jan 312013
 
Via Tjeerd Inia kreeg ik de tip dat op de site van Europeana weer leuke vondsten waren te zien die betrekking hebben op o.a. Dokkum. Ik wist dat deze Europese website voor cultuurhistorische zaken met regelmaat wordt aangevuld maar ik had blijkbaar recent niet meer gezocht met zoekwoord Dokkum en de varianten Dockum en Doccum want de meeste vondsten die Tjeerd meldde had ik nog niet eerder gezien.
De meest in het oog springende afbeelding vond ik wel die van een trommel met het Dokkumer stadswapen die zich blijkbaar in de collectie van een museum in het Duitse Leipzig bevindt (Stadsgeschichtlicher Museum Leipzig). In de beschrijving wordt aangegeven dat de datering omstreeks (um) 1813 is, hoewel ik zelf op de trommel het jaartal 1821 zie afgebeeld. Dat maakt in dit geval nog wel wat uit omdat 1813 aan het einde van de Franse tijd is en dus een rol in de oorlog gespeeld kan hebben, maar als het van 1821 is zal het meer van ceremoniële aard zijn geweest. De trommel is gemaakt van hout met leer en messing elementen. Volgens de beschrijving is het een infanterie-trommel met het Dokkumer stadswapen (een halve maan met drie sterren) en de letters SPQD 482 J (?) = Senatus Populusque Doccumanus/Doccumensis(?) = Senaat en Volk van Dokkum. Dat 482 J met een vraagteken moet dus volgens mij 1821 zijn. Feit is in ieder geval dat er in Dokkum lange tijd een stadstamboer was die bij mededelingen van de stadsomroeper al wandelend door de straten van Dokkum op de trom sloeg. Maar het lijkt me dat rond 1820 dat gebruik inmiddels al gestopt zou zijn. Het zou bv passen in de Dokkumer schutterij. Dan zou museumdirecteur Ihno Dragt hier vast ook meer van weten.
Als er andere sneupers zijn die deze trommel herkennen en er meer over kunnen vertellen, dan hoor ik dat graag!
jan 282013
 
Van Cisterziënzer klooster Sion in Niawier is niet veel meer te zien. Vorig jaar is er nog archeologisch onderzoek gedaan op de plaats waar het tot rond 1880 gestaan heeft. Er was alleen toestemming om voorzichtig ondiep te graven, omdat het een Rijksmonument is. Omrôp Fryslân heeft er een interessante uitzending aan gewijd.

Er is een zerk bewaard gebleven van prior Johannes Cuyck van 1569, die nu op het kerkhof ligt.

Verder is er niet veel wat van het klooster bewaard gebleven.

Hilda Bouta ontdekte een interessant boek in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (*1). Niet veel mensen weten van het bestaan af van dit boek.(*2) Het is gemaakt door Teth Bolta, non in Syon, die in 1561 dit boek heeft laten schrijven voor de nonnen van het Cisterziënzerklooster, bij hande van  Augustini Hendrick zoen van Lewerden.

Het is een prachtig boek met een oude houten band, overtrokken met donker leer, met koperbeslag op de hoeken en een koperen slot. De leren voor- en achterkant zijn ingeprent met vele afbeeldingen van heiligen, voor en achter met dezelfde afbeelding. De binnenkant bevat 129 bladzijden van perkament, met tekst in handschrift met rode en grijze hoofdletters als versiering.
Het is een Ordinarius, die begint met een jaarkalender, waarna de liturgische zaken worden beschreven, zoals die het jaar door moeten gebeuren.
Als Teth Bolta in 1561 het boek wil schrijven is ze non in klooster Sion. Ze láát het opschrijven . Waarom doet ze het niet zelf? Ze komt uit een familie, waar veel mannen wel kunnen lezen en schrijven en waarin diverse studenten bekend zijn, die in het buitenland studeerden. Maar of de vrouwen het ook konden, is niet bekend. Het kan ook goed zijn dat zij door lichamelijke ongemakken van de ouderdom, slecht zien of reumatiek, het overgelaten heeft aan Augustini Hendrick zoen. Deze heeft het later in 1566 nog eens overgeschreven.(*3). Toen woonde hij in Wanswert.
Als in 1580 alle kloosters gesloten moeten worden draagt  zuster Ansck Luytzedr. het bezit van klooster Sion over aan de Staten van Friesland. Teth Bolta is dan waarschijnlijk al overleden.

Ze heeft een prachtig boek achtergelaten, waar Niawier trots op kan zijn.

In ons verenigingsblad De Sneuper komt een uitgebreidere reportage over deze voor onze regio bijzondere vondst!

*1 Koninklijke Bibliotheek Den Haag; KW KA 34 Ordinarius

*2 Het is genoemd door Jos M.M.Hermans in De Vrije Fries 70 (1970) pag. 10

*3 Deze kopie was in 1964 in de Prov. Bibliotheek Leeuwarden.
 
jan 272013
 
De Universiteit van Utrecht heeft de beroemde Atlas Maior van Joan Blaeu uit 1665 online gezet. Aangezien oude kaarten van onze regio onder onze lezers erg populair zijn (de kaart uit 1580 waarover ik al eens blogde is de best gelezen blogpost) heb ik in deze uitgebreide publicatie Noordoost-Friesland opgezocht, in deel 3, de Nederlanden. Mooi te zien in het uiterste noorden is de Schans te Oostmahorn, die er als een verkleinde versie van de vestingstad Dokkum uit ziet. Inmiddels is in 1665 de Admiraliteit van Friesland vertrokken. In 1645 werd deze, mede door de verzanding van de Dokkumer Ee, verplaatst naar Harlingen.
jan 252013
 
Door Hilda Bouta.
Op een natte dag opende ik de oude koffer van de zus van mijn grootvader.
Zij was een meisje uit Friesland, dat in Argentinië met een rijke reder trouwde.
Zij reisde over de hele wereld van 1900-1945.
En ik heb haar prachtige dikleren koffer met herinneringen en foto's geërfd, de koffer van 'oud-tante Mathilde'.
Op deze foto staat zij met haar man.
Hij is Ludvig Bach, geboren 1867 te Alborg, Denemarken, overleden 1937 Hamburg.

Zij is Tjeerdtje Bouta, geboren 22-10-1876 te Nes en overleden 6-12-1945 te Kopenhagen.

Dochter van Minne Jans Bouta (*12-12-1847 Niawier ;+ 6-11-1929 Engwierum) en van Tjeerdtje Eelzes de Jong (* 17-06-1851 Nes ; + 29-02-1919 Oostmahorn), beiden begraven te Nes.

Zij trouwt in Rosario op 29-12-1898 met de Deense reder Ludvig Bach.
Zij liet zich na haar trouwen Mathilde Bach-Bauta noemen.
Ik ben naar haar genoemd (Mathilde----Hilda).
Hun enige kind Ludvig Martinus stierft in 1901 op eenjarige leeftijd.
Daarna verkopen zij hun twee grote villa's in Rosario.
En gaan reizen over de hele wereld. De aandenkens daaraan zitten in de koffer:

Het is een plezier om te zien hoe de rijken zich in die tijd vermaakten. Toen ik deze foto's uit 1910 zag, wilde ik graag weten waar Holmenkollen ligt.

En ik ontdekte dat het nog steeds bestaat als groot, duur superhotel.

Holmenkollen Park Hotel Rica ligt hoog in de bergen, met fantastisch uitzicht op Oslo.

Goedkoopste kamer in de goedkoopste tijd 208 euro per nacht!
Deze foto stuurde ik op naar het hotel waar Ludvig Bach en Mathilde Bouta voor stonden in 1910. Ik kreeg antwoord van de Director of Sales and Marketing Nina Hilland. Zij wilde de foto en mijn email graag gebruiken voor de nieuwe brochure van het hotel. En zo kwam Tjeerdtje Bouta uit Nes met een foto van 1910 in een brochure van 2013 van een hotel in Oslo.

Een uitgebreide versie van dit verhaal, met vele oude foto's, zal medio 2013 verschijnen in ons verenigingsblad De Sneuper!
jan 222013
 
Recentelijk kon ik in de bibliotheek van het Scheepvaartmuseum Amsterdam het manuscript bestuderen van Ids Sippes Tjaarda, een schipperszoon uit Joure (Haskerland). Over dit handgeschreven levensboek van Ids Sippes Tjaarda blogde ik al eerder omdat er 1 pagina van online staat bij het Geheugenvannederland.nl. Op deze pagina staat ook een getekende afbeelding uit 1797 van het schip van zijn vader Sippe Yedes Tjaarda, het Kofschip de 2 Gebroeders.
De transcriptie van de genoemde pagina, met een grappig detail over een steen die een gat in de kiel (het vlak) dichthield, eindigde abrupt maar kan ik nu verder met u delen:
...wederklaar was zijn wij in dat zelfde jaar weder met Ballast van Amsterdam gevaaren, naar Frankrijk, de Plaatzen St Martin en Rochelle, En heb toen op het eiland Obleron zout gelaaden voor eigen rekening en zijn toen weeder behouwen te Amsterdam gearriveerd. En toen heeft mijn vader mij op de school besteld te Nieuwendam onder opzicht van de schoolhouder Jan Visser.
Ik Ids Sippes Tjaarda zijn den 16 Augustus 1802 met het Hoekerschip genaamt de Helena Catrinna Gecommandeert door Captein Job IJsbrands voor Kajuitwachter van Amsterdam naar Iviza (Ibiza, HZ) gezeild een eiland in de Middelandzen Zee den 29 September van de ree van Texel gezeild den 30 October te Ivica gearriveerd, den 11 December zijn wij weer onderzeil gegaan naar Barselona, de 29 de Paarden met den Passagiers aan de wal, de 6 Februari 1803 weder onderzeil gegaan naar de Cittjes (Sitges, HZ) om zo op de Kust wijn en brandewijn te laaden, de 12 Dito weder onderzeil gegaan na BinmeCarle (?), de 30 dito na zee Den 29 Mei zijn wij genomen, van een Engels oorlog Fregat van 42 Stukken Canon des Avonds om 8 uur, namen 't volk van boort en lieten namelijk de Cappitein en de Stuurman en de Passagier en Cajuitwagter aan boordt, en zeilden met ons op de Ree van Garnzee (Guernsey, HZ) en bragten ons onder 't Kasteel. de 22 Junni kwam ons volk weer aan boordt de Engelsche Kaptein die ons genomen heeft heet Teils het Lands Fregat de Alkemin, eenige weeken daar geleegen hebben hun ons schip voor goed Prijs verklaardt.

In de Inventarisatie van Egodocumenten tot 1814 wordt het boek ook genoemd:
518.
1.1. Ids Sippes Tjaarda.
1.2. Oudega, 12 juli 1784 - na 1855.
1.3. Zoon van Sippe Yedes Tjaarda (-1826), schipper uit Joure, en Antje Idszes (1757-1788). Maakte met zijn vader overzeese vrachtreizen. Ging school te Nieuwendam. Voer in 1802 naar de Middellandse Zee. Keerde in 1803 terug naar Nederland, nadat zijn schip door de Engelsen was buitgemaakt. Was in 1811-1813 in militaire dienst, verbleef op een oorlogsschip op de rede van Texel. Nam in 1815 als pontonnier deel aan de veldtocht tegen Napoleon. Woonde later te Joure, was visser of schipper. Trouwde in 1833 met Hinke Jans Steunebrink (1812-1856).
2.1. Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam, bibl.nr. J 111.
2.2. 15,5 x 20; 113 f.
2.3. (band) Ontfang 1784; (f.1) Kunnen lezenswaarde zaken nu reeds uwen geest vermaken? Zit ge nu reeds met een boek graag eenzaam in een hoek?
3.1. Memoires.
3.2. Opgedragen aan zijn kinderen: 'Dit boek behoort aan Sippes en Jan en Ids, ieder een halv jaar om te leezen'.
4.1. (12 juli 1784-) 1797 - 19 mei 1816; 1836 - 1837.
4.2. Beschrijving van de loopbaan van de auteur tot 1816, bevat korte verslagen van vrachtreizen naar Noorwegen, Frankrijk en Ibiza. Verder levenslessen en stichtelijke vermaningen, gedichten, een versje over Erasmus, een lijst van gelezen boeken, historische bijzonderheden over Joure, afschriften van brieven, genealogische aantekeningen enz. Voorzien van een aantal gekleurde tekeningetjes, merendeels van schepen, ingeplakt en inliggend een aantal afbeeldingen van huizen. F. 112 en 113 zijn bijna geheel verwijderd.
jan 182013
 
Op Twitter zag ik een bericht voorbij komen dat het Nationaal Archief op zijn website Gahetna.nl een aantal nieuwe inventarissen heeft geplaatst. Dan ga ik natuurlijk even kijken of er iets van mijn gading bij zit. De standaard zoekterm Dokkum levert al weer iets aardigs op: WIC: Militairen uitgezonden naar Brazilië. Het is geen lange lijst maar toch een paar namen: Rijck Andries, Roeff Janssen, Herman Janssen, Hans Storm en Jan Winter. De laatste wordt zelfs twee keer vermeld, de tweede keer als overlooper. Overgelopen naar de vijand of is het een beroep?
Hans Storm heb ik even nagekeken in de DTB van Dokkum, en zo waar ik vind hem:
Dokkum, huwelijken 1618. Vermelding: Ondertrouw op 1 augustus 1618
Bruidegom: Hans Storm afkomstig van Meldorp (?). Bruid: Trijn Ryckes afkomstig van Dokkum.Opmerking : hij is soldaat. Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken(DTBL).Ondertrouwregister Gerecht Dokkum 1605-1628.Inventarisnr.: DTB 171.

Dokkum, dopen, doopjaar 1622.Gedoopt op 20 februari 1622 in Dokkum. Dopeling: Gosse, zoon.   Vader: Hans Storm.

Dokkum, dopen, doopjaar 1627.Gedoopt op 18 februari 1627 in Dokkum. Dopeling: Jancke, dochter.   Vader: Hans Storm
Wat zou er van Hans Storm zijn terechtgekomen?
jan 132013
 
Door Richard Keijzer

Vraag: wat hebben Gerris Adis, Pieter Botis, Cornelis Dircks, Minne Douwesz, Wapke  Eelkens, Hendrik Foppis, Piers Jelles, Cornelis Cornelisz de Jongh, Jan Jurjaensz Rosée, Zelis Pietersz Kouwenhoven, Hendrik Jacobsen Nagtegael, Jacob Gersz Nagtegael, Jan Nobel, Arent Heeres Schol, Lourens Heeres Schol, Geert Sips en Eelcke Spanjaert met elkaar gemeen? Het eenvoudige antwoord is: ze komen allemaal van Ameland, het wat minder voor de hand liggende antwoord luidt: ze voeren met een groot aantal anderen in konvooi naar de Oostzee in 1713.
Op 18 april verzamelden de deelnemers aan het konvooi zich op de rede van Texel. Daar kregen ze instructies om als een georganiseerde groep naar de Oostzee te varen. Een complete lijst van deelnemers aan dit konvooi is te vinden in het Stadsarchief van Amsterdam. Op die lijst zien we ook dat het gezelschap op 3 mei 1713 in zee is gestoken. Uit de SontTolregisters wordt gehaald dat de schepen op 18 of 19 mei 1713 door de tolgaarders zijn geïnspecteerd.
Het hele konvooi bestond uit 167 schepen met 1390 man aan boord. Een dermate grote groep kon niet in één dag de tolprocedure van de Sont doorlopen, vandaar dat het werk over twee dagen moest worden uitgesmeerd. Het varen in een convooi werd strak geleid. De leiding berustte bij drie schepen, te weten


De admiraal – algehele leiding


De vice-admiraal – de rechterhand van de leiding


De schout-bij-nacht, in het Engels rear-admiral geheten. Het schip van deze kapitein voer ’s nachts aan de staart van het convooi, op de uitkijk naar achteropsluipend ongewenst volk.


Deze drie zorgden dus voor de beveiliging van het konvooi. Maar… waren drie schepen wel voldoende voor die klus? Het antwoord is ja, want een deel van de koopvaardij was in die tijd goed bewapend. Uit de konvooilijst blijkt, dat alle schepen bij elkaar de beschikking hadden over 140 vuurmonden. Kanonnen dus, die kogels van 2, 4 of 8 pond konden afvuren. Een piraat bedacht zich wel twee keer voordat hij zo’n groep zou aanvallen.
jan 102013
 

H. Zijlstra, De Sneuper 98, 2010

In De Sneuper 79 schreef Douwe Zwart al eens over de Kozakkenplaets in Ternaard, waar mogelijk eind 1813 Kozakken tijdelijk in kwartier lagen en een (bewaard gebleven) drankfles achterlieten op de zolder van Eckama State.
Recent kwam ik een andere verwijzing naar Kozakken in Noordoost Friesland tegen, die me deed besluiten nader onderzoek te doen. Met deze vondst begon het: Provinciaal Archief Staten van Friesland. Inventarisnummer 6257, 439, 12 mei 1815. Geïnventariseerd door Anton Musquetier, www.altijdstrijdvaardig.nl. Gedetailleerde Staat der achterstallige Schulden ten laste van de Gemeente Anjum. Voorgedragen aan Hun Edele Grootachtbaarheden de Gedeputeerde Staten van Vriesland ten fine van autorisatie tot voldoening dezer Schulden uit de 10 perCents heffing op de plaatzelijke Inkomsten dezer Gemeente over den Jare 1814.
1813
van den 22 tot en met den 29 November 1813
wegens Transport van vijf kanonnen met kruid en verdere amunitie van Oostmahorn na Groningen, op order van den Overste der Kosakken Garonsij Prusakov gedaan door Douwe en Teede Jan Douwes, Schippers op Ezumazijl, eene Zom van f 120,-
idem wegens wagenvragt gedaan door Anne Hettes Walda, van Anjum naar Kollum, ter Overbrenging van een OnderOfficier der Kozakken met een Wagen bespannen met drie paarden f 8,-
idem wegens arbeidslonen en verbruikte goederen en huur van gebruikte goederen, tot het verwerken en Inschepen van geschut en Amunitie van Oostmahorn naar Groningen, een zomma van f 148,-
Transporteere f 276
1814
van 1e Augustus tot Ultimo December 1814
wegens Onderwijs gegeven door den Onderwijzer Voetman, aan de Tamboers bij den Landstorm deze Gemeente (vermits ontoereikendheid van het fonds der Onvoorziene Uitgaven) eene Zomma van f 63, 15
Totaal 339,15,-

Wat was er aan voorafgegaan? Na de smadelijke nederlaag van Napoleon tijdens de veldtocht naar Rusland, waarbij met name aan de rivier Berezina duizenden doden vielen, begon de Franse bezetter in Noord-Nederland ook spoedig de gevolgen te merken. Van 16 tot 19 oktober 1813 vond bij Leipzig de Volkerenslag plaats en werd Napoleon gevangen genomen en naar Elba verbannen. Zijn tegenstanders, waaronder Kozakken, bevrijdden de bezette gebieden van de Fransen. Op 9 november 1813 vielen de Kozakken Gramsbergen binnen. Het opperbevel in onze gewesten lag bij prins Leonid Narischkin. Al op 12 november galoppeerde een groep ruiters ‘met gevelde lans en lossen teugel’ de stad Zwolle binnen. De kozakkengroepen, die deel uitmaakten van de geallieerde legers van Rusland en Pruisen, kwamen hier met het doel ons van de Franse overheersers te bevrijden. Een stroom van negatieve verhalen en geruchten had er echter voor gezorgd, dat hun komst niet met blijdschap, maar met grote angst tegemoet werd gezien.
Op 12 november 1813 verschenen de eerste Kozakken voor de Heerepoort te Groningen, dat al snel het hoofdkwartier van de Kozakken in het noorden zou worden. Op 14 november waren reeds Winschoten, Groningen en Zoutkamp door de Kozakken bezet. Op 15 november arriveerde een volgende groep Kozakken onder leiding van kapitein Howarow in Groningen. Op 16 november een groep met majoor baron Rosen en even later 100 man cavalerie onder aanvoering van majoor Barabansikow. Op 23 november 400 kozakken met generaal majoor Hawaisky IV en kolonel vorst Lapuchin. En op donderdag 18 november stonden ze onder leiding van Jesov Rebreev met 30 man in Leeuwarden.
De onverstaanbare, bebaarde, in vreemde kledij gestoken en op minipaardjes rijdende ruiters maakten grote indruk op de lokale bevolking en de Fransen. Zich snel verplaatsend wekten ze de indruk met velen te zijn maar in werkelijkheid waren het vaak maar groepen van enkele tientallen ruiters.
De Fransen vluchtten in paniek de vestingsteden in (zoals Coevorden en Delfzijl) of Friesland uit (velen per schip vanuit Harlingen naar Amsterdam).
Net zoals de Franse bezetters moesten de Kozakken door de plaatselijke bevolking onderhouden worden, waarbij het opviel dat ze van veel drank en vet eten hielden. Enkele maanden eerder beschreef de in het (dan al terugtrekkende) Franse leger werkende chirurgijn Jan Rienks van der Leij uit Vrouwenparochie in een brief op 4 september 1813 te Lauenburg (Duitsland) aan zijn vrouw, ouders en schoonouders: “Dan avonds agt uur of 9 dat atten wij weer zoo op den zelfden manier als middags. Dat men deed anders haast niet als eeten en drinken. Daar zijn wij elf dagen geweest. Maar wij hebben het weer moeten verlaaten. Wij laggen er met een hondert man of 4. Wij zijnder de avonds om 10 uur met stillen trommen uitgemasseerd en de nagts om 2 uur waaren er al een groot 1000 kozakken in. Derhalve kunnen Uld wel denken dat wij gedugt in ’t gevaar geweest zijn en in het masseeren ook want het is 3 uuren van Lauenbourg. En het is altemaal bossen en bergen en daar ben die kozakken altoos in nagts en daags. In die bossen daar houden zig ook veel wilde zwijnen en herten in op. Zoo ze mij verteld hebben edog ik heb er er nog geen gezien. Wij leggen thans hier met zoon 17 a 1800 man. De kozakken laten zig hier alle dagen zien op een afstand”.
Uit een ‘Opgave van Verteeringen verstrekt ten behoeve der geallieerde Legers, voorgevallen in de Gemeente van Anjum’, door de schout van Anjum op 8 november 1814 blijkt in detail dat op 22,23 en 24 November 1813 zijn ‘Verteeringen gemaakt door Een Officier en 18 Kozakken te Oostmahorn en Ezumazijl, bij gelegenheid van het vervoeren van het geschut en amunitie van Oostmahorn naar Groningen op order van den Overste Garoncij Prusakov een zomma van Twee Hondert Zeven en dertig Guldens, Veertien stuivers agt penningen 237,14,8’.
En de schout van Ee, J. van Assen, betaalt namens de gemeente aan G.R. Kooistra en Jan Sakes Buwalda te Ee, ‘wegens het vergezellen van eenige Kozakken van Ee naar Dockum op den 22 Nov 1813, zomme 4,-,-‘.
Ook de volgende declaratie geeft een mooi inzicht in de grote dorst en eetlust van de Kozakken: ‘Eenen declaratie van verteringen welke door het Gemeente bestuur van Ee zijn betaald bij gelegenheid van het doortrekken der Russische Kozakken door deze gemeente over 1813.
Aan C.S. Nauta, kastelein op de Nieuwe Zijlen onder Engwierum wegens gemaakte verteerringen op den 16, 21, 24 en 25 Nov 1813, zomma 50,6,8
Aan de wed Gerke Ruurds de Vries onder Aalsum, wegens gemaakte verteeringen op den 24 Nov 1813. 4, 4,-
Aan Rinze Oebeles van der Heide onder Aalzum, wegens verteeringen op den 20, 21, 26 Nov en 28 Dec 1813 zomma 34,18,-
Aan Pieter Pieters Boomsma Junior te Oostrum, wegens verteeringen op den 20e Nov 1813 6,7,-
Aan Jelle Siebrens Faber te Ee wegens verteeringen gemaakt op den 22 November 1813, zom 5,8,-
Tezamen 101,3,8’.
Op 21 november 1813 ankerden enkele kanonneerboten onder aanvoering van zeeluitenant A.C. Edeling voor de schans/ batterij te Oostmahorn om vervolgens van de maire van Anjum te vernemen dat deze reeds door de Kozakken bezet werd. De maire dacht in eerste instantie met een mogelijke vijand te maken te hebben en riep de inwoners op paraat te zijn doch dit bleek niet nodig. In een brief d.d. 24 december 1813 bedankte hij allen. Op de 22e december had hij ook de ‘Commandant van het departement Vriesland’, G.F. van Asbeck, om hulp gevraagd, die hem per omgaande meldde dat als het werkelijk een vijandig schip zou zijn hij direct steun van luitenant Fockema te Dokkum kon inroepen.
Eveneens op 24 december bood de maire aan de Commandant van het departement Vriesland aan, na een oproep van 18 december 1813, ‘drie personen alle voorzien met een Ganzeroer* aan UwHoog Ed.Gestr. aan te bieden om de Franschen welke zich nog in Delfzijl genesteld hebben verder hunne pas af te snijden, en hen tot de overgave van die Vesting te noodzaken’; de vrijwilligers waren Durk Siebrens van der Scheep, Jacob Klazes Bouma en Albert Reinders Stienstra. Met gevoel voor drama schreef hij: ‘Ik twijfel geenszins of dezelve zullen het hunne toebrengen om de Ongelukkige Inwoners van Delfzijl en Ommestreken van de zoo Gruwelijke en van alle Menschlijkheid ontblote mishandelingen dier Tijgers te Ontheffen; en tevens aanspraak kunnen maken op de gunst van Z.K.H. den Heere Prinse van Oranje onzen geliefden Souverein’. De vesting Delfzijl bleef het langst in Franse handen: pas op de 23e mei 1814 werd het geheel ontruimd.
Blijkens het transport van de munitie en kanonnen tussen 22 en 29 november 1813 van Oostmahorn naar het Kozakken-hoofdkwartier in Groningen kon in ieder geval een deel van de Kozakken al snel de bevrijde noordelijke gebieden weer verlaten om de gebieden verder naar het zuiden en westen te bevrijden. Op 24 november kwamen de eerste 300 Kozakken aan in Amsterdam.
Middels een ‘missive’ van 9 december 1813 verzocht de Anjumer maire aan ’Mijn Heer Den Raad van Prefecture H. van Sminia, waarnemende de functien van Prefekt van het Departement Vriesland’ om de eerder genoemde kosten van transport van kanonnen en munitie, alsmede ‘wegens verschenen huishuuren bij de Douanen in gebruik geweest’ een totaalbedrag van 455 gulden ‘autorisatie te willen vereeren ten einde deeze gelden bij wege van Personele Omslag over de Ingezeetene in te vorderen’.
Pas in 1826 kwam de Nederlandse regering over de brug met een vergoeding voor de kosten van het onderhoud van de Russische en Pruisische soldaten. Anjum kreeg 235 gulden, Ee 459,46 en Metslawier 505 gulden. Twee jaar later kregen de dorpen Ee, Morra en Engwierum nog een vergoeding van 1732,38 voor de paarden die in 1813 door de Kozakken gevorderd werden.
Wie waren nu deze Kozakken? Het woord ‘Kozak’ komt van het Turkse woord quzzaq wat “avonturier” of “vrij man” betekent. Ze zijn vooral bekend geworden als ruiters in het Russische leger. Kozakken bestonden vaak uit lijfeigenen, verarmde adel, horigen, en andere verschoppelingen van de maatschappij die niets meer te verliezen hadden. Ze verlieten het Russische kerngebied en vestigden zich aan de rand van het Russische Rijk, zoals aan de grens met Polen-Litouwen, maar voornamelijk in gebieden die nu deel uitmaken van zuidelijk Rusland en Oekraïne. Kozakken worden vaak genoemd naar de regio of rivier waar ze ‘van oorsprong’ vandaan komen, zoals de Don-Kozakken (bij de rivier de Don) en de Koeban-Kozakken bij de gelijknamige rivier. De legereenheden van kozakken werden kozakken hosts genoemd en waren vaak gelijk aan de naam van de gemeenschap.
Bronnen:
- Sneuper 79, Kozakken in Ternaard? D.A. Zwart
- Friezen in het leger van Napoleon, J. Paasman, http://www.friezen-onder-napoleon.nl: brief chirurgijn/majoor in het 61e Regiment van Ligne, Jan Rienks van der Leij, Vrouwenparochie, 4 september 1813. Jan Rienks was geboren te Marrum op 9 juni 1792 als zoon van Rienk Jans van der Ley mr.chirurgijn te Ferwerd en Hiltje Daams Gelder. Hij was getrouwd op 25 april 1813 in de mairie Vrouwenparochie met Botje Allards Bekius.
- Wikipedia: Kozakken.
- Met gevelde lans en losse teugel. Kozakken in Nederland 1813-1814. Anne Aalders (onderwijzer, geboren te Rottum), 2002.
- Kolonel Marcus Busch: http://www.hetverhaalvangroningen.nl/verhalen/kolonel-marcus-busch/view
- Jaarboek van het Koningrijk der Nederlanden 1814
- Mars et historia, 29e jaargang, nr 4, okt/dec 1995
- Skiednis fan Eastdongeradiel, Samme Zijlstra, p. 100, 112 en StreekArchiefDokkum 195, brief 24 dec 1813 van de Maire Anjum.
- Diverse missives/brieven van de maires van Anjum en Ee, StreekArchief Dokkum: SAD- Oostdongeradeel 195= ingekomen stukken 1811-1812; 196= ingekomen stukken 1813; 200= register van door maire en schout verzonden stukken 1812-1816 (allemaal Archief van de Mairie en gemeente Anjum, 1811-1816)
- * Een Ganzeroer is een heel groot jachtgeweer met extra lange loop. Er kwam een lading hagel in waarmee dan een aantal ganzen tegelijk kon worden neergeschoten. Het was eigenlijk verboden (later in ieder geval), maar in het merengebied lagen ze met zo’n groot roer in een roeibootje te wachten tot er een groep ganzen in het vizier kwam. Rink van der Velde heeft eens een boek geschreven: It guozzeroer. Op de achterflap staat: “It guozzeroer, in antyk stik sjitark mei de uwurking fan in kanon.
- Met dank aan Reinder Tolsma voor het opzoeken en scannen van de bronmaterialen voor dit artikel!

jan 062013
 
Grietje Post in het midden, rechts haar ouders en links opa Klaas
Grietje Post is afkomstig uit een vissersfamilie uit Moddergat. Haar vader ging naar Werkendam, waar zij geboren werd als Friezin om útens.
Al jaren lang schenkt of verkoopt ze aan ‘t Fiskershúske spullen (objecten, foto’s, brieven e.d.) uit haar familie, omdat ze vindt dat die in Moddergat thuis horen.
Jaarlijks komt ze een keertje naar Moddergat omdat ze nog een zeer sterke band met de plaats van haar voorvaderen voelt.
Het bekende televisieprogramma Man bijt hond gaat met Grietje Post op stap onder het motto: Het moderne leven door de ogen van Grietje Post.
Uitzenddatum: maandag 14 januari 2013 - 18:55 uur
Zender: Nederland 2
Nieuwe rubriek in Man bijt hond
Vanaf maandag 14 januari komt het NCRV-programma Man bijt hond met een nieuwe rubriek: Grietje Post.
We leven in een snelle tijd. Voor veel ouderen is het lang niet altijd mogelijk om de nieuwe ontwikkelingen allemaal te bevatten. Man bijt hond bekijkt het moderne leven door de ogen van Grietje Post.

Grietje is een dame op leeftijd die, tot nu toe, heel erg gericht is op het verleden. Ze is beheerder van de oudheidskamer waar ze als doel heeft het verleden te bewaken en in stand te houden.
Toch is ze nieuwsgierig en heeft Grietje gezonde belangstelling voor moderne dingen. Het blijkt voor haar alleen niet zo makkelijk om die zaken te bevatten. Man bijt hond wil weten hoe Grietje deze tijd ervaart en neemt haar mee op pad.
Zo staat er bij Grietje Post regelmatig vis op het menu en daarom neemt Man bijt hond haar mee naar een hip sushi-restaurant. Verder brengt ze een bezoekje aan een grote elektronicawinkel om de laatste technische snufjes te bekijken. Ze doet een kaartspelletje op een tablet, maar vindt het wel erg lastig dat er glas tussen de kaarten en haar vingers zit. Kortom: het moderne leven is niet eenvoudig.

Met dank aan Ihno Dragt voor de tip!
jan 062013
 
Grietje Post in het midden, rechts haar ouders en links opa Klaas
Grietje Post is afkomstig uit een vissersfamilie uit Moddergat. Haar vader ging naar Werkendam, waar zij geboren werd als Friezin om útens.
Al jaren lang schenkt of verkoopt ze aan ‘t Fiskershúske spullen (objecten, foto’s, brieven e.d.) uit haar familie, omdat ze vindt dat die in Moddergat thuis horen.
Jaarlijks komt ze een keertje naar Moddergat omdat ze nog een zeer sterke band met de plaats van haar voorvaderen voelt.
Het bekende televisieprogramma Man bijt hond gaat met Grietje Post op stap onder het motto: Het moderne leven door de ogen van Grietje Post.
Uitzenddatum: maandag 14 januari 2013 - 18:55 uur
Zender: Nederland 2
Nieuwe rubriek in Man bijt hond
Vanaf maandag 14 januari komt het NCRV-programma Man bijt hond met een nieuwe rubriek: Grietje Post.
We leven in een snelle tijd. Voor veel ouderen is het lang niet altijd mogelijk om de nieuwe ontwikkelingen allemaal te bevatten. Man bijt hond bekijkt het moderne leven door de ogen van Grietje Post.

Grietje is een dame op leeftijd die, tot nu toe, heel erg gericht is op het verleden. Ze is beheerder van de oudheidskamer waar ze als doel heeft het verleden te bewaken en in stand te houden.
Toch is ze nieuwsgierig en heeft Grietje gezonde belangstelling voor moderne dingen. Het blijkt voor haar alleen niet zo makkelijk om die zaken te bevatten. Man bijt hond wil weten hoe Grietje deze tijd ervaart en neemt haar mee op pad.
Zo staat er bij Grietje Post regelmatig vis op het menu en daarom neemt Man bijt hond haar mee naar een hip sushi-restaurant. Verder brengt ze een bezoekje aan een grote elektronicawinkel om de laatste technische snufjes te bekijken. Ze doet een kaartspelletje op een tablet, maar vindt het wel erg lastig dat er glas tussen de kaarten en haar vingers zit. Kortom: het moderne leven is niet eenvoudig.

Met dank aan Ihno Dragt voor de tip!
  1. Historia Doccumensis boort in het verleden
  2. Rapport archeologisch onderzoek Klooster Klaarkamp