feb 272012
 

Eimert Smits FAzn

Dit artikel verscheen in Sneuper 97, juni 2010, pagina 127-131

In begin januari 1607 zijn 4 of 5 raadsleden van de totaal 7 leden van de  Friesche Admiraliteit in vergadering bijeen. De vier vertegenwoordigers van Friesland, Hippolitus Roellofs, Rienk Diersz Aysma, Ulcke Wijbes en Frederick Coeyeter woonden in Dokkum, de andere drie te weten Geerd Cruys, Syabbe Broels en Wilco toe Nansium behoorden tot de andere provincies.

Mr. Meynaert Scheltens van Aitsma, die secretaris en ook de advocaat-fiscaal van de raad was, maar niet tot de raad behoorde, was een belangrijk man omdat hij op voet van gelijkheid aan de beraadslagingen deelnam. Hij was al vroeg op weg omdat er elke dag m.u.v de zon- en biddagen werd vergaderd. De deur van het Admiraliteits-kantoor aan de Diepswal was al van het slot gedaan door de deurwaarder Johannes Laesz. omdat de vergaderingen van s’morgens 8.00 tot 12.00 u en s’middags van 3.00 tot 6.00 gehouden werden. Bij de secretaris was een brief binnengekomen met een resolutie van de Staten-Generaal van 19 Januari 1607 betreffende het klaar maken van een schip met een minimale bemanning van 100 koppen die eind januari gereed moest zijn. Het schip zou ingedeeld worden in de gezamenlijke vloot van de vijf admiraliteiten met als doel de bestrijding van de Spanjaarden en als het kon vernietiging van de Spaanse vloot.

Het zal een belangrijke vergadering geweest zijn, de Admiraliteit was armlastig en had op dat moment maar één schip, de sedert 1599 gehuurde pinas, welke in de jaren voor 1607 voornamelijk op de Wadden, en voor de Wezer naar Hamburg lag, voor het controleren en vrijhouden van hoofdzakelijk Duinkerkse kapers. Het schip, ook wel de Friesche Pinas genoemd, was een laat-middeleeuws spiegelschip dat opviel door een hoog, vaak rijk versierd hakkebord, het voerde razeilen, maar aan de bezaan-(achterste) mast een latijnzeil. De naam pinas zou afkomstig zijn van het Latijnse woord pinus, dat naaldboom of fakkel betekend. Door de raad kon eigenlijk niet anders dan voor het schip de Friesche Pinas gekozen worden. De Ontvanger-Generaal Jan Hendrikx Jarich van der Leij (1), die niet tot de raad behoorde maar de leiding had van het ontvangkantoor, en de Equipagemeester zullen wel niet blij geweest zijn met het feit dat het schip zo vlug klaar moest zijn. Regelmatig werd de pinas door Theunis Wolterzn Hees, ook wel Co Antonie Woutersz. of Friesche Teun genoemd, van Kollummerzijl naar de admiraliteitswerf te Dokkum gebracht voor onderhoud en om daar klaar gemaakt te worden voor het volgende seizoen.

De Generale Staten verzochten om een uitgerust schip wat in hield dat er de nodige bemanning aan gemonsterd moest worden, en van munitie en proviand worden voorzien. Volgens de resolutie moest er ook een kapitein benoemd worden. Friese Teun werd genomineerd. Op 6 Februari 1607 verklaart Gedeputeerde Runia van de Staten van Friesland, dat Friese Teun de Admiraal Heemskerk op zee zal dienen, hij wordt 8 februari 1607 benoemd.

Midden Februari zal het schip gereed geweest zijn, en voer het Grootdiep van Dokkum uit naar Texel waar normaal de verzamelplaats was voor de schepen van de admiraliteiten van Amsterdam, het Noorderkwartier en Friesland. Dit gedeelte van de vloot onder leiding van Admiraal Jacob van Heemskerk (2) voer naar het zuiden en daar voegden de schepen van de admiraliteit van Rotterdam en Zeeland zich bij de vloot. De vloot was inmiddels aan gegroeid tot 26 kleine oorlogsschepen en 4 vrachtvaarders. Het Nederlandse vlaggenschip heette Aeolus, de andere schepen o.a. De Tijger, De Zeehond, De Griffioen, etc en de Friesche Pinas.

Bij het Iberisch schiereiland gekomen vernam Heemskerk dat de Spaanse schepen al vertrokken waren. De Spaanse vloot bestond uit 21 schepen, waaronder 10 van de grootste galeien. Het vlaggenschip San Augustin werd gecommandeerd door de zoon van de commandant Don d’Alvares d’Avila.

Andere schepen waren o.a Neastra Senora de la Vega , Madre de Dios en Nostra Siegnora del Rosario.

Op dat moment vernam Heemskerk dat de Spaanse vloot zich in de baai van Cadiz bij Gibraltar bevond om de Nederlandse handelsschepen op te wachten in verband met de handel met Azie. Admiraal Heemskerk besloot verder naar het zuiden af te zakken. Bij het verschijnen van de Nederlandse vloot bij de baai van Cadiz die de handelsvloot moest beschermen, waren de Spanjaarden verrast, zij konden hun schepen niet meer buitengaats brengen. Ook trokken zij hun schepen zo diep mogelijk in de baai terug en werden keurig in een linie opgesteld.

De admiraal liet enkele van zijn schepen in de ingang van de baai achter om de vijandelijke schepen het ontsnappen te beletten. De rest van de vloot voer de baai binnen onder vuur van de kustbatterijen. Bij het eerste treffen met het Spaanse vlaggenschip werd van Heemskerk gewond en stierf, maar dit werd vanwege het moreel stilgehouden tot na de slag.

Het ontploffen van het Spaanse admiraalschip tijdens de zeeslag bij Gibraltar, 25 april 1607. Kunstenaar: Cornelis Claesz van Wieringen

Verschillende Spaans schepen werden in vlammen geschoten en explodeerden. Het vlaggenschip werd veroverd, leeg en brandend op het strand gedreven. De totale Spaanse vloot van totaal 21 schepen werd vernietigd inclusief alle opvarenden. De slag is berucht door zijn bloederige details. Veel schepen werden met overspringen op de vijandelijke schepen veroverd en de bemanning werd aan boord stuk voor stuk afgemaakt. Na de vernietiging van de schepen werden kleine boten uitgezet en werden honderden wegzwemmende Spaanse soldaten en matrozen alsnog gedood. De verliezen aan Nederlandse kant waren 100 doden en 60 gewonden. De Spanjaarden verloren 4000 man inclusief admiraal Alvares. In boven-genoemd gevecht was Friese Teun met zijn bemanning aanwezig op de Friesche Pinas en zij veroverden het schip Nostra Siegnora del Rosario. Mede door hun aanwezigheid en als gevolg van de vernietiging van deze Spaanse vloot gingen in 1608 vredesbesprekingen van start waarna in 1609 het Twaalfjarig Bestand begon.

Nog even terug, voor Friese Teun was het verhaal nog niet afgelopen. Na de slag voer het schip weer terug naar de Nederlanden waar het werk op de Wadden en voor de Wezer weer werd hervat. Op 13 juni wordt Theunis Woltersz beloond met 6 gulden voor het veroveren van het bovengenoemd schip, die zal hij wel gekregen hebben. Maar op 12 mei 1612 vraagt hij de Gen. Staten nogmaals om uitbetaling van de 50 gulden die hem ook op 17 december 1609 voor betoonde moed bij de slag toegewezen is. De Gen. Staten besluiten de Admiraliteit in Dokkum te schrijven dat ze de 50 gulden moeten uitbetalen en hem bij de eerste vacature weer in dienst moeten nemen. Voorlopig zal hij een extra ordinarius traktement ontvangen van 12 gulden als hij in werkelijke dienst is. Of hij de 50 gulden gekregen heeft is niet na te gaan, wel dat hij weer in dienst is gekomen. In 1619/ 1620 was hij onder de Zeeuwse Commandant Moy Lammers op expeditie in de Middelandse Zee, ook in1631 wordt hij nog genoemd als werkende bij de Friesche Admiraliteit.

Dat er wel het nodige aan betalingen misging blijkt ook wel uit een schrijven van Teunis Woltersz aan de HoogMogende Heren St. Gen. van 5 october 1628. Hij vraagt daarin de HMH Heren, bijna 20 jaar later, de Admiraliteit te Dokkum te gelasten het hem in 1609 vanwege bij de zeeslag in de Straat van Gibraltar verrichtte diensten toegekende jaartraktement uit te betalen. De admiraliteit zal wel zonder geld gezeten hebben want op 30 maart 1612 vragen zij de Staten-Generaal om f.50.000,= te mogen ontvangen ter aflossing van de schulden van de admiraliteit van Dokkum. Zelf kregen de raadsleden een vergoeding van f.600-= per jaar, dit in schrille tegenstelling tot het personeel (3).

Bronnen:

De gegevens, namen en data zijn uit archieven van de Generale Staten, de Friese Admiraliteit, de Gemeente Kollummerland en uit de boeken Admiraliteit in Friesland Dokkum 1599 uitgegeven door M.H.H. Engels en De Friesche Admiraliteit boven water door E. Smits FAzn.

Noten:

1. Een afbeelding van Jan Hendrick Jarichs van der Leij is te vinden op: http://www.hvnf.nl/2005/09/jan-hendrick-jarichs-van-der-ley-1565-1639-een-onbekend-genie-uit-dokkum/

2. Jacob van Heemskerck overleefde als schipper van Willem Barents in 1596/1597 de Overwintering op Nova Zembla. Deze reis werd beroemd dankzij het verslag van Gerrit de Veer: Waerachtighe Beschrijvinghe van drie seylagien, ter werelt noyt soo vreemt gehoort […] by noorden Noorweghen, Moscovia en de Tartaria, na de Coninckrijcken van Cathay ende China.

3. Naar aanleiding van de in 1607 gewonnen Slag bij Gibraltar, waaraan diverse Friese schepen van de Dokkumer Admiraliteit deelnamen werd een kaart besteld: Andrijes Lader boeckebijnder vereert voerde caert bij hem inde camer van Oestergoe opt Landtschaps huijs gelevert vande [zee]slach voer Gibraltar geschijet 3 £.

 Posted by at 16:15

 Leave a Reply