feb 212012
 

Van dhr. J. Ponne uit Canada kregen wij een copie van de door C. Manje overgeschreven brief van commandeur Hidde Dirks Kat aan zijn huisvrouw, geschreven van uit Straat Davids in den jare 1778.

Straat Davids den 4 Februarij 1778

Zeer Geliefde vrouw Jantje Jans.

Wensche dat ued. deeze beneffens mijn Lieve Kinderen in een goede welstand aan mag koomen. Wat mij betreft beneffens eenige van mijn Volk, is na droevige omstandigheeden redelijk wel.

Verdient deeze om U te laaten weeten dat ik den laasten September mijn schip tot mijn leedweezen heb verloren met een harde storm uit het O.N.O. dik van sneeuw, zaten digt aan de Zeekant, borgen doen ons eten op de Schots, maar door de geweldige hooge Zee spoelde ons eeten van de schots, sleepten ons 3 sloepen met 3 ton Brood en een Vatie boter op een andere schots, daar wij dien nagt op bleeven met 68 Man, dien ik had geborgen van Commandeur Albert Jansen en Pieter Andries, die den 20 Augustus haar scheepen hadden verlooren. Des anderen daags dreven wij met de Schots een mijl na binnen, toen kreeg dien dag nog 10 man van mijn Makker Hans Pieters zijn volk bij mij op de Schots. Waren toen met ons 78 Man op de breedte van 64 graden, 70 mijl bij Oosten Statenhoek, dreven al bij ’t land langs.

Den 3 October liepen daar 27 Man van mij af, 40 mijl bij oosten de hoek, waar zij beland zijn weet ik niet.

Comm. Albert Jansen en ik bleeven met 49 man op de Schots staan, zo als wij niet anders dagten als dat ons leevens tijd ten einde was, des kreegen wij zo een hooge zee, dat wij dagten, dat wij de dag niet meer beleeft zouwen hebben. De Schotsen stieten zo geweldig tegen malkanderen, dat het droevig was te hooren. Den 5 october kwamen wij met ons 3 sloepen in zee, ieder sloep 17 man, voeren doen bij ’t ijs langs om statenhoek heenen. Doen wij om de hoek kwamen strekte het ijs zo ver op zee uit, dat wij weder resolveerden om in het ijs te gaan, terwijl ons eeten meest op was. Daags kreegen wij een halve Beschuit en weinig boter:

Den 7 gingen wij weder in ’t ijs om na land toe te werken, waren 18 mijlen van de wal. Den 8 dito zaten wij met ons sloepen digt bezet. Deelden toen ons brood onder malkanderen, de man 3 beschuiten en een weinig boter, lagen toen met malkanderen over, om ons sloepen te vlugten, om te zien, of wij niet aan de wal konden komen.

De klok 9 uur gingen wij met ons 4 man weg, twee bleeven in de Sloep leggen die niet gaan konden. De eerste dag verdronken daar verscheiden van het Volk bij ons, ik zelf raakte 2 maal tusschen de schotsen en over het hoofd nat, maar kreegen mij weer, moesten toen met die natte kleeren loopen, en des nagts liepen wij bij malkanderen op de Schots, enkelde Vroozen dood van de koude, en het slimst was nog, die ’t leeven was ook niet anders te wagten had.

Den 11 dito kwam ik met 20 man aan de wal, 5 mijlen beneeden Statenhoek, hadden niet meer te eeten, liepen doen bij een baai langs, vonden daar groote mosselen en Beijen, aten daar ons Lijf van vol.

Van den 11 tot den 16 October lagen wij daar bij malkanderen, doornat van reegen en des nagts konden wij ons niet begeven te slaapen of vroozen stijf, een man storf bij ons van de koude. Den 16 des middags zagen wij 3 wilden in de baaij uit komen, riepen haar, kwamen bij ons, bonden haar 3 schuitjes aan malkanderen en gingen daar met ons twee man op zitten, de Stuurman en ik, kwamen des agter middags door nat en stijf van koude bij haar in de Huizen, trokken ons kleeren uijt en gaven ons haar kleeren aan, en gingen doen op haar legersteede leggen, gaven ons Robbespek en vleesch te eeten, het smaakte ons zo zoet als honing, want wij waren regt uijt gehongert, gelijk gij wel kunt denken. Des anderen daags liet ik mijn ander volk ook bij mij haalen, kwamen den 17 October bij mij in de tent.

Den 18 liepen wij een mijl over de klippen, kwamen in een andere tent, vonden daar mijn makker Albert Jans en met nog 13 man, zodat wij met ons 33 man aan de wal kwamen, de andere zijn verdronken of gestorven van de koude.

Den 13 November kwam ik met 5 man bij de eerste Duitsche broeders, Hernhutters genaamd, wierden daar met groote liefde en blijdschap ontfangen, drie dagen daar geweest hebbende, zette ik mijn reis verder Noordwaards om op Colonie te Komen.

Den 19 November kwam ik bij een Deensche Koopman Andries Oelsen, daar Marten Jansen Jeldert Jans 4 dagen van daar waren vertrokken geweest, terwijl daar geen geleegentheid was om aan de kost te komen, terwijl zijn Schip met eeten 50 mijl hier bij Noorden leit, zo raade hij mij om aldaar te blijven, en beloofde mij met mijn volk, als zijn schip hier komt, dat wij daar mede na Huis konden Koomen. Commandeur Hans Christiaans, die zijn schip ook bij ons heeft verlooren, is hier bij mij en hebben het hier aller best, hoopen in de maand Julij in Koppenhagen te weezen en als het wat langer duurt, zo weest maar niet ongerust, al de ellende en droefheid die ik hebbe beleeft, kan ik met geen pen beschrijven, dog doe de Heere zij gelooft en gedankt, die mij dus ver heeft bewaart, hoope dat hij mij verder mag bewaren, op dat ik U. E. eens mag vertellen, hoe wonderbaarlijk de Heere mij gered heeft.

Mijn Cajuitswagter is bij mij, de koksmaat leit hier 2 mijl met nog 6 man hier van …., in ’t leeven, stuurman, speksnijder,  koksmaat Pieter Hendriks, en Kok Jan Kats, en nog eenige van ’t volk.

….en Vader, Moeder, Zuster en verdere Vrienden …. groetenisse van mij. Zijt verders gegroet …. de Heere bevoolen van mij U.E. Lief hebbende Man, Zoen mijn Lieve Kinders deeg … mij.

Hidde Dirks Kat

En wees maar niet ongerust, in al de hevige tijd kan ik niet zeggen dat mij een ….er zeer gedaan heeft. Schrijft een brief aan mij na Hamburg toe, dit heb ik geschreven 4 Februarij 1778 en stuur het met een Schip dat 36 mijl van daar leid. Wij zijn aangekomen 106 man, 331 verlooren …… 18 schepen 6 Commandeurs.

namentlijk Marten Jansen, Jeldert Jansen, Pieter Andries, Hans Christiaans. Weest maar niet ongerust, mijn Swager Klaas weet ik niet van. Groet alle bekende.

Bron: Pollepraat 2002, Cultuurhistorisch museum Sorgdrager Ameland, http://www.amelandermusea.nl/cultuurhistorisch.html

 Posted by at 12:07

  One Response to “Brief van commandeur Hidde Dirks Kat aan zijn vrouw in 1778 vanuit Straat Davis”

  1. L.S.

    Als nazaat van Hidde Dirks Kat ben ik zeer geïnteresseerd in een scan van het origineel van deze brief van Hidde. Is het mogelijk mij op de een of andere manier in contact te brengen met de heer J.Ponne in Canada?

    Al vast zeer bedankt voor de moeite.

    Jan Burgers
    Amstelveen

     

 Leave a Reply