dec 012005
 

DS. THEUNIS DOEKE PRINS

Want door genade zijt gij behouden.

Door het geloof en dat niet uit u zelf:

Het is een gave van God;

niet uit werken, opdat niemand roeme.

 Deze rede werd uitgesproken, wat de hoofdzaak aangaat,

 

te Bolsward juli 1922

te Hantum november 1922

Gaarne nam ik de uitnodiging aan, om in Uw midden eenige mededeelingen te doen over mijn reis naar Amerika.

Gij verstaat wel, dat, wanneer ik over een en ander een zeker gevoelen ga uitspreken, niemand kan meenen, alsof ik er aan denken zou, dat aan mijn oordeel eenige bijzondere waarde moet worden gehecht in het beoordeelen van de eigenaardige toestanden, die in Amerika gevonden worden.

Dat ware van mijn zijde toch al te aanmatigend. Ik vertoefde daar slechts 60 dagen, zag van meer nabij een heel klein stukske van dat wonder groote werelddeel en kwam met betrekkelijk weinigen in aanraking; hoe zou dan met eenigen redelijken grond kunnen verwacht worden dat men op wat ik zeg, ten volle zou kunnen afgaan.

Zooals misschien bekend is, heeft mijn groote leermeester Dr. A. Kuyper indertijd een boekje geschreven, nadat hij eenige tijd in Amerika had doorgebracht.

‘Varia Amerika’ was de titel. Mij werd gezegd, dat verschillende in dat geschrift uitgesproken meeningen niet als gezaghebbend konden worden beschouwd.

En ook van anderen, die enkele maanden in Amerika verbleven, werd hetzelfde opgemerkt.

Wie over Amerika en de toestanden daar inderdaad zal kunnen oordeelen, zoodat met dat oordeel ernstig te rekenen valt, moet dunkt mij, minstens een paar jaar in onderscheidene volkskringen daar verkeeren, de oogen goed open hebben, eene goede opmerkingsgave bezitten; daarbij menschenkennis en een helder oordeel; ook moet hij veel en velerlei aandachtig hebben gadegeslagen, en rustig overwogen.

Zoo kan ik dan ook alleen zeggen, dat ik in sommige opzichten eenige indrukken heb gekregen die ik U zal mededeelen, en waarvan de beteekenis niet overschat mag worden.

 

 

Om redenen, die hier thans niet behoeven genoemd te worden, waren in de loop der jaren drie mijner zonen, niet zonder mijne toestemming, naar Amerika gegaan.

Na het vertrek van den jongste der drie ontving ik eene uitnoodiging, om eens tot hen over te komen. Ik heb deze uitnoodiging met blijdschap ontvangen. Ook in mijn hart was wel het verlangen, om, voor ik door den dood zou worden weggenomen, mijn kinderen nog eens te mogen ontmoeten op de plaats hunner woning, zoodat ik hun leven en arbeid, en hun omgeving eens met eigen oogen kon gedeslaan; ook om als vader nog persoonlijk met hen te kunnen spreken over vele dingen, met de begeerte in het hart, nog iets voor hen te mogen zijn.

Zoo heb ik dan, na alles naar ik meen, wel overwogen te hebben, aan mijne kinderen bericht gezonden, dan ik D.V. in het voorjaar van 1922 hen hoopte te bezoeken, nadat de Kerkeraad mij eene vacantie van 13 Zondagen had toegestaan.

Onder Gods aanbiddelijk bestuur zou ik echter niet de vreugde smaken mijn gehuwden zoon Theunis nog in het land der levenden te zien. Hij werd aangegrepen door eene krankheid, die hem na 8 maanden gehuwd te zijn geweest, in het graf bracht, nalatende eene jonge weduwe, die enkele maanden later Moeder werd.

 

’t Was mij aangenaam, dat in den vroegen morgen van 24 April mijne kinderen mij uitgeleide deden tot Sneek. Wij kwamen precies op tijd.

Na afscheid te hebben genomen, kon ik instappen en reed de tram onmiddellijk weg naar Heerenveen. De trein bracht mij naar Rotterdam, waar mijn zoon Reinder mij opwachtte. Daar moesten de passagiers in bezit van paspoort en reisbiljet, onderzocht worden door een paar doktoren. De Amerikaansche regeering vordert dit onderzoek, en wil niet meer ieder (anders dan vroeger) uit de landen van Europa ontvangen, en stelt voorwaarden, om toegelaten te worden, welke voorwaarden in de laatste jaren gaandeweg scherper zijn geworden.

Een aantal vragen moesten beantwoord worden. Ieder moet opnieuw zijn ingeënt, en doktoren onderzochten, of iemand leed aan een besmettelijke ziekte. In een kennisgeving van de Holland-Amerika lijn wordt o.a. gezegd: Zij, die Favus (een besmettelijke ziekte der hoofdharen) of Trachoma (een besmettelijke oogziekte) hebben, alsook zij, die aan Tuberculose (onder welken vorm dan ook) of aan een andere besmettelijke ziekte lijden, worden onder geen voorwaarden in Amerika toegelaten, en moeten daarom van de reis afzien.

 

We zijn toen naar De Lier gefietst, waar ik bij mijn vriend ds. B. Heeres bleef overnachten. Nadat de volgenden avond de verschillende stukken: paspoort, passagebiljet, de door doktoren gestempelde kaart, waren getoond, nagezien en goedgevonden, o.a. door den Amerikaanschen consul, ben ik op de boot gegaan, begaf mij spoedig ter ruste en mocht door Gods goedheid een verkwikkende nachtrust genieten.

 

Het getal passagiers was niet groot. Zoo had ik alleen een hut tot mijne beschikking, hetgeen mij recht veel genoegen deed. ’t Is in zulk een hut van de boot alles wel heel klein, wat de afmetingen betreft; maar, zoover dit mogelijk is doelmatig ingericht met name op een stoomschip als “de Rotterdam”. Mijn koffers waren reeds in de hut gebracht. Ge krijgt kleine bordpapieren labels met een touwtje er aan voor handkoffers; en daarbij gegomde adressen. Deze adressen, voor uw bagage, zijn bedrukt met wanted (noodig) of not wanted (niet noodig), die dan of in uw hut wordt gebracht, of geladen in een enorm groot bagageruim, waarheen men elken dag op een bepaald uur gaan kan, om iets uit kist of koffer te nemen.

De Rotterdam is een prachtboot. De 2e klas, waarin ik een plaats genomen had, is keurig netjes ingericht. Boven vindt men een ruime rookkamer, waar ook een en ander te krijgen is. Daar beneden is weer een vrij groot vertrek, waar men gelegenheid heeft, brieven te schrijven of wat rustig neer te zitten. Ook ontbreekt niet een groote eetzaal, waar ruim 200 personen tegelijk kunnen aanzitten. Ieder heeft aan tafel z’n eigen plaats, alles gaat op regel, en de tafel wordt met keur van spijzen voorzien. Rondom de boot heeft men een wandeldek, terwijl velen een dekstoel nemen, waarop ze zich kunnen uitstrekken, om rustig een boekwerk te kunnen lezen of wat te praten met andere passagiers. Niet zelden gebeurt ’t ook, dat een dutje wordt genomen. De frissche heerlijke zeelucht doet weldadig aan, en schijnt slaapbevorderend te wezen.

Nadat in Boulogne (Frankrijk) eenige passagiers waren ingescheept, en goederen ingeladen; terwijl hetzelfde gebeurde in de haven van Plymouth (Engeland) en wij langs de Krijtbergen van Engeland en de Scilly-eilanden waren voorbij gevaren, ging ’t zoo recht mogelijk op New York aan. We voeren den meer zuidelijken weg, met het oog op de ijsbergen, die in die tijd loskomen. De afstand van Rotterdam naar New York is dan ongeveer 3500 mijlen. Er valt ook op zulk een zeereis, niet ongeschikt om een gespannen zenuwleven eenige rust te brengen, veel te genieten. Machtig is de indruk, die de zee op U maakt, en hoe kan dan de nietige mensch Zijne kleinheid gevoelen, tegenover dien God, Die ook de zee geschapen heeft, Die is de Almachtige Schepper van hemel en aarde.

De zee was tamelijk rustig, en van zeeziekte heb ik geen hinder gehad. Wel ben ik op zee in vrij erge mate verkouden geworden en verkouden gebleven. Tenslotte (anderen spreken anders) wordt zulk een zeereis, zoodat men dag aan dag niets dan water ziet, wel wat eentonig. Bij mij althans was blijdschap, toen we de Amerikaansche kust zagen, de Hudson opvoeren voorbij het machtige vrijheidsbeeld, dat 155 voet hoog is, geplaatst op een granieten voetstuk, hoog 155 voet, straks omringd door tal van booten, terwijl voor ons lag de wereldstad New York, met zijn torenhooge gebouwen van 40 verdiepingen en meer.

Eindelijk ligt de Rotterdam stil. We zijn geland in Hoboken, vlak tegenover New York. We werden door de douane nog geruimen tijd aan boord gehouden, hetgeen bij velen misnoegen wekte. Eindelijk konden we gaan. Bij het afkomen kwamen we in een reusachtige ruimte, waar de koffers in alphabetische volg-orde, gerangschikt naar de beginletters van de namen der eigenaars, werden neergezet, om onderzocht te worden. Mijne ervaring was, en ook die van anderen, dat dit onderzoek bij aankomst in ons land op aangenamer wijze geschiedt dan daar.

Amerika heft ook hooge belasting van vele ingevoerde goederen, zooals b.v. van extra kistjes sigaren. Een der passagiers, die naast mij zijn plaats aan tafel had, had 2 extra kistjes sigaren meegenomen, die hem hier in Nederland hadden gekost 2 x ƒ 8,- = ƒ 16,-. Tot zijn bittere teleurstelling werd, naar hij tenminste later vertelde, van hem gevorderd aan invoerrechten 16 dollar, dat is in ons geld een bedrag van ruim 40 gulden.

Een der reizigers, met wien ik op de boot telkens in aanraking kwam, en die, tijdens mijn verblijf in Larchwood bij mijne kinderen, de vriendelijkheid had met zijn zoon ons daar een bezoek te brengen; een Hollansche boer uit Sloterdijk, de Heer K. de Vries ging met zijne echtgenoote en dochter een bezoek brengen aan hun zoon en broeder, die farmer (boer) was in Sheldon (Iowa). Hij had meegebracht een kist puike Hollandsche aardappelen, om deze op de boerderij van zijn zoon te poten. – In Amerika zijn de aardappelen, vergeleken bij die van b.v. Friesland slecht. –

De meegenomen aardappelen mochten echter niet verder vervoerd, en werden in beslag genomen.

 

Aan Ds. Jongbloed, toen nog director van Holland Seaman’s Home, had ik kennis gegeven van mijn komst. De Heer Broekhuizen, de tegenwoordige director, kwam tot mij en anderen, om ons behulpzaam te zijn.

Deze broeder heeft ons goede diensten bewezen, en ons inderdaad geholpen. Nadat ik bij ds. Jongbloed, dien ik van vroeger kende, de maaltijd had gebruikt, en aangenaam in dien familiekring een paar uren had doorgebracht, terwijl mij daar nog een oud Bolswarder groeten kwam; nadat ik in Hoboken op raad van Ds. Jongbloed eenige eetwaren voor de komende reis had gekocht, heeft de Heer Broekhuizen ons naar den trein gebracht, die ’s avonds 10 uur vertrok. Er zijn ongetwijfeld meer goede adressen voor hulpbetoon. Maar persoonlijk kan ik met vrijmoedigheid dit adres aanbevelen aan allen, die plan hebben naar Amerika te gaan. Deze zaak wordt in stand gehouden door de Chr. reformed Church, zeer bijzonder in het belang van landverhuizers uit Nederland. Men kan daar in dat huis, dat misschien 5 minuten ver-wijderd is van de plaats, waar de boot aankomt, vooralsnog geen maaltijd gebruiken. Een kop koffie kan men er krijgen, en ook tegen billijke vergoeding overnachten. Voor bewezen diensten wordt niets in reke-ning gebracht, wat niet wegneemt, dat men geheel eigener beweging, b.v. één of twee dollar geven kan tot steun van deze goede zaak.

 

Des nachts werd doorgespoord naar Buffalo, en vandaar den volgende morgen naar Chicago, waar ik op Zaterdagavond had moeten aankomen. Maar vóór deze groote stad ontspoorde de trein, hetgeen een op-onthoud gaf van ruim 6 uren, zoodat ik Zondagmorgen reeds in de vroegte stond in het groote station van Chicago. Ik gaf te kennen, uit Nederland te komen, en vroeg voorlichting, natuurlijk in de Engelsche taal, die ik wel eenigermate lezen en verstaan kan; wat echter nog iets anders is, dan deze taal goed kunnen spreken en te kunnen verstaan, als deze door Amerikanen gesproken wordt.

Ik meende 8 uur ’s morgens met den trein verder te moeten reizen, maar dit bleek anders te zijn. De trein naar Iowa vertrok niet eerder dan s’avonds 5 uur. Toen besloot ik een poging te doen, om Dr. van Lonkhuizen, vroeger predikant te Rijswijk, te ontmoeten. In het station ging ik naar een informatiebureau, waar men mij zeer bereidwillig te woord stond en gaarne wilde helpen. Door eene vergissing mijner zijde bleek hun dit niet doenlijk. – Ik vroeg naar het adres van den predikant Dr.van Lonkhuizen, maar in de telefoongids was deze naam onder de L niet te vinden. Mij bleek later, dat onder de V had moeten worden gezocht, omdat hij van Lonkhuizen heet.- – Eindelijk was er een vriendelijk beambte, die bij mij bleef en alles deed, om mij goed en afdoende te helpen, waarin hij slaagde. Uit dankbaarheid wilde ik hem iets geven, het geen door hem niet werd aangenomen. Ik kon toen alleen zeggen, dat ik hem zeer dankbaar was voor de voortreffelijke diensten, die hij mij bewezen had. Een auto bracht mij naar een kerkgebouw. Op mijn vraag, wie hier den dienst waarnam, was het antwoord: dr. Van Lonkhuizen, en zoo was ik op de plaats, waar ik wenschte te zijn. De dienst was reeds begonnen. Ik werd naar voren geleid. Na afloop van den dienst maakte ik mijn bekend aan mijn ambtgenoot, die mij meenam naar zijn gastvrije woning, waar ik kon uitrusten en genieten van mij betoonde vriendschap, terwijl ik het voorrecht had ook den middagdienst te kunnen bijwonen. Een vriendelijke broeder, lidmaat der gemeente, uit de provincie Groningen afkomstig, bood aan mij ’s avonds met zijn auto naar de trein te brengen, waarmee ik mijn reis weer moest voortzetten.

Ik moest nu nog ongeveer 30 uren aan één stuk in den spoortrein zitten. ’t Zijn in Amerika enorme afstanden, waarvan wij hier ons moeilijk een voorstelling kunnen maken. Tot Chicago had ik een jongen man van ruim 20 jaar als reisgenoot. Hij sliep al maar door, en gevoelde zich wel. Met de jaren wordt dat vaak wel wat anders. Ik kreeg in erge mate hoofdpijn, was nog altijd verkouden, van rustig slapen kwam al heel weinig, ik gevoelde mij krank. Die spoorreis in Amerika was buitengewoon vermoeiend, en men moest toch verder, al maar door. Die reis in den trein vergde veel van me, en op mijn leeftijd bleek ik daartegen niet goed bestand. Toen ik dan ook ten leste aan het einde van de tocht gekomen was, en te Inwood uitstapte, waar ik mijn zoon Roelof tot mijn blijdschap weer mocht zien, en kort daarna Doeke, dien ik in 9 jaren niet zag, kregen ze, naar zij later te kennen gaven, wel een eigenaardigen indruk. Den indruk, gelijk ze zeiden: Vader is een oud man geworden. – Nadat ik niet zonder ontroering de jonge weduwe van mijn overleden zoon Theunis met haar jongske van enkele maanden had ontmoet, gelijk ook enkele oude kennissen, die mij kwamen groeten in de woning van de moeder mijner schoondochter, zijn we met de auto gegaan naar Larchwood, en kwam ik op de farm (boerderij) die Roelof had te zamen met den gehuwden broer van de weduwe. –

Deze weduwe met haar kind zijn gedurende de zes weken van mijn verblijf op de boerderij daar ook gebleven. Mij bij aankomst niet wel gevoelend, ben ik toen maar terstond naar bed gegaan, en heb de eerste dagen vrijwel aldoor het bed gehouden. Terwijl ’t buiten geweldig woei (’t kan, naar ik later vernam, in Iowa geducht stormen) en ik ongesteld was, kwam van rustig slapen in het allereerst ook niet al te veel. Langzamerhand begon ik mij beter te gevoelen, en kon ik, mij verheugende bij mijne kinderen te mogen zijn, mij eenigermate gewennen aan de voor mij gansch andere omgeving en toestanden.

 

De woning, waarin ik kwam, was hoogst eenvoudig. Ik had een net vrij kamertje gekregen, dat uitzag op den hoofdweg, en op het geboomte van den grooten hof, terwijl van tijd tot tijd een varken of een kalf zich voor mijn raam vertoonde. Ook bleven de deuren van het huis des nachts en bij het uitgaan der bewoners ongesloten, wat ik al een heel rare gewoonte vond.

Er zijn ook betere, veel betere woningen. En in de laatste jaren van overvloed waren er vele bijgebouwd, die gerust met den naam van deftige heerenhuizen kunnen worden genoemd. Hetzelfde vond ik ook bij een later bezoek aan steden als Grand Rapids en Paterson. De huizen zijn dan van hout opgetrokken; in den laatsten tijd niet zelden met uitzondering van het benedengedeelte, waarvoor steen is gebruikt. Over ’t algemeen vond ik in Amerika de woningen beter dan bij ons. Ook de pastorieën. Op practische wijze zijn ze ingericht, met allerlei geriefelijkheden, die voor eene huishouding niet zonder betekenis zijn.

De woning, waarin ik gedurende enkele weken vertoefde lag op een groot erf. –’t Was naar mijne schatting eene oppervlakte van ruim twee pondemaat. Varkens, kalveren en een honderd kippen liepen vrij rond. Op het erf stond ook een oude schuur, waarin plaats was voor de paarden en koeien en waarin hooi en graan kon geborgen. Ook nog enkele andere hokken stonden daar. Alles, gelijk ook de woning, van hout dat blijkbaar niet veel in aanraking kwam met de verfkwast. Er lag ook aan de zijde van de woning een groote hoop van z.g. maïspitten, die voor brandstof uitstekend konden dienen al zijn ze nog al spoedig verteerd, zoodat op voortdurende vulling van kachel of fornuis moet worden gelet. Een paar minuten van onze woning verwijderd was een pomp, die uit den grond het water moest ophalen, en één der huisgenooten kon, heen en weer wandelend, dan het voor de huishouding benoodigde water met een melkbus gaan halen. Wanneer de bewoners met de paarden uit het veld terugkwamen, dan stond bij de pomp een groot gegalvaniseerd vat, waarin water werd gepompt, en waaruit dan de dorstige dieren konden drinken. Ze wisten dan verder den weg wel te vinden naar den stal, waar ze in het bijzonder met maïs werden gevoederd.

 

Men moet weten dat slooten, grachten, vaarten, zooals men deze in het schoone Friesland aantreft, in die streken tevergeefs worden gezocht. En waar ik –laat mij zeggen- bij eene oppervlakte als 1/3 deel van Friesland rijdend over een brug, eenig water zag naar rechts en links, waarin misschien een eend zich kon bewegen, liet ik de auto even stilstaan, om er van te kunnen genieten. En toen ik 22 juni vanuit Orange-City de terugtocht aanvaardde, en we rijdend over Alton-Cherokee te StoomLake kwamen, zijn we een zijweg ingeslagen, om bij een meer te komen. We zijn natuurlijk uitgestapt, hebben er een poosje rondgewandeld, we ondervonden aangename gewaarwordingen, om dan de reis weer voort te zetten.

Vlak bij de woning was, wat men noemde, een ‘cave’. Dat is een hol, waarin de menschen in tijd van nood kunnen vluchten, wanneer een cycloon de landstreek teisteren komt. Waar in de woning een kelder niet gevonden werd, en ook een provisiekamer ontbrak, kan deze ‘cave’ daarvoor dienst doen.

Tot beschutting stonden aan de eene zijde van het huis ook een menigte van boomen. Daaronder ook een niet gering aantal vruchtboomen, die, naar den indruk, dien ik er van kreeg, wegens tijdgebrek op onvoldoende wijze werden verzorgd.

 

Aan den weg (Inwood-Larchwood) vóór onze woning stond een paal, waarop bevestigd was een eenigszins langwerpig ovalen bus, waarin de brievenbesteller, die elken dag eenmaal met zijn auto voorbijreed, de brieven of couranten schoof, en waarin, wat verzonden moest, gelegd kon worden. Een rechtopgezet vlaggetje, aan de postbox bevestigd, was voor de rondbrenger van de post eene aanduiding, om stil te houden, en iets uit de bus te nemen. Er waren woningen, die wel 10 minuten of meer verwijderd lagen van den weg, waarlangs de postbesteller reed. Zoo zag ik soms wel drie van die bussen vlak naast elkander geplaatst. Er zijn dan ook verschillende zeer achterafwonende farmers (boeren) zooals b.v. Hiemstra en mijn neef Tj. Wassenaar, die ik met mijn kinderen bezocht te Chandler (Minnesota), en die dan tweemaal per week naar het op vrij verren afstand liggend dorp gaan, om boodschappen te doen, en te halen, wat de post kan gebracht hebben.

In de grootere plaatsen wordt de post aan huis bezorgd.

Voor zooveel mijne kinderen maar even daarvoor den tijd konden vinden (’t was de tijd van ploegen en zaaiing) gingen we met de auto uitrijden, om bezoeken af te leggen, hetgeen nog al meest in de avond-uren geschiedde.

Zij hadden mij wel aangeboden, mij te leeren de auto zelf te besturen, zodat ik mij dan vrij bewegen kon. Ik achtte echter niet geraden, daarmee te beginnen, wat mij later wel eens gespeten heeft.

Allereerst zijn we gereden naar het kerkhof, waar ik stond bij het graf van mijn zoon Theunis. Met een weenend hart, -maar ook met groote vertroosting. De booze krankheid van kanker had hem aangegrepen. Ruim een half jaar vóór zijn heengaan had hij een slag van het paard in de zijde gekregen, waarvan hij weer herstelde.- Drie maanden vóór zijn dood was hij nog in een insurance (verzekering) gegaan, en was dus door den dokter nauwkeurig onderzocht en goedgekeurd. Onverwacht vertoonden zich ongunstige verschijnselen, en op een desbetreffende vraag gaven de doktoren te kennen dat in de slag van het paard de aanleiding was te zoeken van deze ziekte die bij hem een snel verloop nam. Mijn zoon had zich van mijn komst veel voorgesteld. We zouden elkander aan deze zijde van het graf niet wederzien. Hij schreef mij: “Ik ben weer ziek geworden. Dit zal wel mijn laatste ziekte zijn. De weg is wel hard – maar de Heere is mijn toevlucht. Wie zal dan vreezen?” Hij wist, dat hij sterven moest. Toen de dokter hem dit me-dedeelde, heeft hij, naar mij is gezegd, die boodschap met kalmte aangenomen, en zijn jonge vrouw getroost.

Zie, daar hebt ge nu wel de grootste moeilijkheid van uw naaste dierbare betrekkingen op zoo verren afstand van U verwijderd te hebben. Zoodat men in dagen van ernstige krankheid en bij het naderen van den dood hen niet kan bezoeken, hen niet kan helpen verzorgen, hen niet kan verkwikken door liefdebetoon, en ook geestelijk hen niet kan bijstaan.

Een paar weken vóór ik die ernstige tijding kreeg betreffende de krankheid van mijn zoon, had ik op een avond nog met mijn jongste dochter een gesprek gehad en opgemerkt: “Toen je beide zusters en je broer, toen hij in militairen dienst was, eenmaal zeer krank waren geworden, kwam al spoedig bericht, of vader wilde overkomen. Dan spreekt het kinderhart. Dat kinderhart zal ook zoo spreken in Amerika, maar dan zal ik niet kunnen komen.”

En een 14 dagen later kreeg ik van Doeke een telegram met de droeve tijding: Theunis heeft ernstige kanker, met de vraag: Kan vader komen? antwoord spoedig. Waarop ik moest antwoorden: Ik kan nu niet komen, ik beveel U God.- En kort daarna kreeg ik telegram, dat hij ontslapen was. Het verblijdde mij later te hooren, dat dit door mij gezonden telegram hem nog had goed gedaan. En in Inwood werd mij van verschillende zijden verzekerd dat mijn zoon achting bij al het volk genoot, Christus had beleden en als een Christen had gewandeld.

Dat deed mijn vaderhart goed, al was ik hierover niet ongerust. Ik geloof dat door Jezus Christus, den eenigen Zaligmaker van zondaren, wiens bloed alleen reinigt van alle zonden, de dood voor hem is verslonden tot overwinning, en dat hij in Jezus ontslapen is.

Op zijn graf werd door de weduwe een eenvoudige steen geplaatst, waarop gebeiteld werd: Theunis Prins 1893–1921 Efeze 2 : 8, 9 een schriftwoord dat luidt: Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit U, het is Gods gave. Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

 

Hoe gansch anders is de behandeling van een doode in Amerika dan bij ons. Ik was te Orange-City, waar de synode der Chr. Ref. Church vergaderde, in de gelegenheid gedeeltelijk eene begrafenisplechtigheid bij te wonen.

Zoodra er een doode in huis is, wordt gevraagd om den Understaker (begrafenisondernemer). Van dat oogenblik af tot en met de begrafenis is de leiding vrijwel geheel in zijn handen. In Chicago had ik het genoegen het avondeten te gebruiken in de woning van een broeder ouderling, die understaker was, en die mij eenige bijzonderheden van zijn arbeid mededeelde.

Het doode lichaam wordt in het sterfhuis gelaten, of soms ook wel door den understaker medegenomen. Hij zoekt de gelaatstrekken, zoo noodig, wel wat bij te werken. Onder den arm wordt eene opening gemaakt, waarin zekere stof wordt ingespoten, om het lichaam voor bederving tijdelijk te bewaren, ’t geen wel kan geschieden gedurende een paar maanden. De doode wordt een pak kleren aangetrokken, waarin hij bij zijn leven meermalen is gezien. Hij wordt dan neergelegd in een kist, niet zelden met witte zijde aan den bovenrand gevoerd. Mijn zegsman gaf te kennen, dat hij driemaal op uitdrukkelijk verlangen van de zijde der betrokken familie had gehandeld als onder ons gebruikelijk is. Men acht zulks daar in vele kringen eigenlijk een zekere mishandeling.

Na eene samenkomst in het sterfhuis wordt al dikwijls de lijkkist neergezet in het voorportaal van het Kerkgebouw. Waar in Orange-City de Synode gehouden werd, en een zeer geacht br.ouderling gestorven was, werd de Synodale vergadering enkele uren versteld, wegens eene begrafenis en zag ik een stoet van wel meer dan honderd kinderen en kindskinderen, en naaste bloedverwanten, met de weduwe het Kerkgebouw binnenkomen, terwijl verder een groote schare belangstellenden tegenwoordig was. Er werd een gedeelte der H.S. gelezen en een gebed uitgesproken door een vroegeren leeraar der gemeente. De tegenwoordige Dienaar des Woords hield een toespraak in verband met een Schriftwoord uit Joh.11, terwijl een tweede vroegere leeraar de bijeenkomst met dankzegging en gebed sloot.

Alles had een ordelijk en stichtelijk verloop. Een groote schare van menschen ging voorbij de familie, om nog een laatsten blik op den doode te werpen. Gij zult kunnen verstaan, dat ‘t op mij een zeer ei-genaardigen indruk maakte, daar een doode te zien liggen, omgeven aan de zijden van de openstaande kist met kant, en nederliggend in een blauw costuum met boord en strik. Naar mij wil voorkomen, is de grondgedachte van deze dingen, al is zulks niet de bedoeling van onze Hollandsche, Christelijke, Gereformeerde bevolking, die hierin het landsgebruik volgt, om de verschrikking van dood en graf zooveel mogelijk weg te nemen.

De predikant te Inwood, Ds. Dijk, bij wien ik kerkte, heeft mij veel vriendelijkheid bewezen.

Hij bood aan verschillende bezoeken met mij af te leggen, wanneer mijne beide zoons tot hun spijt, door drukken voorjaarsarbeid daartoe minder de gelegenheid hadden. Zoo kwam ik meermalen op aangename wijze met hem in aanraking, was geregeld onder zijn gehoor, wanneer ik niet zelf voorging in den dienst des Woords. Ik ontving al spoedig de uitnoodiging op een bepaalde Zondag voor de gemeente te Inwood op te treden en verklaarde mij gaarne bereid, dit te doen. Wegens de groote afstanden heeft men te Inwood en op zeer vele plaatsen de eigenaardige gewoonte dat ook al de kleine kinderen, tot de zuigelingen toe, naar kerk worden meegenomen. Ik meen wel te hebben opgemerkt, dat er onder onze Hollandsche, Christelijke, Gereformeerde familiën, nog goed bevolkte huisgezinnen worden gevonden, en zoo kunnen er in het Kerkgebouw nog al enkele kleinen zijn, die zich van tijd tot tijd laten hooren.- De moeders en ook de vaders gaan zich dan ook al spoedig met het schreiende kind een kortere of langere wijle verwijderen, wanneer ze merken, dat eenige stoornis dreigt in te treden. Naar mij werd gezegd, geeft soms ook wel de leeraar eenig sein.

Gij begrijpt wel, dat, toen ik daar voorging het kerkgebouw wel iets meer bezet was dan gewoonlijk. Uit verschillende naburige plaatsen waren familiën gekomen, die mij wel wenschten te ontmoeten.

En dat was wederkeerig zoo. Vroegere lidmaten der gemeente, of van naburige kerken; oud-catechisanten of kennissen, of de zulken, die naar den welstand van familieleden in het nog niet vergeten Oude Vaderland kwamen informeeren, of om andere oorzaak.

Uit de omstreken van Bolsward waren daar nogal verschillende personen en gezinnen, die zeer belangstellend vroegen naar familieleden, kennissen, en toestanden. Hoe verblijd waren ze, iemand uit het oude Vaderland terug te zien. Groot, hartelijk was de aandrang in uitnoodiging van menigeen, om eens over te komen, wat ik wel gaarne had willen doen, maar niet kon doen met het oog op mijn verblijf bij mijne kinderen (wat toch voor mij de hoofdzaak was en blijven moest) en ook lettend op den betrekkelijk korten tijd, dien ik daar vertoeven kon.

En voorts… de afstanden!

Wat waren er toen reeds velen, die mij telkens vroegen: Wat dunkt U van Amerika? Waarop ik dan nog al eens antwoordde: Ontzaglijke afstanden; een groot, wonderlijk land, met welk antwoord ze zich niet geheel voldaan gevoelden.

Ze wenschten meer te hooren. En dan heb ik meermalen aan die goede vrienden gezegd, dat ik mij niet bevoegd achtte, om een oordeel uit te spreken over vele zaken en toestanden.- Bescheidenheid diende mij daarvan reeds terug te houden.

Wel had ik indrukken gekregen, en deze deelde ik dan mede. Ze waren ook met name, wat de maatschappelijke toestanden betrof in Iowa, niet onverdeeld gunstig.

En ik heb zoo het gevoelen meegenomen, dat onderscheidene vrienden zich in wat ik opmerkte, konden vinden.

Met verschillende personen en gezinnen heb ik op recht aangename wijze kennis gemaakt. Waar ik ook met mijne kinderen kwam, steeds ondervond ik groote, door mij op prijs gestelde, vriendelijkheid.

Met genoegen denk ik nog aan die bezoeken en ontmoetingen terug.

En velen zullen toen bij onze gesprekken wel den indruk hebben gekregen, dat ik nog veel goeds meende te kunnen zeggen ten gunste van het oude Vaderland.

 

 

Over het huiselijk leven in Amerika kan ik niet veel zeggen. Met het volle gezinsleven kwam ik weinig in aanraking, en dan nog slechts voor zeer korten tijd. Meest bracht ik tegen den avond met mijne kinderen hier of daar een bezoek van een paar uren. Ik ontmoette dan wel een enkelen keer even de volwassen kinderen, voorzoover ze thuis waren en de kleineren konden dan op het ruime erf nog wat rondspringen, of begaven zich ter ruste.

Wie de gelegenheid heeft, eens een week aaneen op verschillende goedbevolkte boerderijen te verkeeren en in burgergezinnen, zal al heel wat kunnen opmerken. Persoonlijk viel mij dit niet ten deel.

Ongetwijfeld zijn ook de toestanden en omstandigheden van de gezinnen nogal uiteenloopend. Zulks is ook hier het geval.- In welk land zal het anders zijn? -Er zijn hier voorbeeldige gezinnen. Ze worden zonder twijfel ook gevonden onder de landelijke bevolking in Amerika, gelijk ook in de steden. Er zijn hier gezinnen, waar tucht en orde ontbreekt,- In Amerika hetzelfde verschijnsel. Ge vindt hier wel huisgezinnen, waar de kinderen hun plaats niet kennen, en een wel wat hoog woord voeren, in die mate zelfs, dat in vele opzichten de gansche omgekeerde orde wordt gevonden, dat n.l. het slotwoord, het beslissende woord eigenlijk aan de kinderen is.- Naar men hoort is zulks ook daar wel het geval. Dit is een groote misstand te noemen, met bittere gevolgen. Niet zelden natuurlijk door de schuld der ouders, die niet gewaakt hebben, die hun roeping niet kenden, en die door zoogenaamde liefde, en door misplaatste toegefelijkheid in dezen weg aan hun kinderen groote schade hebben toegebracht.

Ook verdienen de kinderen, vooral in de groote steden, nog al eens iets meer dan hier. Dat brengt ook al weer eigenaardige gevaren mee. De kinderen als ze wat ouder worden, gaan dan soms al spoedig zeggen, wanneer het ouderlijk woord naar hun gedachte wat al te belemmerend voor hen is, dat ze dan maar liever niet meer in het ouderlijk huis blijven, om – zoo ’t heet – meer vrij te wezen. Ze meenen voor zich zelf wel te kunnen zorgen. Naar ’t mij toeschijnt, kan men moeilijk te veel en te ernstig aandacht schenken aan het huisgezin. Gaat ’t in het huisgezin mis, dan is er weinig verwachting ook voor het maatschappelijk en kerkelijk leven.-

Kweeking, bevordering van het huiselijk leven zal onder den zegen des Heeren rijke vrucht dragen.

 

Wat het maatschappelijk leven in Amerika aangaat, ik zag, gelijk ik U zeide, een zestal weken rond vooral in Iowa, en heb ook wel met onderscheidene personen gesproken over de toestanden op maatschappelijk gebied.- Deze zaak was ook voor menigeen, die naar Amerika toog, van nog al overwegende beteekenis. Men hoopte ’t daar te zullen vinden.- In het voorjaar van 1922 was ‘t 75 jaar geleden, dat de grondslagen gelegd werden der 19de eeuwsche Hollandsche Kolonies in de Vereenigde Staten.

Volgens officieele gegevens waren er in Amerika in

1850                 -              9845

1860                 -             28281

1870                 -             46802

1920                 -           131262

in Nederland geboren, waarbij dan komen, als zijnde van Hollandsche afkomst – de in Amerika geborenen. Wij begrijpen, dat dit alles te zamen nog al een beduidend aantal wordt. In 1920 waren in Grand Rapids (Michigan) niet minder dan ruim 11000 personen van Hollandsche geboorte. Ook in Chicago –Paterson- Cleveland, Rocherster wonen 1000en van Hollandse afkomst.

De meesten worden op het platteland gevonden, of in kleinere steden als Holland, Muskegon, Zeeland (in Michigan); in en rondom Orange-City, Sioun Center, Hull, Rock Vallij, Sheldon, Inwood enz. In de staat Iowa, ongeveer drie maal zoo groot als Nederland, worden 12571 gemeld als te zijn: geborenen in Holland. De Dutch ref. church telt ongeveer 80000 leden, waarvan 3/4 in Amerika zijn geboren, en 2/3 van de Chr. ref. Church met 97000. Daarbij zijn er ook vrij sterke nederzettingen van de Roomsche Kerk.

 

 

De bedoeling van wie naar Amerika trokken en trekken is zeker niet in de laatste plaats: Verbetering van levenspositie.

Op zich zelf is dit niet als een ongeoorloofde zaak te beschouwen.

Er staat ook in de Heilige Schrift: Vervult de aarde. Maar wanneer nu iemand zijn eigen Vaderland, waaraan wij hechten, verlaat; en misschien voor goed en altijd afscheid gaat nemen van het ouderlijk huis, van naaste verwanten en vrienden (afgedacht van enkelen, die gedreven worden door de zucht, om andere landen te bezien en daar ter dege alles gade te slaan en op te nemen) dan mag hij waarlijk ook wel iets bijzonders daartegenover kunnen plaatsen, om zoo gewichtige zaak voor zich zelf en voor anderen op aannemelijken grond te motiveeren.

En dan kan dat ook wezen: Verbetering van levenspositie.

Of men daarin slaagde? Ik geloof ten deele wel. Broodsgebrek wordt in een staat als Iowa weinig gevonden. Armenbedeeling komt onder de Hollandsche bevolking weinig voor. Een steeds toenemend getal behoort tot den kleinen handelsstand. Enkelen kunnen zich in den groothandel begeven. Ik was in Iowa, en kwam daar bijzonder in aanraking met de boerenbevolking. Natuurlijk zijn in alle plaatsen ook enkele stores (winkels), en banken ontbreken er niet. Ook al weer practisch en gemakkelijk ingericht. Daarin overtreffen de Amerikanen ons. In elk dorp vindt ge meer bijzonder een straat, waar ge de winkels en zakenhuizen vinden kunt. Maar in den regel wonen de zakenmenschen daar niet. Ze hebben elders in de plaats een gehuurde of eigen woning.

In hoofdzaak wordt een boerenbevolking gevonden in de streken, die ik in Iowa bezocht. Menigeen is daar begonnen als farmersknecht, en is later zelf farmer (boer) geworden. De boeren in Iowa hebben een vrij groote farm, soms wel van 200 of 300 acre. In den regel een veel te groote lap grond om deze goed te kunnen bewerken. – In de meer Westersche Staten loopen alle lijnen en grenzen recht Noord en Zuid, Oost en West. Het land is ingedeeld in stukken één mijl lang en één mijl breed. (Een mijl is 320 roeden, en een roede is        16 1/2 voet) Elk stuk land van één mijl lang en één mijl breed noemt men een section (sectie), en tusschen elke sectie is een weg, terwijl de automobile tax (belasting) geheel gebruikt wordt voor de wegenverbetering. De wegen loopen allen recht en zijn in Iowa, Minnesota, en South-Dakota 4 roeden (66 voeten) breed.-

Een stuk grond van 6 sections lang en 6 sections breed, dus 6×6 mijl vierkant noemt men een township, en heeft reeds een kleine regeering. De kleinste regeeringsvorm in de Vereenigde Staten. Daar is een schoolbestuur voor de publieke scholen in dat township, daar is een rechter (justice) en een veldwachter (constable). Met dien verstande: dat zijn allen gewone menschen, boeren, die die functie alleen bekleeden en uitoefenen, als daaraan behoefte is.- Zeg, twee farmers krijgen oneenigheid over vee, dan gaat één naar de constable, en dan wordt de justice (rechter) geroepen, en nu gaat men naar een schoolhuis of ander locaal. De constable dagvaart de mannen, die ruzie hebben en getuigen, eenige buren zijn juryleden. Mederechters. En nu wordt de zaak behandeld en uitspraak gedaan. Elk krijgt daarvoor zeker bedrag. De justice (rechter) de constable (veldwachter) en de juryleden. De veroordeelde moet dat betalen. Dit is al het salaris, wat deze beambten ontvangen.

Den volgenden dag zijn ze allen weer aan het werk op de boerderij.

Na de township komt de county, dan de State, en daarboven de Vereenigde Staten.

 

Het land in Iowa is eenigermate heuvelachtig, een weinig op en neer gaande. Ik bracht met mijne kinderen een bezoek aan familie van lidmaten mijner gemeente te Lebanon; ook Carnes bij Orange City; ook Hiemstra en mijn neef Tj. Wassenaar en zijne vrouw, allen zeer vele uren van elkander verwijderd en overal werd hetzelfde gevonden. We zagen steeds corn (maïs) velden, een weinig haver (niet zooals men dat in Friesland ziet) een groot aantal varkens (vele farmers hebben 100, 200 of meer varkens) en daarbij een menigte kippen. Voor hooi gebruikt men er veel alfalfa, een soort klaver. Dit hooi is zeer krachtig, bijzonder geschikt voor melkvee, en brengt veel op, en kan drie maal per jaar gemaaid worden.

Wat de maatschappelijke toestand in de Vereenigde Staten aangaat, kan gezegd worden, dat thans de industrie bloeit, en het boerenbedrijf kwijnt. De balans is geheel naar één kant geslagen. Naar mij nog kort geleden Ds. Heijnen, met wien ik op zoo aangename wijze kennis maakte, die vroeger zelf farmer (boer) was, en nu met eere de Kerken dient,- schreef, moet er in de groote steden overvloed van werk zijn; er wordt veel geld verdiend, vooral kunnen timmerlieden en metselaars werk vinden. Doch op het platte land is het voor velen drukkend. Niet alleen de vele eigenaars die hun land veel te duur kochten in den gansch abnormalen oorlogstijd, ook zij, die geen land kochten lijden er onder.

Niet het minst zij, die huren voor gereed geld van 6–10 dollar per acre; ook wel terdege zij, die op deze wijze huren, dat de verhuurder van de opbrengst krijgt 2 deelen, en de huurder 3 deelen (of half om half) waarbij dan alle arbeid voor den huurder is, en waarbij dan nog komt de huur voor weide en hooiland, waarvoor per acre 8–10 dollar wordt gegeven. De toestand van de boeren is, dunkt mij, in Iowa tegenwoordig ongunstig. De prijzen liepen met den oorlog op ongewone wijze omhoog.- De menschen hebben ook daar, gelijk zulks ook hier het geval was, te weinig bedacht, dat zulke tijden steeds weer door andere worden gevolgd.

Maïs werd anders verkocht voor 40 of 50 cent per buskel; toen gaandeweg hooger tot over de 2 dollar. De dollar kreeg bij menigeen nog meer bekoring dan deze reeds had. Het land werd verkocht, gekocht; weer verkocht en gekocht, voor altijd hoger bedrag. Van 150–175 dollar tot 3-, 4-, 5-, 600 dollar toe per acre.- Dat was nog al een gemakkelijke manier –zoo dacht men– om geld te krijgen, niet recht verstaande, dat ’t eigenlijk niet veel meer was dan schijn-welvaart. En hoewel ’t altijd is: Na abnormale stijging komt er neerslag (gelijk dat ook in ons land wordt gezien)- wordt door een mensch in zijn kortzichtigheid daarmede niet ernstig gerekend.- God heeft toen ook wel met blindheid geslagen, daar en hier, zoodat dwaasheden werden gedaan.-

Door den terugslag zijn vele boeren arm geworden, velen meer dan arm. Ik ontmoette een farmer, die ook door noesten vlijt was vooruitgegaan, en vooral in oorlogsjaren een aardig kapitaaltje had gekregen. Zijn zoon zou ook farmer worden, de vader borg. Een groote farm werd gehuurd. De zoon kreeg een ernstig ongeval. De farm kon gemakkelijk overgedragen aan een ander. Dat ongeval was in Gods hand het middel, waardoor de vader voor ruïnering bleef bewaard.

Ik sprak iemand, uit de omgeving van B., een oppassend jonge man, thans gehuwd, die met een ander ook land ging koopen, voor veel te hoogen prijs. Toen kwam de terugslag (de drop). Hij raakte al zijn spaarpenningen kwijt. En meer dan dat.

Een derde, dien ik ontmoette, behoorde tot de welgestelden, kocht land tot veel te duren prijs, en moest zijn prachtige woning weer verlaten.

Met mijn zonen bracht ik ook een bezoek aan een jongen farmer, die mij zeide: Als ’t er op aankomt, zijn van de honderd boeren negentig bankroet.

De vrachtprijzen der spoorwegen (alles moet per spoor verzonden) verslinden bijna de helft der werkelijke waarde van de landbouw-producten.

Ds. Heijnen schreef mij het volgende: “Een bushel tarwe, verbouwd in Montana: is één dollar (100 Amerikaansche centen) waard in Chicago aan de markt, doch de boer in Montana krijgt slechts 50 à 60 centen. Zoo is het met aardappels in Minnesota; de Chicagomarkt is nog over een dollar de 100 pond, doch de boer in Minnesota krijgt slechts 30 centen de 100 pond. Een klein verhaaltje dat werkelijk gebeurd is bijna een jaar geleden. Een groote schapenhouder uit de Bergstreken verzond eenige wagonvrachten schapen naar de markt te Omaha, Nebraska.- De groothandelaar die de schapen ontving, schreef aan den afzender: 70 dollar te kort op de vracht. De schapenhouder schreef terug: geld heb ik niet, maar ik wil U nog wel een wagonlading schapen zenden, om de vracht der vorige te betalen. En de groothandelaar in Omaha antwoordde: Geen schapen meer zenden! Dus de schapen betaalden niet voor hun eigen vracht.

Er is een vleugje van verbetering op te merken. Maar zullen de boeren door deze zware tijden heenkomen, die sommigen niet in bijzondere mate schijnen te drukken, dan zullen ze gewis de uiterste zuinigheid moeten betrachten, ook om mogelijke schulden af te lossen, en dan zal m.i. menigeen niet onverstandig doen, voorloopig althans, de auto af te schaffen, en terug te keeren tot de buggij (den eenvoudige chaise).

 

 

Velen moeten harden arbeid verrichten. En wilde men zich hier leenen tot wat men daar moet doen en doet, dan kwam men hier ook verder. De boerinnen verkeeren daar in ongunstiger conditie dan hier. Vergeleken bij daar hebben de boerinnen ’t hier als dames. Velen zouden hier al spoedig gereed zijn om te zeggen: ’t is een slavenleven. Er is niet gemakkelijk hulp te krijgen (velen gaan liever naar de fabrieken), en tegenwoordig kan ook die hulp niet worden betaald.-

Ze moeten alles zelf doen. De huishouding in orde houden, brood bakken, wasschen, kippen verzorgen enz. Een man mag zich gelukkig rekenen, wanneer hij een vrouw mocht krijgen, die zich geeft om alles nog in goede orde te houden. Anders komt ge ook daar te staan voor eigenaardige toestanden.

Verschillende broeders, die ik ontmoette (ze waren reeds jaren in Amerika en hadden dus ook nog wel voor oogen de tijden van vroeger) gaven te kennen: Een werkman leeft hier wat gemakkelijker, door eenige meerdere verdienste, terwijl vele levensmiddelen goedkooper zijn,- Het houden van kippen is bijna voor ieder mogelijk, en ook is vleesch daar minder duur dan hier. Maar – voegden ze er bij – zoo we, in het oude Vaderland ’t konden hebben als hier, we gingen gaarne rechtsomkeert met U terug.

En ook zeiden ze dit: Laten de menschen, die ’t wat goed hebben, er niet aandenken, naar Amerika te gaan. Ik heb aan een moedertje, die nog wel gaarne haar hier achtergebleven kinderen bij zich wilde hebben, hetgeen ik goed verstaan kon, en die mij opmerkte: “Dominé mat net al te raer baere als hij wer thus komt”, gezegd: neen, maar ik geef U dezen raad: Laat wie overkomt, toch geheel eigener beweging handelen, en zeg eerlijk, hoe alles is.- En ouders zullen verstandig handelen, om hun kinderen niet op al te jeugdigen leeftijd te laten trekken.

 

Wat aangaat de scholen, –de publieke school is de trots van het Amerikaansche volk, en na den oorlog is zulks nog meer het geval. In den staat Iowa staat elke twee mijlen een schoolhuisje, waarin de jeugd der farmers onderwezen wordt,– het onderwijs laat wel eens wat te wenschen over. Er is maar één onderwij-zer aan elke school, bijna uitsluitend een onderwijzeres, die soms 8 klassen onderwijzen moet. En als dan zulk een onderwijzeres, zelf vaak nog jong en onervaren, ook bij goeden wil, niet ten volle voor haar taak berekend is, dan behoeft ons zulks immers niet te verwonderen. Onder de Hollandsche bevolking gevoelen de Chr. Ger. meer voor de Christelijke school dan de Dutch ref.- De Chr. Geref. hebben zich met kracht toegelegd op Christelijk onderwijs. En de Heere gaf rijke zegeningen. Op onderscheiden plaatsen wordt de jeugd onderwezen op degelijke wijze naar eisch des Verbonds. Doch deze scholen moeten geheel door de ouders bekostigd worden. Ook de Roomschen en vele Lutherschen hebben hun eigen scholen. Doch verreweg de meesten worden onderwezen op de publieke scholen, ook de groote meerderheid van de kinderen van Hollandschen bloede, vooral van hen, die op farms leven.

Men moet verstaan dat de afstanden groot zijn. En al is nu door het algemeen gebruik der auto’s de afstand veelszins verkort, ’t gaat toch moeilijk, jonge kinderen met een auto naar school te laten gaan. Ouderen doen dat wel. Vele jongelingen en ook jongedochters gaan per auto naar een hoogere school en keeren daarmee ’s avonds weer naar huis terug.

Ik ontmoette in Inwood een broeder, die beslist voorstander is van Chr. onderwijs, en zich bezwaard gevoelde zijn kinderen naar de publieke school (staatsschool) te zenden, en die nu pogingen aanwendt, elders een farm te huren. In Inwood is geen Chr. school. Wel een Chr. Summerschool, waarop 13 leerlingen waren. Voor de vacantie (2 maanden) neemt dan het Schoolbestuur een onderwijzeres, om Chr. onderwijs te geven. Zulks valt zeker te waardeeren, al blijft het een gebrekkig hulpmiddel, en op sommige plaatsen is het een begin geweest, waaruit een Chr. School geboren werd. Eén van de verblijdende verschijnselen, mag echter genoemd worden de langzame, maar bestendig doorgaande toenemende begeerte naar positief Chr. onderwijs.

Toen ik in Grand Rapids een hoofd der School bezocht, dien ik van vroeger kende, heb ik ook zijn school gezien met 600 leerlingen met goede leerkrachten en leermiddelen en verschillende dingen: practisch.

Ik zag een photo, waarop 600 kinderen stonden met de onderwijzers. Ik zag daar ook iets, dat bijzonder mijn aandacht trok. Dat is iets voor al de groote steden. Of ook iets dergelijks in ons land gevonden wordt, is mij onbekend. Daar is ’t iets zeer gewoons in groote scholen en bij groote werkplaatsen. Het is de z.g. firedrill, d.w.z. een oefening, telkens weer gehouden, in de veronderstelling dat er brand uitbreekt. Een der kinderen heeft dan de leiding en de anderen volgen.

Ze krijgen daarin onderricht en hebben van tijd tot tijd een oefening.

Op geheel onbekende tijden trekt de inspecteur van het onderwijs of het hoofd der school aan een bel; en onmiddellijk verlaten dan de kinderen, alles achterlatend, het schoolgebouw, en gaan naar buiten. In ongeveer 2 minuten zijn dan al de 600 kinderen in veiligheid.

Het politieke leven is onder de bevolking weinig ontwikkeld. Er is nog wel strijd bij de verkiezing van een president, maar daarbij is dan wel de vraag: Wat zal ’t geven? En ook wel andere.

Maar een strijd tusschen politieke partijen als hier, is daar iets ongekends. Ds. van Lonkhuizen van Chicago, waar een talrijke Hollandsche bevolking is, zeide mij, dat hij daar een vereeniging voor dit doel had helpen oprichten. Wegens gemis aan belangstelling is die vereeniging weer verdwenen.

 

Betreffende het kerkelijk leven in Amerika heb ik wel kunnen opmerken, dat het sectewezen daar welig tiert, dat er eene groote menigte wordt gevonden, die niet gaarne den naam van godsdienstig te zijn, zou willen missen, die alleszins godsdienstig zijn, maar van wie men toch wel den indruk krijgt, dat er – laat ik ’t zoo zeggen – niet veel gevonden wordt van een afsteken naar de diepte. En in positief Christ. kringen wordt ook de klaagtoon niet gemist over inzinking.

De kerkediensten worden onder de Hollandsche belijdende bevolking op vrijwel gelijke wijze gehouden als bij ons gewoonte is. Men vergadert, vooral in steden als Grand-Rapids en Paterson, in groote, ruime kerkgebouwen, en onder de vloer van het kerkgebouw vindt men een zoogenaamd basement (gelijk dat ook bij tal van particuliere woningen wordt gevonden) waarin verschillende uitnemende vergaderlokalen voor den Kerkeraad, de catechisatie (met de noodige hulpmiddelen), vereenigingen; daarbij een stookplaats en zoo meer. Heel wat beter dan in vele Nederl. kerken gevonden wordt. Alles practisch ingericht. Daaraan zijn vele onkosten verbonden; maar voorzoover ik kon naagaan, gaf dit geen moeite. In Chicago zou de gemeente, waarbij Dr. van Lonkhuizen leeraar was, volgend jaar verhuizen. Men had daar aangekocht een degelijk, schoon kerkgebouw van de Duitsche gemeente voor een bedrag van 70.000 dollar, in ons geld ongeveer f. 180.000,- Maar het geld voor de termijnbetalingen noodig, kwam gemakkelijk binnen, zoodat, toen ik daar preekte, werd bekend gemaakt, dat de geldverzamelaars voor deze zaak voorloopig niet meer noodig hadden.

Er was in de Chr. Ref. Church in Amerika nog al niet geringe beweging. Op verschillende plaatsen is er twisting over de vraag, of voortaan ook in de Engelsche taal zou worden gepreekt; een vraag, die door de Stadskerken voorloopig beantwoord werd op deze wijze, dat gepreekt wordt beurtelings in het Engelsch en in het Hollandsch, of 2 diensten in het Hollandsch., en één in de Engelsche taal, en in sommige streken worden reeds al de diensten in het Engelsch gehouden. Ik ben geneigd het gevoelen te deelen van hen, die meenen, dat de Nederlandsche taal op den duur geen toekomst zal hebben. Het onderwijs wordt hoofdzakelijk in de Engelsche taal gegeven. Op straat, in de werkplaats, in de trein, bij handel en verkeer wordt Engelsch gespoken. In de gezinnen van de uit Nederland gekomenen, wordt de Nederlandsche. taal zeer dikwijls in dialect gesproken; maar velen van hen, die in Amerika geboren zijn, kunnen thans in hun spreken niet meer met de Hollandsche. taal terecht.

Dat komt voor een deel, omdat de groote massa van geëmigreerden behooren tot de arbeiders en boeren.

Daar komen ze bij elkander wonen.

Uit Zeeland, die in huis Zeeuws spreken.

“ Groningen “     “     “      Groningsch      “

“ Gelderland       “     “      Geldersch        “

“ Friesland          “     “      Friesch             “

Op den Zondag hoort men van den kansel Hollandsch spreken. De Amerikanisatie zal wel een kwes-tie van tijd wezen. De Nederlandsche taal te spoedig loslaten in de prediking zou het Geref. karakter, het beginsel schade kunnen doen. ’t Is ongetwijfeld wel van belang, dat de kinderen Hollandsch blijven leeren, en dat ze niet onbekend zijn met onze taal, om zoo den toegang te hebben tot de Hollandsche geschriften. Anders dreigt een gevaar van oppervlakkigheid, een minder rekenen met de zuivere beginselen, een opgaan in practische vroomheid, zonder voldoende acht te geven op de beginselen.

De ouderen van Godvruchtige gezindheid; zij onder hen, die de waarheid naar de Geref. opvatting liefhebben, zij zullen het wel redden; maar de vraag kan wel gedaan, niet zonder bezorgdheid: Wat zal er van hun kinderen en kindskinderen worden. “De Pelagiaansche oppervlakkigheid en de Armeniaansche werkheiligheid heeft door het methodisme een stempel gedrukt op het Amerikaansche leven.” zegt Dr. H. Bouwman.

 

Ook over het onderwijs van Dr. Jansen, Professor aan het Calvin College, werd veel gesproken. Deze kerkelijke procedure eindigde met de afzetting van Dr. Jansen. Of daarmede de rust in de kerken zal terug keeren, staat wel te vreezen, maar zal de tijd leeren.

Ook waren de gemoederen zeer in spanning, over de zogenaamde Scoun-Centre kwestie, waarbij een gansche kerkeraad was afgezet. De Synode heeft dat niet goedgekeurd. Gevorderd werd van de classis Scoun-Centre en van den predikant schuldbelijdenis, hetgeen ze reeds deden. We hopen – schreef mij Ds. Heijnen – dat er nu wat rust in de gelederen komen zal. Er is door deze zaak veel geestelijke en zedelijke schade toegebracht aan onze Kerken.

 

Ik had reeds onderscheidene kennissen en vrienden gekregen; op recht gulle en hartelijke wijze, die ik niet vergeten zal, werd ik door velen bejegend en in de woningen ontvangen; de liefde van mijne kinderen, ook van mijn schoondochter had mij verkwikt; ze hadden alles gedaan, wat onder hun bereik lag, om mij mijn verblijf te veraangenamen; ik heb met hen over veel kunnen spreken, nam afscheid van mijn schoondochter en haar kind en ook van de familie Jansen, die mij veel vriendelijkheid bewezen had; en ik had mij vast voorgenomen, niet ineens te sporen van Inwood naar New-York, maar een paar rustpunten te nemen, en wel in Chicago en Grand-Rapids.

Met Ds. Dijk reed ik naar Orange-City, waar de Synode der Christian Reformed Church vergaderen zou. Er is ook te Inwood een Dutch Reformed Church, waarvan we zouden zeggen dat ze vereenigen moesten. Ik ontving ook eene uitnoodiging, om daar voor te gaan. Door bijzondere omstandigheden kon dit niet geschieden op den gevraagden tijd, en een avonddienst kwam minder gelegen.

In Orange-City vergaderde de met bijzondere spanning tegemoet geziene Synode der Chr Ger. Kerk. Ik wenschte bij te wonen de ure des gebeds, en de zittingen van den volgenden dag. Langer kon ik niet blijven. Met vele ambtgenooten en anderen maakte ik daar kennis, terwijl ik thuis was bij de familie Jansma, vroeger in Dokkum woonachtig, die mij zeer gastvrij ontving. Roelof was ook gekomen, en bracht mij met zijn vriend, ook een predikantszoon, met de auto naar Funda, waar ik van hem afscheid nam, om hem misschien aan deze zijde des grafs niet weer te zien.

Ik wenschte wel, dat mijn kinderen mee terugkeerden mits ze zulks zelf ook zouden begeeren. Het farmer leven beviel hem, naar hij zeide, goed. Hij wilde gaarne eens weer het ouderlijk huis zien; kon soms sterk daarnaar verlangen, maar ’t lachte hem niet toe, om hier den arbeid weer op te nemen. Ik heb wel gemerkt, hoe ook daar onder hen, met wie ik sprak, de familiebanden trokken, al valt niet te ontkennen, dat daarvan wel eens meer blijk kon worden gegeven. Ik wekte dan ook telkens op om toch geregeld aan ouders en naaste familieleden te schrijven. Het heeft veel voor, wanneer men meent, de zee te mogen en moeten oversteken en van hier naar daar te verhuizen,- dat dan een gansch huisgezin kan gaan. Dan worden ouders en kinderen niet zoo uit elkander geslagen.

 

De trein bracht mij met ontzaglijke snelheid naar Chicago, een stad groot als een provincie, die zich verwonderlijk snel ontwikkeld heeft. De geschiedenis dezer stad levert bewijs van wat met volhardende energie en wilskracht kan worden tot stand gebracht, en die in groote mate het Amerikaansche volk eigen is, gelijk ook de oorlog der laatste jaren wel heeft getoond. Ruim een eeuw geleden begon men deze stad te bouwen, en thans is daar een wereldstad met veel meer dan 2 millioen menschen.

Chicago is genoemd het hart, waar de tallooze aderen en slagaderen samenloopen van al de nieuwe verkeerswegen, waardoor het levensbloed van bedrijf en handel uitstroomt nara allen kant, om vandaar weder terug te stroomen. In 1870 telde Chicago reeds 360.000 inwoners, maar in 1871 heeft een ontzaglijke brand de stad geteisterd, waarbij 17.450 gebouwen verbranden, waaronder het stadhuis, het postkantoor, 41 kerken, 32 groote hotels, 100.000 menschen waren opeens van huis en goed beroofd, ruim 200 menschen verloren het leven, de schade bedroeg 500 millioen gulden.

En toch begon men terstond weer op te bouwen en nu is Chicago een stad van de grootste beteekenis. En de man van Chicago leeft in het vertrouwen, dat zijn stad na eenige jaren de meerdere zal zijn boven New-York. Uit alle natiën zijn hier bijeen, er zijn wijken, waar men niet zonder levensgevaar kan komen.

Tal van Chineezen zijn er en negers, en zeer veel joden.

Een broeder had aangeboden mij te willen rondrijden, en zoo heb ik daar in een paar dagen nog veel kunnen zien.

Het drukke handelsgedeelte, waarvan men zich geen voorstelling maken kan, beroemde parken en deftige wijken. Groote woonhuizen van de rijken zijn er, machtige handelspaleizen.

Parken met een gezamenlijke uitgestrektheid van bijna 3.000 Acres. Ik zag het museum voor na-tuurlijke historie; en merkwaardig vond ik, dat in een vijver lag, een reproductie van een schip, waarmee Columbus voor het eerst in Amerika landde.

De Universiteit van Chicago is beroemd, telt duizenden studenten, en kwam tot stand door de groote vrijgevigheid van sommige millionairs. Vooral Rockefeller heeft door aanzienlijke schenkingen aan deze grootsche Stichting zijn naam verbonden.

Men heeft ook in Chicago de zogenaamde Vereenigde Slagerijen, die voor een groot deel Amerika voorzien van goed vleesch. In Dr. H. Bouwman’s “Amerika, 1912 wordt gezegd: Jaarlijks worden hier verhandeld 3 à 4 millioen stuks rundvee, 7 à 8 millioen varkens, 4 à 6 millioen schapen en 100000 paarden. Van al dit vee wordt ongeveer het drie vierde deel in de groote slagerijen gedood, verwerkt en verzonden. 30000 werklieden, die een eigen wijk bewonen, zijn hier bezig. Daar is vrije toegang voor de bezoekers. Dit is overal zoo in Amerika. Groote bereidwilligheid, om iets te laten zien in fabrieken.

Ook wel in ziekenhuizen, zooals ik b.v. ondervond, toen ik Ds. Dijk vergezelde naar Sioux Falls, waar eene zuster der Gemeente door hem werd bezocht.- We konden nog al vrij rondwandelen, konden ook zonder geleide b.v. de operatiekamer bezichtigen.

Persoonlijk had ik, al was er vrije toegang, niet de minste begeerte om nader met dat groote slagersbedrijf in Chicago kennis te maken, en van nabij alles te bezichtigen.

 

 

Op Zondag 25 Juli nam ik de dienst waar voor mijn ambtgenoot Dr. van Lonkhuizen, die als afgevaardigde ter Synode in Orange-City moest zijn. Met verschillende broeders en zusters heb ik daar aangenaam mogen kennis maken, ontmoette er nog een verwijderd familielid; ook een jongedochter, afkomstig uit Wons, die onderwijzeres was in Chicago en Mr. Fokkema, die familie in Ferwerd had, gaf mij bij een bezoek aan de “Christian High School”, zeer welwillend eenige inlichtingen.

 

 

Maandag 26 Juli moest ik de gastvrije pastorie weer verlaten. Ik moest weer verder. Br. W., die mij bijzondere diensten bewezen heeft, kwam met zijn auto voor, en reed mij naar het Station. De trein bracht mij naar deschoone stad Grand-Rapids met haar vele -vooral ook meubelfabrieken. Ik had een uitnoodiging ontvangen van de familie G. Schaafsma, vroeger lidmaten der Gereformeerde Kerk te Bolsward, om bij hen te komenlogeeren. Wat heb ik enkele recht genoeglijke dagen in dat gezin mogen doorbrengen, en hoe hebben zij, gelijk ook hunne zonen, alles gedaan om mij ’t verblijf zoo aangenaam mogelijk te maken.- Ook een andere vriend –Oud Bolswarder- heeft met mij rondgereden; maar ’t meest is met mij br. G. Schaafsma op stap gegaan, om een kort bezoek te brengen aan verschillende gezinnen en kennissen, die óf vroeger lidmaten mijner gemeente waren, òf in Bolsward familieleden hadden wonen, van wie ik gaarne de groeten wilde overbrengen.-

Zuster Schaafsma, die goed kan koken, had in hoofdzaak zich gehouden aan de Friesche leefwijze en aan de bereiding van alles, zooals ze dat hier gewend was.- Dat deed mij ook wel genoegen, en dan behoeft b.v. het vleesch in Amerika niet meer al te veel onder te doen bij wat wij hier mogen genieten.- Trouwens, mijn jongste zoon had mij reeds in Larchwood gezegd: “Men moet er niet van spreken, dat de maaltijd in Amerika die in Friesland overtreft. ’t Lijkt er niet na.- Wat betreft de maaltijd heb ik mij niet verbeterd, maar ben voor goed achteruitgegaan” Anderen spreken misschien anders, zooals dit meermalen het geval is.

 

Vanuit Grand-Rapids bracht ik met de familie Schaafsma (de zoon heeft een auto) een bezoek aan de schoone stad Calamazzo, vooral ook om het gezin te bezoeken van mijn zwager H. Botma, die vele jaren geleden naar Amerika vertrokken was. Onder Gods voorzienig bestuur zijn daar de beproevingen en zwarigheden des levens dat gezin niet voorbij gegaan. We hebben nog geruimen tijd kunnen rondwandelen, en we hebben, gelijk gij verstaan zult, verblijd elkander na vele jaren weer te zien, over velerlei met elkander gesproken.

In Calamazoo woont ook de jongste, gehuwde zoon van br. Schaafsma. Het deed mij veel genoegen, te mogen vernemen, hoe mijn oud-catechisant een goede maatschappelijke positie had verkregen, en hem als echtgenoot en vader gelukkig te mogen zien.- Den oudsten zoon ontmoette ik elken dag.- Waar zijne vrouw een uitstapje maakte naar Nederland, vertoefde hij tijdelijk niet in eigen, mooie, geriefelijke woning, maar had intrek genomen in het dicht bij zijnde ouderlijk huis.

In Grand-Rapids heb ik den dienst waargenomen van Ds. De Jong, ook een Fries van geboorte, die, naar ik meende wel te kunnen opmerken, bij erkenning van veel goeds, dat in Amerika gevonden werd, het oude vaderland nog niet vergat.

Ik heb in deze stad genoegelijke dagen doorgebracht, heb er vele kennissen ontmoet, en betrekkelijk veel kunnen zien; o.a. had ik gelegenheid te bezichtigen het schoone gebouw van de theologische school der Chr. Ref. church, dat op een zeer uitgestrekt terrein kostelijk gelegen is. Ik heb den indruk meegenomen, dat ’t in Grand-Rapids goed en aangenaam wonen zal zijn.

Hier was intusschen mijn zoon Doeke bij mij gekomen om nog enkele dagen mij gezelschap te houden, en tot de boot uitgeleide te doen. Ook bij hem bleek weinig verlangen, om blijvend naar Nederland terug te keeren.

Hij is dan ook reeds Amerikaansch burger.-

Na den Zondag zijn wij vertrokken naar Detroit, waar we één der groote fabrieken van Ford bezichtigden. Bij vergissing kwamen we niet in de autofabriek, hetgeen anders het doel van de reis was, en waar men kan zien, hoe bij het inkomen in de fabriek de eerste hand gelegd wordt aan het vervaardigen van een auto, terwijl men aan het einde van den rondgang de auto ziet wegrijden.

 

 

Van Detroit ging de reis met een prachtige boot over het Eriemeer naar Buffalo. We moesten daar wezen, om den grooten waterval “DE NIAGARA” te zien. Reeds had mij Dr. van Lonkhuizen gezegd, dit vooral niet te verzuimen.

In de streken, die ik ben doorgetrokken, was van veel natuurschoon geen sprake, al zag ik schoone plekjes en vond ik b.v. de omstreken van Paterson mooi. Wel wordt het Yellow- stone park om zijn merkwaardige bijzonderheden geroemd, en zijn er ongetwijfeld wonderschoone streken in dat groote land, maar daar is moeilijk iets te vergelijken met de Niagara-waterval. Dat is hier één van de indrukwekkendste plaatsen uit de schepping, die predikt de grootheid Gods, en waar de mensch zijn nietigheid gevoelen kan. Met geweldige vaart wordt ten slotte het water uit het Ontario meer langs de Niagara rivier voortgedreven tot op de plaats, waar de bodem plotseling over de geheele breedte van den stroom wordt afgebroken en waar een watermassa van 12 millioen kubieke voet per minuut neerstort naar omlaag, ongeveer 160 voet.

 

 

We zijn van de Niagara gegaan naar Paterson, waar ik bij Ds. Holverda die met zijne vrouw afkomstig is uit de omstreken van Anjum, op aangename wijze heb doorgebracht. Ook daar zag ik weer, hoe de pastorieën in Amerika over ’t algemeen die in Nederland overtreffen, wat gezelligheid en geriefelijkheid be-treft. Ds. Holverda was in vroeger jaren hier werkzaam bij den boer, had veel lust tot onderzoek, heeft nog les gehad van mijn zwager Ph. Roorda, was nog al bekend met Ds. Langhout, destijds predikant te Anjum, ging naar Amerika in een fabriek werken, en heeft ten slotte terwijl zijn broers bij hem thuis waren, en zijne vrouw zich een goedehulpe toonde, door volhardenden ijver, onder Gods voorzienige leiding zijn begeerte gekregen, en ook hij dient de kerken met eere.

Ook daar ontmoette ik weer oude kennissen; een br. ouderling Steen, die in een zijdefabriek (deze zijn nog al in Paterson) welke ik bezichtigen mocht, een uitnemende positie heeft, en die bij ons spreken ook over de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar ik eenmaal het voorrecht had te studeeren, de gedachte uitte, dat de Gereformeerden in Amerika zonder veel bezwaar een voortreffelijk passend Universiteitsgebouw zouden kunnen ten geschenke geven. Deze bood nog aan met ons een rit per auto te maken, zoodat ik daardoor in de gelegenheid werd gesteld, de inderdaad schoone omstreken van Paterson te zien.

 

Nu was er niet veel tijd meer over. We gingen naar New York, waar een paar dagen later ook Ds. Holverda kwam, die onze leidsman was, om nog – zij ’t vluchtig – een en ander te zien. Met een Ferry-boot maakten we een tocht over de Hudson-Rivier; we zijn geweest in de Broadwaystreet, waar de millionairs te vinden zijn, zagen het aquarium, gingen met de tram onder de Hudson-Rivier door, kwamen met een lift op het platte dak van de Equitable building”, een gebouw van veertig verdiepingen, vanwaar we de stad New York konden overzien.

 

 

Mijn papieren moesten nog nagezien, en goedgekeurd. En toen gingen we naar de boot de “Nieuw Amsterdam”. Mijn koffer, uit Fulda verzonden, bleek reeds aangekomen. Reeds waren de koffers ingeladen, en de handbagage in de hutten gebracht. Om 12 uur zou de boot in zee steken met ongeveer 700 passagiers en een volle lading. Zooals gewoonlijk inspecteerde de eerste officier het gansche schip. In een der achterruimen bemerkte hij iets verdachts. Onmiddellijk liet hij de brandweerbrigade van het schip optreden, en ging zelf in het ruim, waaruit reeds rookwolken opstegen. De plaats van den brand kon men niet ontdekken, naar Hobokenwerd gevraagd om hulp, die spoedig kwam. Aan de passagiers werd gelast de boot te verlaten. Ze moesten de handbagage uit de hutten meenemen. Al maar door werd water in het ruim gespoten. Meerderen raakten bedwelmd, een enkele verloor het leven. Eindelijk daalde een brandweerman, voorzien van rookhelm, af in het ruim, om de plaats van het smeulende vuur op te zoeken. Deze poging slaagde, en spoedig daarna had men het vuur in bedwang, en was het gevaar voor zinken geweken. In alles was hier Gods goedertieren beschikking op te merken. Ware zulks op volle zee gebeurd, de ramp zou niet te overzien zijn geweest. Toen bekend werd, dat de boot 3 dagen later voer, ben ik weer naar Paterson gegaan, waar ik Zondagavond nog mocht voorgaan in den dienst des Woords, terwijl ik voor- en namiddag preekte in Middle-park.

Mijn zoon Doeke bracht mij naar de boot.- We namen afscheid van elkander. En waar mijne jaren klimmen, zal ik ook hem wellicht niet weerzien aan deze zijde van het graf.

Met de “Nieuw Amsterdam”, ook een kolossaal schip, maar nog al van kleiner afmeting dan de “Rotterdam”, heb ik de terugreis aanvaard. Op deze boot was ook een br. diaken uit Chicago, dien ik daar reeds had gesproken. Hij ging met zijne vrouw de familie in Groningen bezoeken.

Ik had drie Duitschers bij mij in de hut. Ze wenschten ook eenige tijd bij familie door te brengen, om dan weer terug te keeren.- Twee waren nog al op leeftijd. De een, een ongeveer 60 jarige, naar ’t mij toescheen, een goedaardig man, een uurwerkmaker. Voorts een 70 jarige en de derde, een nog jonge man, van wien zoo nu en dan wel bleek, dat hij niet tot de afschaffers behoorde. Alléén een hut te hebben of met kennissen, behoort wel tot de genoegens van een zeereis.

 

 

In Amerika is ’t officieel droog, maar er wordt, naar men zegt, bedektelijk nog veel gedronken. Eén der hotels werd doorzocht, waar voor f. 100000,- in beslag genomen werd. Een paar mijlen van de kust was op de boot alles te krijgen, waarvan door enkelen wel eenig misbruik werd gemaakt.

Op zulk een bootreis komt men in gesprek met verschillende personen.

Ik sprak ook nog wel met wie van Christelijken, van Gerefomeerden huize waren, die aan tafel niet baden.

Men moet ook wel goed acht geven op z’n geld. Een vriend, die gewoonlijk naast mij aan tafel zat, kwam al spoedig, reeds op den eersten dag tot de ontdekking, dat hij vermiste een beurs met f. 150,-.

Ook schijnen er wel te zijn, wier gezelschap moet gemeden, omdat soms strikken worden gespannen. Ik zag twee vrouwen, die meenden reden te hebben een jongen, gehuwden man en vader te waarschuwen, en ze zochten daarbij ook mijn steun. Gij wenscht – zoo sprak de ééne tot den jongenman voor wien gevaar dreigde – gij wenscht straks uw vrouw terug te vinden zooals gij haar gelaten hebt. Zoo denkt zij ook over U. Laat ’t dan ook bij U zoo wezen.

 

 

De zee was en bleef voortdurend effen en kalm, en over ’t geheel bestond op den grooten stoomer een goede verhouding.

Op de boot kwam ik telkens in aanraking met een Oud-Bolswarder, die met zijne vrouw en drie kinderen naar Nederland ging, om de familie te bezoeken. In overleg met dezen vriend ben ik des Zondags voorgegaan in eene godsdienstige samenkomst, Er was ook op de boot door de purser (administrateur) bekend gemaakt, dat, mochten er geestelijken aan boord zijn, die eene godsdienstoefening wenschten te houden, zij dan met den hofmeester over de regeling daarvan konden overleggen.- Zoo werd dan aangekondigd, dat ik in één der zalen bij eene godsdienstige samenzijn zou voorgaan. We zongen bij den aanvang Psalm 89 : 1,7 en aan het einde Psalm 42 : 3,5, terwijl ik las Psalm 130. Daarna las mijn vriend Mansonides Psalm 130 in het Engelsch, werd gezongen een Engelsch lied over de Almacht Gods, en later nog het bekende: Nearer my God to thee. Na gebed sprak ik over Psalm 18 : 7. ”Als mij bange was, riep ik den Heere aan, en riep tot mijnen God. Hij hoorde mijne stem uit zijn paleis, en mijn geroep voor Zijn aangezicht kwam in zijne ooren.”. Ongeveer een uur duurde deze bijeenkomst. Ruim 60 personen waren tegenwoordig en alles had een ordelijk en stichtelijk verloop.- Met blijdschap denk ik nog terug aan deze samenkomst. Alles gebrekkig, maar toch is ook op dien rustdag op de boot belijdenis gedaan van den Naam des Heeren, en is gebeden tot Hem, Wiens de aarde is en haare volheid en Die ook over de zeeën gebiedt. Heere der Heirscharen is Zijn Naam. De zee was buitengewoon rustig, en als ge dan van verre Holland weer ziet, Hoek van Holland binnenstoomt, en het land en de weiden weer met uwe oogen aanschouwt, met het Hollandsche volk en leven, dan doorstroomt U wel een eigenaardig gevoel. En door ’s Heeren goedheid zag ik bij aankomst in Rotterdam, in goeden welstand weer mijne zonen Reinder en Cornelis, en later de mijnen, en de broeders en zusters in Bolsward met hare bewoners.

 

 

Zoo kom ik aan het einde van wat ik mij had voorgesteld U te zeggen. De God mijns levens heeft mij beveiligd en bewaard; in het zijn bij mijne kinderen, bij vele vrienden en op andere wijze veel goeds geschonken. Het stemt mij dankbaar, dat ik de gelegenheid heb gehad, mijne kinderen en ook mijne schoondochter en mijn kleinkind te hebben mogen ontmoeten.

Men spreekt over Amerika wel als over het land, waar ’t nog al gaat om den dollar.- Zullen wij dat tegenspreken? Maar vindt men ook niet iets dergelijks in ons land, in menig opzicht zoo rijk beweldadigd en bevoorrecht boven andere landen? En zouden wij, wanneer ons wordt voorgehouden het woord van onzen Heiland, Jezus Christus: ‘Zoekt eerst het Koninkrijk Gods, en alle deze dingen zullen U toegeworpen worden’, Matteus 6 : 33, kunnen zeggen: ‘Dat geldt wel anderen, maar niet mij?’

Ook wij zullen niet altijd hier zijn.

Wij gaan naar ons eeuwig huis. Moge dan maar op goeden grond onze verwachting zijn, gelijk van Abraham wordt gezegd Hebreeën 11 : 10: ‘Hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker kunstenaar en bouwmeester God is.

Dan zullen we bij ons heengaan uit dit leven van stonde aan opgenomen worden tot Christus, en zullen we alle zonde te boven zijn gekomen.

 

Hoe schoon is de aanvang van Psalm 146 (en daarmede wil ik eindigen):

 

 

HALLELUJAH. O MIJNE ZIEL, PRIJS DEN HEER,

IK ZAL DEN HEERE PRIJZEN IN MIJN LEVEN;

IK ZAL MIJNEN GOD PSALMZINGEN, TERWIJL IK NOG BEN,

VERTROUWT NIET OP PRINSEN, OP DES MENSCHEN KIND,

BIJ HETWELK GEEN HEIL IS.

ZIJN GEEST GAAT UIT, HIJ KEERT WEDEROM TOT ZIJNE AARDE,

TE DIENZELVEN DAGE VERGAAN ZIJNE AANSLAGEN.

WELGELUKZALIG IS HIJ, DIE DEN GOD JAKOBS TOT ZIJNE HULPE HEEFT,

WIENS VERWACHTING OP DEN HEERE ZIJNEN GOD IS.

DIE DEN HEMEL EN DE AARDE GEMAAKT HEEFT;

DE ZEE EN AL WAT DAARIN IS;

DIE TROUWE HOUDT IN DER EEUWIGHEID.

 

 Posted by at 22:21
nov 192005
 

Leeuwarden den 10 February. Melden wy in onze Courant van gepasseerde Dingsdag No.16, hoe Broederlijk het Provintiaal Bestuur en Hof van Justitie deezer Landschappe, de handen in één hebben geslagen, om het hier in deeze Provincie ontgonnen ORANJE-OPROER te keer te gaan, dat dank zij het Opperweezen door deszelfs genomene maatregels, en betoonde yver van Vrieslands gewapende Burgermagt gestuit is; zo zouden wy ons aan pligt-verzuim schuldig maaken, indien wy niet aan Vrieslands weldenkende Ingezeetenen, de betoonde hulp en bystand van Leeuwardens MUNICIPALITEIT, in deeze omstandigheeden betoond, kenbaar maakte, hebbende dit STADS-BESTUUR zich geduurende al dien tyd, NAGT en DAG beyvert, om die Manschappen, die ter beteugeling van dat ORANJE-GEBROEDSEL van hier zyn uitgetrokken, van het nodige te voorzien. Ook zyn wy van verscheidene Plaatzen bericht, dat de respective NEDERGERECHTEN, het hunne hier in ook toegebragt hebben.

(In handschrift): Van de gevangene

Aan den bekenden en op ‘t Blokhuis gedetineerde JAN HOEKSTRA, Ex-Commies te Dockum, was, provisioneel door ‘t Hof van Justitie, uit hoofde zyner lighaams gesteldheid, vergund geworden, om, onder een Borgtogt van f 20,000 en het opzigt van den Deurwaarder of andere Hofbedienden, door de Stad te mogen wandelen; dan, zo dra het Kollumsche oproer alhier bekend werd, is daadlyk, door den Raad van Justitie, de voorengemelde JAN HOEKSTRA by rezolutie verweezen, om voortaan, even gelyk alle andere Crimineele Gevangenen zyn residentie op het Blokhuis te neemen en te houden.

Het Geesselen der Oranje schreeuwers schynt thans aan de Order van den Dag te weezen. Op gisteren, (den 9 February) verscheen ten Straf-toneele een Oranje klant van Sneek, welke zich niet ontzien heeft, (dronken zynde) om langs de Straaten dier Stad, frisch weg Oranje boven! te roepen. Eenige Adsistenten hebben hem op heeter daad betrapt en gegreepen, en de Stadhouderlijke vriend heeft plegtig, voor Vader VAN GORKUM, zyn les opgezegd, en kreeg vervolgens de eer der Zitting in het Tugthuis.

Heden, (den 10 February,) was de beurt aan een anderen voostander van het doorlugtige Huis van Oranje: deeze hoorde te huis te Ureterp, en had, staande op het beurtschip, dat van de Dragten naar Sneek vaart, zekerlyk ter goede trouw,maar echter tegen welmenende en herhaalde waarschuwingen aan, Oranje Boven! ,en, denklyk vreezende dat men hem niet verstond, by herhaaling uitgeschreeuwd: Toch Oranje Boven, za !

Wat ‘er morgen, (Saturdag den 11 February,) gebeuren zal weet men niet; misschien is dit de GEESSELDAG DER DIEVEN, die men wel afzonderlyk een beurt mag geeven, vermits deezen nog veel te goed zyn, om met de Oranje-oproermaakers gelyk gesteld te worden. Immers maakt een Dief, op zyn hoogst één Huisgezin ongelukkig; maar de muitende Oranje-klant bedoelt niets minder dan het geheele Vaderland om te keeren en te verwoesten. ORANJE ONDER !

(In handschrift): Van de gevangene

Om de GELYKHEID zo veel mogelyk onder de Perzoonen die eergisteren gisteren en heden, weder in goede verzekering genomen zyn, te observeeren, deelen wy derzelven Naamen aan ‘t publiek zo als zy van tyd tot tyd op ‘t Blokhuis gebragt zyn, mede de dartien Oproermaakers van Collum, (zie onze Courant van Donderdag) zyn: Louw Johannes, Corporaal; Jan Jans, Oeds Gieles, Aede Wopkes, Idzerd Tjebbes, Gerke Hendriks, Jan Lubberts, Jemke Reinderts, Gerrit Sjoukes, Broer Klases, Pieter Hendriks, Klaas Jans en Jacob Piers. Jocob Hannes, Roel Reinderts, Jetze Johannes en Tjeerd Reinderts, Klokkeluiders uit de Dragten. FREDRIK FAST, geweezen Adjudant onder de Friesche Guardes; ECO de WENT, ex Burgemeester van Sneek. HENDRIK LIEUWES van Ackerwoude, deeze heeft zo men zegt Dockum opgeëischt, Gerlof Eiberts van Oostrum; Rienk Tobias van Ackerwoude; Ruurd Lybes van Collum; Wytze Jelles en Jan Johannes, beide van Aengwierum; Elle Elles van Lutkewoude; Steven Sjoerds van de Kooten; Nicolaas Hutsman, Eeuwe Ennes en Fokke Jans, alle drie van Boerum; Gerben Durks van Twyzel; Jacob Gerrits van Nieuwezyl; Pieter Sjoerds van Beetsterzwaag; Tjeerd Meeter van Leeuwarden; Douwe Jurjens, Sjoerd Jacobs, Alle Sjoerds, Vader en Zoon, Rudolf Ritsman, alle vier van Collum; Albert Hendriks van Boerum; Tjeerd Lammerts, Einte Johannes Pyl, Ouwe Johannes, alle drie van Zuiderhuisterveen; L.E. van SCHELTINGA, ex Commis van Augustinusga; Pieter Lolkes van Aengwierum; Wolter Sipkes en Jan Aukes, beide van Suameer; Johannes Jans van Tietjerk. De GRAAF van STIERUM, geweezen Commandant van de Friesche Guardes. Johannes Wessels, Meint Guits, Pieter Pieters, Jan Tjerks, Bote Sybes, Johannes Daniels, Melle Oedses van Oostermeer. Lammert Lammerts van Bergum. Jan Jelkers van Kooten. Willem Oebeles van Eestrum, MARTINUS van SCHELTINGA, ex Grietman van Collumerland, Jan Andries, Byzitter van Collum. L. Crooy van Sneek. Eibert Valks, Brant Oibbes, Marten Joukes, alle drie van Driesum. Johannes Eelkes, Anne Hiddes, beide van Akkerwoude. Rinke Willems, Pybe Minses en Meindert Willems, alle drie van Wouterswoude. Durk Hylkes, Petrus Jacobus, beide van Rinsumageest. Cornelis de Bry en Rintje Poort, beide van Damwoude. Jetze de Vries van Dockum. Eeltje Reinderts, Gerrit Durks, Reinder Lieuwes, ALEXANDER van GIFFEN, Predikant, alle vier van Birdaard. Pieter Coopmans van Bolsward. E.S.G.J. van BURMANIA RENGERS van Ysbrechtum. Pier Douwes van Cootstertille, G. van Graffenburg, Jan Harmens, Rykle Minses, Monte Alberts, alle vier van Nes. Jan Tjeerds, Jacob Lieuwes, Jan Eelkes, alle drie van Wierum. VAN LYNDEN, oud Grietman van Opsterland. HECTOR LIVIUS van Haersma, oud Grietman van Smallingerland. WILLEM HENDRIK van HAIMBROIK, ex Burgemeester, enz van Leeuwarden. M.R. van der Vegt, van Beetsterzwaag. (Het Vervolg in onze Dingsdagsche aanstaande.)

(In handschrift): Van oproer

EXTRACT van een BRIEF, geschreeven te DOCKUM, door een JONGELING, ter stuiting van het ORANJE-OPROER, gewapend uitgetrokken,.

Gy hebt zeekerlyk veele geruchten gehoord van den Oranje-opstand te Collum; de Swaag; geheel Oostdongeradeel en Dantumadeel. In haast zal ik U schryven, wat ik van die historie weet. Onder de gewapende Burgers, die, te Collum voor de verschriklyke overmagt der Muitelingen, hebben moeten wyken, bevond ik my ook, beneffens myn Vriend P** In weerwil van onze voorzigtigheid en vlugheid, om de handen deezer Stadhouderlyke Moordenaars te ontsnappen, mislukten het ons: zy naamen ons in requisitie, gaven ons elk een Knuppel, en gelasteden ons, met zwaare vloeken, hen te volgen. Onze voorgangers waren zeer sterk in getal, en gewapend met Stokken, Hooyvorken, Jagtgeweeren, Degens, en voorts alles, wat maar eenigzins naar Geweer geleek.

De eerste aanval die de ORANJE-MOORD-BENDE deed, (die gy wel begrypen kunt, met wat hart wy ze volgden,) was op het Slot van BRAAK, dat voor een groot gedeelte geplunderd werd.

Van daar begaven de lievelingen van WILLEM zig naar het Collumer-Verlaat: hoedanig zy aldaar in ‘t Huis van den braave KEUNING hebben omgesprongen, en in welk doodsgevaar die eerlyke Republikein, beneffens zyn gansche Huisgezin zig bevonden heeft, is u bekend. [ Zie onze Courant van gepasseerde Donderdag No. 17.]

Alhier werd door dit ORANJE-GALGEN-GESPUIS een zoort van Krygsraad gehouden, ten einde te overleggen, wat hen nu verder te doen stond. Men moest iets grootsch onderneemen; want de woeste hoop wist zeer wel, dat het hun taak was, om vry wat meer te doen, dan hier en daar een Huis te plunderen, of een Patriot te vermoorden; het besluit derhalven was, om zig van de Stad Dockum meester te maaken; misschien als een geleegen plaats, om met de verraderlykste Engelschen te Correspondeeren, en van het waarlyk Republikeinsche Friesland een andere Vendée te maaken; want dit WIL Pitt, en Willem BID ‘er alle morgen en avonden om.

Daadlyk marcheerde wy naar Dockum. De Muitelingen waren, naar gissing, wel twee duizend manschappen sterk. Onder dit marcheeren kregen wy duizenden vloeken en scheldwoorden naar ‘t hoofd, en wy dankten God, dat het hier nog maar by bleef.

Wy hadden den ganschen dag genoegzaam geen Eeten of Drinken gehad; gy bezeft dus hoe bezwaarlyk ons deeze mars, van ten minsten vier uuren verre, vallen moest.

Voor de Wallen van Dockum komende, begonnen eenigen der Oranje-helden te schieten, ongetwyfeld, om de Patriotten van Dockum bang te maaken, waar voor ik echter geen vrees in het minst had! Ook riep dit Oranje-Canalje aan de Dockumsche Wagt, dat zy hen maar binnen moesten laaten ! dat de Prinse-luiden, die in de Stad waren, zig van de Stad maar meester moesten maken, enz., ‘t welk alles beslooten werd met het helsch geschreeuw van Vivat de Prins! Oranje Boven!, enz

Dan! In Dockum zweeg en sidderde alles wat voor zyn GEVLOEKTE HOOGHEID was. Het bescheid dat zy kreegen waren eenige Kanon- en Musketschooten, waardoor er eenige van de bende naar de Eeuwigheid gezonden, en anderen zwaar en ligt gekwetst werden.

Straks gingen de Oranje-dieven door Slooten en Greppen, over Heggen en Struiken, op de vlugt. Ik bleef op den grond leggen; zag myn kans schoon, en maakte, zo dra ik kon, na my eenigen tyd in een Paardenstal verschoolen te hebben, regtsomkeert U, naar Dockum, waar ik, te midden-nagt, behouden binnen kwam, en wel ontvangen ben, enz.

Ik ben, enz.

GELYKHEID, VRYHEID, BROEDERSCHAP

De vereenigde Commissien van Gedeputeerden en tot de Binnenlandsche Correspondentie uit het Provinciaal Bestuur van Friesland. Aan den Lieutenant Generaal DUMONCEAU, Commandeerende de linker Divisie der Bataafsche Troupes in Ligne.

BURGER GENERAAL !

Wy hebben met zeer veel genoegen uit het rapport van den Burger P. van Sloten, Commandeerende de Detachementen tegens de Oranje-rebellen in de districten van Collumerland, Dantumadeel, en Oost- en Westdongeradeel, etc.
Dat achter deze stemmingmakende teksten Gerrit Paape schuilt, bewijst het artikel op deze site.

 Posted by at 22:21
sep 012005
 

H. Zijlstra

Portret van Jan Hendrick Jarichs van der Ley (1565-1639)

Jan Hendrick Jarichs van der Ley werd in het in 2004 verschenen boek ‘Geschiedenis van Dokkum’ genoemd met een klein bijschrift onder zijn afbeelding ter grootte van een postzegel. Hij verdient echter meer aandacht.
In de begintijd van de VOC was hij pionier in het gebruik van wiskundige kennis voor de navigatie op zee. Kennis over de breedtegraad (de afstand tot de evenaar) was al op een behoorlijk niveau maar met de lengtegraadbepaling (hoe ver naar het oosten of westen zijn we) had men veel moeite. Dit had te maken met het feit dat er geen betrouwbare uurwerken beschikbaar waren en men dus moest afgaan op het constant omdraaien van de zandloper. Men ging uit van het gegist bestek. Gissen dus.
Pas in de loop van de 18e eeuw was men echt in staat deze lengtegraad goed te bepalen. De Brits regering loofde zelfs een grote beloning uit voor degene die met een oplossing zou komen. Voordien waren al vele schepen door dit navigatieprobleem gestrand. Een van de bekendste voorbeelden is het VOC schip de Batavia dat in 1629 al verder oostwaarts was dan men dacht en op een rif aan de grond liep.
Van der Ley, de opvolger van Albert Everts Boner en in dienst van de admiraliteit van Friesland te Dokkum als ontvanger-generaal van 1599 tot 1621, was al vroeg met dit vraagstuk bezig. Al rond de oprichting van de VOC (1602) schreef hij hierover. Voor de Admiraliteit van Amsterdam presenteerde hij zijn inzichten voor het neusje van de zalm op het gebied van cartografie, landmeting, wiskunde en zeemanskunst. Om er enkele te noemen:

Portret van Simon Stevin

  • Simon Stevin (1548-1620), wiskundige, astronoom, ingenieur, adviseur van Prins Maurits en bekend van zijn uitvinding van o.a. de zeilwagen.

    Portret van Willem Jans Blaeu

  • Willem Jans Blaeu (1571-1638), de bekende atlassen- en kaartenmaker te Amsterdam, in De Vergulde Sonnewijser op het Water (Damrak).

    Portret van Petrus Plancius

  • Petrus Plancius (1552-1622), de beroemde cartograaf.
  • Sybrandt Hansz Cardinael (1578–1647), de doopsgezinde Harlinger wiskundige die vanaf 1605 in Amsterdam woonde, en wiens dochter trouwde met een ver familielid van Jeronimus Cornelisz, de beruchte onderkoopman van de Batavia. Van Cardinael verscheen in 1612 ‘Hondert Geometrische Questien’ in een boek van J.P.Dou en J. Sems, gedrukt door Willem Jans Blaeu.
  • Hessel Gerrits (1580-1633), die in 1612 een beschrijving van het Samojedenland (Noord-Siberie) en Spitsbergen publiceerde en in 1617 de officiële cartograaf van de VOC werd. Het zou trouwens interessant zijn meer over zijn afkomst te weten te komen. Zijn voornaam is namelijk typisch een die specifiek is voor Noordoost Friesland !
  • Jan Pietersz Dou (1573-1635), de landmeter die in 1612 publiceerde over een nieuw landmeetinstrument en een van de droogleggers van de Beemster (ook 1612) was. Zie ook zijnboek samen met Leeuwarder Johan Sems.

    Portret van Snellius

  • Snellius (1580-1626), (Willebrord Snell van Royen), hoogleraar wiskunde aan de Leidse universiteit tussen 1613 en 1626.
  • En Barend Evertsz Keteltas, een van de mannen die in 1612 begon met veenontginning.
    Kortom, een geleerd maar ongetwijfeld ook buitengewoon eigenzinnig gezelschap.
    Uit enkele artikelen/ingezonden stukken in De Navorscher van 1855 blijkt hoezeer Van der Ley werd tegengewerkt. Hij werd niet serieus genomen en op allerlei manieren gesaboteerd. Het leek er verdacht veel op dat de betrokken examinatoren hun eigen belang hadden op het uitvinden van de juiste lengtegraadbepaling. Dat uiteindelijk Van der Ley ook niet het volmaakte antwoord op de vraag had doet hier niet veel aan af. Als morele steun had Van der Ley uit Dokkum Caspar van Donderen meegenomen, die ook werkzaam was bij de Friese admiraliteit.Zijn grafschrift in de Grote Kerk te Dokkum: Anno 1639 den 20 marty sterf den eersamen Jan Hendricks van der Ley in Frieslan. residerende binnen Dockum out 74 iaren en leit alhier begraven.

    De Navorscher, jaargang 1855, blz. 40 e.v.:

    Jan Henrich Jarichs van der Ley (IV.; bl.165 ,Vr.LXXVII). Bij Winsemius,Chronyck van Vrieslandt, fol. 852, komt voor Jan Hendricksen, ontfangher”. Hij wordt aldaar vermeld in eene instructie van Gedeputeerde Staten van Friesland op de regering van dat gewest van het jaar 1600. Elders, waarop wij later terug komen, noemt Winsemius hem, op het jaar 1620, fol 902, Jan Hendricksz , Ontfangher Generael der Collegie ter Admiraliteit in Vrieslant”. Gedurende die jaren 1600-1620, gaf deze ontvanger een zeer zeldzaam voorkomend werkje uit, getiteld : Het Gulden Zeeghel des grooten Zeevaerts. Daerinne beschreven wordt de waerachtige grondt van de Zeylstreeken en platte Pas-caerten (voor desen noyt bekent) waermet als onder een secreten Zeegaende ghenerale Regule vant gesicht des groote Zeevaerts bevesticht en tot zyn vollencomen perfectie gebracht wordt, dienende tot een Voorlooper van de voorschreven Regule, daerinne mede ghesien worden, de onbehoorlycke Procedueren die de wedersprekers seghen deselve ende het ghemeene best drie jaren lanck hebben ghepleecht.
    Beschreven ende int licht ghebracht deur Jan Hendrick Jarichs van der Ley, Ontfangher Ghenerael der ghemeene middelen van de uyt en invoerende goederen in Vrieslandt, stad Groninghen ende Omlanden. Tot Leeuwarden, by Abraham van den Rade, Boeckdrucker Ordinaris. 1615.

    Deze Mathematicus wordt niet vermeld door C. Ekama in zijne Oratio de Frisia, ingeniorum Mathematicorum imprimis fertili. Zijn naam was zekerlijk Jan Hendrick Jarichs, gelijk die alzoo vermeld wordt in het privilegie van 23 Junij 1615 der Heeren Staten Generaal om Het gulden Zeegel des Zeevaerts, voor den tijd van zeven jaren (1615-1622) te mogen drukken. Toen was hij ontvanger der Admiraliteit te Dokkum.
    De naam Van der Ley ontleende hij waarschijnlijk van de Leie, een buurschap op de grenzen van het Bild, Ferwerderadeel en Leeuwarderadeel. In die streken is die familienaam nog bekend. Rienk Jans van der Ley te Ferwerd is thans (1855, red.) nog lid van de Provinciale Staten van Vriesland.
    Het zoo even vermelde werk beslaat 142 bladzijden lang 4O., het eindigt met de, ook onder het portret (1.1. p. 165) voorkomende spreuk : Weest Van een Der Ley sin, Rom , XII

    Uit de opdragt aan Prins Maurits en de voorrede aan den lezer, ziet men, dat Van der Ley in 1612, toen hij aan de Generaliteits rekenkamer ambtshalve eenige zaken te verrigten had, aan de Staten-Generaal voorgedragen en vertoond had “zekere generale regel om zoowel des werelds lengte als breedte te vinden”. Tot onderzoek dier vinding waren drie leden gecommitteerd, die als experts tot zich geroepen hadden Mr. Simon Stevin en Marlo. Deze gaven omtrent de uitvinding ene gunstige getuigenis, blijkens de missive van de Staten-Generaal aan de Admiraliteit van Amsterdam (bl, 20 te vinden) maar verlangden eene nadere examinatie door bekwame stuurlieden. Aan dit verzoek werd voldaan,”maar deze”,zoo zegt Van der Ley, verklaarden den regel al voor valsch, alvorens zij dien gezien hadden”! Hij verzocht daarop hunne aanmerkingen op schrift te mogen ontvangen.
    Vier der vijf beoordeelaars voldeden na lang aanhouden, en na verloop van vijf maanden sedert zijn vertrek, leverde Van der Ley een tegenantwoord in, maar de vier beoordeelaars genaamd Willem Jansen, Sybrand Hansen, Hendrik Reyers (stuurman) en Hessel Gerrits bleven bij hun gevoelen, hetwelk aan Van der Ley werd voorgelezen. Hiermede nam deze geen genoegen; hij beschouwde die sententie als ongefondeert, hetwelk zoo zegt hij de Heeren Raden ter Admiraliteit behartigende, hebben mij opden 20sten Junij 1614 door haar Ed. Secretaris geschreven, dat men my tot mynder aencomste aldaer soude hooren, voor die ghene daert voor desen te vooren mare geschiet en noch vier ‘andere Personen hun de sake verstaende’.

    In Sept. 1614 vervoegde hij zich ter vergadering. Men riep tot zich Petrus Plancius, Willem Janssen, Sybrant Hansses, Hessel Gerrits en Barend Everts Keteltas. Alleen Mr. Sybrant Hanssen compareerde en bewilligde er in, dat Dr. Mulerius, Professor te Groningen, Mr. Simon Stevin , Marlo, Jan Pietersz Dou, Geometer te Leiden en Gerrit Pieterssen, Geometer te Alkmaar de zaak zouden revideren, almaar alsoo hy later”, zoo luidt het, gheassisteert met Willem Janssen en Hessel Gerrits in de vergaderinghe van de voorsz. Heeren (daer ick met stuyrman Casper Van Donderen praesent waren) proponeerde, dat hy de sake voormaels qualijcken hadde verstaen, zy mochten wel lyden , dat de voorschreven vijf personen over de sake geroepen worden maar wilden hun verstandt int ordel van andere niet stellen”.
    De Raden der Admiraliteit begrepen, dat hier welligt eenige eigenliefde in het spel was en besloten, dat op een oorlogschip in het volgende jaar 1615, proeven met den regel zoude genomen worden. Van der Ley oordeelde het echter raadzaam de objecties tegen zijne stellingen gemaakt en de antwoorden daarop door hem gegeven te doen drukken.

    In het exemplaar, dat wij voor ons hebben liggen (toebehoorende aan het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde) is de dagteekening der opdragt met 12 Sept. 1615 geschreven ingevuld. De proef schijnt goed te zijn uitgevallen, althans Winsemius 1.1. fol. 902, getuigt er van in 1620, “dat de regel om de lengte op zee te vinden, by verscheidene soo Theoreeten als Practisyns,mitsgaders door Navigatie na verre plaetsen, door Equipagie van Schepen, der HH. Admiraliteyten in Holland, gheexperimenteert en goedt ghevonden was, seer behulpigh tot reformatie ende herstellinghe dercaerten ende in ‘t ghemeene dienstigh de Navigatien des Grooten Zees Oceani, hebben de Heeren Staten Generael in desen jare (1620), op het Rappoort der Practisyns , als Theoreeten , Brieven van credentie, ende voorschrijvinge aen alle Collegien , Bewinthebberen , Schipperen , Stuyrluyden , uytghesonden , dat sy desen Regul voor goedt kennen, volghen ende in ghebruyck stellen souden, blyckende by den Brieve voorsz. in dato den 21 July ende gheparagrapheert M. VAN LYCLAMA , Vidit” (Marcus Lycklama a Nijeholt). (Noot HZ: Deze Marcus was de beste vriend van Johannes Saeckma, die in 1597 secretaris van de Friese admiraliteit in Dokkum werd en trouwde met de dochter van Evert Boner!)
    Het schijnt dat dit getuigenis de eenige belooning was, die Van der Ley genoot, want Winsemius voegt er er bij: ‘T welck alhoewel in der daedt soo was, heeft niet te min de sake gheen geluckiger eynde, ofte belooninge ghehadt. teghens ende boven hope van velen, Welcke verstonden de langhduyrighe arbeyt, onkosten ende subtyle inventie, beter behooren gheloont te worden”.
    Uit de voorrede van het zeldzaam werk van Van der Ley zien wij nog, dat een zijner bestrijders Barent Evertsz Keteltas in 1609 iets heeft uitgegeven van het gebruyck der naeldwysinge; dat een ander, Willem Janssen, een dienaar of discipel is geweest van Tycho Brahe, (den beroemden Astronoom), “tegenwoordig” zegt Van der Ley, “boeckvercooper ende eercloots beschryver binnen Amsterdam, die oock het licht der Zeevaert heeft laten uitgaen en seer wtnemende is in syn hantwerck daer hy gheen cleyn ghewin van treckt”.
    Van den derden Meester, Sybrand Hanssen (van Harlingen), getuigt hij dat hij van allen de baas was, zeer vermaard door zijne tel- en meetkunst en zoo uitstekend daarin als er een in Holland te vinden is. Hij vergelijkt hem bij een tweeden Ludolph (van Ceulen); vermeldt dat hij nog onlangs 100 zeer kunstige Geometrische vragen met de oplossingen had uitgegeven en een instrument onder handen had, “dat gedreven sal worden met sterke wateren, waer met hy deur de tytrekeninghe de longitudo meent te vinden”.
    Van den vierden zijner bestrijders, Hessel Gerrits, getuigt hij,dat hij eertijds een dienaar van Willem Jansen was “een Mathematicus en Kaartmaker binnen Amsterdam in zijn handwerk perfect”. Eindelijk aegt hij van Hendrik Reyersen, dat hij mede te Amsterdam woonde, een zeer ervaren stuurman, die tweemaal naar de O.Indiën geweest was en tegenwoordig (1615) opperstuurman op de vloot, die voorleden Zomer ( 1614) onder den Admiraal Spilbergen door de straat Magelaan naar O. Indiën gegaan is; hij was mede een leermeester in de Zeevaartkunde en had in 1614 een boek uitgegeven getiteld : Vaste gront der loflycke Zeevaert, waar in zamenspraken geleerd wordt hoe een stuurman zijn instrumenten zal gebruiken. – Het boek van Van der Ley, verdiende welligt ook nu nog eens eene afzonderlijke beschouwing van eenen deskundige. J. D. IJ.

    Jan Henrich Jarichs van der Ley. Men leest in P. Winsemius, Chronique van Vrieslandt, bl. 902 : “In Vrieslandt waren seer cloecke verstanden, die haer seer oeffenden in de Mathematische speculatien , alhoewel met geleertheijdt niet seer begaeft. Onder welcke allen principalijcken sekeren generalen Regul, dienende tot de Zeevaert (voor desen niet ghepractiseert) ghevonden ende in het licht ghegheven heeft Jan Hendricksz , Ontfangher Generael der Collegie ter Admiraliteijt in Vrieslant, welcke Regul, also bij verscheijdene, soo Theoristen, als Practisijns, mitsgaders door Navigatie na verre plaetsen , door Equipagie van Schepen der HH. Admiraliteijten in Hollandt, gheexperimenteert ende goedt ghevonden was, seer behulpigh tot reformatie ende herstellinghe van kaerten , ende in ‘t ghemeene dienstigh de Navigatien des grooten ZeesOceani hebben de Heeren Staten Generael in desen Jare (1620), op het Rapport der Practisijns, als Theoristen, Brieven van Credentie, ende Voorschrijvinge aen alle Collegien , Bewinthebberen , Schipperen, Stuijrluyden, uijtghesonden, dat sij desen Regul voor goedt kennen, volghen ende in ghebruijck stellen souden, blijckende bij den Brieve voorsz. in dato den 21 Jul. ende gheparagrapheert M. van Lijclama, Vidit. ‘Twelck alhoewel in der’ daedt soo was, heeft niet-temin de sake gheen geluckigen eijnde, ofte belooninge ghehadt teghens ende boven hope van velen, welcke verstonden de langhduijrige arbeijt, oncosten en subtijle Invëntien, beter behooren gheloont te worden”.

    De hierboven vermelde sekeren generalen Regul, dienende tot de Zeevaert, enz., is vervat in het door hem in ‘t licht gegeven werk, onder den titel: Gulden Zegel des grooten Zeevaerts, Leeuw. 1615, in langw. 4o., dat zeer zeldzaam voorkomt, en waarop in de aangehaalde regelen onder het portret, waarschijnlijk tot hetzelve behoorende, wordt gedoeld.

    Jan Henrich Jarichs van der Ley zal wel dezelfde zijn als Jan Hendrick Jarichs van der Ley, wiens vader Hendrick Jarichs van der Ley, toen de bekende Unie van Utrecht gevormd was, met anderen, door de Staten van Vriesland werd gemachtigd om die, in hunnen naam, voor hun Gewest te gaan onderschrijven.
    Jan was een uitmuntend wiskunstenaar, die veel moeite aanwendde om de wiskunst op de stuurmanskunst en de zeevaart toe te passen, weshalve de voormelde Staten hem een jaargeld van 1200 Caroli guldens toelegden, ‘t welk hij niet alleen levenslang, maar ook zijne kinderen en kindskinderen zouden genieten.
    Hij was ook ontvanger der Admiraliteit te Dokkum, en trouwde Judith de Gardijn.
    Het eerste door hem uitgegeven werk is getiteld: Het Gulden Zeeghel Des Grooten Zeevaerts. Zijngeslachtsregister vindt men in Het StamBoek van den Frieschen vroegeren en lateren Adel, Leeuwarden 1846, Dl. IT, bl,259, in Aanteekening 1, onder de familie Tietema.
    Wij verzoeken P.J. V. M. het wapen nog eens nauwkeurig na te zien, omdat wij, ofschoon wii het niet kennen, vermoeden dat het beestje in het regter halve schild, de gewone zoogenoemde halve Arend, die vrij algemeen op Friesche wapens geplaatst wordt, zal zijn ; en het kroontje op den helm, de ster uit de boven linkerhelft of wel het klaverblad in de onder linkerhelft. D. H. II.
    [De Heer R. van Rollema deelde kortelings hetzelfde mede.]

    Jan Henrich Jarichs van der Ley. In een door mij aangelegde lijst van Nederlandsche Schrijvers over Zeevaartkundige Werken, vind ik de volgende :
    1. Het Gulden Zeeghel des Grooten Zeevaerts enz. Beschreven ende int Licht ghebracht door Jan Henrick Jarichs Van der Ley, Ontfanger Generael der Gemeene middelen van de uyt en invoerende goederen in Vrieslandt, Stadt Groningen en Omlanden. Tot Leeuwarden,by Abraham van den Rade, 1615. (Zie Tijdschrìft voor het Zeewezen (door Pilaar en Obreen) 1848, Dl. VIII, bl. 37.)
    2. ‘t Gesicht des Grooten Zeevaerts, met de wonderbaerlycke aert ende natuyre der Cometen. Tsampt de platte pascaarten enz (Uitgegeven door N.Mulerius) Franeker 1619, met portret van Van der Ley, door Hollar.
    3. Voyage van ‘t experiment van den Generalen Regul des Gesichts van de Groote Zeevaert, Gedaen bij C.Nys, J.Buys en J.Carolus. Beschreven door J. H. Jarichs van der Ley, ‘s Hage, 1620. Met hetzelfde portret.

    De beide laatste komen aldus voor op den Catalogus van Zeevaartkundige Werken, die door den Boekhandelaar Frederik Muller, te Amsterdam, op den 20sten Maart 1851 werden verkocht.

    Uit den titel van het eerstgenoemde werk ziet men welke betrekking hij bekleed heeft. Meer kan ik voor als nog P. J. v. M. omtrent hem niet opgeven. LABORANTER.

    Jan Henrich Jarichs van der Ley. Het is bijna zeker, dat de hier bedoelde persoon niemand anders is, dan de Ontvanger-Generaal van de Convooijen en Licenten In Vriesland, die in 1618 een middel had gevonden ter bepaling der lengte op zee, waarvoor hij aan de Staten-Generaal octrooi verzocht.
    Ik bezit hierover eenige stukken (copy), die den 5den Januarij aan de Staten-Generaal zijn gezonden, o. a. Verclaringe aen de E. Hoochmogende Heeren Staten-Generael der Vereenìchde Nederlanden, gedaen door haer hoochmogende bevel, bij Symon Stevin, Willebrordus Snellius, Samuel Marlois en Jan Pieterssen Dou, over ‘t experiment van de Inventie van Jan Hendricksen Jarichs, Ontfanger generael van de Convoyen ende Lycenten in Vrieslandt, belangende het passen opte Zee-Caerten, gedaen by Mr. Joris Carolus, Opperstierman van Enchuysen, Casper van Donderen, tot Dockum, Cornelis Jansz, van Amsterdam, Arent Jansz, van Rotterdam, Jan Janssen,van Enchuysen en Denys Janssen, van Middelburch”, enz.
    Deze stukken behooren echter niet in dit blad te huis. ..ELSEVIER.

    Zie ook:

  • De resoluties vanaf 1615 over de lengtebepaling waarbij Van der Ley betrokken was.
  • Genealogische informatie Van der Leij.
  • Sinne- en minnebeelden.N.B. De Navorscher was een algemeen historisch tijdschrift, met specialisatie op gebied van genealogie, heraldiek en taalkunde. Het tijdschrift bestond van 1851 tot 1960 en werd daarmee een naslagwerk van ruim 55.000 pagina’s. Deze zijn nu beschikbaar op een dubbele CD-ROM.
 Posted by at 22:21
jul 012005
 

H. Zijlstra

Silhouet van Harmannus Jansz van Assen (1725-1798) Silhouet van Trijntje Hotzes van Sinderen (1735-1805)

De silhouetten van Harmannus Jansz van Assen (1725-1798) en Trijntje Hotzes van Sinderen (1735-1805) zijn gemaakt door de Dokkumer schilder Jacob Bonga. Harmannus Jansz van Assen was vroedsman van het Legewegster Espel in Dokkum van 1781-1794 en houtkoper. Hij trouwde 31 juli 1763 met Trijntje Hotzes van Sinderen. Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1763. DTB nr: 198, 1755 – 1766. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 31 juli 1763, Dokkum. Man: Harmen Jans van Assen, Dokkum. Vrouw: Trijntje van Sinderen, Dokkum. NB: hij is koopman.
Zij is afgebeeld met een Duitse muts met grote luifel van Valencienneskant. Aan het einde van de 18de eeuw pronkten welvarende boerinnen en koopmansvrouwen met een gigantische Duitse muts met een kanten luifel, zo groot als een theetafeltje. De vele meters kloskant die daarvoor nodig waren werden via Amsterdam uit de omgeving van Antwerpen betrokken.

De schilder Jacob Bonga was van zeker 1759 tot 1789 werkzaam in Dokkum. Hij overleed in 1848, 90 jaar oud, te Leeuwarden. Bonga was aanvankelijk koopman in ijzerwaren en ontwikkelde zich later tot verver en schilder, glazenmaker en rijtuigschilder. Op wat onderricht van zijn vader Symon na, had hij geen opleiding in het kunstvak genoten. Zelf gaf hij les aan oa zijn zoon Sjoerd (1794-1865). Op de keerzijde van een fraaie pentekening van de boerderij Mellemastate bij Oostrum heeft hij een ontspannen groepje koeien getekend (Fries museum). Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1783. DTB nr: 199, 1766 – 1785. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 maart 1783, Dokkum. Man: Jacob Symons Bonga, Dokkum. Vrouw: Maria Wendelaar, Dokkum. NB: hij is kunstschilder.
De latere familienaam Wendelaar Bonga onstond uit dit huwelijk.

Silhouet van Feddo Jan van Slooten (1750-1804) Silhouet van Sytske Ypey (1749-1835)

In het Genealogysk Jierboekje 1956 (pagina 11 e.v.) staat een artikel van H.G. van Slooten over de ‘Beslommeringen van een Dokkumer burgervader rond 1789′. Dr. Feddo Jan van Slooten (1750-1804) was een van de burgemeesters van Dokkum. Hij werd geboren in het naburige Aalsum als zoon van dominee Adrianus van Slooten uit Aalsum en Johanna van Ketel uit Grouw. Hij volgde de Latijnse school te Dokkum, waar hij op 18 juni 1768 zijn oratie in de kerk hield. Hij studeerde rechten te Franeker, werd advocaat te Dokkum, en nam in 1786 plaats in de vroedschap (tot 1795). In 1789 werd hij burgemeester. Huwde in 1777 Sytske Ypey (1749-1835), dochter van Procureur fiscaal en mederechter van Tietjerksteradeel Fokke Ypey en Gaatske Tjallings Haisma. Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, 1777. DTB nr: 528, 1680 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 26 oktober 1777, Aalsum. Man: Feddo Jan van Slooten, Aalsum. Vrouw: Sytske Ypey, Bergum. NB: de bruid met attestatie van Bergum; de bruidegom is advocaat voor den hove van Friesland.
Ze kregen 4 kinderen, waarvan 1 jong overleed en dochter Gaatske later huwde met dominee Francois Bekius, de kleinzoon van de duiveldominee, en zoon van de Dokkumer burgemeester Francois Henricus. Ze overleed te Hallum in 1859 en werd stammoeder van oa de families Haverschmidt en Cannegieter. Zoon Adrianus werd ook Doctor in de rechten en later notaris en secretaris te Dokkum. Hij trouwde Henrica Catharina van Giffen en werd stamvader van de Dokkumer tak van de familie. De jongste dochter, Johanna, huwde de latere directeur der domeinen in Friesland, Simon van Sloterdijck Beekkerk.
In het artikel in het Genealogysk Jierboekje 1956 wordt een transcriptie van het dagboek van Feddo Jan van Slooten weergegeven. Ook deze silhouetten zijn door Jacob Bonga vervaardigd. In het dagboek wordt hij zelfs genoemd als hij bij de Van Slooten’s in 1789, samen met 2 knechten, het huis komt verven!
Feddo Jan van Slooten werd in het familiegraf te Tjummarum begraven, waar zijn grootvader, moeder en kleinzoon Adrianus ook lagen.

Silhouet van Taco Schoonegevel

Het silhouetportret van Taco Schonegevel (1756-1819) is een kopergravure in ovaal van 7,2 x 5,4 cm uit ca. 1800. Het onderschrift geeft abusievelijk een F als voorletter weer. Hij was de zoon van koopman Heerke Takes Schonegevel en Agatha Pieters Kuiper uit Dokkum. De remonstrantse azijnfabrikant Schonegevel was maire van Dokkum onder het keizerrijk (1811-1813). In 1798 was hij representant voor de Nationale Vergadering te Den Haag, als afgevaardigde voor de provincie Friesland. Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1785. DTB nr: 199, 1766 – 1785. Vermelding: Proclamatie van 25 mei 1785, Dokkum. Man: Taco Schonegevel, Dokkum. Vrouw: Elisabetha de Bruin, Lehr. NB: gehuwd voor de Verenigde Christelijke gemeente op 25 mei 1785.

Het museum Admiraliteitshuis te Dokkum bezit verder nog silhouetportretten van de volgende personen:
Dominee Eykman, 1857, Rinsumageest
Dominee Rins Koopmans, 1833
Dominee Muntingh, 1833 ?
L.A.C. Reigersberg, wed Barbiers, ca. 1835

Bronnen:
De Geschiedenis van Dokkum, 2004
De Sneuper no. 63, juni 2002
Genealogysk Jierboekje 1956
DTB boeken Tresoar.nl
Fries Museum

 Posted by at 22:21
jun 182005
 

Formulier voor bestellen van de dubbel-CD met 75 nummers van De Sneuper

Bestel nu de dubbel-CD met de eerste 75 nummers van De Sneuper!

Alle nummers van De Sneuper van 1986 t/m juni 2005 verzameld in een dubbele CD-box.
Het is een enorm werk geweest om alle nummers op CD te krijgen. Vooral het digitaliseren van de oude nummers van vóór het computertijdperk is een tijdrovend werk geweest. Maar we zijn er in geslaagd de klus te klaren.
Vanwege de hoeveelheid van het materiaal wordt de CD een zogenaamde dubbel CD. Deze twee CD’s horen bij elkaar en zijn van een index voorzien op onderwerp en auteur. Via MS-Word zijn de Sneupers te raadplegen. In een enkel geval staat een artikel in een PDF bestand. Op de CD wordt Acrobat reader meegeleverd om ook dit bestand te raadplegen. Teksten en foto’s kunnen gebruikt worden om uw eigen digitaal archief te vervolmaken.

Vul onderstaande formulier in voor het bestellen van een dubbel CD met Sneuper edities 1-75 digitaal

* indicates required field

 

U kunt De CD’s ook bestellen door onderstaande strookje uit te printen geheel ingevuld op te sturen naar:
J de Jager
Kouwe 9
9103 PE Dokkum.

De prijs is vanaf 20 april 2006 verlaagd naar € 20 en dit is inclusief verpakkings- en verzendkosten. Voor leden van onze vereniging geldt de speciale prijs van € 12,50.
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Ik bestel hierbij de dubbel-CD van De Sneuper.

Naam:

Adres:

Postcode en woonplaats:

0 Ik ben geen lid van de vereniging. Hierbij verleen ik de vereniging een machtiging om éénmalig het bedrag van € 20 van mijn rekening af te schrijven.*

0 Ik ben lid van de vereniging, lidnummer…… Hierbij verleen ik de vereniging een machtiging om éénmalig het bedrag van € 12,50 van mijn rekening af te schrijven.*

0 Ik ben in 2006 nieuw lid van de vereniging geworden. Hierbij verleen ik de vereniging een machtiging om éénmalig het bedrag van € 12,50 van mijn rekening af te schrijven.*

* Kruis aan wat van toepassing is en vermeld uw lidnummer.

Mijn bank/gironummer is:
Handtekening:

Datum:

 Posted by at 22:21
mei 012005
 

P. de Haan

Onderstaand artikel las ik in een boek van dominee H.Potter. Deze dominee is in Dokkum geboren en woonde o.a. in Londen en Amsterdam. Tijdens zijn leven maakte hij veel reizen waarover hij in brieven verhaalde en waarvan de meeste in boekvorm zijn verschenen.
Eén van zijn wandelingen in 1808/1809 ging van Dokkum naar Leeuwarden en dan weer terug naar Dokkum. Onderweg kwam hij in Ferwert een begrafenisstoet tegen en dat was de aanzet tot de volgende ontboezemingen.

Om u een denkbeeld te geven van de begrafenis plegtigheden hier ten platten lande, en het onderscheid van uwe gewoonten in dat opzigt met de onze te doen zien, zal ik er nog een enkel woord van zeggen.
Wanneer een boer of eene boerin, of een kind (want dit maakt in de geheele uitvoering der begraving geen onderscheid) gestorven is, worden de buren ingeroepen, het ligchaam, zoo dra men bemerkt dat de laatste adem er uit is, in een ander kleed gestoken, en vervolgens eerst op eene bedstede, en dan in de kist gelegd.
Nu is het de pligt van dien genen, die op den overledenen in huis de naaste betrekking heeft gehad, om in dat vertrek te slapen, waar in het lijk geplaatst is; gebeurde dit niet, men zou, althans op vele mij bekende plaatsen, het als een bewijs van de verregaandste minachting aanmerken, schoon het aan dien anderen kant ook waar is, dat voor sommige, vooral ligt beangstigde lieden, de vervulling van dezen pligt onbeschrijfelijk moeijelijk valt.
In dezen tijd heeft de leeraar van zulk eene plaats nog weinig of niets met de zaak te doen: veeltijds haalt men hem in de laatste oogenblikken bij den kranken, zelfs. wel eens wanneer die reeds geheel zonder, besef ligt, om denzelven toch nog een gebed op de reis naar de andere wereld mede te geven. Enkele plaatsen zijn er, op welke, terstond na het afsterven van iemand, in den Bijbel gelezen, en zekere troostredenen tot de overgeblevenen gesproken worden.

Dit alles gedaan, en het lijk in de kist gelegd zijnde, verlopen er nog vele dagen, somtijds zeven, acht, negen of tien, meer of minder naar tijd en omstandigheid, eer hetzelve ter aarde besteld wordt. Deze dagen zijn als het ware voorbereidingsdagen tot het feest, en worden besteed om alles tot de aanstaande begrafenisplegtigheid in orde te brengen, vooral wat, tot de kleeding en het huis behoort. Dit laatste wordt geschrobd en geboend van onderen tot boven, de gordijnen gewasschen, het koper geschurd, de porseleinkas uitgehaald, in een woord, niets blijft dan op zijne plaats, doch wat de tafel betreft, daar voor wordt de zorg aan eenen bakker buitens huis aanbevolen. Alle deze voorbereidselen in orde, en de tot laatste plegtigheid bepaalde dag daar zijnde, vergadert aan het sterfhuis de genodigde menigte, mannen, vrouwen, kinderen, dienstbaren, vrijen, rijken, en armen alles door elkanderen. Deze menigte is altijd zeer talrijk, vooral wanneer de overledene een vermogende persoon was; al wat dan maar op dezelven eenige betrekking heeft gehad, wordt dan van de vier hoeken der aarde bij elkanderen verzameld, zoo dat somtijds de geheele ruime boerenwooning niet ruim genoeg is om dezelve behoorlijk te bevatten. De grond hiervan ligt het bijgeloovige denkbeeld van eere en achting, welke men door zoo veel omslag toont voor den overledene te hebben, en van daar ook, dat de gemeene man den vermogenden in dat opzigt te zeer navolgt. Ik zelfs heb behoeftigen gekend, die met hunne handen den kost moesten winnen, welke bij zulk eene gelegenheid honderd en meer personen nodigden, die mij zelfs klaagden dat het hen vreesselijk drukte, die nog daar, en boven niet onduidelijk hunne vrees te kennen gaven, van zulk eene menigte, wanneer dezelve opkwam, in hunne kleine wooning niet wel te zullen kunnen bergen; en evenwel men wil en blijft zulk eene schadelijke gewoonte uit vooroordeel volgen.

Dan, laat mij wederkeeren tot het huis van den overledenen. Des morgens vroeg reeds, ziet men op alle wegen, die naar hetzelve leiden, in het zwart gekleede mannen, vrouwen en kinderen, die somtijds wel eens twee, drie, of meer uren verre weg komen; want, om eene begrafenis niet bij te woonen, dat zou een boer hier niet ligt over zijn hart kunnen brengen, of hem moeten dan al onoverkomenlijke hinderpalen in den weg liggen.

Het plein voor de herberg, indien er zulk eene op het dorp is, is bezet met rijtuigen; ten tien uren zijn keuken en kamers, en somtijds ook de schuur reeds vol volk, bezig met koffij en brandewijn te drinken en tabak te rooken, even als of de dag enkel aan zulk eene bezigheid toegewijd zoude worden. Tegen elf uren verschijnt de in plegtgewaad gekleede leeraar, en worstelt door rook en damp van eene bijkans ondoordringbare menigte naar de binnenkamer. In dit vertrek maakt alles de akeligste vertooning, die men zich verbeelden kan; mannen en vrouwen in diepen rouw gekleed, en deze laatste geheel bedekt onder hare zwarte zoogenaamde regenkleden, omringen de doodskist. Dit akelig gezigt, eene donkere, slechts door eenen flauwen lichtstraal verlichte kamer.

de benaauwende lucht in dezelve, de diepe stilte, enkel door eene diep geloosde natuurlijke of onnatuurlijke zucht afgebroken, in een woord, alle de nare voorwerpen, die zich hier voordoen, maken eenen onbeschrijfelijk akeligen indruk. In dit vertrek wordt eene steenen of zilveren kom met brandewijn en suiker rond gediend, waar uit een ieder, dien het lust, een teugje met denzelfden lepel schept; want dit dient gij wel op te merken, dat er volstrekt op zulk eenen geheelen dag geen oogenblik voorbij gaat, waar op niet iets te eten of te drinken wordt aangeboden; het eene wordt slechts weg genomen, om plaats voor het andere te maken.
Nu komt iemand binnen, om het uur der begrafenis, elf uren namelijk, aan te kondigen. De kist wordt nu geheel geopend; alle de omstanders naderen om het lijk voor de laatste maal te zien: de graad van bederf bij hetzelve, of de min of meer besmettelijke ziekte, waar aan zulk een persoon gestorven is, maakt hier in zelden onderscheid; dit is ook eene eere, die aan den overledenen, toekomt, en of er eene verpestende lucht uit dezelve opstijgt, daar breekt men zijn hoofd weinig mede; niemand zal toch ziek worden, of sterven voor zijnen tijd, zoo redeneert men, en daar mede houden alle de zwarigheden op. De kist wordt nu toegesloten, geschroefd en uitgedragen; de trein volgt dezelve in deze orde: eerst. de dorpspredikant; dan de rouwdragers, zijnde altijd de naaste bloedverwanten van den overledenen; dan de verdere vrienden, dan de goede vrienden, en eindelijk een groot gedeelte van de bewooners van het dorp, die de zoogenaamde buurt uitmaken, eerst de mannen, van welke de naastbestaanden somtijds rouwmanteIs dragen, de andere slechts in hunne gewoone korte boerenkleeding: op sommige plaatsen twee aan twee, op andere enkele personen achter elkanderen. Langzaam en statig gaat nu de lange trein voort: de hoofdpersonen, met een nedergebogen, hoofd onder breedgerande ronde hoeden gaande, vertoonen zeker nog al vele teekenen van wezenlijken of gemaakten rouw en droefheid; doch wat verder in de linie naar beneden dalende, hoort gij veelal niets anders dan gesprekken over landbouw en koophandel, over koeijen en schapen, verkens en kalveren, weit en haver en diergelijke dingen, waar toe velden en boerenwooningen, welke men op deze togt voorbij gaat, veelal aanleiding geven.

Terwijl dit gebeurt, zijn in het sterfhuis eene groote menigte handen aan het werk, om banken en tafels tegen de terugkomst der menigte in orde te brengen, waar toe anders noch tijd noch gelegenheid zijn zoude. Men komt met bet lijk op den kerkhof; tweemalen wordt hetzelve rondom de kerk gedragen, en vervolgens in het graf gezet, en onder het luiden der kerkklok met aarde overdekt.
Nu zoudt gij zeker verwachten, dat bij dit waarlijk aandoenlijk gedeelte der begrafenis, wanneer het stof aan het stof wordt wedergegeven, en de op de holle doodkist geworpene aardkluiten, op het ontzettendst, ’s menschen broosheid en verwachting met zulk, eene luide stem prediken, dat dan de menigte, hoe veel of weinig betrekking ook tot den overledenen hebbende, met aandoeningen, waar toe de zaak, die voor oogen is, aanleiding geeft, bezield zou zijn; maar neen, bij sommigen mag dit het geval zijn, doch het is verre af van algemeen te zijn. Sommige, vreemdelingen op zulk eene plaats zijnde, maken zich deze gelegenheid ten nutte, om herwaarts en derwaarts te zien, en het plaatselijke van landen en huizen eens regt op te nemen; andere spreken van de gesteldheid en vruchtbaarheid der omliggende velden, doen onderzoek naar den eigenaar en gebruiker, enz.

Zoo zag ik zelfs eens met verbaasdheid, dat een man van bijkans tachtig jaren, terwijl. men bezig was zijnen broeder te begraven, zich met niets anders ophield, dan aan anderen eene beschrijving te geven van alle de bijzonderheden van het dorp, en van de landerijen die de kerk omringden, en over welke men van den kerkhof een uitgestrekt gezigt had, ja zelfs te verhalen, wie der boeren in den voorgaanden herfst de zwaarste verkens had laten slagten; een ergerlijk voorbeeld van onbedachtzaam- en ongevoeligheid, naar het welk ik niet wil dat gij de geheele massa zult beoordeelen.

Nu is het lijk begraven, de dorpsklok bengelt nog voort en de trein, na nog eenmaal de kerk rond gewandeld te hebben, trekt wederom af in dezelfde orde als die gekomen is, behalven dat er meer luidruchtigheid en minder deftigheid onder de menigteplaats heeft; de zorgen schijnen nu van het hart geligt en in de grond begraven; het gelaat neemt eene meer heldere gedaante aan, en men verdubbelt zijne schreden, om zich maar spoedig aan de welvoorziene tafel te kunnen schikken. Nu vindt men het huis in eenen geheel anderen toestand; sommige vensters zijn geopend, en reeds in de keuken, door welke men naar binnen gaat, zijn banken en tafels geplaatst, de laatste rijkelijk voorzien van tarwenbrood met en zonder krenten, dunne plekken roggenbrood, kaas en boter, indien het wat meer dan gemeen is, ook gerookt vleesch en ham, zelden rijstenbrij; geene borden of messen, deze laatste moet elke gast zelfs medebrengen. De naast bestaanden begeven zich naar de binnenkamer, waar in de overledene gestorven is, en, gedurende de dagen der voorbereiding tot de begraving, met de kist gestaan heeft. Hier zijn de tafels even eens gedekt. Men wijst den Domine de plaats aan het boveneinde, en wel, indien er vuur gestookt wordt, het naast bij de gloed; voor hem, en, zoo hij eene vrouw heeft, dan ook voor zijne wederhelft zijn stoelen met kussens geplaatst, en borden en messen.

De naastbestaanden zetten zich naast hen, en dat gaat zoo in orde voort, tot zoo lang dat er geen schepsel meer in de kamer kan. De menigte nu meer of min ruim en behoorlijk geplaatst zijnde, wordt het teeken van den aanvang tot bet eten gegeven, eene blijde boodschap voor vele hongerige magen; nu stormt de menigte, zich in de keukeu of op eene andere plaat bevindende, toe en dringt zoo digt mogelijk zamen, nabij vertrek, waar in de leeraar zich bevindt, om dus het gebed te kunnen hooren, het welk nu zal worden uitgesproken. De vrouwen leggen hare zamengevouwene handen op de witte of bonte zakdoeken, die zij op haren schoot uitgespreid hebben, terwijl de mannen hunne aangezigten geheel of gedeeltelijk bedekken met den rand van hunnen hoed, hoewel dit sommigen zeer bezwarelijk valt, die niet kunnen nalaten, zoo eens van ter zijde over denzelven henen te gluren, en hunne oogen over de welgevulde tafel rond te laten dwalen, en andere aan de beweging hunner lippen het gebed schijnen na te prevelen. Nu begint de leeraar hetzelve: sommige luisteren, gedurende hetzelve, met deelneming; andere, vooral indien er zoogenaamde keurmeesters van andere dorpen tegenwoordig zijn, hooren scherp toe, of het wel toepasselijk, gemoedelijk en regtzinnig zij, terwijl anderen zich onder hetzelve, bij voorraad, reeds vergasten op de geurige en zoo smakelijk uitziende krentebollen, die hun zoo vriendelijk toelagchen, en op welke sommige hunne magen reeds dagen vooraf hehben voorbereid, en die ook daarom in hun hart maar naar niets meer dan naar het einde des gebeds verlangen.

Nu, na dat deze laatste korter naar den smaak van den leeraar op de pijnbank hebben gezeten, klinkt eindelijk het zoo lang verlangde amen van zijne lippen. Dit is in der daad, in zulk een bedompt vertrek, en onder zulk eenen ontelbaren digt op een gedrongen hoop menschen, een ongeloofeIijk moeijelijk en lastig werk. Nu zijn aller oogen en begeerten op de volle tafels gevestid; de zakmessen worden uit de schede gehaald, sommige nog met eene broodkorst bedekt. die sedert dagen of weken op hetzelve is aangegroeid, en welke men dezen morgen, door de buitengewoone drukte in het kleeden vergeten heeft af te schrappen of aan den zijmuur van den stal te slijpen; de lange tarwebrooden worden in stukken gesneden en door elkanderen op eenen hoop geworpen, en, zoo een ham op de tafel is, plaatst zich doorgaans iemand bij denzelven, die in de snijkunst enige bedrevenheid oordeelt te bezitten: hij haalt zijn puntig zilveren of ijvooren mes te voorschijn, misschien reeds door zijnen overgrootvader tot zulk een gewigtig bijzonder werk gebruikt, en, door een maal vier vijf in elke eeuw op eenen harden steen of aan den wand geslepen te worden, reeds vrij wat uitgesleten; hij staat op met eene zekere vertooning van meerderheid en gevoel van de niet geringe eere, die hem, thans boven anderen wedervaart, het vervaarlijk snijtuig in de eene sterk gespierde hand weI vasthoudende, terwijl de andere den monstreusen ham aangrijpt en ontleedt. Elke scheeve trekking van den mond des snijders verraadt nu den opmerkzamen, hoe bitter zwaar dit ongewoone werk hem valt, terwijl elke diep opgehaalde zucht den begeerigen aanzittenden, ook op eenen verren afstand, te kennen geeft, dat er weder een brok ter nedergeveld en op de schotel gevallen is.

Er heerscht eene diepe stilte, en geen wonder, want aller monden hebben nu wat anders te doen dan te praten; de bedienden vertoonen zich nu en dan met eenen theeketel met warm bier, en reiken het den genen die zulks begeert toe. Van tijd tot tijd geraken ook de spraakspieren weder in beweging; deze spreekt een woord van den overledenen, van den aard of duur der ziekte, de laatste oogenblikken van den lijder, ja begint wel eens troostredenen tot de meer of min bedroefde naastbeftsanden te spreken, en dus, nu het ligchaam grootendeels verzadigd is, zielenvoedsel optedisschen; andere spreken weder van andere zaken, van de laatst op hun dorp geheerscht hebbende ziekten, van kraamvrouwen, kinderen, en dat duurt zoo lang, tot dat het gesprek wederom bij mannen en vrouwen op den ouden tekst komt, van koeijen, kalveren, aardappelen, koolzaad en andere voorwerpen die op het land in de gesprekken natuurlijk aan de orde van den dag zijn.

In een ander vertrek, of in de keuken, zijn reeds lang alle monden op het drukste aan de praat, dewijl de personen, aldaar zittende, veelal geene of slechts geringe betrekking op den overledenen hebben, en dus ook om der naastbestaanden wil, of fatsoenshalve, hunne tong in het minste niet behoeven te beteugelen. Hier gaat het van het eene onderwerp op het andere, de een poogt boven den anderen uit te schreeuwen, om maar gehoord te worden; hier en daar zit echter een groepje meer ernstigen bij elkander; deze spreken zoohet schijnt, over zeer gewigtige zaken, althans zou men aan hun gefronst gelaat en het optrekken der schouderen zeggen, dat het onderwerp van hun gesprek zeker van eenen ernstigen aard zijn moet. Ja, mijn vriend! Dat is ook zoo; de Dominés van mee dan eene plaats krijgen hier eene duchtige beurt; elk vertelt van den zijnen het gene hij weet en niet weet: er zitten een paar vroomen, (dat zij zulken zijn kan men wel op hun-ne aangezigten zien, terwijl hoed en zonder-linge kleeding het overige ontegenzeggelijk beves-tigen) onder den hoop; o! deze weten zoo veel van deze en geene leeraren te vertellen, deze hebben zulk een diep inzien in verborgene dingen; deze, die, terwijl zij diepe zuchten loozen over het wijken van den Geest, over de toenemende onregtzinnigheid in de ware kerk en den verdoemelijken onbekeerelijken toestand der menschen, schijnen vergeten te hebben, dat ook het gebod van liefde jegens den mensch in het oordeel vellen, door hunnen Heer, dien zij zich verbeelden hoog te achten, ten scherpsten ingeprent, ten duursten aanbevolen is; zij schijnen vergeten te hebben dat het fariseeuwsch geslacht, door dien zelfden Ieeraar, bij een adderengebroedsel wordt vergeleken, het welk de toekomstige straf niet ontvlieden zal. Ja, ginds zit er een, die den kundigen braven leeraar van zijn dorp een ledig vat durft noemen, om dat hij meer, gezond verstand, waarheidsliefde en regtschapenheid bezit, dan zijn daar zoo even genoemde dronken nabuur die zijne domheid en slechtheid met den mantel van eene zinnelooze dweeperij zoekt te bedekken, en nu, bij zijn geschreeuw van onmagt en geloof, als een engel uit den hemel wordt aangezien. In een ander groepje steken sommige vrouwen de hoofden digt bij elkanderen; ook hier schijnt iets belangrijks verhandeld te worden; ja, men spreekt van spooken en verschijningen, een ieder luistert met open ooren naar het verhaal der oude baker, die sterk verzekert; dat zij reeds lang te voren dit sterfgeval heeft vooruitgezien, terwijl de zwakke kreupele naaister deze verzekering ondersteunt, door het gezelschap tebetuigen, hoe ongaarne zij ook anders zulke dingen vertelt, en volgens haar zegge, nog weiniger gelooft, dat zij ook meermalen, ‘s avonds laat van, haar werk thuis komende, bij den weg iets gezien en gehoord heeft, dat maar lang niet goed was. Andere weder in eenen anderenhoek hebben het druk over knechten en meiden, over vrijers en vrijsters, over eene oude zeug en jonge lammeren, en over allerhande oude en nieuwe dingen.

Nu beginnen zich de teekens te vertoonen dat de magen gevuld zijn, en dus de maaltijd gedaan is. De vrouwen likken de messen af met de vingers of de tong, terwjjl de mannen bezig zijn hunne tanden met derzelver punten van de tusschen dezelve vastgezette overblijfselen van vleesch of spek en brood te zuiverer, naar hunne tegenwoordige logge houding en naar buiten gebogenen rug duidelijk vertoonende, dat zij rond en vol zijn. Nu wordt de maaltijd met dankzegging gesloten, gelijk die met het gebed begonnen is, door den Ieeraar, die dan zeker verheugd is dat eene lastige epoque van den dag voorbij is, hoewel hem nog eene volgende, niet min pijnelijke, te wachten staat. Nu worden pijpen en tabak rondgediend, en het eten afgenomen. Is het in den winter, dan zetten zich de mannen, zoo verre de plaats zulks toelaat, om den haard, of wandelen eens rondom, om het eten wat te doen zakken, tervijl de vrouwen, om plaats voor de thee te maken, die nu volgen zal, ook eens om een hoekje gaan om de eene of andere noodige boodschap te verrigten; ook dit geschiedt groepsgewijze, terwijl de eene met zijne boodschap bezig is, hebben zij zoo druk discours met elkanderen, als of zij nog geenen tijd en geene gelegenheid hadden gehad om te praten, doch het onderwerp is nu ook van dien aard, dat hetzelve beter buiten dan binnen de kamer kan verhandeld worden; het behelst namelijk een ieders oordeel over het onthaal, dat men aan tafel gevonden heeft: over de deugd of ondeugd der krentebollen, over het garstige rookvleesch, en, dat van geen minder belang is, over de kleeding van deze en gene in het gezelschap. en om er eens achter te komen waar die frische jonge meiden thuis behooren, die zulke lange vleugelmutsen droegen, welke bijkans halfweg den rug hingen, zoo dat het een walg was om aan te zien, en hoe na die, zoo het scheen arme, sober gekleede menschen den overledenen bestonden.

Theeketels op komfooren worden nu op de tafel geplaatst. De vrouwen zitten weder, spreiden de zakdoeken weder over den schoot, en nu begint men de tweede hoofdrol te vertoonen. Stroomen van theewater worden nu in zulk eene kamer binnen geslagen. De Domine zit nu warm en wel in liet hoekje van den haard, en, daar nu zoo niet meer op orde wordt gezien, maar elk eene plaats zoekt die hem best aanstaat, zoo hij dezelve maar kan magtig worden, schuiven de dorpsbakker, timmerman, wagenmaker en andere hoofdpersonen van het dorp zoo digt bij hem als mogelijk is, ook sommige van de buitenlieden; deze moeten toch ook eens met den man spreken, om thuis en elders te vertellen wat zij al of niet in hem gevonden hebben. De vrouwen passen intusschen wel op, hem van thee en suiker rijkeljk te bedienen, doch de goede man is niet weinig verlegen, wanneer hij, na tegen gewoonte reeds een kopje of agt gedronken te hebben, moet uitscheiden, niet weet, waar mede hij zich voldoende verschoonen zal op de herhaalde vraag van allen: of hem de thee niet smaakt. Dit drinken duurt van twee tot vier uur, of naar dat men vroeger of later met hetzelve begonnen is.

Aan den overledenen wordt nu geheel niet meer gedacht: jonggetrouwden, kraamvrouwen, kinderen in dit of op een ander dorp, zijn nu het onderweerp van het gesprek der vrouwen, en bij de mans; onder het ge-weldig dampen van hunne korte of lange pijpen, kerk en wereldlijke zaken, oorlog en vrede, zwarten en blanken, Buonaparte en de oude Prins, Turken en Franschen, vervulde voorspellingen, vooruitzigren, de openbaring van Johannes, schriftuurplaatsen, bevindingen, geschiedenissen, vooral van vroegere dorpsheeren, dorpsvrouwen, predikanten met hunne meer of min vriendelijke of onvriendelijke en heerschzuchtige vrouwen: in een woord over alles, waar onder de Domine niet zelden zit te zweeten van benaauwdbeid en verdriet, dat hij zoo zijnen kostelijken tijd verbeuzelen moet, daar hij met moeite den gedurig in hem opkomenden wensch moet onderdrukken, dat hij toch maar op zijne kamer mogt zitten.

De gesprekken nemen nu eenen anderen keer, en komen op koeijen, kalveren, verkens, prijs der boter en der granen, en op andere voorwerpen van het land, waar op zij eindelijk op elk dorp altijd nederkomen. Nu is eindelijk het thee drinken gedaan, en gelukkig, daar, van wegen de uitwaasseming van zo vele heete deelen, de kamer tot stikkens toe benaauwd, zoo benaauwd is, dat reeds twee bezwijkende vrouwen hebben moeten uitgedragen worden, en in de ruime lucht gedeeltelijk ontkleed., om het onder zoo veel eten en drinken en heete lucht bezwijkend leven weder op te wekken en terug te doen Komen.

Nu wordt weder jenever aan de mans, en brandewijn aan de vrouwen toegediend, doch nu ook beginnen de verst afwoonenden af te zakken, die van tijd tot tijd door anderen gevolgd worden. De aangezigten zijn nu weder wat meer betrokken, en geen wonder, want het genot is voorbij, en men weet niet wanneer zoo iets weder zal voorvallen.

Hier komt nog bij, dat men nu ook den gastbeer of de vrouw van het huis bedanken moet voor het genotene, en er wel zo wat, het gene juist geen dagelijksch werk is, eenen zegenwensch bijvoegen, dat hem een diergelijk ongeluk in langen tijd niet weder treffen moge. Nu is het vijf of zes uren, en de meeste gasten zijn weg; de naastbestaanden, die niet verre afwoonen, blijven echter dan nog zitten, en voor deze wordt, zoo dra de thee is afgenomen, koffij opgezet, en kort daarna ook brood en boter. Nu, staat de Pastoorsche op, en vraagt haren reeds lang naar zulk eene vraag ver-langenden man, of het geen tijd begint te worden om naar huis te gaan, dewijl de kinderen wel verlangen zullen om naar bed gebragt te worden. Domine zegt gereed te zijn om te doen zoo als zijne vrouw belieft.

De vrienden dringen aan op een langer vertoeven; het komt toch op een uurtje of wat niet aan, en men zit nu eerst zoo regt genoegelijk bij malkanderen: doch langer te vertoeven is niet mogelijk; Juffrouw heeft hare avondbezigheden in huis, want, zoo als zij er tot aandrang bijvoegt, de meid is eene slons, die zich nergens mede behelpen, en niets goeds verrigten kan. Nu volgt er zo staande weg nog een praatje over oude en jonge, slechte en goede meiden, en de verbazende moeijelijkheid om aan eene van deze laatste soort te geraken, tenwijl eene tachtigjarige vrouw verzekert, dat het daar mede van tijd tot tijd ook erger begint te worden, gelijk met de meeste dingen, en dat men in de dagen harer jeugd niet zoo veel daar over hoorde klagen; deze begint hare eigene meidengeschiedenis, en die van sommige harer tijdgenooten, reeds voor vijftig jaren gestorven, te verhalen: doch na dat Domines geduld nu nog zoo staande een kwartier uurs op de pijnbank geweest, en bijkans uitgeput is, breekt zijne gade het discours af, en toont zich tot het vertrek gereed: nogmaals dringt men om te blijven, en of men nog niet het een of ander zal gebruiken; doch men bedankt voor beide, en wat het eerste betreft, Domine (met reden beducht dat er, zoo staande, nog een lastig kwartiertje aangeknoopt zal worden), verschoont zich met te zeggen, dat hij nog wel gaarne een pijpje rooken zoude, zoo hij niet volstrektelijk dezen avond nog wat studeeren moest: Domine en zijne vrouw nemen dus afscheid , wenschen den vrienden het noodige, en verIaten het sterfhuis, dat thans meer naar eene kroeg, dan naar eene ordentelijke wooning gelijkt.

Met een onbeschrijfelijk genoegen ademt Domine de vrije frissche buitenlucht in, niet weinig verheugd, dat deze lastige dag wederom ten einde is. De vrienden in het sterfhuis zitten voor het, overige nog den, geheelen avond, etende, drinkende en rookende bij elkanderen, waar mede de plegtigheid van den dag besloten wordt. Zie daar, mijn vriend u tusschen beiden eene, zoo ik hoop, u niet onaangename beschrijving medegedeeld, van, de begrafenissen, zoo als die hier algemeen ten platten lande, misschien hier of daar met eene geringe verandering, uitgevoerd worden, Gij kunt er zelfs uwe aanmerkingen op maken.

Misschien verwondert gij u, over zulk eenen omslag en toestel, bij eene gelegenheid, waar ’s menschen nietigheid zoo treffende vertoond wordt, en waar bij, in plaats van zulk eene kostbare zwelgerij en overdaad, alles ingerigt moest zijn om zulk een treffend voorval voor verstand en hart nuttig te maken; doch uwe verwondering zal ophouden, indien ik u verzeker, gelijk ik u doe uit den mond van eene geloofwaardige getuige, die in eigen persoon het gene ik u op zal noemen bezorgd heeft, ten dienste en bij gelegenheid van haar mans moeders begrafenis, op eene, zekere plaats, in het landschap Drenthe, wanneer ik u verzeker, dat deze vrouw derwaarts medegebragt had, tachtig ponden rijst, enkel en alleen om van dezelve pap of brij te kooken, doch dat men deze quantiteit niet genoegzaam oordeelende, zij nog daarenboven dertigpond uit de naastbij gelegen stad had laten komen: verder, dertig stuks westfaalsche hammen, even zoo veele kippen stokvish: vaten met boter, en geheele oxhoofden met melk en andere behoeften, waren door de buren aangbragt, die ook, volgens oud gebruik, voor de toebereiding van het eene en andere zorgen moesten. Doch deze omslachtige feesten zijn, zoo als ik meen, om de ongeregeldheden, waartoe zij veelal aanleiding gaven en de schadelijke gevolgen, door de hooge magten des lands afgeschaft en verboden geworden. Ik keer nu weder tot mijne, wandeling.

Titel: Wandelingen en kleine reizen door sommige gedeelten van het vaderland deel I en II; Auteur: Hebelius Potter 1768-1824 Jaar: 1808-1809 Uitgever: Amsterdam : A.B. Saakes

Deel I vanaf blz 124 – 142

 Posted by at 22:21
mrt 012005
 

H. Zijlstra

Het was al langere tijd een wens van mij om de index van het dagboek van Catharina Schrader online te krijgen. Met de hulp van Tom Zijlstra en Reinder Tolsma uit Oosternijkerk is het gelukt om de getypte versie van de index uit 1958 van Van Kammen digitaal te maken.
Schrader schreef haar dagboek in een soort fonetische mengelmoes van Duits en oud-Nederlands, met veel bijnamen en verbasteringen. Daarnaast heeft Van Kammen in de transcriptie ook de nodige lees-/typfouten gemaakt. Op deze pagina heb ik met behulp van online bronnen (Sneuper site, sites van Dokkumer families + Tresoar) en de uitgegeven boekversie en Genealogysk Jierboek 1993 een eerste aanzet gemaakt om de gegevens van de correcte ouderparen en kinderen te voorzien. Bedenk daarbij wel dat lang niet alle kinderen (direct) werden gedoopt, omdat ze snel overleden of bijvoorbeeld doopsgezind waren. De onderstaande gegevens zullen in de loop der tijd regelmatig worden aangevuld. De nummers tussen haakjes aan het begin van sommige regels zijn dezelfde als de nummers die in de boekversie vermeld worden. Interessant is verder nog het voorkomen van diverse Groenlandvaarders (walvisvaarders op Groenland) en trekschippers in deze bron.

Oene Ramsneus

In het Memoryboeck van vroedvrouw Catharina Schrader (zie ook onze rubriek Boeken) komen niet alleen vele beschrijvingen van bevallingen voor maar ook de nodige bijnamen. Een van de meest opvallende voorbeelden in het boek dat in 1984 met ca 20% van de transcripties werd uitgegeven is Oene Ramsneus. In de schrijfwijze van vrouw Schrader ‘Une Ramsnös’, vanwege haar Duitse achtergrond een begrijpelijke.
Op pagina 209 staat het volgende:
(2404) het jaar 1729 den 26 augustus een serrsyer, Une Ramsnös in de wandelinge geheeten. Wirrt ick bij haar geroepen, nae dat Trintie haar moeder dy ock een vroetvrouw was van Rennsmageest, 2 daagen met haar dochter hadde gemarrtelt. Gaf sij het over. En bedorv[en] werrck gemackt. Qwam met het errsie vor de geborrte. Een harrde baarmoeder. Ick kreeg de voeten, doch seer beswarlick. Het kint met de moeder waaren well. Doch het kint storf dyn sellven daag.
Hoewel deze rijke bron ogenschijnlijk weinig directe informatie over de correcte namen van man en vrouw geeft is deze met andere bronnen vrij gemakkelijk aan te vullen.
Zo word in de DTB boeken vaak ook het beroep van de vader genoemd en is deze bron via www.tresoar.nl online snel en makkelijk te raadplegen. In het geval van Dokkum is tevens het belastingkohier van 1703 online op onze site aanwezig in de rubriek Indexen. Naast namen van gezinshoofden worden daarin vaak een beroep en tevens de straat waarin men toen woonde genoemd. Van de gezinnen die in het kohier van 1703 vermeld worden heeft de meerderheid ooit een beroep op Vrouw Schrader gedaan ! Daarnaast zijn van vele van deze inwoners ook nog eens burgerwapens beschreven in het Genealogysk Jierboekje 1993 !
Zoeken in de online DTB van Dokkum en omgeving op ‘Oene’ en ‘Trijntje’ levert al snel resultaat: op 25 juli 1728 huwt te Dokkum Oene Sjoerds, van beroep cherger, met Trijntje Johannis van Rinsumageest.

Sijtse Jochums

Een ander voorbeeld: op pagina 89 staat:
(72a) 1696 den 22 juny bij Zitze wagemacker sin wif Jancke. War een meyster een predikant present. Doch is noch met de hulpe van Godt dor mij verlost. Doch seer hart dat men alle twifelde vor de muder ent kint. Doch beyde wel.
(72b) 1696 dingesdag den 22 juny ben ick gehalt bij Zitse wagemacker bij sijn wif Jancke bij de drogerspipe. En har dor de hulpe van mijn Godt-anders war het onmogelick gewest- van een jonge son verlost. Ginck ser beswarlick dar domene Schregardus ock bij war met noch een meyster Pitter Vanij. Mar hebe, Godt lof, de saeke selves geredt. Lag het kyndt in de rechter side, ser wonderlick. 3-0
In het kohier van 1703 vinden we Bij de Dragers Piep deze Sijtse Jochums, een wagenmaker.
Toevallig had ik nog aantekeningen uit de Protocolboeken Nedergerecht Oostdongeradeel waarin onder inv.nr. 103 (vroeger M7) Sijtse Jochums, in Altena, als verkoper van een huisinge, wagenmakerij en gereedschap staat vermeld. In 1713 verkoopt hij dit aan Jan Jochums, van Bornwird, en Saapke Ijsbrants (fol. 107). In DTB nr: 194, 1681 – 1700 vinden we de vermelding: Bevestiging huwelijk van 15 september 1695, Dokkum, Sijtse Jochums, Hantum en Jancke Martens, Holwerd.
Met ‘meyster Pitter Vanij’ wordt de chirurgijn Pieter (Pijtter) Alma uit Ee (1648-1721) bedoeld. Dit blijkt uit aantekeningen van de oud-bezitter van het Schrader manuscript, de vroed- en heelmeester Jan Jans Kiestra uit Ee.
Dominee Schregardus was de bekende Henricus Schregardus (ca. 1636-1702), die tevens medisch doctor was. Het moet er dus ernstig hebben uitgezien.

Pytter Lieuwma

1699 den 4 ocktober ben geropen bij de stadtsroper Pitter Ludema sijn vrouw Hiltie. Een sware geborte en seer wonderlick. Qwam gedurig met sijn oogen vor de gebort. In een moment weer in een ander gestalte, dan recht dan terstont weer qwalick. Het was of het vlogt int ligam, dat mij noyt so een geborte is vorgekom(e)n. Dar bij was de vrouw seer onverduldig. Ick most har dry mal op het hooft setten om het so van achteren te keeren. Als sey dan weer op haar platz sat, was het alweer verkerrt. Most ick het kint al stande vorover het so van achteren uyt haalen. Hade schir nit gedacht dat het kint konde levendig gebleven heben, mar Godes werrcken sijn ondergrondelick. Het kint en de moeder frys en wel. Ick gaf het over, mar wilden mij nit missen. Hylen de dör int sloet en most well. O Heere, bewar alle menssen.
Het betreft hier een kind van stadsomroeper Pytter Lieuwma, die blijkens de website van Fred Boer over de familie Lieuwma (zie rubriek Links) Dieuke moet zijn. Ze werd 4 dagen na de geboorte gedoopt: Dieuke Pytters LIEUWMA, gedoopt(nh) te Dokkum 8-10-1699. Pytter Lieuwma trouwde te Dokkum op 6-11-1687 met Hiltje Jacobs SYTSMA, gedoopt te Dokkum 27-3-1664, dr. Jacob Auckes en Rinske Folkerts. In 1703 woonden ze in de Koningstraat.

Ate Sjolles

Op pagina 121:
(1734) den 27 dito (1710) bij Aate Schoyeles brouwer sijn wiff. En har dor des Heeren seegen 2 dochters gehalt. Het erste qwam sittende met sijn ersin vor. Brack het waater van het ander vort. Presenterde hem met sijn rugge. Most nae de voote sooken. Kreg dy met grotte muyt. Doch dor des Heeren gutheit ginck noch well vor muder en kint. Het betreft hier de brouwer Ate Sjolles, van wie in het Genealogysk Jierboekje 1993 ook een wapen staat afgebeeld.Burgerwapen Ate Sjolles
In 1703 woont hij met zijn gezin in Dokkum maar hij trouwt in Metslawier met Antje Jackles op 3 januari 1697, omdat beide ook afkomstig zijn van Metslawier.

Jelte Ages

Den 9 desember (1709) bij Jelte Aages brouwer sijn wiff Janke. Een soon, nae datt 2 dagen het waater all weeg war. En ginck don heel geluckig en wel.
Aages Ielte-brouwer-1709 Ianke 205 234. In de DTB vinden we:
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1709 DTB nr: 195, 1700 – 1722
Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 februari 1709, Dokkum. Man: Jelte Ages, geboren te Harlingen. Vrouw: Janke Sipkes
Gestandaardiseerde namen: JELTE AGES en JANKE SIPKES

1726 den 3 augustus butten de Alsemport Reyner de smit sijn wijff Antie. Haar 2 soonen gehalt. Het erste qwam well, het twede konde het dicke waater vlys schir nit brecken, so dick. Kreg en sogt de voeten, kerde met grotte moyte, de hackies na boven. Kreg het met groete moyte noch levendig. Ser grotte sware kinders. Met een groet vloet. De naegebort vast. Mar alles noch wel vor de moeder. 3-11
Dit moet wel de doop van de tweeling zijn, maar vreemd genoeg heet de vader Pier (Reyner zal dus een transcriptiefout zijn)!
Oostdongeradeel, doopjaar 1726. Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Dirk. Gedoopt op 4 augustus 1726 in Aalsum. Kind van Pier Hessels en niet genoemde moeder. Opm.: Mr.smid buiten de Aalsumerpoort; tweeling.
Oostdongeradeel, doopjaar 1726. Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Johannes. Gedoopt op 4 augustus 1726 in Aalsum. Kind van Pier Hessels en niet genoemde moeder. Opm.: Mr.smid buiten de Aalsumerpoort; tweeling.
Trouwregister Hervormde gemeente Ternaard, 1713. DTB nr: 762, 1612 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 26 november 1713, Ternaard. Man: Pier Hessels, Ternaard. Vrouw: Antje Salves, Ternaard.

(1a) Anni 1693 den 9 januwary morgens ten 5 uren ben ick bij Jan Wobbes vrauw gehalt, Pitie. En heb har dor Goedes genaede enn hulpe van een jonge son verlost, twelck met syn angesicht nae boven qwam em de naegeborte vast saet. Hebbe dy losgepelt en is alles vor moeder en kynt geluckig ofgelopen. De naeme des Heeren sij geloft enn gedanckt. 2-2
(1b) 1693 den 9 januwar op de myden tot Hallum gehalt bij Jan Wobbes vrouw Pit.
Ferwerderadeel, doopjaar 1693. Hallum, Doop Herv. gem. 1750-1811. DTB: 234. Dopeling: Ype. Gedoopt op 15 januari 1693 in Hallum. Kind van Jan Wobbes en niet genoemde moeder.
Trouwregister Hervormde gemeente Hallum, 1690. DTB nr: 235, 1617 – 1699. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 4 mei 1690, Hallum. Man: Jan Wobbes, Hallum. Vrouw: Pyttie Sypts, Hallum.

1693 den 14 mey morgens ten 3 uren ben ick tot Merum gehalt bij Ebbe Wagemackers vrauw. Enn hebbe har morgens ten fief uren onder den segen des Allemachtigen verlost van een kyndt van seven manden. Halde wel een halve emmer waetter bij har. Doch is ales, Goedt lof, geluckig afgelopen. Godt allene de ehre. 3-6
Ferwerderadeel, doopjaar 1693. Marrum en Westernijkerk, Doop Herv. gem. 1639-1811. DTB: 239. Dopeling: Jeppe. Gedoopt op 14 mei 1693. Zoon van Abe Hotses en niet genoemde moeder.

(11) 1693 den 8 september ben ick tussen Sunt Anna Progigi enn Vrauwenkerk gehalt bij Affken Hermen Romkes sijn vrauw enn har een jonge dochter gehalt. Mar war het erste all besturt. Is als well. De Herre sij van mij gedanckt enn gepressen. 4-19
Trouwregister Hervormde gemeente Vrouwenparochie, 1686. DTB nr: 127, 1597 – 1725. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 27 maart 1686, Vrouwenparochie. Man: Harmen Romckes, Vrouwenparochie. Vrouw: Aafke Scheltes, Vrouwenparochie.

(2360) 1729 den 25 januwary dengesdag bij Teirck Jans Backer sijn wiff Catharina. Een soon met een dochter, bijde onrechtverdig. Kerde se beyd hastig en hallde se. En alles wel. 4-
Dokkum, doopjaar 1729. Dokkum, Doop Herv. gem. 1674-1730. DTB: 186. Dopeling: Fedrick. Gedoopt op 26 januari 1729. Zoon van Tjerk Jans en niet genoemde moeder.

(2380) 1729 den 14 mert gehalt des nachtes tot Hantum bij domene Brugmans vrouw Pitternelletie. Bevont dat het waatter all weg war int bett. Tallemde noch tot nae de midags ten twe uren. Ginck int lest noch heel swar. Een grot swar kint. Een soon. Alles well. 7-10
Westdongeradeel, geboortejaar 1729, doopjaar 1729 Hantum, Hantumhuizen en Hantumeruitburen, Doop Herv. gem. 1710-1811. DTB: 753. Dopeling: Georg. Geboren op 14 maart 1729 in Hantum. Gedoopt op 27 maart 1729 in Hantum, Hantumhuizen, Hantumeruitburen. Zoon van Pibo Brugmans en Petronella Wiersma. Opm.: Vader: Predikant.
Het grote zware kind, Georgius Brugmans, werd later medisch doctor en burgemeester en komt voor in de Civiele Sententies in 1780 en 1790.

Vreemd genoeg vermeldde vrouw Schrader de volgende bevalling 2 maal, met enige verschillen:
(2626) 1732 den 6 merrt bij Cornelis Jans herrbergir, sijn wiff Grittie Minnes. Bevont dat het waater all weg war. Satt met sijn schamelheit vor de geborrte. En war seer prickolös om het kint te redden. Doch met veel omsigtigheit holp het eyndelick uyt de geborrte. Schickte het met sijn billeties vor. Kreg het dubelt. Ick brack een twede waater en halde vort nog een twede kint. 2 Brave soonen. Alles well.
(2626) 1732 den 6 merrt dondag bij Cornelis Jans stovenkoper schutemacker sijn Grittie Minnes [...]ne Sibes dochter. Bevont dat het waater al weg was ent kint met sijn ersie op de sijde. Schickte het tot de geborrte, mar sijn sackie satt lange in de geborte. Hade dar veel muyte mee. Qwam noch reedelick well. Een soon. Het twede brrack ick het waater. En qwam het twede hastig en recht tot de gebort. 2 Brave jonges. 4-4.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1731. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 22 april 1731, Dokkum. Man: Cornelis Jans, Joure. Vrouw: Grijttje Minnes Donga, Dokkum.

(2821) 1734 den 6 september bij Zirrick Ydes Gronlandsvarder, sijn wif Antie. Hadde een seer sware verlosinge, omdat het kint een seer swaar hooft en breet van schouwders war. Konde nit schir geboren worden. De Heere gaf mij meer alls gemene chragten, so dat het dor Godes wonderwerrck nog geluckte. Alles well vor moeder en kint.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1724. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 25 juni 1724, Dokkum. Man: Sierk IJdes, Dokkum. Vrouw: Antje Hansen, Dokkum.
Tussen 1726 en 1735 staan 7 dopen van kinderen van dit echtpaar in Dokkum geregistreerd, echter geen in 1734. Dit doet vermoeden dat het kind toch snel overleed.

(2809) 1734 den 21 april bij Anderis, schlagter op de Streek, Hinne Faaber haar dochter Catharina. Bevont een scheeve baarmoeder. Sat het kint in de sijde seer vast ingedrongen. En hade het swaar met de baarende er ick het los kreg. En most ick boven mijn natuer arrbeyden. En seer schrickelicke baaringe. Doch alles nog geluckig vor moeder en kint. O Heer, lof en danck.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1732. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 9 maart 1732, Dokkum. Man: Andrijs Johannes, op de streek even buiten Dokkum. Vrouw: Catrina Haijes Faber, Dokkum.

(2594) 1731 den 13 frijdag aven ben ick gehalt bij Jan Lambers schuytevarder sijn Bauwkie. En hebbe met haar doende tot maandags morgens gewest en alle middelen angewent, mar was nit te helpen. En durde 3 etmal. Most eyndelick met de haack dor Frans Berrgen gehalt worden, dy dar seer veel werrck me hadde. Konde het schir niet magtig worden. Sat vast met de ellebog achter het ysben. Most de arrem brecken en het hooft openen en soo grotte vorsse doen om het magtig te worden. Een grootte doode dochter. De vrouw vart well. O Heer, bewar mij doch in tokomende vor sulcke ontmoetinge. 6-
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1730. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 november 1730, Dokkum. Man: Jan Lammerts, Dokkum. Vrouw: Baukjen Bartels, Dokkum.
Met Frans Berrgen wordt chirurgijn Johan Fransbergen of Fransberger bedoeld die tot 1737 in Dokkum leefde. Hij werd rond 1682 geboren in Baden-Württemberg, Duitsland.

(2596) 1731 den 18 ocktober bij Pitter Derckx varensgesell, sijn wif Rickst. Bevont dat het een scheeve baarmoeder en vast gesloeten baarmoeder [was]. Ick vorsag een sware verlosinge. Ick most met mijn vingers tot het leste to rumte maeken. En ginck seer swar to. En hade dar een schrick van arrbeit me, tot het lesste to. Een groot swar kint. De Heere sij gedanckt. Moeder en kint sijn beyde wel.
Dokkum, doopjaar 1731. Dokkum, Doop Herv. gem. 1727-1772. DTB: 190. Dopeling: Yttje. Gedoopt op 28 oktober 1731. Dochter van Pytter Dirks en niet genoemde moeder. Opm.: scheepstimm.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1731. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 januari 1731, Dokkum. Man: Pijtter Dirks, Dokkum. Vrouw: Rigtsje Roelofs, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: PIETER DIRKS en RIKSTJE ROELOFS.

(2653) 1732 maandag avent [26 mei] ben butten de Hansporrte gehal[d] bij Woopke Mellis een schuytemacker sijn wiff Cey. Bevont het met sijn rugie scheef, met het eene bill vor de geborrte qwam. Brocht het met de voeten vor. Hadde ick en sij het swar, will het hofft swar, volgde. Doch alles well. Een soon.
Dokkum, doopjaar 1732. Dokkum, Doop Herv. gem. 1730-1772. DTB: 187. Dopeling: Jacob. Gedoopt op 2 juni 1732. Zoon van Wopke Melles en niet genoemde moeder.
Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, 1720. DTB nr: 528, 1680 – 1811. Vermelding: Huwelijksbevestiging elders van 20 mei 1720. Man: Wopke Mellis, Sibrandahuis. Vrouw: Froukje Clasis, Aalsum. Gestandaardiseerde namen: WOPKE MELLES en FROUKJE KLASES.

(2978) 1740 den lesten feberwary Vastelavens avent tot Betterwerrt gehalt bij Binne Martens boer sijn wijf Titzke. Bevont datse well een weeck sullcken rijdinge met sulcken schudinge [had] dat men verbaast stont. En het vorrderde nit en wyrde nae elcke vlaag weer opgetrokken, tot het eyndelyck luckte. En was het kint so wonderbaar bestrengt, de arrmen enn beenen an mallkander gestrickt in een ronde kloet doen om de ruge geslinger om de hals. Nae de verlossinge ginck de hu[v]eringe en bevinge over. Een soon. En moeder en kint well. Van haar 5 gul[den]. Van Ietke Moy 22 stu[iv]er. 6-2
Trouwregister Hervormde gemeente Akkerwoude-Murmerwoude, 1724. DTB nr: 158, 1706 – 1810. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 9 januari 1724, Murmerwoude. Man: Benne Martens, Murmerwoude. Vrouw: Tjietske Baukes, Betterwird. Gestandaardiseerde namen: BINNE MARTENS en TJITSKE BAUKES. Binne Martens was een rijke doopsgezinde boer. En dan te bedenken dat vroedvrouw Schrader in 1740 al 84 jaar oud was !

Voorbeelden uit de index, die niet allemaal in de boekversie beschreven staan:

Adema Piter Schurt, bakker 1702- Gertruij 100. Het betreft hier het volgende echtpaar:
Trouwregister Hervormde gemeente Metslawier Niawier, 1699 DTB nr: 538, 1658 – 1723
Vermelding: Attestatie afgegeven 23 november 1699, Metslawier Niawier. Man: Pytter Sioerds Adema, Leeuwarden. Vrouw: Geertruit Christianus Vetter, Schiermonnikoog NB: getrouwd te Dokkum
Gestandaardiseerde namen: PIETER SJOERDS en GEERTRUIDA CHRISTIAANS

Aales Sacke Bornwerd 1706- Pittie(Tittie)116 196 222. Een vermelding in de DTB:
Trouwregister Hervormde gemeente Hantum Hantumhuizen Hantumeruitburen, 1684 DTB nr: 752, 1643 – 1710
Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 maart 1684, Hantum. Man: Saecke Ales, Tietjerk. Vrouw: Pytje Douwes, Brantgum. NB: Beide waren voorheen woonachtig te Hantumeruitburen
Gestandaardiseerde namen: SAKE ALLES en PIETJE DOUWES. De datum van trouwen en geboorte liggen wel wat ver uit elkaar dus blijft er nog wel enige twijfel over de juistheid bestaan.

Abol groenlandsvaarder 1731- Trintie 392
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1724 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 13 februari 1724, Dokkum Man: Abel IJpes, Dokkum Vrouw: Trijntje Gaitsses, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: ABEL IEPES en TRIJNTJE GATSES

Aadama Piter-advocaat 1705- Altie 151 180 220 250
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1704. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 26 oktober 1704, Dokkum. Man: Petrus Adama, Dokkum. Vrouw: Aaltje Minses Wieringa, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: PETRUS en AALTJE MINSES. NB: hij is Procureur Postelant voor het Gerecht der stad.

Aates Tiallinck schoenmaker 1700- Claske 63 88 112 135 163 184 214 254 323
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1699. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 januari 1699, Dokkum. Man: Tjalling Ates, Dokkum. Vrouw: Claaske Thijssen, Franeker. Gestandaardiseerde namen: TJALLING ATES en KLAASKE TIJSES.

Aate op de lijnbaan 1736- Schurtie”mag lekker beetjes” – dochter van Antiemelk 499
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1731. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 oktober 1731, Dokkum. Man: Ate Willems, Dokkum. Vrouw: Sjoerdje Hendriks, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: ATE WILLEMS en SJOERDJE HENDRIKS.

Aarens Ian korfmaker 1732- Rimke(Rikst)dochter van “Blauwe Aagt” 410 426 509
Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1731 DTB nr: 177, 1730 – 1760. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 september 1731, Dokkum Man: Jan Arents, Dokkum Vrouw: Rixtje Dirx, Dokkum. NB: beroep bruidegom: meester korfmaker. Gestandaardiseerde namen: JAN ARENDS en RIKSTJE DIRKS.

Adels Ian,kousenbreier-wolkammer 1702- Mencke 97 (zelfde als Adelf?)
Adelf,wolkammer 1706- Mencke 154.
Burgerwapen Jan Adels, wolkammer
In Genealogysk Jierboek 1993 wordt bij zijn burgerwapen gemeld dat hij ook burger luitenant was. Woonde in 1699 bij de Waag in Dokkum. Hertrouwde op 18 feb 1722 met Grietje Jelles uit Oosternijkerk.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1694. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 30 september 1694, Dokkum. Man: Jan Arelts, Riemers (Oost Friesland). Vrouw: Mincke Minnes, Dokkum.

Aarijan Foudgum 1700- Titie 72
Trouwregister Hervormde gemeente Foudgum Raard, 1688 DTB nr: 751, 1663 – 1808. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 januari 1688, Raard. Man: Arjen Henricks Tamson, Dokkum. Vrouw: Tytje Seerps, Foudgum.

Alte vroedsman 1730- Wipkie(d.v.Piter Doma) 361
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1729. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Derde proclamatie van 1 januari 1729, Dokkum. Man: Sybren Klaasen Alta. Vrouw: Wijbrigje Doma. NB: hij is schoenmaker.

Annes Eelke houtkoper en burgemeester 1727- IJtie 307
Dit moet de op 18 mei 1727 te Dokkum gedoopte Anne zijn.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1713. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 16 juli 1713, Dokkum. Man: Eelke Annes, Dokkum. Vrouw: Ytje Binnes, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: EELKE ANNES en IETJE BINNES. NB: hij is houtkoper.

Anne houtkoper 1701- Seske 78
Dit moet de op 13 maart 1701 te Dokkum gedoopte Rienk zijn.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1697. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 september 1697, Dokkum. Man: Anne Eelckes, Metslawier. Vrouw: Seeske Bootes, Holwerd. Gestandaardiseerde namen: ANNE EELKES en SEESKE BOTES NB: weduwe van Jan Fetses
Van houtkoper Anne Eelkes is overigens een testament bewaard gebleven. Hij trouwde maar liefst 5 maal ! R.S. Roarda gaf een transcriptie (gedeeltelijk in het Fries) in Nammen fan Dokkumers ut earder tiid (1954). De kinderen van Anne Eelkes en zijn zoon Eelke Annes (Houterus) komen voor op de genealogische website van ons lid Klaas Jansen.

Apelonia schippersknecht 1711- 225 252
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1710 DTB nr: 195, 1700 – 1722 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 juni 1710, Dokkum Man: Dirk Gosses, geboren te Wartena Vrouw: Appellonia Jakobs, geboren te Dokkum .Gestandaardiseerde namen: DIRK GOSSES en APOLLONIA JAKOBS.
of:
Trouwregister Hervormde gemeente Anjum, 1707 DTB nr: 532, 1693 – 1810 Vermelding: Ondertrouw van 19 november 1707, Anjum Man: Gerben Jakobs, Anjum Vrouw: Aplonia Wouters, Leeuwarden. Gestandaardiseerde namen: GERBEN JAKOBS en APOLLONIA WOUTERS

Auwke Henderick hovenier van mijnheer Etsema 1704- Margarite 123 130 144 156
Trouwregister Hervormde gemeente Anjum, 1700. DTB nr: 532, 1693 – 1810. Vermelding: Ondertrouw van 30 november 1700, Anjum. Man: Hendrik Aukes, Anjum. Vrouw: Grietje Jans, Anjum. Gestandaardiseerde namen: HENDRIK AUKES en GRIETJE JANS.

Balling boer Wetsens 1739- zijn vrouw d.v. schoolmeester Gerben Benedictus 518 540
Trouwregister Hervormde gemeente Metslawier Niawier, 1733 DTB nr: 539, 1724 – 1810. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 13 december 1733, Niawier. Man: Balling Klaases, Niawier. Vrouw: Hiltje Gerbens, Niawier. Gestandaardiseerde namen: BALLING KLASES en HILTJE GERBENS.
Oostdongeradeel, doopjaar 1739. Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Klaas. Gedoopt op 3 mei 1739 in Wetzens. Zoon van Balling Klases en niet genoemde moeder. Dat de moeder Hiltje echt een dochter van Gerben Benedictus is bewijst deze doopakte:
Oostdongeradeel, doopjaar 1713. Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Hiltie. Gedoopt op 5 maart 1713 in Aalsum, Wetzens. Dochter van Gerben Benedictus en niet genoemde moeder.

Aijluwa, Hessel Douwe van -, Grietman van Oostdongeradeel 1730
Bouwina van Bormania 330 367 415 434 493 .Holwerd: 507
Trouwregister Hervormde gemeente Ternaard, 1729. DTB nr: 762, 1612 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 8 mei 1729, Ternaard. Man: Hessel Douwe Ernst van Aylva. Vrouw: Bauwynia van Burmania, Groningen. NB: hij is grietman van Westdongeradeel en mede-gecommiteerde van de Provinciale Rekenkamer van Friesland, zij is freule.

Banga burgemeester 1698- Derckie 40
Banga, Henderick Sapes -, burgemeester 1701- Henderickie 75
Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1682. DTB nr: 174, 1667 – 1686. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 6 augustus 1682, Dokkum. Man: Hendrick Sapes Banga, Dokkum. Vrouw: Hendrickje Dircks Broersma, Sneek. NB: burger vaandrig.

Basun Egbert organist-boekverkoper 1696- Rolina 12 32 61 80 119 (Egbert Basunik ondertrouw te Groningen 17 juni 1693 met Roelina Konings, zie Genealogysk Jierboekje 1993)Burgerwapen Egbert Basunik

Becker Gerit sersier 1730- Sara(d.v. Ian Caspers) 359 387
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1728. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 december 1728, Dokkum. Man: Gerrit Bekker, Dokkum. Vrouw: Sara Jans Dijkstra, Dokkum. NB: hij is chercher op het Gemaal.

Benedictus Gerben schoolmeester Wetsens(zie Balling) 1711- Ianke 225
Trouwregister Hervormde gemeente Metslawier Niawier, 1697 DTB nr: 538, 1658 – 1723. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 mei 1697, Metslawier. Man: Gerben Benedictus, Niawier. Vrouw: Gryetie Pytters, Niawier. Gestandaardiseerde namen: GERBEN BENEDICTUS en GRIETJE PIETERS.
Deze in 1711 geboren dochter overleed snel, waarna in 1713 wederom een Hiltje Gerbens werd gedoopt (zie hierboven !)
Oostdongeradeel, doopjaar 1711. Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Hiltie. Gedoopt op 29 maart 1711 in Aalsum, Wetzens. Dochter van Gerben Benedictus en niet genoemde moeder. Opm.: kind overleden.

Boltie lan Gosse scheepstimmerman 1728- Elske 339
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1717. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 21 februari 1717, Dokkum. Man: Jan Gosses Boltje, Dokkum. Vrouw: Elske Goitses, Dokkum.

Douwe brouwer aan de Bonte brug 1704- Gertie 134 180
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1703. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Attestatie afgegeven 18 november 1703, Dokkum. Man: Douwe Kornelis, geboren te Harlingen. Vrouw: Gertje Reitses, geboren te Ee. Gestandaardiseerde namen: DOUWE KORNELIS en GEERTJE REITSES.

Douwes Willem brouwer en burgerluitenant 1724- Trintie 269
Douwes Willem brouwer en hopman 1727- Ninke Pirs 303
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1723. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 december 1723, Dokkum. Man: Willem Douwes, Dokkum. Vrouw: Trijntje Piers Hoornsma, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: WILLEM DOUWES en TRIJNTJE PIERS.
Dokkum, doopjaar 1724. Dokkum, Doop Herv. gem. 1674-1730. DTB: 186. Dopeling: Douwe. Gedoopt op 31 mei 1724. Zoon van Willem Douwes en niet genoemde moeder. Opm.: vroetsman.

Duckele (Doekele Zwaanhals) Groenlandsvaarder 1730- Gertie 366 404
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1728. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 14 november 1728, Dokkum. Man: Doeke Sijtses, Dokkum. Vrouw: Gertje Pijtters, Dokkum.

Douwes Liwe schoenmaker 1704- IJnke(Intie) 110 166 140 187 209 231-a 256
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1702. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 8 januari 1702, Dokkum. Man: Lieuwe Douwes, Dokkum. Vrouw: IJmke Romkes, Stiens. Gestandaardiseerde namen: LIEUWE DOUWES en IEMKJE ROMKES.

Douwes Reitze menistenpreker 1701- Siw 86
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1689. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Derde proclamatie van 21 juli 1689, Dokkum. Man: Reijtse Douwes, Dokkum. Vrouw: Sjuwke Wijtses, Bornwerd. Gestandaardiseerde namen: REITSE DOUWES en SIEUWKE WIETSES.

(2135) 1725 den 24 maart tot Aalsem bij domene Colomba sijn vrouw Veetie gewest en haar een dochter gehaalt. Heel spoedig. 9-:
Aalsum en Wetsens, Doop Herv. gem. 1680-1811. DTB: 527. Dopeling: Trijntje. Gedoopt op 25 maart 1725 in Aalsum. Dochter van Joannes Columba.
Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, 1722. DTB nr: 528, 1680 – 1811 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 5 juli 1722, Aalsum. Man: Joannes Columba, Aalsum – Wetsens. Vrouw: Fettje Ynia, Dokkum. NB: ds.

(2177) 17 november bij Laas Torfmeeter sijn wijf Gebke Vinck. Den 18 dito 2 soonen gehalt. Beyde recht, doch een sware geborte. 2-10: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1722 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 februari 1722, Dokkum Man: Laas Sijtses, Dokkum. Vrouw: Gepke Klaasen Vink, Dokkum. NB: beroep bruidegom: turfmeter.

(2180) 1725 den 13 desember donderdag bij Aryen lertouwer sijnde Jan Stap of Antie Moys son in de houwtwinkel sijn wif Hyck. Har een dochter gehalt. Qwam met de vooeten. 2-10: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1725 DTB nr: 196, 1722 – 1743 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 18 februari 1725, Dokkum. Man: Arjen Hendriks, Dokkum. Vrouw: Hijlkje Huiberts, Dokkum. NB: beroep bruidegom: leertouwer.

(2198) 1726 den 23 donderdags bij Derrck Hanye, sijnde een sersier, sijn wijf Antie Born. Een dochter. Was den uterus seer gevorseert. : Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1725 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 15 juli 1725, Dokkum. Man: Dirk Hanja, Dokkum. Vrouw: Antje Born, Dokkum. NB: beroep bruidegom: havencherger.

Anderis Pir trekschipper 1730- Angenit 361
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1729. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 3 augustus 1729, Dokkum. Man: Pier Andries Hillema, Dokkum. Vrouw: Angenieta Sijtses, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: PIER ANDRIES en AGNIETJE SIETSES. NB: hij is timmerman.

Berryhover Antonis koopman in vlas kousen wol 1732- Margaritie Brant 399
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1729. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 juli 1729, Dokkum. Man: Antonij Berkhouwer, Leeuwarden. Vrouw: Margarieta Brands, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: ANTONIUS en MARGARETA BRANDS. NB: hij is koopman.

Douwes Anderis trekschipper 1698- Hanna 43
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1694. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 18 maart 1694, Dokkum. Man: Andries Douwes, Morra. Vrouw: Johanna Johannis, Dokkum.

(3052) 1743 den 6 augustus dinges daags ben gehalt bij Clas Smeedam teekoper en ijsercramer sijn vrouw Anna Margreta Willeman.: Trouwregister Hervormde gemeente Paesens, 1742 DTB nr: 544, 1712 – 1810 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 oktober 1742, Paesens. Man: Claas Smedema, Dokkum. Vrouw: Anna Margaretha Wilman, Paesens.
Anna verloor bij de bevalling het leven, waarna Claas hertrouwde:
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1745 DTB nr: 197, 1743 – 1755 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 21 maart 1745, Dokkum. Man: Claas Smedema, Dokkum. Vrouw: Sara Halbertsma, Dokkum. NB: beroep bruidegom: koopman.

(1831) 1711 den 16 jully tot Wetsens gehalt bij Chlas Jans sijn wijf, dar Teyrtie de vroetvrouw gewest war. En haar verlost vant kint. Ick wirde gehaalt en visenterde haar. Bevont dat den endeldarrem seer gevorsert, swart en onstecken den utterus. En haalde met mijn hannt verscheyden stucken van de naegeborte. De vrouw was als in doodlicke nooet en ofse baaren nooet hade. Don ick haar van het naegeblevene verlost hadde, settede met mijn hannt van bynnen, bracht de baarmoeder op sijn platz en spoytede de vrouw met tincktur van Franse wijn, darin gestotten mirre en aaluwe was. En vortz een cataplasma. En hylt don de pine daadelick op. De vrouw gesont en wel herrstelt.

(1250) 17006 den 1 augustus ben geropen bij Pybe Jans metselar sijn wif Lisken, dy vorof vir mal een ser groete vloet gehat hadde. De virde mal. Ondersogt har. Bevont de naegeborrt vastgegroyt vor het kint. De vrouw was butten kennise ter doodt flauw. Ick ordenerde dat de vrouw verlost most worden, mar ick willde een dockter bij mij hebben. Sij hadde gen arrbeyt. De dockter seyde hey souw haar wat ingeven om aarbeit te macken. Ick seyde, dat most nit weesen, dardor souw de vloet nog swarder worden; ick souw haar sonder arrbeit verlossen. Het welck den dockter wonderlick scheen. Ick seyde, het kint waar doodt. Hey hyl stande dat het levede. Ick schickt de naegeborrte naedat ick se losgemackt hade an eene kant, sogt nae de voeten en haalde het terstont tot beschaminge van dockter Eysma, dy vast staande hylt dat het kynt levede. En het was al geheel ant rotten. Het fell ginck over all of. Dat ick haar so sonder arrbeit konde verlossen komt soo in soo een geleegentheit soo bennen dy parrtien dor de lange durende vloet heel slutz en handelbaar, het wellck anders nit souwde konnen geschieden. En moet dan sonder uytstel de vrouw verlost worden. De doodt is dan naebij. Indin ick dit nit an dese vrouw gedan hadde, sey souw gen hallef ur meer geleft hebben, dar sij nog wel 30 jaar darna geleft heft. Sij lag wel een daag met een nacht sonder kennise. De dockter gaff haar een hertsterkinge in en kreg mettertit haar chragten weer. In Dockum, Godt allene de ehre.
Burgerwapen Piebe Jans, metselaar
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1696. DTB nr: 194, 1681 – 1700 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 maart 1696, Dokkum. Man: Pijbe Jans, Dokkum. Vrouw: Liefke Michiels, Dokkum.

Ebes Clas Betterwird 1700- Hijltie 65 105 118 160 183 245
Trouwregister Hervormde gemeente Hiaure Bornwird, 1693. DTB nr: 754, 1666 – 1772. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 16 november 1693, Bornwird. Man: Claas Aebes, Betterwird. Vrouw: Hiltia Sypts, Raard.

Ebbes schoolmeester Oude Zijl 1693- Martie 1
Trouwregister Hervormde gemeente Vrouwenparochie, 1684. DTB nr: 127, 1597 – 1725. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 december 1684, Vrouwenparochie. Man: Aebe Auckes, Oudebildtzijl. Vrouw: Maertie Gerryts, Oudebildtzijl. NB: Hij is schoolmeester; geboren te Sint Jacobiparochie.

Edse schipper 1703- Zitske 112
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1691 DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 8 februari 1691, Dokkum. Man: Edse Harmens, Leek. Vrouw: Sytske Alberts, Dokkum.
Dit betreft de volgende geboorte: Dokkum, doopjaar 1703. Dokkum, Doop Herv. gem. 1682-1727. DTB: 189. Dopeling: Sijtske. Gedoopt op 18 april 1703 in Dokkum. Dochter van Edse Harmens en niet genoemde moeder.

Egbert visser(“Egbert Klungel”)op de singel 1729- Bar de Beer 357
Vermoedelijk: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1725. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 april 1725, Dokkum. Man: Egbert Beerns, Dokkum. Vrouw: Barber Rinderts, Dokkum.

Egeles Fede Oostrum 1704- Nin 129
Trouwregister Hervormde gemeente Hiaure Bornwird, 1692. DTB nr: 754, 1666 – 1772. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1692, Hiaure. Man: Fedde Igles, Hiaure. Vrouw: Jans, Metslawier. NB: gegevens deels weggesleten.

Egeles Iackop Foudgum boer 1741- Antie 531 543
Trouwregister Hervormde gemeente Foudgum Raard, 1738. DTB nr: 751, 1663 – 1808. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 16 maart 1738, Foudgum. Man: Jacob Igles, Foudgum. Vrouw: Antje Cornelis, Ternaard.

Eijsma Cornelis dokter 1701- Tiamke 84 97 128 231 Burgerwapen Cornelis Eisma, dokter
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1700. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 29 september 1700, Dokkum. Man: Kornelius Eisma, Dokkum. Vrouw: Tjamke Boukes Unia, Stiens.

Feicke over de Ee 1697- Hittie 37 Trouwregister Hervormde gemeente Ternaard, 1690
DTB nr: 762, 1612 – 1811. Vermelding: Derde proclamatie van 23 februari 1690, Ternaard. Man: Feike Ites, Ternaard. Vrouw: Hittje Bokkes, Ternaard. NB: Hij is mr. Smid; met attestatie naar Ee.

Feijcke(“Kleine Feicke”) buiten de Hanspoort 1696- Trintie 10 18. Trouwregister Hervormde gemeente Waaksens Brantgum, 1688. DTB nr: 764, 1654 – 1810. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 6 mei 1688, Brantgum. Man: Feicke Joannis, Brantgum. Vrouw: Trijntie Jouws, Ferwerd.

Filander executeur 1727- 308: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1715 DTB nr: 195, 1700 – 1722 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 juli 1715, Dokkum. Man: Filander de Baron, Dokkum. Vrouw: Trijntje Popkes Posthuma, Dokkum.
Quotisatiekohieren 1749: wed. Philander Baron, Dokkum. Wijk: Klein Breedstraatster espel. Omschrijving: executeurs weduwe. Gezin volw: 2. Aanslag: 11-9-0. Bron: Dokkum, fol. 38.
In de bijlagen van de Civiele Sententies, door de onvolprezen R.S. Roorda verzameld, wordt Filander op 43 jarige leeftijd in 1730 genoemd in portefeuille/dossier 551-23.
Philander de Baron was van Indonesische afkomst en staat afgebeeld als bediende op een schilderij van G. Wigmana uit 1697 in het stadhuis van Dokkum. Hij moet dan ca. 10 jaar oud zijn geweest. Op het schilderij zou ook tsaar Peter de Grote staan afgebeeld.
Detail schilderij met Filander de Baron<

Jans Gerit koopman-grootschipper op Hamburg 1725- Maijke 280 294 331 383 422 501 519: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1723 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 17 januari 1723, Dokkum. Man: Gerrit Jansen Tal, Dokkum. Vrouw: Maike Isaaks, Dokkum (zie ook Gen.Jierboekje 1993). Ze kregen in 1727 een drieling (!) waarvan echter maar 1 levend ter wereld kwam: (2292) 1727 den 8 september maandag ben gehalt bij Gerrit Jans grotschiper sijn wif Mayke Isackx. En haar 3 kinderen gehalt. Het erste qwam met sijn rugie vor. Kerde het hastig. Halde het bij de vooeten. Het twede qwam wer qwalick. Kerde het anstons. Was all ant rotten. En was een meysie. Het twede een jongetie en levede. Het errste was ock ant rotten. De orsack sall wesen om dat de moeder een weck a 3 sware koorsen hadde gehat een doodelicke benauwtheden hadde uytgestan. Mar een geluckige verlosinge en vortz een gesonde cram. O Heere, Uwen naam sij dar vor lof en danck geseit.

Clasen Aale wortelkoper Ternaard 1711- Antie 232 464
Trouwregister Hervormde gemeente Ternaard, 1709 DTB nr: 762, 1612 – 1811. Vermelding: Derde proclamatie van 28 april 1709, Ternaard. Man: Ale Klaases, Ternaard. Vrouw: Antie Tjipkes, Ferwerd. NB: Gehuwd te Ferwerd Gestandaardiseerde namen: ALLE KLASES en ANTJE TJEPKES.

Iogem-schoenlapper 1696- Renske 10: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1696 DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 12 januari 1696, Dokkum. Man: Jochem Dircks, Hallum. Vrouw: Rinske Swegers, Leeuwarden.

Gelluf varensgezel z.v. Louw Pompes, niet thuis”doch naar Groenland” 1727- Antie 316 362: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1726. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 27 januari 1726, Dokkum. Man: Gerlof Lourens, Dokkum. Vrouw: Antje Lieuwes, Dokkum.

(492) 1700 den 2 Pasdag bij Gerrit vorman sijn wif Ullck. Durde lange. Ginck met schlupende waetter. Doch qwam eyndelick noch ten besten. Een docht[er]
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1691. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 20 september 1691, Dokkum. Man: Gerrijt Tieerds, Damwoude. Vrouw: Uilckien Clases, Dokkum.

(2286) den 29 jully een varensgesel en rogemeters sijn wiff Gesske Reyner Aayckes docher. Een soon. Seer swaar.: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1726 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 15 september 1726, Dokkum. Man: Goijke Johannis, Dokkum. Vrouw: Geeske Reiners, Dokkum.

Hijronimus 1701- Hiltie 83 zie Ieronimus: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1697 DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 november 1697, Dokkum. Man: Jeronimus Fransen, Dokkum. Vrouw: Hiltje Antonius, Dokkum.

Harmen (“Harmen rokjager”) 1706- Stintie 165: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1705. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 18 januari 1705, Dokkum. Man: Harmen Jans, Birdaard of Bredaal. Vrouw: Stijntje Harmens, Dokkum.

Isack “Pickhoren”dekenwever 1731- Dutie 390: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1729 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 16 oktober 1729, Dokkum. Man: Ysaak Martien Alting, Dokkum. Vrouw: Doetje Jans, Dokkum.

Hessman Gerit verver-schilder 1703- Bauwkie Snip 117 154; 1707- Antie 180 194 237 243
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1702. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 17 april 1702, Dokkum. Man: Gerrit Hesman, geboren te Dokkum. Vrouw: Bauckjen Snip, geboren te Dokkum.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1707. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 13 februari 1707, Dokkum. Man: Gerrit Hesman, geboren te Dokkum. Vrouw: Antje Jakobs, geboren te Dokkum.

HesseIs Gerit buiten Hanspoort 1725- Siwke 279 347
Trouwregister Hervormde gemeente Hiaure Bornwird, 1709. DTB nr: 754, 1666 – 1772. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 juli 1709, Bornwird. Man: Gerryt Hessels, Bornwird. Vrouw: Sjucke Jans, Bornwird. Gestandaardiseerde namen: GERRIT HESSELS en SIEUWKE JANS.

Hette wolkammer op de Fetze 1701- Gritie 77
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1700. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 24 maart 1700, Dokkum. Man: Hette Jans, Aalsum. Vrouw: Grietje Tjommes, Metslawier.

Holdinga meester-zilversmid 1707- Feikjen Schregardus 170 186 200 227 250
Burgerwapen Jan Holdinga, zilversmid
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1705. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Attestatie afgegeven 27 december 1705, Dokkum. Man: Jan Holdinga, geboren te Dokkum. Vrouw: Feikje Schregardus, geboren te Dokkum.

Hogacker Teijrck lakenkoper-vlaswinkel 1735- Tetzke 437
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1732. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 21 december 1732, Dokkum. Man: Tjerk Jans Hoogacker, Dokkum. Vrouw: Teetske Douwes Rijmersma, Dokkum.

Iackops Asmes schipper op Schiermonnikoog 1726- Trintie 294 390 510
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1725. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 augustus 1725, Dokkum. Man: Asmus Jakobs, Dokkum. Vrouw: Trijntje Harmens, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: ERASMUS JAKOBS en TRIJNTJE HARMENS.

Ialkes Reitze schoenmaker 1723- Beitske(Bijts) 265 270 299 345 417
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1722. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 2 oktober 1722, Dokkum. Man: Reitse Jalkes, Dokkum. Vrouw: Beitske Dirks, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: REITSE JALKES en BEITSKE DIRKS. NB: hij is mr. schoenmaker.

(“Jakob danser”) 1701- Gebke 80: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1699 DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 29 september 1699, Dokkum. Man: Jacob de Rook (Roeck), Leeuwarden. Vrouw: Gepke Klaasen, Dokkum NB: soldaat.

Ian–meester-wagenmaker 1742- Trintie 536
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1740. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 21 augustus 1740, Dokkum. Man: Jan Tjalles, Dokkum. Vrouw: Trijntje Jacobs Minnema, Franeker. Gestandaardiseerde namen: JAN TJALLINGS en TRIJNTJE JAKOBS. NB: hij is mr. wagenmaker.

Ian–stads-tromslager(“Jan tamboer”) 1732- Beitske 412
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1730. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 5 februari 1730, Dokkum. Man: Jan Jakobs Overhart, Dokkum. Vrouw: Beitske Schieringa, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: JAN JAKOBS en BEITSKE. NB: hij is stads tamboer.

(2627) 1732 den 7 merrt gehalt bij Frerick beesemmacker sijn wiff Trintie. Haar een grotte soon gehalt. 2-2.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1724. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 december 1724, Dokkum. Man: Freerk Jans, Leeuwarden. Vrouw: Trijntje Jans, Dokkum. NB: hij is bezemmaker.

(2641) 1732 frijdag den 18 april bij Danyel meyster knopmacker sijn wijf Ant[ie]. Een swar reys. Een scheeve baarmoder. Durde de geheele nacht. Een dochter. Alles well. 1-8
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1731. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 27 mei 1731, Dokkum. Man: Daniel Jurjens Gromberg, Dokkum. Vrouw: Antje Bottes, Dokkum. NB: hij is meester-knoopmaker.

-1724- Orseltie Schuring 275: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1714 DTB nr: 195, 1700 – 1722 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 juli 1714, Dokkum. Man: Jochem Jans, Dokkum. Vrouw: Orseltje Schuiring, Dokkum.

Ielkes Iepe bierdrager 1700- Antie 62 101 133 Marijke 192
Burgerwapen Jeppe Jelkes (de Jongh), bierdrager
In Genealogysk Jierboek 1993 wordt bij zijn burgerwapen gemeld dat hij op 24 februari 1695 te Dokkum trouwde met Antje Berends, van Dokkum. Ze kochten in 1702 een huis aan de Koningstraat te Dokkum.

Hijronimus 1701- Hiltie 83 zie Ieronimus
Ieronimus 1698- Hiltie visvrouw 44 104 zie Hironimus
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1697. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 november 1697, Dokkum. Man: Jeronimus Fransen, Dokkum. Vrouw: Hiltje Antonius, Dokkum.

Iogems (Jochums) Oude Zijl 1694- Trintie 4
Trouwregister Hervormde gemeente Vrouwenparochie, 1682. DTB nr: 127, 1597 – 1725. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 december 1682, Vrouwenparochie. Man: Cornelis Jans, Hallum. Vrouw: Trintie Jochems, Oudebildtzijl.
In het dagboek wordt regelmatig Oude Zijl/Ouwe Ziel genoemd. Hiermee wordt Oudebildtzijl bedoeld.

Ionas ruiter 1730- Lisbit 360 398: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1728. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 14 november 1728, Dokkum. Man: Jonas Jansen, Dokkum. Vrouw: Lijsbet Willems, Dokkum.

Johannes Eelke schoolmeester-trekschipper-steentjesverkoper 1701- Cornelia Jans van der Borgh 78 156
Burgerwapen Eelke Johannes, trekschipper etc.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1694. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 26 december 1694, Dokkum. Man: Eelke Johannis, Dokkum. Vrouw: Cornelia Jans van der Burgh, Harlingen. Gestandaardiseerde namen: EELKE JOHANNES en KORNELISKE JANS. NB: burger luitenant.

Ioost “temsger” 1710- Catarina 216: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1705 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 mei 1705, Dokkum. Man: Joost Harmen Bontridder, geboren te Groningen. Vrouw: Catarina Semkes, geboren te Dokkum.

Cantus Willem koopman 1706- Iosine 155
Burgerwapen Willem Kantes, koopman
In Genealogysk Jierboek 1993 wordt bij zijn burgerwapen gemeld dat hij afkomstig is van Rowanen (Rouen, Fr.?). Werd op 14 feb 1691 burger van Dokkum. Tussen 1694 en 1706 liet hij met zijn vrouw Josine de kinderen Martijntje, Jacobus, Marten, Magdalena en Jan dopen.

(1935) 1712 den 25 (februari) dy nacht dat onsen pryns Frysio begraven wirt op Sunte Mathis bij de waagemeyster Krans sijn wiff Rensken. Een soon.: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1704 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Attestatie afgegeven 19 oktober 1704, Dokkum. Man: Justus Krans, Dokkum. Vrouw: Rinske Schuiringa, Aalsum. NB: beroep bruidegom: waagmeester.

Maar liefst 13 keer verleende Vrouw Schrader bijstand aan Grietje Jans, de vrouw van kordewercker Johannes Lieuwes, in 1703 wonend in de Koningstraat. Tussen 1699 en 1712 werden alleen de eerste 3 kinderen, twee jongens en een meisje levend geboren. De verklaring ligt volgens de medici in een Rhesussensibilisatie.
Liwes—Iohannes koordwerker 1699- Gritie 57 135 145 171 188 200 218 228 237 243 453: Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1699 DTB nr: 175, 1686 – 1707. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 mei 1699, Dokkum. Man: Johannes Lieuwes, Dokkum. Vrouw: Grietie Jans, Rinsumageest.

(2263) 1727 den 19 april bij Karel Yel har sons wif Sitzeke Jogem torfdragers dochter. Het kint qwam met de schouwderen vor. Was doodt. Kerde het. Halde het met veel muyte met de voeten. Seer swar. De vrouw is well. Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1718 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 15 mei 1718, Dokkum. Man: Rintje Karels, Dokkum. Vrouw: Sijtske Jochems, Dokkum.
De ouders van Karel (wiens moeder blijkbaar Jel heette) zijn waarschijnlijk: Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, 1693. DTB nr: 528, 1680 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 februari 1693, Aalsum Wetsens. Man: Carel Jacobs, Hiaure. Vrouw: Jeltie Rinties, Aalsum.

(2067) 1723 den 15 feberwary mandags avens bij Meelis fisofslager sijn wif Knelyske. Een dochter gehalt. Fris en alles well. 3-: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1712 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 17 januari 1712, Dokkum Man: Melus Ubles, Dokkum. Vrouw: Korneliske Jans, Dokkum.

Piter —koetsier Ternaard 1725- (met de slee gehaald!!) Iohanna 289: Trouwregister Hervormde gemeente Ternaard, 1725, DTB nr: 762, 1612 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 13 mei 1725, Ternaard. Man: Piter Goitsens, Ternaard. Vrouw: Johanna Hendriks, Ternaard.

Piter Pohe(pore-) koopman winkelier-“temsger” 1707- Sofeicken 171 189 218 248: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1703. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 oktober 1703, Dokkum. Man: Pijtter Pive, geboren te Coutense (Normandie). Vrouw: Sophia Hetsing.

Pon, Ian de -, brouwer 1729- Gritie Basun 355: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1728. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 19 december 1728, Dokkum. Man: Jan du Pon, Dokkum. Vrouw: Grijtje Basuink, Dokkum .

Reindert Streek 1699- Auwk 49: Trouwregister Hervormde gemeente Hantum Hantumhuizen Hantumeruitburen, 1697. DTB nr: 752, 1643 – 1710. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 februari 1697, Hantum. Man: Reyner Pytters. Vrouw: Auck Tiepkes

Salves Westersinge 1696- Henderickie 18 66: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1686. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Derde proclamatie van 26 december 1686, Dokkum. Man: Salvus Salvissen, Leeuwarden. Vrouw: Hendrikjen Jans, Dokkum. Gestandaardiseerde namen: SALVES SALVES en HENDRIKJE JANS.
Dokkum, doopjaar 1696. Dokkum, Doop Herv. gem. 1682-1727. DTB: 189. Dopeling: Geertje. Gedoopt op 11 oktober 1696. Dochter van Salvus Salvus en niet genoemde moeder. Ze woonden in 1696 waarschijnlijk aan de Westersingel te Dokkum.

Sara “vishilck” soldatenvrouw 1706- 160: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1705. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 maart 1705, Dokkum. Man: Sijbe Staverius ( Stavorinus ?). Vrouw: Sara Jans. NB: beroep bruidegom: soldaat.
Dokkum, doopjaar 1706. Dokkum, Doop Herv. gem. 1682-1727. DTB: 189. Dopeling: Hilkjen. Gedoopt op 15 september 1706. Dochter van Sybe Staverinus en niet genoemde moeder.

Scheirp schuitmaker-turfschipper buiten Hanspoort 1701- Gritie(vlaster) 90 115 149 200 226: Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, 1701. DTB nr: 528, 1680 – 1811. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 april 1701, Aalsum Wetsens. Man: Sjerp Ates, Warga. Vrouw: Grietie Hayes, Aalsum.

Sibran –turfdrager 1732- Tetske Rus 400 519: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1724. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 5 november 1724, Dokkum. Man: Sijbren Jans, Dokkum. Vrouw: Teetske Jans, Dokkum.

Sibrans Clas meester-schoenmaker 1701- Clasken Canters 87 102 156 123 140 192 235: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1695. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 februari 1695, Dokkum. Man: Claas Sijbrens, Dokkum. Vrouw: Claeske Canter, Harlingen.

(2707) 1733 den 31 januwary gehalt [..] Spandouw, conreckter vant Latinse Schol, sijn vrouw Renske Adema. Hade een seer sware reyss. Noch alles wel nae den tit. Een brave soon. (5- Dukat).
Dokkum, doopjaar 1733. Dokkum, Doop Herv. gem. 1730-1772. DTB: 187. Dopeling: Georgius Ubbo. Gedoopt op 1 februari 1733 in Dokkum. Zoon van Lucas Johannes Spandau en niet genoemde moeder.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1732. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Attestatie afgegeven 4 mei 1732, Dokkum. Man: Lucas Johannes Spandau, Dokkum. Vrouw: Rinske Adama, Rinsumageest. NB: hij is Conrector der Latijnse School te Dokkum

Tamson –Henderick Arijan bakker 1726- Vettie Haijes 294: Eerder huwelijk (?): Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1723. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 21 februari 1723, Dokkum. Man: Arjen Hendriks Tamson, onder Aa. Vrouw: Wijtske Bloemmeijer, Dokkum. NB: bruid is weduwe van Johannis Wygman

Teirts –Henderick koopman 1739- Abeltie Vockeda 519 484 522: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1738. DTB nr: 196, 1722 – 1743 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 september 1738, Dokkum. Man: Hendrik Tjeerds, Dokkum. Vrouw: Habeltje Foekerda, Dokkum.

Tissen Wouwter zoutbrander Zoutkeet 1702- Lisbit 104 128 157 184 219
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1699. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 1 oktober 1699, Dokkum. Man: Wouter Thijssen de Haan, Franeker. Vrouw: Lijsbet Johannes van der Leij, Dokkum.

Tomas bakker 1725- Betzke 278 334
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1722. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Derde proclamatie van 5 april 1722, Dokkum. Man: Tomas Gosses, Dokkum. Vrouw: Betske Koops, Dokkum.

Tonis -Ian houtkoper 1702- Marijken 101 117 148 184 223
Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1701. DTB nr: 175, 1686 – 1707. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 25 november 1701, Dokkum. Man: Jan Theunis, Dokkum. Vrouw: Maria Rients Baerda, geboren te Holwerd. NB: hij is houtkoper.
Vermoedelijk zijn eerdere huwelijk: Tonis Ian houtkoper Legeweg 1697- Ianke 19 57 146
Ondertrouwregister Gerecht Bolsward, 1689. DTB nr: 131, 1656 – 1696. Vermelding: Ondertrouw van 30 december 1689. Man: Jan Teunis, Dokkum. Vrouw: Jancke Jans, Bolsward. NB: jongeman en jongedochter, aangegeven door Jan Jansen, voor het gerecht te proclameren.

Tran Ian wolkammer 1706- Ianke 165: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1706 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 14 februari 1706, Dokkum. Man: Jan Jansen Traan, geboren te Dokkum. Vrouw: Janke Jans, geboren te Wouterswoude.

Ubele -molenaar Oude Zijl 1700- Betske 66: Trouwregister Hervormde gemeente Hallum, 1699. DTB nr: 236, 1699 – 1811. Vermelding: Attestatie afgegeven 31 augustus 1699, Hallum. Man: Uble Sipkes, Rinsumageest. Vrouw: Betske Johannis, Hallum

Vonck Piter voerman(“wagenaar”) 1729- Auwkie 351 416: later huwelijk: Trouwregister Hervormde gemeente Garijp Suameer Eernewoude, 1739. DTB nr: 708, 1635 – 1771. Vermelding: Attestatie afgegeven 25 oktober 1739, Garijp – Suameer – Eernewoude. Man: Pytter Tomes Vonck, Dokkum. Vrouw: Aafke Jans, Garijp. NB: Vonck is voerman.

Vos, Lambert de -, Harlinger-Kollumer trekschipper, verver 1727-Rigel Basun 302 355 406: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1722 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 18 januari 1722, Dokkum. Man: Lambertus Vos, Forstennau. Vrouw: Reggelina Basuink, Dokkum.
Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1722 DTB nr: 176, 1707 – 1730. Vermelding: Ondertrouw van 3 januari 1722, Dokkum. Man: Lambartus Vos, Furstenau. Vrouw: Richgelina Basuink, Dokkum.

Vurhtzus venderick 1727- Saar IJnie 304: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1726. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 15 september 1726, Dokkum. Man: Jan Willem Verruci, Dokkum. Vrouw: Sara Inia, Dokkum. NB: beroep bruidegom: vaandrig. Overigens zijn beide begraven in de Grote Kerk te Dokkum (graf 164).: (2256) 1727 sondagemorgen den 23 merrt bij de venderick Vuritzus Saar Ynie. Een dochter gehalt, nae datze een hallef jar getrouwt war.
Vader Jan Willem werd zelf in 1704 geboren: Dokkum, doopjaar 1704. Dokkum, Doop Herv. gem. 1674-1730. DTB: 186. Dopeling: Jan Willem. Gedoopt op 7 oktober 1704. Zoon van Willem Verruisius en niet genoemde moeder. Opm.: konvoymr.

Voritzius Harmen “Convooimeester” vroedsman 1710- Klaske Suderban 213 313 349 388: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1726 DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 november 1726, Dokkum. Man: Harmen Rudolph Verruci, Dokkum. Vrouw: Klaaske Suiderbaan, Dokkum. NB: beroep bruidegom: convooimeester; getuige van de bruid: …. Suiderbaan.
Jan Willem en Harmen Rudolph waren mogelijk (klein-)zoons van majoor Geerlach Verruci, die rond 1675 te Bedum (Groningen) de borgen Alma en Schultinga kocht. Hij was getrouwd met Dorothea van Walta en ligt begraven in de Grote Kerk te Leeuwarden. Dorothea van Walta is gedoopt op donderdag 31 augustus 1645 te Leeuwarden (FR). Dorothea trouwde in 1664 te Bedum op 19-jarige leeftijd met Gerlach Petrusses Verrutius (=Verruci). Een wapen Verrutius is afgebeeld op de herenbank in de kerk van Hogebeintum. Harmen Rudolph was in 1748 samen met oa Douwe Snip burgemeester van Dokkum.

Verhoeck Ian (“Jan broek”) wolkammer 1741- Dutie 532: Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1728. DTB nr: 176, 1707 – 1730. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 29 augustus 1728, Dokkum. Man: Jan Jakobs Voorhoek, Dokkum. Vrouw: Doedje Pijtters, Dokkum. NB: beroep bruidegom: mr. wolkammer.

Vinck Auwke turfschipper-turfdrager 1709- Elske 198 227 316 362 418: Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1708. DTB nr: 176, 1707 – 1730. Vermelding: Ondertrouw van 12 mei 1708, Dokkum. Man: Auke Hendrix Fink, geboren te Dokkum. Vrouw: Elske Daniels, Dokkum.

Wibran –meester-bakker 1708- Renske 186 200 229: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1707. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 17 juli 1707, Dokkum. Man: Wijbren Romkes, Dokkum. Vrouw: Rinske Klaasen, Dokkum.

Willem –”kivit”(zie Kivit) metselaar 1702- Magtel 97 188
Burgerwapen Willem Kievit, metselaar
In Genealogysk Jierboek 1993 wordt bij zijn burgerwapen gemeld dat hijzelf op 23 juli 1684 geboren werd als zoon van Hendrik Willems Kievit, soldaat, en Trijntje Jans. Magteld Paran was dochter van Johan Beerns Paran, adelborst en Antie Thomas Hansman. Willem werd op 6 mei 1701 ingeschreven als burger. In 1703 kochten ze een huis aan de Lange Oosterstraat.
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1700 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 juni 1700, Dokkum Man: Willem Hendriks, Dokkum. Vrouw: Magteld Paran (Parman), Dokkum.
Eerder huwelijk: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1713 DTB nr: 195, 1700 – 1722 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 23 juli 1713, Dokkum. Man: Willem Hendriks Kivit, Dokkum. Vrouw: Grietje Hendriks Sipma, Dokkum. NB: beroep bruidegom: mr. Metselaar. Zie burgerwapen Ki(e)vit in Genealogysk Jierboekje 1993.

Willems Hessel Sprins bij Raard 1707- Hincke 177: mogelijk Trouwregister Hervormde gemeente Foudgum Raard, 1698. DTB nr: 751, 1663 – 1808. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 20 maart 1698, Foudgum. Man: Hessel Willems. Vrouw: Rienscke Dirks.

Wisse turfdrager 1699- Trin 49: mogelijk Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1682 DTB nr: 194, 1681 – 1700 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 mei 1682, Dokkum Man: Wisse Bartels, Dokkum. Vrouw: Trijntie Geerts, Dokkum.

Witze noordvaarder-grootschipper 1727- Trintie de Bole 317 403: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1724. DTB nr: 196, 1722 – 1743 Vermelding: Attestatie afgegeven 27 februari 1724, Dokkum. Man: Wijtse Dirks, Anjum. Vrouw: Trijntje Pijtters Bul, Dokkum.

Zirkes Kurt meester-schoenmaker 1725- Anna “mijnheer” 282 382 417 438: Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1723 DTB nr: 176, 1707 – 1730 Vermelding: Ondertrouw van 13 november 1723, Dokkum. Man: Coert Sierks, Dokkum. Vrouw: Anna Fokkes, Dokkum. NB: beroep bruidegom: mr. schoenmaker

Zitske -d.v. Gosse Boltie 1726- 295 Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd, 1724 DTB nr: 757, 1656 – 1811. Vermelding: Ondertrouw van 9 december 1724, Holwerd. Man: Tjepke Sydses. Vrouw: Sytske Gosses, Holwerd NB: Gehuwd te Holwerd.

Welmoet 1729- 343
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd, 1728 DTB nr: 757, 1656 – 1811. Vermelding: Ondertrouw van 25 april 1728, Holwerd. Man: Haje Jelderts, Holwerd. Vrouw: Welmoed Roelofs, Holwerd. NB: Gehuwd te Holwerd. Gestandaardiseerde namen: HAIE JILLERTS en WELMOED ROELOFS.

—Lodewick Groenlandsvaarder-turfdrager 1699- Liskie 71 93 125 156 179: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1695 DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 10 februari 1695, Dokkum. Man: Lodewijk Coenraedts, Dokkum. Vrouw: Liskien Roelofs, Kollum. NB: met consent.

Lodewick z.v. Krussen Anneken pannebakker 1707- Antie 178 207
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1707. DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 6 februari 1707, Dokkum. Man: Lodewijk Klaasen, Dokkum. Vrouw: Antje Eilerts, geboren te Borsum (Oost-Friesland). Gestandaardiseerde namen: LODEWIJK KLASES en ANTJE EILERTS.

Liwes Piter (“poep-schipper”?) 1711- Acke Piters 231: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1706 DTB nr: 195, 1700 – 1722.Vermelding: Bevestiging huwelijk van 9 mei 1706, Dokkum. Man: Pijtter Lieuwes, Dokkum. Vrouw: Aukje Pijtters, Joure.

Lolke koopman bij Altena 1699- Geske d.v. Haije Smits 55: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1698. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 20 maart 1698, Dokkum. Man: Lolke Walles Faber, Huizum. Vrouw: Geeske Jans, Oosterwerff. NB: weduwe van Haije Pieters Hamerstein, gemeensman.

Henderick linnenwever-arbeider-koopman 1708- Gebke d.v. Krusse Dercks 190 234 236
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1707 DTB nr: 195, 1700 – 1722. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 27 november 1707, Dokkum. Man: Hendrik Geerts Bosman, geboren te Welbergen (Munsterland). Vrouw: Gepke Dirx, geboren te Dokkum. Gestandaardiseerde namen: HENDRIK GEERTS en GEPKJE DIRKS.

Hanses Casper Groenlandsvaarder 1703- Antie 123 159
Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1695 DTB nr: 193, 1660 – 1681 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 20 oktober 1695, Dokkum Man: Casper Hansen, Dokkum Vrouw: Antje Antonius, Dokkum Gestandaardiseerde namen: KASPER HANSES en ANTJE ANTONIUS

Gertsen Iogem AaIsum 1707- Iudit 182 223
Trouwregister Hervormde gemeente Waaksens Brantgum, 1698. DTB nr: 764, 1654 – 1810. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 7 oktober 1698, Brantgum. Man: Jochem Gertsens, Brantgum. Vrouw: Judith Rijswijk, Birdaard.

Monte de bode 1697- Gritie Westermans 28 82: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1696. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Attestatie afgegeven 23 augustus 1696, Dokkum. Man: Monte Tjebbes, Dokkum. Vrouw: Grietje Westerman, Dokkum.

Nanne pompmaker 1699- Elske 60: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1692. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 20 februari 1692, Dokkum. Man: Nanne Gerlofs, Dokkum. Vrouw: Elske Hendrix Lindeman, Leeuwarden. NB: blokmaker.

Nannes Piter kerkedienaar(hounegiseler), “veltscher”, pruikmaker “baardscheerder” 1730- Eva 361 402 436 504: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1729. DTB nr: 196, 1722 – 1743. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 22 mei 1729, Dokkum. Man: Pijtter Nannings, Leeuwarden. Vrouw: Eva Wijnands, Dokkum.

Rellinck Adolg tinnengieter-vroedsman 1700- Gritie 44 62: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1673. DTB nr: 194, 1681 – 1700. Vermelding: Bevestiging huwelijk van 13 november 1673, Dokkum. Man: Adolf Hendrick Redelingh, Bremen. Vrouw: Grietie Botes Brantgum, Dokkum. NB: meester tinnegieter.

Tammes Wijtse tiggelbaas-”hounegiseler”-”comesaris” 1698- Lisbit 37 80 189: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1691 DTB nr: 194, 1681 – 1700 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 28 juni 1691, Dokkum. Man: Wijtse Tammes, Dokkum. Vrouw: Lijsbet Haanties, Ee. Woonden in 1703 aan de Lege wegh te Dokkum. (zie genealogie Vormsma/ Formsma in onze rubriek Links).
Voor meer info over het beroep hounegiseler klik hier. Overigens werd in de rest van Nederland dit beroep ‘hondeslager’ genoemd. Meestal ging het erom de kerk vrij van honden te houden.

Tertz Arijan pachter-herbergier 1731- Trintie 386 425: Trouwregister Hervormde gemeente Anjum, 1721. DTB nr: 532, 1693 – 1810. Vermelding: Ondertrouw van 3 mei 1721, Anjum. Man: Arjen Tjaeaerds, Anjum. Vrouw: Trijntje Andries, Anjum.

Tones schuitmaker 1696- Antie (“Antje sop-en-bonen”) 11 52: mogelijk: Trouwregister Hervormde gemeente Dokkum, 1687 DTB nr: 194, 1681 – 1700 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 25 september 1687, Dokkum. Man: Theunis Pijtters, Groningen. Vrouw: Antie Ennes, Dokkum.

Al met al een prachtige bron om de genealogie mee aan te vullen. Een papieren exemplaar van de index en transcriptie kunt u op het Streekarchivariaat te Dokkum inzien.

Voor een beschrijving van het boek, klik hier.
Voor de online index op de transcriptie van het manuscript (aanwezig in Streekarchivariaat Dokkum), klik hier.

H. Zijlstra (reacties zijn welkom via email)

 Posted by at 22:21
jan 012005
 

Hij zou een diefstal ophelderen, maar kwam op het schavot terecht…

Uit: Criminele Sententies Hof van Friesland, 13 mei 1710 en Rare kostgangers in Dokkum en omliggende gemeenten door de eeuwen heen, W.Tsj.Vleer.

In de eerste jaren van de 18e eeuw woonde in Surhuisterveen een waarzegger van groot formaat. Deze man, Heinrich Johan Meier, geboren in Berlijn, bracht het in zijn nieuwe woonplaats weldra tot bekendheid en mocht zich verheugen in een drukke klandizie. Niet alleen uit de wijde omgeving, maar zelfs uit Dokkum, Leeuwarden, Groningen en Drente, kwamen de mensen naar Heinrich, die zichzelf had omgedoopt in Hendrick Jansen Roodrok.

Hoewel hij zich op het terrein der parapsychologie begaf, stond de Berliner in het 18e eeuwse ‘Zuiderhuisterveen’ goed aangeschreven. Dit blijkt wel uit een verklaring die bij het Hof van Friesland werd overgelegd en waarin de dorpsnotabelen ‘ t voor hem opnamen, blijkbaar, omdat hij hen ook wel eens de toekomst had voorspeld.

Opmerkelijk is hier, dat zelfs de plaatselijke predikant het waarzeggen van onze Roodrok niet onbehoorlijk gevonden heeft, terwijl juist in die tijd vaak fel van leer getrokken werd tegen dergelijke praktijken. Juist door de waarzeggerij kwam Heinrich in de gevangenis terecht, waar dominee en de buren hem weer uit wilden hebben !

Op 18 maart 1710 werd ingebroken bij de mr. Schoenmaker Pijtter Pijtters te Ee. Wat men ook deed, van de dader was geen spoor te vinden. Ten einde raad werd aan Heinrich Roodrok in Surhuisterveen gedacht, zoals tegenwoordig Croiset (1961) gevraagd wordt licht te brengen in duistere zaken.

Jelse Wytses en Bauck Clasen, de huisvrouw van Jan de Blauw, werden bepraat om naar Surhuisterveen te gaan en de brave Hendrik te verzoeken naar Ee te komen om de diefstal op te helderen.

Op 24 maart gingen Jelse en Bauck naar de woning van Roodrok en tot hun grote verbazing hoorden ze de Berlijner zeggen, zonder dat ook nog maar iets verteld was: ‘ Ik weet wel waarom jimme hier komen, maar Pijtter Pijtters is zelf de dief !’

Roodrok ging nu tot zekere magische handelingen over. Hij beschreef enige ‘cedullen’ met letters van kalverbloed, die vijf cent per stuk moesten opbrengen. Na deze handeling werd hij blijkbaar helderder van geest. Deze wonderlijke briefjes dienden trouwens meermalen voor de zwarte kunst van de Berlijner, want uit de getuigenverklaringen blijkt, day de schoolkinderen de letters op de briefjes tekenden en Heinrich deze dan overtrok met kalverbloed. Blijkbaar gingen de cedullen goed van de hand en vormden deze een bron van inkomsten voor onze tovenaar.

Toen Roodrok de cedullen door elkaar geschud had, ging hem ineens een licht op. Hij verklaarde dat Pijtter Pijtters het geld zelf gebruikt had , daar zijn vrouw te veel geld moest hebben om luxueus te leven en daardoor nu zijn aflossing niet kon voldoen. Om een geldige reden te hebben uitstel te vragen, had de schoenmaker het verhaal van de diefstal verzonnen ! Jelse en Bauck zetten grote ogen op en Hendrick ging mee naar Ee.

Om wat reclame voor de goede zaak te maken ging Roodrok in Ee naar verschillende mensen toe om inlichtingen te vragen en tevens zijn mening over de diefstal kenbaar te maken. Vanzelfsprekend werd daarbij getracteerd en zo vergezelden wel een veertig tot vijftig personen de niet meer al te nuchtere waarzegger naar de woning van de bestolen schoenmaker!

Te midden van die menigte kreeg Heinrich het blijkbaar wel wat te benauwd, want op een gegeven moment riep hij uit ‘met luider stemme’ : ‘ vrienden ick waarschou jimme om ‘t best, want ick kan een teecken geven en een stanck op late gaan dat jimme als sijn leven genoeg aan hebbe!’ Vermoedelijk werd echter zonder ‘stanck’ het huis van de berooide schoenmaker bereikt, waarop Roodrok riep: ‘ Ick sal maecken dat de dief over ‘ t veld gaat en huilen als een kindt!’

Maar bij Pijtter Pijtters oogstte hij niet veel succes. De schoenmaker bleef doodkalm en wist Heinrich buiten de deur te houden. Intussen had deze reeds veel van zijn prestige verloren door zijn magische dreigementen, met als gevolg, dat hij verkoos terug te gaan naar Surhuisterveen.

Pijtter Pijtters nam echter de grove beschuldiging van de waarzegger niet en diende een aanklacht in, met als gevolg dat de dienaren van justitie de zwarte kunstenmaker Heinrich kwamen ophalen en hem naar de gevangenis in Leeuwarden brachten.

Ondanks de hulp van zijn dorpsgenoten meenden de rechters dat Heinrich een doodgewone oplichter was en het vonnis luidde:
‘ omme bij den Scherprechter opt Schavot geleijdet, aldaer aen eene apel gebonden ende aen deselve met de uijtgegevene briefjes omhangen, beneffens een brieff op syn borst, waerop met groote letters geschreven staat de gewaende waersegger, een half uijr ten spectacle gestelt te worden, bant hem voorts de tijt van drie jaren uijt Frieslandt, te ruijmen de stadt Leeuwarden binnen daags sonneschijn ende het Landt binnen de derde daghe sonder daer binnen in middler tijde weder te mogen comen bij arbitrale correctie’ .

In het dossier is nog het stuk papier aanwezig dat hij op het schavot heeft moeten tonen met de tekst ‘de gewaande waarzegger’, evenals de cedullen met letters van kalverbloed. Getuigen uit Ee tegen waarzegger Hendrick Jansen ‘Roodrok’ :

Tiaerdt Tjallings, paerdemeister tot Ee, 70 jaar
Yme Sioerdts, huisman, 33 of 38 jaar
Beern Geerts, kleermaker, 51 jaar
Macke Jacobs, huisman, 28 jaar
Bauk Clasen, huisvrouw van Jan de Blauw, 45 jaar
Jelse Wijtses, arbeider te Ee, 50 jaar
Grijtie Willems, weduwe van Folkert Teunis, 50 jaar
Pyter Pyters, arbeider, 28 jaar

 Posted by at 22:21
jan 012005
 

Alleen leden kunnen emailadressen opvragen via de redactie (per email, telefoon of brief). 

VOORWOORD

In 1999 hield het bestuur van de vereniging van archiefonderzoekers te Dokkum een korte enquête onder haar leden.
De bedoeling was om een aantal gegevens van de leden los te krijgen. Naast de mening van de leden over lidmaatschap, het contactblad De Sneuper, het werken met computers, enz werd ook gevraagd naar het Onderwerp van Onderzoek van de leden.
De bedoeling daarvan was het verzamelen van gegevens over in de vereniging aanwezige expertise (te gebruiken als er vragen aan de vereniging worden gesteld om hulp bij onderzoek) en om de contacten tussen de leden zo effectief mogelijk te maken, een van de doelstellingen van de vereniging.
Het n.a.v. de ingestuurde enquêteformulieren in maart 2000 verschenen boekwerkje “Onderwerp van Onderzoek van de leden van de Vereniging van Archiefonderzoekers te Dokkum” is intussen uitverkocht.
Het aantal leden van toen (175) is ook drastisch omhoog gegaan (300+). Dit alles is voor bestuur en redactie van de Vereniging aanleiding geweest om een geheel herziene en aan-merkelijk uitgebreide herdruk van “Onderwerp van Onderzoek” samen te stellen ter gelegenheid van de Ledendag op 13 april 2002.

Het boekwerkje bestaat uit twee delen:
1. Lidnummers en bijbehorende namen (bl. 2 t/m 7)
2. Onderwerpen van onderzoek, gekoppeld aan lidnummers
Als u een onderwerp vindt waarnaar u zelf ook onderzoek doet of waarover u wat meer wilt weten, kunt u contact opnemen met het betreffende lid. Dat is dus niet het werk van redactie of bestuur. De genealogische gegevens zijn ook niet in bezit van de vereniging. U zult echt zelf contact moeten zoeken en uw medelid vragen om inlichtingen welke hij/zij gerechtigd is om wél of niét te geven. Daarin is elk lid natuurlijk autonoom. Wel hoopt het bestuur dat op deze manier vele uitwisselingen zullen volgen, zodat het uitgeven van “Onderwerp van Onderzoek, tweede editie” de moeite waard is geweest.

Bestuur en redactie


UPDATE FEBRUARI 2005
Database met onderwerpen van onderzoek leden Historische Vereniging Noordoost Friesland

Alleen leden kunnen emailadressen opvragen via emailadres van de vereniging !

LEDENLIJST per 1-9-2002

1	Aartsma, H.
2	Bakker, A.
4	Boer, J. de
5	Boer, J. de
6	Boersma, H.
8	Bouma, G.
11	Damsma, G.
13	Dijk, J. v.
14	Dijkstra, J.
15	Douma, D.
17	Haan, Ad. C.
18	Olivier, D.
19	Vries, W. de
20	Houwaart, F.D.
21	Heeringa, J.S.
22	Herrema, G.
23	Hiddema-Knol, T.
26	Jager, D.J. de
30	Meerema, L.
31	Klokman, D.
32	Hietkamp, J.J.
34	Kooi, H. van der
35	Linschoten, J.A.
38	Ludema, J.B.
39	Mast, G.
40	Meems, J.
43	Cuperus, J.
44	Schoorstra, P.
46	Bosgraaf-Veenstra, G.
47	Smits, E.
48	Smits, E.
50	Spanjer, L.B.
51	D. Buursma
52	Tiesma, S.H.
54	Tolsma, R.
55	Dijkstra, A.
58	Viersen, O.Y.
59	Visser, F.F.
60	Visser, M.K.
61	Vos, O.F.
63	Weger, G.M.J. de
64	Werff, D. v.d.
65	Boer, K. de
66	Dantuma, J.
69	Wijbenga, J
70	Wüst, Th.F.
71	Zwart, D.A.
73	Ploeg-v.d. Werf, A. v.d.
75	Vries-de J, G. de
78	Vroom-Schmeltz, J. de
79	Elzinga-Bosma, J.
80	Postma, R.H.
81	Holwerda, M
82	Visser, S.A.
83	Dijkstra, P.
86	Bijker, S.
88	Zijlstra, T.
89	Velink, Th.D.
91	Witteveen, A.G.
93	Zijlstra, R.B.
94	Elzenga, M.
96	Koster, R.
97	Ronner, H.
99	Haan, P. de
101	Speelman, N.W.J.
105	D. Kooistra
112	Wagen, G. v.d.
114	Zijlstra, H.
116	Kooi, J. v.d.
118	Tamminga, M.
119	Douwma-Toornstra, T.
121	H. Robroch
123	J. Kampen
124	Walda, J.
126	Roosma, J.
130	Beckers, A.J.
135	Idsardi, J.F.
136	Kooistra, F.
138	Vellema, F.
139	Posthumus, W.
143	Beckers, G.B.
145	Visser, P.F.
146     Jellema, M.
148	V. Schaafstra
149	Rouing, P.
150	Gamber, D.
152	Klimstra, J
153	Jansen, K.
154	Kamminga, K.C.
156	Hofstede, I.
157	Kamstra, R.
159	Goslings, H.
161	Bij, L.A. van der
162	Wildeboer, D.R.
163	Vellema, R.W.
166	Kooistra, A
168	Postma, K
170	Terpstra, P.
172	Tijtsma-Tjeerdsma, C.
173	Geertsma, G.T.
174	Crans, A.
175	Schenk-v.d.Werff, M.A.N.
176	Gardenier, D.
177	Hijum, P. van
178	Mellema, T.A.
179	Yntema, G.
180	Steeg, J. Th. van der
181	Kragten, B.
182	Westra, R.L.
183	Veldhuis, K.
184	Haaima, J.
185	Holdinga, I.
186	Buwalda, B.
187	Talma, C.E.
188	Haijema, M.
190	Torenstra, W.
191	Westra, A.
192	Boomsma, F.
193	Eelkema-Datema, A.
197	Westerhof, T.
198	Stuut, J.G.
199	Banda-Veenstra, J.
201	Barends, A.
202	Blom, F.H.
203	Barends, P.G.
204	Meijer, J.
205	Visser, R.
206	Smiesing-Steenhuizen, B.L.G.
207	Vries-Posthuma, G. de
208	Walle, H. de
209	Kempenaar, G.
210	Zweers, G.H.
211	Kooy, T.
212	Kramer, M.
213	Joustra, J.J.
214	Dijkstra, F.
215	Damsma, F.
216	Zijlstra, K.
217	Wierstra, S.
218	Dam, A.
219	Zijlstra, S.
220	Ruiter, P. de
221	Postma, G.A.
222	Wijma, T.
223	Hovinga, W.
224	Jousma, J.
225	Bouma, J.
226	Weistra, J.H.
227	Visscher-Jousma, W.
228	Metz, A.
229	Lepelaar, W.
230	Talma, H.
231	Meer, Fam. van der
232	Terpstra, J.
233	Idsardi, P.
234	Leistra, W.
235	Banga, W.
236	Ploeg, C.M. van der
237	Wijbenga, H.
238	Elsinga, S.
239	Jansen, Dr. D.
240	Toornstra, G.
241	Tacoma-Doornbos, T.
242	Craig-Brouwer, D.
243	Vries, B. de
244	Combs, A.C.H.
245	Donkerbroek, N.R.
246	Maanen, R.H.C. van
248	Vliet, H.J. van
250	Torenstra, J.R.
251	Wilde, J. de
254	Sevinga-Toornstra, L.
255	Vries, M. de
256	Varkevisser, R.
257	Bary, E.H.
258	Jong, H. de
259	Bruin, D. de
260	Woude, M. van der
261	Klaarbergen, J. van
262	Sträter, C.T.
263	Dekker, J.
264	Spanninga, H.
265	Nutma, Sj.
266	Mei, T. van der
267	Posthuma, E.
268	Schriemer, P.J.
269	Jager, J. de
270	Leij, T. van der
271	Wierstra, T.
272	Stavorinus, R.
273	Halie, J.A.M.S.
274	Hoogenbosch, R.
275	Jonkman, A.
276	Loonstra, R.
277	Sloot, E.
278	Mellink, J.
279	Dijkstra, S.
280	Hoop, W. de
281	Dijkstra, T.P.N.
282	Kooistra, F.D.
283	Poerink, W.
284	Schaafsma, A.
285	Elzinga, R.G.
286     Wüst, G.B.J.
287	W. Visser
288	Gelder, C. van
289	Rosier, A.
291	Wüst, J.B.J.
292	Heeringa, K.
293	Jongsma,
294	Hartman, T.-vd Meulen
295	A.K.Visser
296	A.Glas
297	F.Sijtsma
298	G.Helder
299 	A.Oosterhof
300     R.Cazemier
301     H.E.Boonstra,
302	E.Posthuma
303	A.J.G.Müller
304	D.Riddersma
305	R.A.Blom
306	B.Boltjes
307	H.Gouma
308	F. de Klein
309	H.J.Zijlstra
310	N.Boersma
311	A.T.E. Wijnstra,
312	K.H.Beintema-Meijer
313	J.Hoek
314	J.A.Paasman
315	P. Hoeksma
316	Schoonbeek-Oegema
317     A. Klooster
318     P. N. Streekstra
319     B. Morrema
321     H.Terpstra
322     A. Broekema
323     B. Boersma
324     H. Schripsema
325     C. Smits
326     R. Teeninga
327     A.A. Spakman-Bakker
328     A. Postmus
329     E.A. Meindersma
331     R. Kloetstra
332     L. Edens-Waaksma
333     D.J. Deuzeman
334     M. Hamstra
335     J. Hamstra
336     H. van Olderen
337     J.H. Beens
338     H. Leichtenberg
339     A.R. van Belkum
340     Kl. Sierksma
341     H. Postma - Heringa
342     J.L. Kuiperi
343     K.H. Lijzenga
344     P. Hania - Faber
345     I. Smit
346     Tj. de Jong
348     A. Dijkstra, L. Sijtsma en G. van Lingen, Hallum en Waling Dijkstra.
349     H.J. Keegstra, Keegstra en de dorpen Ee en Burum.
350     A.J.A. de Vries, Hoogterp, van der Bij
351     H. de Vries, Halbesma, de Vries, Boonstra uit Dantumadeel.
353     W. Hellinga-Veenstra, Hellinga, Warnswerd.
354     C. F. van der Lugt,
355     A. de Waard, de Waard (Waardt, Waart, van Waart, via Westerkwartier naar Kollumerland en Achtkarspelen.
357     Sj. Boersma, Wijnsma-Veenwouden, Boersma-Twijzel.
358     M. van Leeuwen, Meindertsma, Paesens
359     T. Veenstra, Veenstra, Booisma, Riemersma, de Haan, van Lune
360     A. Schelwald, Schelwald, Struik uit de Blesse.
362     D. Feitsma, Feitsma en Feitsmastate te Kollum, Eeuwe Ennes Wiersma, Kollumer Oproer.
363     S. Rutten, dorpen, huizen, oude gebouwen, algemeen
364     T.D. Beijaard,
365     G.B.A. Veltman, Emigratie naar Argentinië.
366     G. Rosier, Rosier in Dokkum en Ferwerderadeel.
367     A.J.M. Hofman, Hofman en Visser uit Dokkum
368     G.E. van Essen-Van der Meulen,
369     D. Halbesma
370     B. Dijkstra-Bakker Bakker, Drost, Bergsma, Dijkstra (Het Bildt)
371     J. Terpstra, Terpstra, Van der Meulen
372     M. de Jong-Visser, Boersma (Ee), Dijkstra (Zwaagwesteinde), Hiemstra (Buitenpost), Van der Zwaag
373     B.H.A. Huizenga,
374     Zuiderbaan- Van Soomeren
375     A. van der Wal
376     W. Raap, Raap
377     L. Elzinga, Jousma, Elzinga
378     A.J. Douwes-Sybesma, Historie Dokkum, Dantumadeel, Kollumerland
379     H. Smit-Brouwer, Feddema, Damstra, Brouwer, Hoekstra
380     P. Donga, Donga
381     R.R. van der Ploeg, van der Ploeg te Holwerd, Elzinga te Hantumhuizen, geschiedenis van Holwerd en de Dongeradelen.
382     H. Veenstra, Eekkerk, geschiedenis Veenwouden en Hogebeintum
383     D.W. van der Schaaf, Alef Tjeerds van der Schaaf (1697-1713) Kollum
384     C. Smedema, Smedema
385     H. Kapinga,
386     D. Veersma-Dijkstra, Sijtsma, Van Lingen, Dijkstra, dorpen Foudgum en Hallum
387     P. Moes-de Vos
388     M.A. Harder
389     J. Wijnands, Wijnands, Hem(p)kes, Dokkum en oude beroepen
390     S.F. Riemersma, Riemersma Kollum, Brouwer Buitenpost
391     R. Terpstra, Terpstra en Beitschat

Hierna volgt de lijst van onderwerpen waarnaar onze leden onderzoek doen.
Het eerste nummer is het lidnummer (op te zoeken in bovenstaande lijst) en daarna
volgt het onderwerp, verdeeld over drie categorieën:

A. Familienamen
B. Historische onderwerpen
C. Geografische namen				

A. FAMILIENAMEN

21	Aalsma
20	Aar, v.d., in Alphen a/d Rhijn;
1	Aartsma in Engwierum/Ee
288	Abes te Holwerd
172	Adema in Dongeradelen
322     Adema
227	Alberda
69      Alberda in Oostdongeradeel
312	Alberda in Engwierum
242	Algra
8	Alle inwoners in Minnertsga e.o.
80	Allema in Kollumerland
63	Anders in Gouda/Friesland;
118	Andreae in Ferwerderadeel
78	Anema in Tzummarum, Arum, Bolsward, enz.
283	Anna Zachariasdr en Heinrich Huber
75	Annema
280	Annema
89	Annema in Dantumadeel
216	Antje Sybes te Wetzens
268	Assen, van
88	Bakker in Gauw
199	Banda
268	Bandsma
114	Banus in Hoogezand-Sappemeer;
201	Barends
203	Barends
257	Bary
279     Basteleur, Janke te Paesens
311	Basteleur
257	Becker
244	Beckers
143	Beckers, G.B.	Beckers in Dokkum
130     Beckers in Driesum/Dokkum
326     Beekma
312	Beintema
26	Bergmans in Westdongeradeel
282	Bergsma
191	Bersée
191	Biegel
161	Bij, van der in Akkerwoude;
75	Bij, van der, in Dantumadeel
86	Bijker
273	Bijlsma
263	Bleeker uit Dokkum
202	Blom uit de Dongeradelen
244	Blumers
244	Boek
267	Boekhout
207	Boekhout, Lolkje Arjens
99	Boelens in Oostdongeradeel;
326     Boelens
5	Boer, de
262	Boer, de
65	Boer, de (vanuit) Lioessens
4       Boer, de, in Kollumerland
311	Boer, de
6	Boersma
323     Boersma (Keimpe Ouwes en Trijntje Jarigs)
225     Bolhuis
306	Boltjes
268	Bontekoe
52	Boonstra in Wouterswoude
192	Boomsma,
86	Borger
268	Bos
75	Bos en Bosch in Dantumadeel/ Tietjerksteradeel/Dongeradeel
46	Bosgra (beperkt)
46	Bosgraaf
40	Boskma in Dokkumer Wâlden
188	Bosma
268	Bosma
79	Bosma in Kollumerland;
227	Botma
89	Bottinga in Westdongeradeel/Leeuwarden
275	Bouma
225	Bouma uit Holwerd
274	Bouma, Gaasterland
256	Braak
20	Braakman in Noordwijk (Z.H.);
277	Braaksma, in Ee, Anjum, Paesens, Lioessens
126	Brandsma
244	Breedenbach
63	Brehm in Naarden;
242	Brouwer
191	Brouwer uit Veenwouden
259	Bruin, de
89	Brunia in Oost-Westdongeradeel
26	Brunia in Westdongeradeel
244	Bruning
256	Buursma
51	Buursma, Minse Douwes, in Ferwert
186	Buwalda
268	Buwalda
260	Buwalda in Oostdongeradeel
294	Claaske Jans en Gerryt Hendriks x 1755 Dokkum
288	Co(o)istra
274	Coldewaaier, Gaasterland
174	Crans in Oostdongeradeel
43	Cuperus
262	Cuperus
205	Cuperus, Oosternijkerk
79	Dalman in Achtkarspelen;
218	Dam uit Ternaard
215	Damsma, F.	Damsma uit Dokkum
205	Damsma, Genum
11	Damsma, Hendrik Geerts, in Dokkum
275	Dantuma
66	Dantuma in heel Nederland
130	Daûwe in Rinsumageest
263	Dekker uit Veendam
20	Diem, v.
236	Dijkman
197	Dijkstra
242	Dijkstra
268	Dijkstra
281	Dijkstra - Sonnema, Tjomme en Adriaantje
14	Dijkstra in Dongeradeel
145	Dijkstra in NO-Friesland;
83	Dijkstra in Oenkerk, Wanswerd, Hallum
281	Dijkstra in Oostdongeradeel
82	Dijkstra in Oosternijkerk
60	Dijkstra in Paesens/Moddergat
153	Dijkstra uit Dongeradeel
214	Dijkstra uit NOF
293	Dijkstra, Froukje Deddes en J.J. van der Werff
55      Dijkstra's in Nes, Oos-/Westdongeradeel
297     Dijkstra in Dongeradeel
312	Dijkstra in Westergeest
229	Dokkum
275	Dokkum
198	Donga
268	Donga
241	Doornbos
227	Douma
168	Douma in Dantumadeel
260	Douma in Oostdongeradeel
79	Douma in Schtkarspelen
15	Douma's in Dongeradeel
256	Dreijer
244	Driesum, van
268	Eck, van
40	Eck, van, in Damwâld/Tiel
63	Edel, Den, in Gouda e.o.;
193	Eelkema
26	Eilander in Dokkum
21	Elgersma
227	Elgersma
238	Elsinga
238     Elzenga
297	Elzinga in Dongeradeel
94	Elzenga in Oostdongeradeel;
238	Elzinga
79	Elzinga in Oostdongeradeel;
154	Emmenes, van, in Leeuwarden;
89	Feenstra in Oost-/Westdongeradeel
267     Ferwerda
302	Ferwerda
64	Feugen in Nederland
38	Flapper
80	Fogelsagh in Friesland
114	Frankes in Rottevalle;
268	Fransbergen
176     Gardenier
307	Gauma
173	Geertsma c.s.
288	Gelder, Van
69	Germs in Dantumadeel
70	Gerritsma in Bolsward e.o.
294     Gerryt Hendriks en Claaske Jans x 1755 Dokkum
296	Glas
266	Gorter
265	Gorter in Dokkum
159     Goslings in Dongeadelen / Dokkum;
307	Gouma
26	Graaf, de, in Westdongeradeel
275	Graafstra
63	Groen in Dongeradelen;
172	Groenia in Damwoude
55	Grommé in Nes, Amsterdam
331     Gulmans
184	Haaima, J.	Haaima
231	Haaima, Oost- en Westdongeradeel
273	Haan, de
99	Haan, de, in Holwerd;
60	Haan, de, in Paesens/Moddergat
218	Haan, de, uit Kollumerland
181	Haanstra
188	Haijema
73	Haima in Dongeradelen
273	Halbesma
280	Halbesma
273	Halie
61      Hamminga
311	Hania
326     Hannema
268	Hansma
327     Hansma
292	Heeringa in de Dongeradelen
79	Heeringa in Oostdongeradeel;
21	Heeringa's in Friesland c.q. Nederland
218	Heide, van der, uit Gerkesklooster
83	Heidema in Oudkerk, Wanswerd, Hallum
71      Helder, Pieter Jans ("Panwurk" Aalsum)
298	Helder
118	Hellinga in Ferwerderadeel en Dantumadeel
150	Hemminga
271	Herberg, van der
275	Herberg, van der
292	Herberg, van der
22	Herrema in Friesland;
135	Hiddema vanaf 1700
89	Hiemstra in Oost-/Westdongeradeel
80	Hiemstra in Oostdongeradeel/Amerika
265	Hiemstra in Tietjerksteradeel
55	Hiemstra in Wierum
134	Hiemstra in Wierum
205	Hiemstra, Wierum
32	Hietkamp in Friesland
177	Hijum, van
38	Hobbema
48	Hoek, v.d., in Damwoude;
168	Hoek, v.d., in Dantumadeel
26      Hoek, van der, in Oostdongeradeel
315     Hoek, van der; in Achtkarspelen
315	Hoeksma in Dantumadeel
43	Hoekstra
242	Hoekstra
86	Hoekstra
89	Hoekstra in Dantumadeel
79	Hoekstra in Dongeradeel / Dantumadeel
60	Hoekstra in Paesens/Moddergat
218	Hoekstra uit Buitenpost
26	Hofman in Oostdongeradeel
326     Hofman
86	Hogendijk
185	Holdinga
268	Holwerda
292	Holwerda
81	Holwerda (algemeen) in Oostdongeradeel,
 Westdongeradeel, Ferwerderadeel, Groningen,
 Dantumadeel, Leeuwarderadeel;
81	Holwerda in Dongeradeel;
268	Hoog, de
199	Hoogeboom
80	Hooghiem in Oostdongeradeel/Canada
152	Hoogterp
244	Hoop, de
280	Hoop, de
274	Hornstra, Gaasterland
64	Houtman in Dokkum/Friesland
20	Houwaart in Nederland;
223	Hovinga/Hovenga
283	Huber, Heinrich en Anna Zachariasdr.
283	Huber, Zacharias
149	Huls(t), ten, in Dokkum
227	Humalda
242	Hupperts
198	Idsardi
233	Idsardi
135	Idsardi vanaf 1640
268	Inia
269	Jager, de uit Dantumadeel
269	Jager, de uit Tietjerksteradeel
75	Jager, de, in Dantumadeel/Canada
26	Jager, de, in Dantumadeel/Westdongeradeel
198	Jan Goslings
268	Jannema
19	Janson in Eindhoven;
146	Jellema in Amerika
146	Jellema in Dantumadeel
283	Jensma, Siouck en Zacharias Huber
75	Jilderda in Dantumadeel/prov. Groningen
244	Johannes Beerns en Hendrikje Johannes
244	Jong, de
259	Jong, de
268	Jong, de
86	Jong, de
258	Jong, de uit Dokkum
258	Jong, de uit Dongeradeel
118	Jong, de, in Ferwerderadeel
209	Jong, de, uit Ameland
228	Jong, de, van Ameland
50	Jong, Wytze de
274	Jongstra, Frans Anne te Bakhuizen
257	Jorna
227	Jousma
224	Jousma uit NOF
91	Joustra in Sneek
213	Joustra uit Dokkum
209	Joustra, Ameland/Dantumadeel
118	Kalma in Noord-Friesland
126	Kammen, van, in Dantumadeel
154	Kamminga - fam.
154	Kamminga, Claas, in Leeuwarden 1749;
154	Kamminga, Simon Hendrik, in Leeuwarden/Dokkum
211	Kampen uit NOF
170	Kampstra(parenteel) in Ternaard/Ned./Amerika;
157	Kamstra
218	Kamstra uit Kollumerland
114	Kappelhof, Oost-Groningen
275     Katsma
298	Keegstra
156	Keekstra in Engwierum
86	Kempenaar
209     Kempenaar in NOF
316	Kempenaar
280     Keuning
324     Kiestra
298	Kingma
55	Kingma in Nes, Oost-/Westdongeradeel
209	Kingma in NOF
51	Kingma, Johannes Sasses, in Birdaard
51	Kingma, Lieuwe Thomas, in Birdaard
261	Klaarbergen, van
114     Klaaske Pytters, getrouwd met Geert Jochems
296	Klaver in Dongeradeel, Dokkum en Dantumadeel.
273     Kleffens, van
312	Kleffens, van
130	Klei, v.d., in Bolsward
152	Klimstra
31	Klokman in Haarlem
170	Kloosterman
268	Kloosterman
205	Kloostra, Oosternijkerk
191	Knobbe
250	Koen
217	Kooi, Kooy, Tietjerksteradeel
116	Kooi, v.d.
34	Kooi, v.d., in Oostdongeradeel
61	Kooistra
199	Kooistra
282	Kooistra
166	Kooistra in Ferwerderadeel/Leeuwarderadeel
136	Kooistra in Nes;
288	Koolstra
99	Koopmans in Tietjerksteradeel;
205	Koopmans uit Wierum
86	Kootstra
211	Kooy uit NOF
60	Koudenburg in Paesens/Moddergat
20	Kramer in Amsterdam;
212	Kramer uit Dokkum
326     Kramerus
267	Krijgel
146	Krol, Jan Sybes, in Dongeradeel
130	Kuhlmann in Dokkum/Leeuwarden
225	Kuik uit NOF
116	Kuiken, van
274	Kuiper van der Werf te Bakhuizen
31	Kuitert in Dokkum
265	Lageveen in Dokkum
54	Lamminga
80	Leegstra
270     Leij, van der
287	Levi uit Zwaagwesteinde
89	Linde, van der, in Dongeradeel/Birdaard
326     Linkerhand
276	Loonstra
280	Loonstra
168	Loonstra in Dantumadeel
209	Loonstra, Ameland/Dantumadeel
38	Ludema
39	Mast in Friesland;
64	Meekeren, van, in Friesland
83	Meekeren, van, in Hindeloopen, Drachten
282	Meekma
266	Mei, van der te Dokkum
204	Meijer
172	Meindersma in Dongeradelen
326     Meindersma
198	Meindertsma
26	Meintsma in Dokkum
175	Melis
178	Mellema
242	Merkus
228	Metz van Ameland
225	Meulen, van der
231	Meulen, van der, Oost- en Westdongeradeel
331     Meulenaar
153	Miedema
198	Minne Sybes
280	Minnema
61	Molen, v.d.
130	Monsma in Bolsward
319     Morrema
229	Mossel, van der, uit Oostdongeradeel
153	Mullender
274	Nagelhout, Gaasterland
191	Nieuwenhuis
80	Nijenhuis, Te, in Friesland
81	Nijenhuis, te, in Gelderland en Drente;
65	Noorderwerf (vanuit) ZW-Friesland
20	Noordwijk
20	Noordwijk, van den
170	Nutma in Dongeradeel
265     Nutma in Dongeradeel
316	Oegema
287	Oink uit Zwaagwesteinde
126	Olgers
58	Oostenbrug in de hele wereld;
268	Oosterman
39	Oppenoorth in Nederland;
126	Osinga
267	Osinga
48	Osinga's in NO-Friesland
256	Papma
218	Piersma uit Kollumerland
244	Pijper
149	Pivé in Dokkum
20	Plas, v.d., in Noordwijk (Z.H.);
268	Ploeg, van der
73	Ploeg, van der in Dongeradelen
267	Poelstra
123	Post
172	Post in Moddergat
279	Post in Moddergat en Nes
60      Post in Paesens/Moddergat
295	Post te Paesens en Moddergat.
279     Post, Aant te Paesens
311	Post
302	Posthuma
139	Posthumus in Ternaard
89	Posthumus in Westdongeradeel
139	Posthumus, Corn. Corn., geb. 1705 in Visbuurt (Ternaard)
267	Postma
69	Postma in Dantumadeel
168	Postma in dantumadeel;
80	Postma in Kollumerland
244	Postma,
51	Postma, Jilles Sierds, in Blije / Ferwert
207	Postma, Pieter
207	Postma/Posthuma/Posthumus
168	Pranger in Dantumadeel
248	Prins
191	Procee
206	Pytter Dirks uit Oudwoude
257	Raadsma
267	Reiziger
145     Reneman in Friesland;
304	Riddersma
99	Riedstra in Trynwâlden;
270	Riemersma in Burum
20	Rijnsburg
208	Rintjema
324     Rispens
121	Robroch
268	Roersma
267	Romkema
97	Ronner en aanverwante families in Dokkum e.o.
26	Ronner in Dokkum
126	Roosma
145	Rosier in Friesland;
289	Rosier, Arjen en Aaltje Veenstra, Dongeradeel/ Dantumadeel
149	Rouing in Dokkum
86	Ruisch
40	Ruisch / Ruysch in Fryslân/Utert
220	Ruiter, de, uit Ferwerderadeel
220	Ruiter, de, uit Westdongeradeel
43	Russchen
54	Sannes
284	Schaaf, van der
209	Schaaf, van der, in NOF
284     Schaafsma
148	Schaafstra
188	Schepen, van
268	Schieringa
78	Schmeltz in Elzas, Duitsland, Dokkum, Bolsward;
244     Schoffelmeer
305	Schoffelmeer te Dokkum/Zwaagwesteinde
44	Schoorstra
48	Schoorstra in Dongeradeel;
153	Schregardus
145     Schregardus in Nederland;
311	Schregardus
48      Seepma in Dongeradeel;
297	Sijtsma
236	Sijtsma
245	Sijtsma
26	Sijtsma in West- en Oostdongeradeel
262	Sijtsma, Oostdongeradeel
280	Sikkema
218	Sikkens uit Kollumerland
38	Sikkes
208	Sinia
266	Sinia
79	Sipma in Kollumerland / Dantumadeel
268	Slagter
277	Sloot, in Ee, Anjum, Lioessens en Paesens
227	Smits
325     Smits
48	Smits in N- en Z-Holland;
73	Soepboer in Dongeradelen
272	Stavorinus
180	Steeg, van der
116	Steen
168	Stellema in Dantumadeel
242	Stienstra
14	Streekstra in Dongeradeel
318     Streekstra gehuwd met Antje Hobbes Zijlstra
256	Swart
216	Symen Daniëls, boer Wetzens
241	Tacoma
268	Tadema
187	Talma
280	Talsma
118	Tamminga in Ferwerderadeel
61	Tania
324     Teenstra
170	Teitsma in Dongeradeel
321     Terpstra uit Westdongeradeel, Doeke Douwes, doopsgezind.
232	Terpstra
170	Terpstra (parenteel) in Ternaard/Ned./Amerika
51	Terpstra, Ouwe Hylkes, in Lichtaard
234	Terpstra, Taeke Wigbolts
327     Tibma
80	Tibstra in Oostdongeradeel/Amerika
172	Tijtsma in heel Nederland, afkomstig van Paesens
89	Timmermans in Wanswerd/Dandumadeel
172	Tjeerdsma in Oudega (Sm)
54	Tolsma
262	Tolsma
240	Toornstra
250	Toornstra
254	Toornstra
254	Torenstra
190	Torenstra, Toornstra
80	Tuin, v.d., in Kollumerland/Amerika/Argentinië
54	Tuinstra
5	Turkstra
52	Tysma/Tiesma in Ferwerderadeel
281     Uitterdijk
302	Veldtkamp
40	Veen, v.d., in Feanwâlden
270	Veen, van der
211     Veen, van der, uit NOF
287	Veen, van der; uit Zwaagwesteinde
199	Veenstra
289	Veenstra, Aaltje en Arjen Rosier
211	Veer, van der, uit NOF
188	Velda
43	Velde, van de
227	Velde, van der
211	Velde, van der, uit NOF
267	Veldkamp
89	Velink in Dokkum/Dongeradeel
26	Velink in Westdongeradeel
138	Vellema
163	Vellema (oorsprong in Blija/Holwerd) in Nederland, Zuid-Afrika, VS;
149	Velt in Dokkum
58	Viersen in de hele wereld;
322     Viersen
54	Visser
149	Visser (R.K.) in Dokkum
31	Visser in Anjum
136	Visser in Anjum;
82	Visser in Dantumadeel
145	Visser in Kollumerland en Dongeradeel;
59	Visser in Lioessens
209	Visser in NOF
60      Visser in Paesens/Moddergat
295	Visser in Paesens en Moddergat.
210	Visser uit Wierum
205     Visser, Wierum
287	Visser, Wijbe
211	Vokkert uit NOF
267	Vonk
283	Voort, Maria van en Zacharias Huber
243	Vries, Bode Jacobs de
61	Vries, de
153	Vries, de
242	Vries, de
153	Vries, de uit Oudwoude
191	Vries, de uit Sneek
69	Vries, de, in Dantumadeel
168	Vries, de, in Dantumadeel
19	Vries, de, in Dordrecht;
35	Vries, de, in Hantum/Hantumhuizen
75	Vries, de, in Makkum/Dantumawoude
210	Vries, de, uit Wierum
19	Vries, Hylke Oenses de, in Anjum;
243	Vries, Jacob Bodes de
217	Vries, Tjerk Hiddes de (het nageslacht van)
78	Vroom, de, in Zeeland;
231	Waaksma, Oost- en Westdongeradeel
332     Waaksma
268	Wagen, van der
172	Wagenaar uit Blija/Anjum
326     Wal, van der
211	Wal, van der, uit NOF
274     Wal, van der; Gaasterland
313	Wal, van der; in Veenwouden en Dantumadeel.
175	Walle
208	Walle, H. de	Walle, de
55	Walsma in Nes
237	Walstra
191	Waterschoot
63	Weger, de, in Gouda/Friesland;
268	Weidenaar
226	Weistra
73	Werf, v.d., in Tietjerksteradeel
275	Werf, van der
274	Werf, van der; Gaasterland
293	Werff, Johannes Jacobus van der
168	Werff, v.d., in Dantumadeel
179	Werff, van der
52	Werff, van der, in Dokkum
175	Werff, van der, in Dokkum
64	Werff, van der,in Dokkum/Friesland
276	Westerlaan
280	Westerlaan
182	Westra
188	Westra
191	Westra
268	Westra
229	Westra, Oostdongeradeel
280	Wiegersma
211	Wielinga uit NOF
205	Wieren, van, uit Genum
255	Wieringa
134	Wieringa in Nes/Moddergat
50	Wieringa, Martzen
324     Wiersma
54	Wiersma
199	Wiersma
245	Wiersma
268	Wiersma
271	Wierstra in Oostdongeradeel
217	Wierstra, Menaldumadeel
237	Wijbenga
31	Wijbenga in Zwaagwesteinde
161	Wijga in Harlingen / Dongeradeel
222	Wijma's uit Friesland
31	Wijmenga in Garijp
209	Wijnberg, Ameland
88	Wijngaarden, van, in Gauw
237	Wijnsma
251	Wilde, de
26	Wilde, de, in Westdongeradeel
231	Wilde, de, Oost en Westdongeradeel
91	Witteveen in Friesland (Herv. tak)
73      Woudwijk in Dongeradelen
148	Woudwijk
70	Wüst in Dokkum
291	Wüst te Dokkum
286	Wüst, koopmansfamilie te Dokkum
43	Wybenga
268	Wybenga
69	Wybenga in Dantumadeel
79	Wybenga in Dantumadeel;
40	Wybenga in De Westerein/Harns
211	Wybenga uit NOF
242	Wynards
4	Wynia in Wonseradeel
211	Zandbergen uit NOF
268	Zee, van der
205	Zee, van der, uit Wierum
227	Zijlstra
31	Zijlstra in Kollum
88	Zijlstra in Oppenhuizen
216	Zijlstra uit NOF
219	Zijlstra uit NOF
114     Zijlstra, Geert Jochems, in Ee, Ezumazijl, Anjum;
309	Zijlstra, Geert Jochems, in Ee, Ezumazijl, Anjum;
93	Zijlstra
324     Zijlstra
244	Zondervan
292	Zoutman
64	Zuidema in Ferwerderadeel
20	Zuylen, van
268	Zwaag, van der
244	Zwart
191	Zwart uit Dongeradeel

B. Historische Onderwerpen

162	Achtkarspelen
211	Achtkarspelen, geschiedenis van
47	Admiraliteit, Friese
114	Anjum, geschiedenis van
63	Archeologie drinkwaterputten
124	Bakkerijen / bakkers
35	beroepen: gardenier
105	Bevolking Oostdongeradeel
284	Birdaard, geschiedenis van
58      Blad De Sneuper
303	Boerderijen
54	Brandweer, Oosternijkerk
54	Burenplichten, Oosternijkerk
105	Christelijk gereformeerde kerk te Lioessens/ Oostdongeradeel
266	Christopher tot Oldehove leen
32	Criminele Sententies
226	Damwoude, doopsgezinde gemeente te
211	Dantumadeel, geschiedenis van
177	Dokkum, bewoners
225	Dokkum, geschiedenis van
291	Dokkum, geschiedenis van
235	Dokkum, historie
197	Dokkum, historie
230	Dokkumer Wouden
114	Dokkums zilver
123	Dongeradeel, algemeen
183	Dongeradeel, algemeen
235	Dongeradeel, de verdwenen molens van
20	Dongeradelen (genealogie)
226	Doopsgezinde gemeente te Damwoude
126	Doopsgezinde gemeenten in Friesland
275	Drogeham, geschiedenis
114	Ee, geschiedenis van
219	Ee, geschiedenis van
34	Eendenkooien
264	Elite-onderzoek
275	Emigranten Noord- en Zuid-Amerika
168	Emigranten uit Dantumadeel in VS/Canada Simmer 2000
54	Emigratie te Oosternijkerk vanaf 1840
219	Engwierum, geschiedenis van
54	Evacué's in 1914-1918 en in 1944-1945, Oosternijkerk
114	Ezumazijl, geschiedenis van
201	Familienamen algemeen
178	Ferwerderadeel
54      Franse Tijd, milities, soldaten, oranjeklanten, Oosternijkerk e.o.
314	Franse tijd en (Friese) soldaten in het leger van Napoleon.
39	Friese - Nederlandse - Duitse - Deense en Engelse eendenkooien
39	Friese eendenkooien, kooikers en vangsten
264	Friese geschiedenis
86	Friese Wouden (Noorden) / NO-Friesland: genealogie / historie
206	Friesland, geschiedenis van
208	Friesland, geschiedenis van
136	Gardeniers
206	Genealogie in Friesland
221	Genealogie in Friesland
208	Genealogie Noordoost Fryslân
114	Genealogie: internetbronnen
54	Geneesheren te Oosternijkerk
239	Geschiedenis, algemeen
278	Geschiedenis, algemeen
285	Geschiedenis, algemeen
30	Gezondheidszorg in Dokkum 1600-1900
20	Heraldiek
40	Heraldyk: grutte samling wapens
246	Jeneverstokerijen in Nederland
54	Kadaster
105	Kadaster
89	Kadastraal onderzoek
239	Kerkgeschiedenis
257	Kerkgeschiedenis
124	Kloosters
276	Kollum, geschiedenis
270	Kollumerland, geschiedenis van
136	Kooikers
20	kooplieden
52	Lager Onderwijs in N.O.-Friesland omstreeks 1850
135	landbouw
149	Linnenwevers
130	linnenwevers rond Dokkum
244	Linnenwevers van 1700-1850
105	Lioessens en Morra
54	Lollum in de geschiedenis
257	Middeleeuws Friesland
235	Molens
54	Molens, Oosternijkerk en Lioessens
105	Morra en Lioessens
22	N.H. kerk (gemeente) Holwerd
20	Naamkunde
114	Niawier, geschiedenis van
1	NOF-Vervoersbedrijf,
177	Noordoost Fryslân
230	Noordoost Fryslân
285	Noordoost Fryslân, geschiedenis van
181	Noordoost Fryslân: Sociale en culturele geschiedenis
54	Onderwijs, te Oosternijkerk
54	Oostdongeradeel, algemeen
225	Oostdongeradeel, geschiedenis van
105	Oostdongeradeel, opbouw der bevolking rond 1900
54	Oostdongeradeel, proclamatieboeken, notarissen, enz.
54	Oosternijkerk, algemeen
135	oude fotoboeken met familieportretten
123	Paesens, algemeen
279	Paesens, ramp te
54	Pastorieën te Oosternijkerk
175	pelmolenaar
149	R.K. families in Noordoost-Friesland
263     Regionale geschiedenis
304	Riddersmastate te Kollum
282	Rinsumageest, geschiedenis van
114	Schoenmakers in Ee
124	Scholen / onderwijzers
257	Stadsgeschiedenis
266	Stichting Sinia-Gorter
221	Streekgeschiedenis (Littenseradiel??)
183	Ternaard, geschiedenis
35	terp Hiaure
54	Terpen te Lollum, e.o.
211	Tietjerksteradeel, geschiedenis van
230	Tolhuizen
54	Tolhuizen, o.a. Huilkenstein en Kingmatille
244	Toponiem: Goddeloos Tolhuis
54	Toponiemen, Oosternijkerk
130	Trek van Duitsers in 19e eeuw naar Friesland
17	Uitgeverij Kamminga
60	Visserij
114	Voermannen
54	Voetpaden, oude, lang verdwenen, tsjerkepaden
20	wagenmakers
285	Wereldoorlog II
54	Wereldoorlog, Tweede, Oosternijkerk
225	Westdongeradeel, geschiedenis  van
283	Westdongeradeel, secretaris van: Zacharias Huber
205	Wierum, de geschiedenis van
275	Wouterswoude, geschiedenis

C. PLAATSNAMEN

71	Aalsum - "Panwurk"
179	Aalsum/Dokkum
5	Aalsum: Armhuis
80	Aldwâld
19	Anjum
136	Anjum tot 1950
8	Barradeel, (oude) gemeente
138	Blija
234	Brantgum
245	Brantgum, Nes, Wierum
54	Burgwerd
168	Dantumadeel
259	Dantumadeel
66	Dantumadeel (Dokkumer Wouden)
96	Dokkum
119	Dokkum
130	Dokkum
192	Dokkum
198	Dokkum
250	Dokkum
61	Dokkum (verkoop huizen)
47	Dokkum, binnenstad, gevels/straatwanden
159	Dokkum, i.v.m. genealogie
48	Dokkum, kadaster, binnen de bolwerken
47	Dokkum. binnenstad, huisnummering
181	Dokkum/Dongeradeel
182	Dokkum/Dongeradeel
186	Dokkum/Dongeradelen
114	Dokkum: foto's, oude kaarten
124	Dongeradeel / NO-Friesland
48	Dongeradeel algemeen
23	Dongeradelen
58	Dongeradelen, genealogie
58	Dongeradelen, historie
5	Dongeradelen: Personen en verkopen (advertenties)
32	Drachten: Geref. kerk
130	Driesum
66	Driesum
114	Ee
198	Ee
71	Ee + omgeving / boerderijen
159	Ee, i.v.m. genealogie
13	Ferwerd
178	Foudgum
54	Franeker
54	Gaast
63	Gemeente Broek en Tuyl nabij Gouda
13	Genum
80	Gorredijk
35	Hantum
89	Hantum
146	Hantumeruitburen: boerderij Stapland
89	Hantumhuizen
4	Hantumhuizen: boerderijen
54	Harlingen
13	Hogebeintum
138	Holwerd
135     Holwerd: boerderijen met hun bewoners
301	Holwerd en oude ansichtkaarten.
80	Ie
13	Janum
13	Jislum
54	Kootstertille
13	Lichtaard
15	Lioessens
152	Ljussens
15	Metslawier
138	Metslawier
8	Minnertsga
60	Moddergat
15	Morra
136	Nes/Wierum tot 1950
55	Nes: kadastrale gegevens
124	Niawier: huizen en hun bewoners
251	NOF
193	Oost- en Westdongeradeel
243	Oost- en Westdongeradeel
89	Oostdongeradeel
197	Oostdongeradeel
15	Oostdongeradeel, alle plaatsen
54	Oosterlittens
54	Oosternijkerk
88	Oosternijkerk
71	Oostrum - steenfabriek
61	Opsterland - veengebied
60	Paesens
123	Paesens
63	Paesens/Moddergat
13	Reitsum
130	Rinsumageest
17	Schiermonnikoog
89	Ternaard
48	Ternaard algemeen
139	Ternaard: boerderijen "Ekema" en "Helbada"
69	Veenwouden
89	Westdongeradeel
124     Wetsens: huizen en hun bewoners
310	Wetsens
248	Wierum, Dokkum
55	Wierum: algemeen
54	Witmarsum
66	Wouterswoude
69	Zwaagwesteinde

Een uitgave van:
September 2002
 Posted by at 22:21
QR Code Business Card