mei 302013
 
De digitale kenners weten inmiddels dat je voor nieuws op Twitter moet zijn. Dokkumer onderzoeker en lid van onze vereniging Dr. Arjen Dijkstra meldde dat hij binnenkort aan twee interessante projecten gaat beginnen.
Na de zomer gaat hij als fellow onderzoek doen naar het proces van uitbesteden (outsourcing) door de zeventiende eeuwse Elsevier uitgeverij. Hoe vaak hebben de Elseviers gebruik gemaakt van printers van buiten Leiden en Amsterdam? De collecties van de Universiteit van Leiden en de Elsevier Heritage Collection in Amsterdam staan daarbij centraal. Maar er is ook een link naar de Universiteit van Franeker, waar wiskundigen als Adriaan Metius (1571-1635) onderwijs gaven. Hij publiceerde bijvoorbeeld in 1626 maar liefst 5 boeken, waaronder een boek over wiskunde en geometrie, en een boek over fortificaties met het gebruik van een speciaal kompas, die door de gebroeders Bonaventura en Abraham Elzevier werden uitgegeven.

Voor het Eise Eisinga Planetarium in Franeker gaat Dijkstra onderzoek doen naar het leven van Eise Eisinga. Naast het feit dat hij oprichter was van het planetarium, was hij ook deel van een groep Friese 'nerds' die zich in hun vrije tijd (naast hun normale beroep als boer) bezighielden met astronomie en wiskunde. Deze autodidacten bouwden zelfs sterrenkijkers voor de Sterrenwacht van de Universiteit Leiden en deden levensgevaarlijke proeven met bliksemafleiders en donderkerkjes.
Eise Eisinga werd ook ooit verbannen uit de provincie Friesland en vestigde zich toen, zoals vele bannelingen in het Groningse grensdorp Visvliet. Ook in de afwikkeling van het Kollumer Oproer speelde Eisinga een rol! Het onderzoek van Arjen Dijkstra moet leiden tot een nieuwe biografie van Eise Eijsinga.
Het sluit allemaal mooi aan op zijn dissertatie over Wiskunde in de Gouden Eeuw waarop hij in 2012 te Franeker promoveerde en de documentaire over dit onderwerp die hij gemaakt heeft na een prijsvraag van NWO/Bessensap.
mei 262013
 
Bij Tresoar zag ik in een inventaris Metinge der Landen ende het slijk van Doccum gelegen, begonnen den 7e May 1638.No. 6970. Toegang 5 Gewestelijke bestuursinstellingen van Friesland 1580-1795. Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum). 
Via Anton Musquetier kreeg ik foto's van betreffende document. Ik heb het een tijdje bewaard bij mijn digitale gegevens en aan mede-sneupers gevraagd of ze een transcriptie wilden maken of er een artikel aan wilden wijden, maar de animo was niet groot. Vandaar dat ik de scans nu maar gewoon online zet en alleen de namen en sommige toponiemen vermeld heb die in de documenten voorkomen. Het zijn 'Metinghe der Landen aenden Noorder en Zuyderzyde van t Doccomer Diept.' Bij deze voor het gemak nogmaals:

No. 14 Jr Gerrit van Wijtsma, Otto Swalue, Wybe Annes cum socys toe behorende
No. 15 Noch eenighe Greidlanden gemeten desen Landtschappe toebehorende bij Jan Henrijckx...
No. 16 Zes ... noch ...bij verscheijdene personen gebruijckt wordende Jr Douwe van Walta cum socys

 Jr Rienck van Burmania toebehorende...

No. 14 Noch gemeten no.14 Wytske Scheltingha cum sociis toebehorenden bij Opt Sijbes en Lijuwe Fockes gebruijckt...

No. 15 Item gemeten no.15 den erffgenamen van Jr Caerl van Unia cum socijs toe behorende, sijnde bij Wopke Jeltes gebruickt; is groot bevonden drie en vartich pondemaeten...

No. 16 Noch gemeten twee parten (?) Landtschaps landen, ... bij Mintie Idses op het...Aucke Wijtses tegenwoordich gebruijckt....

No. 17 Noch gemeten no.17 Wijtske Scheltingha cum sociis toebehorende...

No. 18 ....bij Folckert Luijtiens gebruijckt...

No. 19 ... Orck van Doyem.... Jr Douwe van Aylva, Wijtske Scheltingha ende andere personen toebehorende

No. 20 Noch gemeten no.20 sijnde Landtschaps Landen bij Jacob Isonis (?) gebruijckt...

No. 21 .... Tiaerdt Riencx en Jelger Cornelis cum sociis gebruijckt...

No. 22 .... Anne Pijters, Jan Jansen, Lijuwe Sijmens, ende Sijmen Fransen tegenwoordich gebruijckt...

het geheele Buijtenlandt geleghen aende Noorder zijde van t Doccomer Diept, beginnende van Doccomer Sluijtboom oostwaert tot aen Watma wiel is in eender somma groot bevonden een duijsent, vier hondert, acht en tachtich pondematen, ses penninghen ende acht ...


No. 4. Noch gemeten no.4 sijnde bij Bocke Sioerdts als meijer van Jr Tiepke Iske Popma van Aylva gebruijckt, is groot bevonden twee en dartich pondemaeten...

No. 5... gebruijckt bij Jelcke Walinghs als meijer van Drijsumer Sijlgenoten....

No. 6 ... bij Harmen Aents als eijgenaer selffs gebruijckt

No. 7 ... sijnde bij Douwe Douwes als eijgenaer gebruijckt

No. 8 ...mede bij Douwe Douwes als eijgenaer gebruijckt

No. 9. ...bij Iepe Sijbrandts ende Haije Bauckes gebruijckt

No. 10... Harmen Aernts, en Tamme Jurians erffgenaemen cum socys

No. 12 ... Greyd-Landt geleghen tusschen Oldwoldmer Groot ende Cleijn Schoor aen beijde zijden vanden Oldwoldmer Zijlried geteeckent met no.12 sijnde bij verscheijdene ...

No. 13 ... Collomer Zijlrijd alles gebruijckt wordende...


Blader dus eens online door het album met scans en laat me weten of er interessante namen tussen staan en mogelijk zelfs een artikel voor De Sneuper geschreven kan worden.
mei 232013
 
Bij een recent bezoek aan Museum Admiraliteitshuis te Dokkum viel mij een boekje op die ik blijkbaar
eerder over het hoofd had gezien. Het was er een uit de recente stroom van publicaties van museumdirecteur Ihno Dragt, getiteld Friese vissersvrouwen hadden de broek aan.
Het boek staat vol met prachtige oude foto's en tekeningen van met name mensen en huizen uit de vissersdorpen aan de Waddenzee zoals Moddergat en Wierum.
Dit is wat Ihno Dragt in het Voorwoord schreef: In de loop van het jaar 2012 werd mij gevraagd een korte lezing te houden over de Friese vissersvrouwen die vroeger gekleed gingen in mansbroeken als ze op
het wad wormen gingen zoeken. Dit in het kader van een voorjaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Kostuum, Kant, Mode en Streekdracht (NVKKMS). Deze vereniging organiseert jaarlijks een aantal ledendagen, die tijdens de winterdag van 26 januari 2013 in het kader stond van het thema Man of vrouw, rolwisseling en rol-bevestiging door kleding.
Het onderwerp van de lezing had ik al – in een breder kader – beschreven in het boekje dat achterin deze publicatie onder nummer 2 vermeld staat (Bijdehande, blauwoogige dolsters: Onmisbare schakels in de Friese beugvisserij van de 19de eeuw. G.I.W. Dragt, februari 2011). Voor een publiek dat waarschijnlijk minder geïnteresseerd is in de diverse visserijtechnieken heb ik de passages over de kleding en dan vooral de broek, eruit gehaald en hier met enige wijzigingen en aanvullingen opnieuw gepubliceerd. Voor een beter begrip van de noodzakelijkheid van deze werkkleding wordt kort ingegaan op de specifieke visserij waarvan die een onderdeel vormt. De vissersvrouwen moesten hun mannetje staan en hadden het bepaald niet minder makkelijk dan de mannen. Dat ze daarbij soms mannenkleding moesten dragen, deden ze uit noodzaak en traditie en ze voelden zich er dikwijls onplezierig bij.
Het boekje is te bestellen en te koop bij Museum Admiraliteitshuis.
mei 202013
 
De stichting Historia Doccumensis werkt al enige tijd aan een publicatie over bouwstijlen en
Gotisch huis Dokkum
bouwhistorie in de Dokkumer binnenstad
. Daarvoor heeft men in de afgelopen maanden, vaak met enthousiaste medewerking van bewoners en eigenaren, dendrochronologisch of ook wel jaarringen-onderzoek gedaan in een twintigtal panden in de binnenstad van Dokkum. De resultaten van het laboratoriumonderzoek in Duitsland bevestigen dat bij de beruchte Waalse Furie in 1572 niet de gehele stad werd platgebrand.

Boren in het verleden
Bij plunderingen in 1572 door Waalse huurlingen onder leiding van de Spaanse Caspar de Robles, werd een groot deel van de Dokkumer binnenstad verwoest. Sommige stenen huizen zijn toen echter behouden gebleven en dus al gebouwd in de zestiende eeuw of zelfs daarvoor, al is dat aan de buitenkant vaak niet (meer) te zien. Veel panden zijn later van een nieuwe gevel voorzien, maar een oudere achterbouw of een kapconstructie kan zijn geheimen nog prijsgeven! Via een nieuwe methode kan door jaarringenonderzoek de precieze bouwdatum van een gebouw worden achterhaald. Door deze zogenaamde dendrochronologie kan van ouder eiken- en grenenhout de vel-datum van de bomen worden achterhaald.

In december is er met een deskundige van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in twee panden een eerste onderzoek gedaan om te kijken of er dateerbaar hout aanwezig was en om de bestuursleden van de stichting te trainen in het boren van bruikbare monsters. De panden van de voormalige Friesland Bank aan De Dijk en het Gotische Huis aan de Boterstraat gaven daarmee de aftrap voor dit onderzoek.
In negen gevallen was er geen oude constructie meer aanwezig, of kon men er niet bij, omdat de kapconstructie netjes was weggetimmerd. Bij de overige elf panden was vaak een prachtige balkconstructie aanwezig en meestal konden daaruit de nodige boringen gedaan worden. In alle geselecteerde panden werden vier of vijf monsters geboord en deze zijn vervolgens naar het laboratorium van Pressler Gmbh in Gersten (Duitsland) gestuurd om onderzocht te worden.

Onderzoeksresultaten
De oudste balk werd gevonden in de kloostervleugel van De Abdij en is gekapt in 1534. Waarschijnlijk is deze balk hergebruikt bij de verbouw van de vleugel tot weeshuis in 1610. Het grootste deel van de panden (Boterstraat 8, Kerkstraat 3, Grote Breedstraat 16 en 35, Vlasstraat 4, Diepswal 21, De Dijk 4) dateert uit de periode 1550-1565. Blijkbaar bloeide Dokkum in die periode en werd er flink gebouwd. De volgende bouwperiode viel vlak na de aanleg van de bolwerken in 1582. Een aantal panden dateert van rond 1600 (De Dijk 2, Legeweg 23, Hoogstraat 29 en Markt 30a).

De onderzoekers kunnen daarmee de hypothese voor het onderzoek bevestigen: de brand en verwoesting bij de Waalse Furie in 1572 heeft lang niet alle panden in de binnenstad in de as gelegd. Mogelijk dat alleen de westzijde van de stad (waaronder Legeweg 23) in brand heeft gestaan, maar de kern van de stad is grotendeels ouder dan 1572. Ook panden die er op het eerste gezicht niet zo oud uit zien (Grote Breedstraat 16 en Vlasstraat 4) kunnen dus een rijke historie herbergen!

Uitgave over bouwhistorie
In januari is Omrop Fryslân radio en tv bij de boringen in de oude kloostervleugel van De Abdij aan de Markt aanwezig geweest, en is het onderzoek provinciaal in het nieuws geweest. Dat het een belangrijk en voor Friesland bijzonder onderzoek is, werd overigens onderstreept door de provinciale subsidie die we hiervoor hebben toegezegd gekregen. Mede door particuliere bijdragen is het voor een vrijwilligersclub haalbaar om zo'n grootschalig onderzoek te kunnen doen.

De stichting Historia Doccumensis, die zich bezig houdt met het uitgeven van publicaties over de geschiedenis van de stad Dokkum en omgeving is al enige tijd bezig met het voorbereiden van een publicatie over bouwstijlen en bouwgeschiedenis in de oude binnenstad. Hiervoor heeft het bestuur architect Siebe van Seijen als auteur benaderd. Van Seijen is werkzaam bij Adema Architecten en vaak betrokken bij restauraties en historische bouwprojecten. Hij heeft verschillende bouwstijlen in Dokkum beschreven aan de hand van panden die uit zo’n periode in de binnenstad te vinden zijn. Het boekwerk verschijnt eind 2013 in de reeks ‘Dockumer Granaetsjes’ van de stichting.

Voor inlichtingen:
Ihno Dragt – voorzitter Historia Doccumensis    giwdragt@museumdokkum.nl     0519 – 29 31 34
Siebe van Seijen – Adema Architecten      s.vanseijen@adema-architecten.nl    0519 – 29 56 65
mei 172013
 
Het fenomeen crowdsourcing krijgt steeds meer voet aan de grond in de wereld van genealogen en historici. Het project Velehanden.nl is daar een mooi voorbeeld van, met de recente toevoeging van de transcripties van de Friese bevolkingsregisters uit het tijdvak 1850-1939. U kunt zich trouwens nog opgeven om mee te doen!
In alle stilte hebben we binnen onze vereniging een vrijwilligster, Theunie Wijnstra, die een transcriptie gemaakt heeft van een van de journalen van de Friese kapitein ter zee en later schout-bij-nacht Hendrik Brunsvelt. Hij diende in de jaren 1659-1660 onder de fameuze Admiraal De Ruyter en deed ook mee aan de Tocht naar Chatham in 1667, waarbij Hans Willem baron van Aylva het Friese smaldeel aanvoerde (als transcriptie verschenen in De Navorscher van 1898).
Vooral in het gebied rond de Sont werden vele uitvallen gedaan op vijandelijke troepen, om de zee open te houden voor de belangrijke handel op de Oostzeelanden. De Nederlanden steunden daarbij Denemarken tegen de Zweden, die de controle over de Sont wilden nemen. Dit was onderdeel van de omvangrijke Noordse Oorlog (1655-1660). Het interessante van deze specifieke transcriptie is dat er diverse namen van Friese zeelui in voorkomen die waarschijnlijk nog niet eerder gepubliceerd zijn.
De transcripties zullen we t.z.t. online ter beschikking stellen via onze site, voor studie en eventuele publicaties. Of vraag nadere info op via ons emailadres.
mei 152013
 
Door Richard Keijzer

De kaarten van Joannis Blaeu uit het midden van de 17e eeuw zijn bekend, maar zijn dat ook de oudste plattegronden van de stad? In de periode voor Blaeu denken we al snel aan cartografen zoals Mercator en zijn leermeester Gemma Frisius. Mogelijk dat een van de twee een kaart van Dokkum heeft gemaakt, maar die heeft de tand des tijds waarschijnlijk niet overleefd.
Nee, voor een zeer oude kaart moeten we het zoeken in Spanje. En wel in de Nationale Bibliotheek van Madrid. Daar ligt een in zwart leer gebonden atlas, gemaakt door Jacob van Deventer. Het werk is, volgens de catalogus van de bibliotheek gemaakt in 1545, maar er circuleert ook een jaartal 1565. Van Deventer tekende zijn kaarten in opdracht van de Spaanse koning Felipe Segundo, hier beter bekend als Filips II. Hij kreeg pas in 1558 de opdracht en maakte de kaart dus waarschijnlijk rond 1560.
De atlas is op hoge resolutie gescand en de resultaten zijn op internet gezet. Hieronder een uitsnede uit zijn kaart, gecombineerd met een hedendaagse opname. De knik in de Ee is er nog steeds en ook andere elementen op de oude kaart zijn nog terug te vinden.
Dat de kaarten van Jacob van Deventer zo exact zijn, komt doordat hij gebruik maakte van driehoeksmeting. Deze techniek is door Gemma Frisius bedacht rond het jaar 1530. Of Frisius en Van Deventer elkaar ooit hebben ontmoet is onzeker, maar in elk geval zal Jacob wel het boek van Frisius hebben gelezen, waarin de triangulatie uitgebreid wordt beschreven.

mei 132013
 
Ons lid Douwe Halbesma deed uitgebreid genealogisch onderzoek rond de kwartierstaat van Sape van der Ploeg en zijn vrouw Gryt Tamminga. Het resultaat vindt zijn weerslag in een boek van 250 pagina's. Sape-en-Gryt zijn afkomstig van Ternaard en Wierum maar verhuisden in 1921, kort nadat ze getrouwd zijn, naar Oudwoude. Daar kregen ze dertien kinderen.
Het boek vertelt over het wel en wee van de familie in Oudwoude maar gaat terug tot ongeveer 1424. Het is het relaas van arbeiders en schoenmakers die vooral verbleven in Westdongeradeel. It skuonmakkerspaad in Wierum dankt zijn naam aan het feit dat één van de voorouders daar de schoenen voor de Wierumers maakte. Na de Ramp van Wierum (1893) maakt Lucas van der Ploeg, die net als schoenmaker begonnen is, moeilijke tijden door. Omdat veel geleverde laarzen op afbetaling werden geleverd komt er amper meer geld binnen. Lucas van der Ploeg besluit dan zijn zaak naar Ternaard te verplaatsen.
In het boek is veel informatie te vinden over de dorpen Ternaard, Fiskbuoren, Wierum, Nes en Anjum. Familienamen die veel voorkomen: Van der Ploeg, Tamminga, de Roos, Huizenga, Visser, Elzenga, Plat, Aagtjes.
Halbesma publiceerde enkele verhalen in De Sneuper over de emigratie van de Huizenga's naar Noord- en Zuid-Amerika en over de vermissing van Harmen Gerbens. Deze verhalen zijn  terug te vinden in het boek.

ISBN 978-90-82050-30-1

Meer informatie vragen en bestellingen doen kan via email met de auteur.

mei 082013
 
Afgelopen vrijdagavond, exact 130 jaar na de Ramp van Moddergat, vond in de Hervormde kerk van
Paesens een bijzonder concert plaats. Documentairemaker Johann de Graaf liet, in samenwerking met zanger/kunstenaar Gerrit Breteler, een oud visserslied herleven dat in de vergetelheid was geraakt. De geschiedenis van het lied zal in de documentaire Arme Visschers belicht worden op 4 juni aanstaande via Omrop Fryslân en op zondag 9 juni op Nederland 2.
Het middeleeuwse Paesumer kerkje was al rond 19.45 uur goed gevuld met tegen de 100 mensen. Dat was ook het tijdstip waarop Breteler en de overige muzikanten pas arriveerden. Gelukkig ging de soundcheck heel vlot ("Ja, klinkt goed!") en kon er vlak na achten (de kerkklokken luidden) worden begonnen. Onder het publiek o.a. onze leden Gerard de Weger (de puttoloog van Moddergat), museumdirecteur Ihno Dragt, wethouder Pytsje de Graaf en Ciska Hoekstra met familie.
Organisator Johann de Graaf gaf een korte introductie en meldde dat er niet geflitst moest worden tijdens de opname van het hoogtepunt van de avond, het visserslied.
De Friese Tukker Breteler werd begeleid door toetseniste Clara Rullmann en een accordeonist. Om de stem en stemming wat op te warmen zong hij eerst enige nummers van zijn bekende werken, o.a. Catarsis, uit het Requiem van Moddergat 'Ivich Boppedat', een lied over Semarang waar zowel Gerrit als Clara een familielid op het kerkhof heeft liggen en een Fries/Twents lied 'Op een dag drink je geen Grolsch meer'.
Ook vertelde Breteler een mooie anecdote over oud-koningin Beatrix die tijdens een saaie lezing een boekje doorbladerde met een Friese tekst van Breteler die het verzoek van de RVD om een Nederlandse vertaling te maken simpelweg genegeerd had met de reactie: "Onmogelijk". Bea had wel waardering voor die eigenwijsheid. Een mooie reden trouwens voor onze nieuwe koning om Fries te leren. Niet voor niets stammen alle Europese koningshuizen af van de Friese stadhouder Johan Willem Friso.

En toen kwam het hoofdnummer Arme Visschers. Voorwaar geen eenvoudig lied, dat vanuit het Nederlands van componist Maurice Hageman in het Fries vertaald is door Breteler. Voor de opnamen moest het lied dan ook enige keren overgedaan worden, wat het publiek helemaal niet erg vond. Na aanvankelijk aarzelend applaus (mocht dat wel?) was er uiteindelijk een staande ovatie van de vele aanwezigen in het intieme kerkje. Koster Jan met de pet keek het alles met tevredenheid aan. Het zou wel leuk zijn als nog ergens online de tekst van het lied beschikbaar wordt gesteld!