jul 302008
 

We werkten al eerder mee aan het Friese hoofdstuk in een recent boek van historicus Machiel Bosman, Elisabeth de Flines. Hierover werd op 17 juni 2008 in het Admiraliteitshuis te Dokkum een radio-opname gemaakt. Aanstaande zaterdag wordt deze uitgezonden. Hierbij het persbericht van Teleac/Verre Verwanten:

Verre Verwanten Radio Genealogie en Geschiedenis
Zaterdag 2 augustus 2008 14.00 – 14.45 uur Teleac op Radio 5 AM

Vandaag is Verre Verwanten te gast in het Admiraliteitshuis in Dokkum. Waar in 1710 een opmerkelijke vrouw komt wonen: de Amsterdamse Elisabeth de Flines. Zij is in Verre Verwanten het onderwerp van gesprek.
Aan de hand van historische documenten en rechtbankverslagen, heeft historicus Machiel Bosman een boek over deze bijzondere vrouw geschreven: ‘Elisabeth de Flines – Een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw’. Met de auteur en met Tjeerd Jongsma, archivaris van het streekarchief Noordoost Friesland, spreekt presentator Ben Kolster over een roemruchte liefdesgeschiedenis van drie eeuwen geleden.
Het verhaal rond Elisabeth begint in december 1700 als zij, negentien jaar oud, verliefd wordt op Eduart, de knecht van haar vader. Het contact tussen de twee geliefden wordt door Elisabeths vader direct de kop ingedrukt, maar de jonge vrouw houdt voet bij stuk. Ze krijgt een kind van de knecht en vecht de vete met haar vader uit via de rechtbank. Vader lijkt aan de winnende hand, want Elisabeth trouwt met advocaat Penterman en belandt door hem via Leeuwarden in Dokkum, in het voormalige Admiraliteitshuis. Ook al krijgt zij samen met deze Penterman acht kinderen, Elisabeth blijft aan Eduart denken.

Verslaggeefster Ingrid Koning krijgt een rondleiding door het Admiraliteitshuis door directeur Ihno Dragt. De directeur hoort het verhaal over Elisabeth voor het eerst en is blij verrast over deze ‘nieuwe’ geschiedenis van zijn museum.

Het boek Elisabeth de Flines – Een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw van Machiel Bosman is onlangs genomineerd voor de Grote Geschiedenis Prijs 2008. De winnaar wordt bekendgemaakt op 6 oktober.
Presentatie: Ben Kolster
Eindredactie: Harm Oving

Ook te beluisteren als audiostream via: www.verreverwanten.nl/radio (na de radio-uitzending)

 Posted by at 17:23
jul 292008
 

Af en toe heb je bij je historisch onderzoek van die juichmomenten. Of zoals de historicus Huizinga zei: “een historische sensatie”. Vandaag had ik er weer een. In een blogartikel van 4 juni 2008 besprak ik de vondst van een baksteen uit 1613 in de database van het Noordelijk Archief Depot. Deze bewaarplaats, in een voormalige munitiebunker, zit tjokvol vondsten uit de Noordelijke provincies, waaronder gevelstenen. Immers: wie wat bewaart, die heeft wat.

De Sneupers Douwe Zwart (Ee-kenner bij uitstek), Henk Aartsma en Piet de Haan bezochten vandaag de locatie in Nuis, bij Marum. En wat bleek? De steen uit 1613 is inderdaad passend bij de bakstenen gevelsteen die verzeild is geraakt in de gevel van het huis van een conservatrice van het Fries Museum in Leeuwarden. We missen nu nog 1 van de 3 gevelstenen, namelijk die met de letter W. Heeft u hem misschien op zolder liggen ?

Wat zou het toch mooi zijn als de stenen weer herplaatst kunnen worden in de gevel van het geboortehuis van Foeke Sjoerds in Ee, de voormalige geschiedschrijver van Friesland en trots van Ee.

 Posted by at 17:23
jul 282008
 

Deze week wordt er weer strijd gevoerd op de Friese wateren om het Iepen Fryske Kampioenskip Skutsjesilen (IFKS). In dit kampioenschap wordt door 62 skutsjes in 4 klassen gezeild.

Dit is een ander kampioenschap dan de strijd tussen de diverse dorpen in de gesloten klasse van het SKS: Sintrale Kommisje Skutsjesilen. In deze ‘gesloten’ klasse moet aan strengere eisen worden voldaan en worden niet zo maar nieuwe skutsjes toegelaten. Deze skutsjes zijn vaak in handen van een stichting, die een schipper benoemt. Meestal is een voorwaarde dat de schipper uit een erkend skutsjesilers-geslacht moet komen (een interessant genealogisch aspect van skutsjesilen)! Bij de IFKS daarentegen zijn de meeste skutsjes in privé-bezit en zijn er geen voorwaarden voor de afkomst van de schipper.
Het lijkt wel een beetje op het internationale boksen, waarbij ook verschillende wereldkampioenschappen worden gehouden in de WBA en WBC klasse. Bij de SKS doen dan ook maar 14 deelnemers mee, die vooral namens een bepaalde plaats, bv. Lemmer, Huizum, Langweer, Woudsend of Heerenveen bekend zijn.
Bij de IFKS wordt gestreden onder de eigen scheepsnaam, bv. Oude Zeug, Lonneke of Grutte Pier. Skutsjesilen wordt vaak op het scherpst van de snede uitgevochten, kijk maar eens naar de recente beelden van Omrop Fryslan van het SKS 2008, waarbij Heerenveen won.
Beide organisaties hebben hun archief ondergebracht bij Tresoar en sinds kort een prachtige website over de Skutsjehistorie.
Momenteel zijn er geen volledig houten skutsjes meer, maar er wordt een replica gebouwd bij het Skutsjemuseum. Er zijn vele boeken over het skutsjesilen geschreven, zoals het naslagwerk Van Ambulant tot Zwaluw, over de Friese ijzervloot.

Een aantal keren kregen we via de email een vraag binnen bij de Sneuper over de geschiedenis van een skutsje of de eigenaar daarvan uit de regio Noordoost Friesland. Wybe Jelsma, een schipper uit Anjum, kocht in 1920 het skûtsje de ‘Hoop op Zegen’. Deze had een laadvermogen van 37 ton en was gebouwd in Leeuwarden. Tegenwoordig heet dit skutsje ‘Jonge Rein’.

Een ander skutsje zou in 1910 gebouwd zijn in opdracht van Klaske Sikkema uit Wierum onder de naam ‘Vrouwe Christina’, met een laadvermogen van 25 ton. Deze werd later ook Hoop op Zegen genoemd en vaart nu nog onder de naam Vriendschap. De vraag is nog of het skutsje geleverd is aan een Jongeling uit Wierum. Wat is de relatie met Klaske Sikkema ?

Diverse skutsjes zijn gebouwd op de werf van Barkmeijer in Dokkum/ Aalsum.

In mijn eigen kwartierstaat komen, via mijn moeder, Jan Luitzens Westerhof, schipper, geboren rond 1814 te Zevenhuizen en Grietje Hemmes Jager voor. Zij huwden op 6 augustus 1837 te Leek. Daarmee heb ik een link in mijn stamboom met een echte skutsjesil-familie. Zij komen namelijk ook voor in de kwartierstaat van de fameuze skutsjesiler Lodewijk Meeter. Tegenwoordig vaart zijn kleinzoon Lodewijk Eilderts Meeter op het skutsje van It Doarp Huzum (in 2008 voor het laatst). Ook skutsjesiler Siete Meeter behoort tot deze familie.

Wellicht dat deze genetische lijn ook bij mij de liefde voor het varen met historische schepen heeft aangewakkerd. Twee maal per jaar gaan we erop uit met de Heeren van Schokland.

Update: we hebben de connectie Sikkema-Jongeling gevonden. In een komende Sneuper hierover meer.
 Posted by at 17:23
jul 232008
 

Het is tegenwoordig vrij populair om een dagboek of vriendenboek op internet bij te houden. Daar is eigenlijk weinig nieuws aan. Bij meisjes is het poëzie-album lange tijd in geweest. Vriendinnetjes of vriendjes schreven dan een versje bij een leuk plaatje. Bij jongens op de basisschool wordt het vriendenboekje zelfs steeds populairder. Vaak binnen een thema, zoals de figuren van Pokemon, kunnen vriendjes een aantal standaardvragen beantwoorden over hobbies, favorieten etc. Daarbij kunnen ze dan een pasfoto plakken.

Ook in de 16e en 17e eeuw werden vriendenboekjes bijgehouden. Het was wat meer elitair dan het nu is en droeg dan ook de voorname titel Album Amicorum, overigens simpelweg een latijnse versie van ‘vriendenboek’. En er zijn ook diverse van bewaard gebleven. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag beheert een fraaie collectie, die grotendeels gedigitaliseerd is, via een aparte homepage.
Van de Friese familie Van Harinxma Thoe Slooten hebben ze een uitgebreide collectie met prachtige exemplaren uit de 16e en 17e eeuw.

Ook van Dokkumers zijn er nog wel aantekeningen in Alba Amicorum te vinden. In het Repertorium Alba Amicorum van de Universiteit Erlangen in Duitsland vind je in de database bij zoeken op de oude spelling ‘Dockum’ twee resultaten. Een van de gevonden houders van een Album Amicorum is Tobias Gutberleth (1609-1662), student rechten en later rector van de Latijnse School in Leeuwarden. Een artikel over hem, Simon Gabbes Abbema en Gysbert Japickx verscheen in het Tijdschrift 17e eeuw. Hij publiceerde Nederlandse Watervloeden.
En Hans van Wyckel, geboren 1617, die rond 1635 aantekeningen maakte die in de Haagse KB liggen (zie ook de afbeelding, HAW= Hans Annes Wyckel). Martin Engels heeft er op zijn rijke website een transcriptie van gemaakt.

Overigens was Gutberleth getrouwd met Geesje Brongersma, vermoedelijk familie van de Dokkumse Titia Brongersma, dichteres en archeologe (!). Het Fries Genootschap besteedde ook een interessant artikel aan haar.

Voor een volledig overzicht van Friese Alba Amicorum bij Tresoar verwijs ik naar het werk van Jacob van Sluis, de Inventaris Handschriften. Hierin o.a. Suffridis Scipionis (Saarda) (1604-1675), Wybrand de Geest (1614), Franciscus Hemsterhuis (1661-1705) en dominee B.H. Habbema (1796-1802).
Update: in Gens Nostra van januari 2009 wordt op de achterpagina een Album Amicorum genoemd van Hector Livius van Altena uit 1827-1828, die in Franeker gestudeerd zou hebben. Vreemd genoeg is de universiteit aldaar in 1811 reeds opgeheven.
 Posted by at 17:23
jul 172008
 

In een eerder blogartikel nam ik al enkele collega-bloggers onder de loep, die zich ook richten op genealogie en/of historie. In mijn bookmarks had ik al een tijdje een link naar een blog van de Digitale Archivaris staan, maar nooit echt goed bekeken. Deze is echter zeer de moeite waard. De blogger, Christian van der Ven, is ook echt archivaris in het dagelijks leven en laat je delen in zijn ervaringen en vragen. Zo experimenteert hij met Second Life en de Google Lively software. Archief 2.0 staat bij hem hoog in het vaandel, ofwel de online interactie tussen aanbieder en gebruiker van historische informatie.

Een ander blog dat ik ontdekte is van een medewerker van het CBG, Rob van Drie, die bijvoorbeeld verslag doet van een Genealogie-congres in Quebec, Canada: International Congress of Genealogical and Heraldic Sciences. Al met al weer vele interessante en inspirerende zaken.

 Posted by at 17:23
jul 152008
 

U zult wellicht denken: moet dat niet ’754: Bonifatius bij Dokkum vermoord’ zijn? Nou, nee. Op een van mijn digitale zwerftochten kwam ik op de gerenommeerde website-encyclopedie Wikipedia een stukje tegen over de Viking Rodulf. Nu heb ik wel eens vaker verhalen gelezen over Vikingen die in de Noordelijke Nederlanden plunderend de kusten afschuimden. Vikingen, letterlijk: wijkkoningen (denk ook aan al die plaatsen aan zee waar het woord ‘wijk’ in voorkomt) zijn beroemd en berucht om hun barbaarse vechtlust. De voormalige Lauwerszee en eerder nog de Friese Middelzee (waarvan de monding in het huidige Het Bildt lag) waren ideale plaatsen voor hen om aan land te komen en hun plunderingen en verkrachtingen te verrichten. Zo zouden ze ook in het mytische Ezonstad, bij het huidige Ezumazijl, aan land gegaan zijn en het plaatsje met de grond gelijk hebben gemaakt. De bekende Waling Dykstra uit Holwerd besteedde in zijn meesterwerk ‘Uit Frieslands volksleven’ ook de nodige aandacht aan Ezonstad en de invasie van Noormannen.
Op het voormalige eiland Wieringen, in de kop van Noord-Holland (West-Friesland) is een Viking-informatiecentrum gevestigd die interessante informatie geeft over de rol van de Deense vikingen in het aloude Frisia.

Het stof van de beroering die ontstond na de moord op Bonifatius in 754, wiens resten naar het belangrijke klooster Fulda in Duitsland werden gebracht, was nog nauwelijks nedergedaald of een volgende moord voltrok zich in de nabijheid van de hoofdstad van Oostergo. Niet voor niks heeft Dokkum zich in het recente verleden geprofileerd als ‘moordstad’, weliswaar als taalgrapje bedoeld (in het rijtje van ‘moordwijf’, ‘moordgoser’), maar met een historische achtergrond. Om P.R-redenen is hier uiteindelijk mee gestopt. Het heeft immers een negatieve lading.
In de annalen van het klooster van Fulda zijn oude geschriften bewaard gebleven waarin verslag wordt gedaan van plunderingen en gevechten met de Friezen. In het jaar 873 zou daarbij de eerder genoemde Rodulf omgekomen zijn. Het was al met al een roerige tijd.

Rond diezelfde tijd vestigden de Brunonen zich in Oostergo. Opvallend genoeg is door detector-amateurs een behoorlijke hoeveelheid munten met de afbeelding van Bruno gevonden, waarop de naam van Dokkum wordt vermeld. Ben te Boekhorst schreef er ooit een aardig boekje over: Dokkum op de penning. Was het zo onrustig dat de mensen massaal hun geld in de grond verstopten ? Of is het allemaal een hardnekkig standhoudende Friese mythe?

 Posted by at 17:23
jul 132008
 

Het Archief- en Documentatiecentrum voor rooms-katholiek Friesland in Bolsward is begonnen met het digitaliseren van het materiaal. Het religieuzenarchief van het centrum bevat de gegevens van ruim vijfduizend personen. Naast persoonsbladen van elke religieus zijn er ook veel krantenknipsels en zaken als foto’s, in memoriams en jubileummisboekjes.

Op de website http://www.archiefrkfriesland.nl/ zijn al summiere gegevens van Friese religieuzen te vinden. Om privacyredenen zijn alleen gegevens vrij toegankelijk van hen die voor 1904 zijn geboren of reeds zijn overleden. Het documentatiecentrum heeft daarnaast een grote collectie devotionalia, foto’s, bidprentjes en archieven van katholieke parochies, scholen en verenigingen. Het ADRKF heeft bidprentjes in haar bezit van ruim 30.000 personen afkomstig uit Friesland. Ze zijn nog niet zover, dat u de gescande versie kunt bekijken. Wel kunt u via een zoekmenu de persoonsgegevens van de bidprentjes opvragen.

 Posted by at 17:23
jul 122008
 

Het boek was me nog niet echt opgevallen, maar voor de Dongeradelen, en dus Noordoost Friesland, een ‘nijsgjirriche’ publicatie. De in Ternaard geboren Sake Banga was melkrijder en kwam daardoor bij de vele boeren in de regio over de vloer. Eerst met paard en wagen en later met de eerste T-Ford. Uitgebreid vertelt hij over het zware handwerk en de vele verhalen die spelen tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Hoewel het woord ‘kroniek’ wellicht wat te hoog gegrepen is, geeft het een gedegen inzicht in het leven in de Dongeradelen. Meer details in de Friese boekbeschrijving (van dit Friestalige boek):

Op in bysûnder oangename manier beskriuwt Sake Banga syn libbensferhaal yn dit boek. Berne yn Ternaard oan it Skoar yn 1923, fertelt Sake oer dy tiid hoe’t syn âlders libben, de kost fertsjinnen en de gewoantes dy’t doe gebrûklik wienen. Syn bernejierren en as trettjinjierrige as jongfeint by de boer oan’t wurk. Sa nimt er ús mei nei it âlde doarpslibben fan Ternaard. It doarp, strjitte foar strjitte beskriuwend, lit er ús yn ’e kunde komme mei de minsken, de boeren, gernierkes, arbeiders, ûndernimmers en ûnder oare de keaplju fan dy tiid. Boeiende gebeurtenissen en feroaringen fan doe en de ûnderfiningen yn de oarlochsjierren komme oan bar.De tiid doe’t er as molkrider troch de Dongeradielen gie, wurdt beskreaun fanôf 1919 doe’t syn heit der al mei begûn wie. Molkride mei hynder en wein en letter mei de earste T-Ford. Fanôf Wierum en ’t Skoar by de boeren lâns nei de Reidswâl en letter Moarre-Ljussens (foto hiernaast met Chevrolet van 1949 bij de melkfabriek). En hoe’t it om-en-ta gie op it molkfabryk.Om’t er in protte gedoente hie mei de boeren út de Dongeradielen wit Sake sekuer te fertellen hoe’t it er by de boeren om ta gie. De syklus fan de seizoenen as it lânbewurkjen, siedzje, it rispje en it winterwurk. It omgean mei hynders yn dy tiid en it belang dêrfan komme prachtich moai nei boppe. Troch it wiidweidich omskriuwen fan it swiere hânwurk en it karakterstike wurk en har fruchten op it boerebedriuw, mar ek de feroaringen, mei de earste masines, dy’t der oankamen yn de lânbou, soarget derfoar dat dit in unyk boekwurk wurden is oer it libben en bestean yn ’e Dongeradielen oant de fyftiger jierren ta fan de foarige ieu. Te koop bij uitgeverij Banda in Kollum.
ISBN-10: 90-78050-06-3
ISBN-13: 978-90-78050-06-3
Prijs: € 10,00 (+ € 3,50 verzendkosten)
Voor meer boeken over historie en genealogie in Noordoost Friesland, zie de Boekenrubriek op de Sneuper site.
Specifiek voor Ternaard zijn de boeken van onze leden Keimpe Veldhuis, In Ald Ternaarder Kapper Fertelt, Memoires van J. A Veldhuis (1912-91), en Eimert Smits over de Visbuurt onder Ternaard.
 Posted by at 17:23
jul 112008
 

Het 160 pagina’s tellend boek schetst een goed beeld van het leven in de eerste helft van de 20e eeuw in Paesens-Moddergat. Voor iedereen die geïnteresseerd is in het vroegere dorpsleven, is dit boek een waardevol document.
Het boek is geschreven door Willem Meinsma, die zijn hele leven in Moddergat heeft gewoond en de gebeurtenissen vanuit zijn eigen ervaring heeft opgetekend. Als u meer informatie wilt kunt u contact opnemen. Zijn adres en telefoonnummer zijn: Willem Meinsma, Meinsmawei 5, 9142 DL Moddergat. Tel 0519-589396 b.g.g. 0519-589722.
Het boek is voor € 15,- te koop bij boekhandel Bergsma in Dokkum tel. 0519-292366 en bij Museum ’t Fiskershúske in Moddergat, tel.0519-589454.

 Posted by at 17:23
  1. Oude klooster-, molen- en jaagpaden digitaal op kaart
  2. Fotoboek Metslawier schetst veranderingen
  3. Dr. Lambooij publiceert weer over kloosterleven
  4. Friese Admiraliteit basis voor ontdekking Australië ?
  5. Sybrandt Hansz Cardinael: wiskundige, astronoom en wijnroeier
  6. Geheugen van Nederland met Sjoukje Bokma de Boer
QR Code Business Card