzoek of tekst tussen kan staan. Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden! Dat en nog veel meer in dit winternummer van De Sneuper:

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Molens van Dokkum in Album Francois Bekius, Warner Banga
- Pijpenkoppen in Moddergat, Gerard de Weger
- De Bontebrug van Dokkum, Sake Meindersma
- Plankjes met namen 2: het P. Schuringa-plankje, Piet de Haan
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Een vondeling te Raard in 1820, Paul Hillebrand
- Levensloop van Tjerk Romkes Viersen, Gosse van der Plaats
- Wierumer vissers-genealogieën, Berend Beimer
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare..., Ale Hansma
- MATHILDES KOFFER: Toet-anch-amon, Hilda Bouta
- DIACONIEREKENINGEN: Boskma’ s & Keegstra’ s, Piet de Haan
- HERALDIEK van de Hollumer kerkramen, Rudolf Broersma
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
- Friesland digitaal op de kaart, Hans Zijlstra


- Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum en Oosternijkerk zonder verzendkosten).

Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

Tevens kondigen we de Ledendagen van 2014 aan die door onze vereniging op zaterdag 12 april 2014 worden gehouden in Niawier en op zaterdag 4 oktober 2014 in het IJstijdenmuseum te Buitenpost. Noteert u het alvast in de agenda!

En, last but not least, onze leden kunnen De Sneuper ook als pdf ontvangen als ze dat willen (stuur een mail)! 
  1. Noordoost-Friezen in Signalementenregister Amsterdam
  2. SontTol Registers Online: Vrijwilligers Crowdsourcing gevraagd!
  3. Kwartaalblad Genealogie met HISGIS
  4. Help mee boekendiefstal Universiteit Franeker op te lossen!
  5. Bijzondere lezing Obama van Fryslân: Talma
  6. Zonnewijzer Stania State in tuin Amsterdams Museum van Loon
  7. Huismerken Noordoost-Friesland: komt allen tezamen!
  8. Huismerken Noordoost-Friesland: komt allen tezamen!
  9. Fronton Admiraliteitshuis Harlingen bij Noordelijk Scheepvaartmuseum
  10. Ramp van Wierum, 120 jaar geleden