nov 182004
 

D. Douma en R. Tolsma

Zoals zoveel kerken bezit ook de uit de twaafde eeuw daterende Ned. Herv. kerk van Lioessens een aantal grafzerken, stammende uit de tijd dat er nog in de kerk begraven mocht worden (tot 1828). Vooral de rijken konden zich dat veroorloven en lieten zich zo dicht mogelijk bij het altaar begraven. Zo’n begrafenis vond bij voorkeur ‘s avonds plaats wanneer bij het licht van flakkerende fakkels het lichaam naar de laatste rustplaats gebracht werd. Het bestaan van grafstenen in de kerk van Lioessens was in de vorige eeuw reeds bekend, Andreae meldt er een achttal uit 1652-1763. In 1931 werd de houten vloer van de kerk vernieuwd en kwamen de stenen weer tevoorschijn. Waarschijnlijk heeft bij die gelegenheid een inventarisatie plaatsgevonden want in de collectie Roorda (Leeszaal RAF, 185) bevinden zich de afschriften van 16 grafstenen uit Lioessens. Bij die beschrijving valt op dat enkele stenen half zichtbaar waren: “stien foar in part ûnder de banken”. Tijdens de restauratie van het gebouw in 1997/98 werden vloer en banken geheel verwijderd en kwamen de stenen weer tevoorschijn. Er bleken in totaal 36 grafstenen in de kerk te liggen. Deze werden in de nieuwe vloer ingemetseld en zijn daardoor weer te bewonderen.

Hieronder volgt een opsomming van de genealogische opschriften van de grafstenen, verdere opschriften zijn hier weggelaten. Voor een integrale versie van de opschriften en een bijbehorende plattegrond kunt u contact opnemen met de schrijvers.

Bij de noten kunt u informatie vinden omtrent de eventuele vermelding bij Roorda en worden, voor zover bekend, enkele genealogische gegevens vermeld van de personen op de grafstenen. Tussen [] staan de letters/woorden zoals die door ons geïnterpreteerd/gelezen zijn.

Nummer 1 (1):

Groot formaat. In de vier hoeken de (doods)koppen. Randschrift:

Anno 1705 Den 6 Iannevary is in den [Heere] gervst de Eersame ende Devghtsame Dieuke Ates die Huijsvrou van Sije Jans ovt in haer 27 iaer ende leit hier begraven

Op de steen:

Anno 1730 den 6 xber is in den [Heere].[gerust]…..de eersame Aucke Ubles in leven huisman tot…..oudt in syn 33 iaer ende leit alhier begraven.

Aan beide kanten van uitgekapt wapen de letters D en A (2)

Nummer 2 (3):

Klein formaat.

Anno 1809 den 22 dezember is overleden Ype Jans een soon van Jan Ypes en Jantje Folkerts oud bijna 2 1/2 jaar en ligt alhier begraven.(4)

Nummer 3:

Klein formaat. Slecht leesbaar.

.8 januari sterf de eersame…..huijsfrou….. .an Rietsma …..ligt alhier begraven

Nummer 4:

Groot formaat. De (doods)koppen in de vier hoeken.

Randschrift:

Anno 1627 den 9 february ste[r]f den eersame Gercke Saepes zoon out ontrent 59 jaar ende leyt alhier begraven

Op de steen een vers. Aan beide zijden van het uitgehakte wapen de letters G en S

Ook:

Anno [17]25 den 11 juni is gestorfen de eerbare [RinskeFolkerts in leeven de huisfrou van Auck Ubles In het 27 jaar haars ouderdoms en leit alhier begraven met verwagtenge van een saalighe verrijsenisse (met een vers)(5)

Nummer 5 (6):

Klein formaat.

1634 den 17 febr…..den eersame Sibren H[e]erkes…..64 jaar en leit alhier begraven. Met het volgende vers:

Al die hier op mij treden

Die neem exempel aen mij

Al lig ick hier beneden

Ick ben geweest als gij.(7)

Nummer 6(8):

Heel klein formaat. Aan beide zijden van weggekapt wapen de letters F en R

Ao 1652 den [8] november sterf de eersame Frouck Reintsdr de huisfrou van Rinnert Ianssen oud 49 jaren en leit alhier begraven (met een vers)(9)

Nummer 7(10):

[Ao 1811 den 26] okt is overleden [JantjeFolkerts in leeven huijsfrou van Jan Ypes in de ouderdom van 32 jaaren en ….. weken en ligt alhier begraven.(4)

 

Nummer 8:

Klein formaat, steen aan de rechterkant enigszins weggebroken

1716 is Trijntje Folkerts in den Heere geru[ust] …..is Douwe Folkerts in den Heere gerust

Met een lang vers.(11)

Nummer 9:

Deze steen is onleesbaar, alleen het woordje …..den…..is te herkennen

Nummer 10(12):

Groot formaat. Vier (doods)koppen in de hoeken.

Randschrift:

A 1743 den 18 julius is in den Heere gerust Trijntje Saapes in haer leven geweest de Huisvrouw van Folkert Douwes oud zoals wij meenen in haar 69 jaar en leit alhier begraven

Op de steen een vers.(11)

Nummer 11:

Klein formaat.

Anno 1775 den 11 december is overleden Pijter Heinis huisman op Klein Ropta Sathe onder Metslawier oud bijna 75 jaar en leit alhier begraven.(12)

1811 den 8 oktober is overleden Kornelis Douwes oud 35 jaar 4 maanden en 8 dagen en ligt alhier begraven.(14)

Nummer 12:

Klein formaat.

1785 den 12 november is overleden Cornelis Sijbes en den 14 [dec.] 1788 is overleden [Dieuwke Sybes]

Met een vers.(15)

Noten:

1. Roorda 49 nummer 6

2. Genealogische gegevens:

Auke Ubles, steen nr. 1.

* 1697

† 6-10-1730

getr. (1) 13-6-1723 te Lioessens met

Rinske Folkerts, zie steen nr. 4

ged. 30-10-1698

† 11-1-1725

d.v. Folkert Douwes en Trijntje Sapes

Kinderen:

1. Trientje Aukes ged. 12-5-1724

2. Trientje Aukes ged. 10-6-1725

getr. (2) 7-7- 1726 te Lioessens met

Tetje Fransen

3. Roorda 49 nummer 12: de ouders

4. Genealogische gegevens:

Jan Ypes Jousma, steen nr. 2 en 7

* 28-6-1772 Lioessens

† 29-12-1849 Oosternijkerk

z.v. Ype Lieuwes (Boer) en Trijntje Lieuwes

getr. 3-6-1805 te Lioessens met

Jantje Folkerts Wierstra, steen nr. 7.

* 1779

† 26-10-1811 Lioessens

Kinderen:

1. Ype Jans, steen nr. 2.

* 20-7-1806 Anjum

† 22-12-1809 Lioessens

2. Ype Jans Jousma * 10-3-1810 Anjum

getr. 19-7-1832 te Metslawier met

Hiltje Lieuwes Huizinga

Jan Ypes Jousma is eigenaar/bewoner in 1818 van Op de Soen, floreennummer 6 te Lioessens en eigenaar van floreen nr 19.

5. Genealogische gegevens, zie: Auck Ubles

6. Zie steen nummer 36: de vrouw van Sybren

7. Heerke Sybrents woonde 1640 op floreenr 19 te Lioessens

8. Deze steen is langer geweest

9. Rinnert Jans was in 1640 bewoner van Huichwerd, floreen-nummer 1 Lioessens

10. Roorda 49, nummer 12

11. Genealogische gegevens:

Folkert Douwes, steen nr. 10.

* 1667

† 21-9-1724 Lioessens

ondertr. te Anjum 29-5-1697 met

Trijntje Sapes,

* 1674

† 18-7-1743 Lioessens

Kinderen:

1. Rinske, steen nr. 4

ged. 30-10-1698 Lioessens

† 11-1-1725

getr. met Aucke Ubles, steen nr. 1.

2. Lieuwe ged. 2-12-1703

getr. met Grietje Sijbes

3. Anne ged. 2-4-1706 Lioessens

4. Kornelis * 1709 ,,

† rond 1759 ,,

ondertr. te Anjum 10-5-1732 met Dieuke Sijbes.

5. Trientje ged. 1-12-1715 Lioessens

In 1700 is Folkert Douwes bewoner van Nieuw Heenstra State, floreennummer 18 te Lioessens en 1708-1728 van Ysalda Sathe, floreennummer 2.

12. Roorda 49, nummer 9

13. Genealogische gegevens:

Pijter Heinis, steen nr. 11.

* rond 1700

† 11-12-1775 te Lioessens

afkomstig van Engwierum

getr. (1) te Morra/Lioessens 7-8-1728 met

Sjieuwke Jacobs,

afkomstig van Lioessens

Kinderen:

1. Hein ged. 18-12-1729 Engwierum

2. Jacob ged. 27-1-1732 ,,

3. Trijntje ged. 31-5-1733 ,,

4. Jasper ged. 6-3-1735 ,,

5. Jasper ged. 30-9-1736 ,,

getr. (2) te Engwierum 11-5-1738 met

Trijntje Clases,

afkomstig van Engwierum

Kinderen:

6. Tryntje ged. 1-3-1739 Engwierum

7. Klaas ged. 29-7-1742 ,,

8. Jacob ged. 7-6-1744 ,,

9. Botte ged. 26-6-1746 ,,

10. Akke ged. 6-7-1749 ,,

11. Haye ged. 31-10-1751 ,,

12. Akke ged. 24-2-1754 ,,

Pieter Heins is in 1758 bewoner van Klein Ropte te Metsla-wier.

14. Genealogische gegevens:

Kornelis Douwes Dijkstra, steen nr. 11.

* 31-5-1776 Lioessens

† 8-10-1811 Lioessens

z.v. Douwe Kornelis Dijkstra en Hiltje Uilkes

getr. te Lioessens 19-4-1801 met zijn nicht

Tjitske Sijbes de Boer,

* 19-8-1778 Lioessens

† 13-1-1848 Lioessens

d.v. Sijbe Kornelis de Boer en Sibbeltje Rimmerens

Tjitske is later getrouwd (2) te Anjum 24-5-1816 met Taeke Pieters Klimstra.

Kinderen:

1. Sibbeltje * 20-1-1802 Lioessens

† 1-12-1848 Morra

getr. met Albert Jans Alberda

2. Douwe * 18-3-1804 Lioessens

† 20-5-1836 Lioessens

getr. met Grietje Doekes Fokma

3. Hiltje * 11-10-1806 Lioessens

† 19-5-1813 ,,

4. Siebe * 11-2-1811 ,,

† 12-2-1813 ,,

Kornelis D. Dijkstra is in 1858 eigenaar van Jouwersma Sathe te Lioessens, floreennummer 13.

15. Genealogische gegevens:

Sijbe Kornelis de Boer, steen nr. 22.

ged. 5-6-1747 Lioessens

† 1-11-1817 Lioessens

z.v. Kornelis Folkerts en Dieuke Sijbes

getr. 16-9-1770 te Lioessens met

Sibbeltje Rimmerens, steen nr. 17.

ged. 21-9-1749 Niawier

† 6-8-1811 Lioessens

d.v. Rimmeren Sapes en Tjitske Jans.

Kinderen:

1. Cornelis, steen nr. 12.

ged. 18-8-1771 Lioessens

† 3-11-1785 ,,

2. Hendrik * 3-9-1774 ,,

† 5-12-1831

getr.(1) met Tettje Jacobs Dijkstra

getr.(2) met Renske Folkerts Zijlstra

3. Tjitske * 19-8-1778 Lioessens

† 13-1-1848 ,,

getr.(1) met Kornelis Douwes Dijkstra,

steen nr. 11

getr.(2) met Taeke Pieters Klimstra

4. Dieuwke, steen nr. 12.

* 27-5-1782 Lioessens

† 14-12-1788 ,,

5. Folkert * 16-8-1785 ,,

† 8-6-1840 ,,

getr. met Neeltje Crans

6. Cornelis * 4-11-1790 Lioessens

† 24-5-1824 Dokkum

getr. met IJbeltje Posthumus


 

nov 012004
 


Bron: Rare Kostgangers in Dokkum en omliggende gemeenten door de eeuwen heen W.Tsj. Vleer p. 32 e.v.
Ook vermeld in: Uit Frieslands Volksleven, Waling Dijkstra

Sterk staaltje van patergeloof in de 17e eeuw…. In handen van de Jezuieten zag en voelde Anna overal duivelen en duivelsknechten.

In het rustige Ezumazijl aan de Lauwerszee woonde in 1633 het meisje Anna. Haar vader was doopsgezind maar niet bijzonder vroom. Hij vloekte nogal eens en was op een dag vreselijk kwaad op zijn dochter. Hij wenste haar toe dat de duivelen in haar hart mochten varen en haar opheffen in de lucht.

Sedert dat ogenblik begon Anna ongesteld te worden en werd al spoedig door kwade geesten geplaagd. Ze begon te schreeuwen en huilen dat de buren het niet meer konden aanhoren.

Terzelfder tijd kwam de duivel in eigen persoon enige inkopen doen in het winkeltje van Anna haar vader, daarbij belangstellend vragende naar de toestand van zijn dochter. Heel opgewekt zei ‘de zwarte’ toen: “Na twee of drie dagen zal er bij haar wel een ander kwaad uitbarsten! ”

Met deze bijzonder aardige mededeling telden de ouders de dagen en inderdaad werd het met Anna erger en erger. De ouders deden alles wat zij konden, maar het was vruchteloos.

Inmiddels was de vader van Anna uit de doopsgezinde gemeente gestoten vanwege zijn gedrag en hier nog boos om zijnde, wendde hij zich tot de rooms-katholieken in Dokkum om hulp. Anna werd nu naar Catharina van der Meulen, de vrouw van Tzietse van Peijma gestuurd en door haar bemoeienis werd ze rooms gedoopt.

Dit was niet naar de zin van de duivel, want toen zij op het punt stond gedoopt te worden, raakte zij haar verstand kwijt. Toch werd Anna gedoopt, waarbij vrouw Van Peijma antwoordde en de duivel de gehoorzaamheid opzegde. In tussen was het huis van Anna omringd door een menigte katten, die door hevig gemiauw kenbaar maakten dat zij het niet eens waren met Anna’s bekering.

De doop deed Anna goed. Zij werd rustiger en ook de verstandelijke vermogens deden het weer beter. Maar nu maakte Anna een grote fout. Tegen de zin van haar ouders in ging zij naar een waarzegster toe. Deze waarzeggende vrouw verklaarde de duivel niet te kunnen uitwerpen. De vrouw vatte de hand van Anna, prevelde iets uit een toverboek, legde haar strenge geheimhouding jegens haar ouders op en maakte een drank klaar, welke Anna terstond voor een groot deel moest innemen.

Maar Anna kreeg argwaan, ze begon zich betoverd te voelen en schold de oude vrouw uit voor alles wat maar mooi en lelijk was, maar kon niet van haar plaats komen. Daarop kreeg zij van de waarzegster twee geheimzinnige papiertjes, het ene, in een lap genaaid, hield het bevel aan de duivel in het meisje in het vervolg niet meer lastig te vallen en dit document moest Anna om de hals dragen. Op het andere, dat open was, stond geschreven:

Quade staet stil,

Om de naem Jezus Christus wil,

In den naem des Vaders en des Soons en des H. Geest,

Dat ick verlost mach worden van sulcken quaden geest.

Dit gebed moest Annatje op weg naar huis op alle kruiswegen opzeggen en verder zo vaak als het wezen met de bokkepoten haar lastig viel. Een volgende keer las de waarzegster Anna’s toekomst uit de sterren. Anna zou in haar 19e jaar van de satan verlost worden.

Anna was al negen maanden met de waarzegster bevriend eer de eerzame vrouw Peijma achter haar daden kwam. Anna werd nu bij vrouw Peijma in huis gebracht en de hulp van een priester werd ingeroepen, die de kerkelijke middelen eens zou proberen…

Maar de hulpmiddelen van de priester hielpen nog minder dan die van de koffiedikkijkster, want Anna werd weer veel gekweld door de hellevorsten. Een van hen, luisterende naar de mooie naam van Pieter Stobeler, maakte het haar het meest lastig.

Soms maakte hij haar zo zwaar, dat vier kloeke mannen haar niet van de grond konden opheffen, terwijl ze even later zo slap als een vaatdoek was. Daags voor Driekoningen zou deze duivel uitgeworpen worden, maar toen Stobeler dat vernam, werd hij hels. Een groot aantal katten vloog met een afschuwelijk geschreeuw door het huis. Allemaal duivelen…

Toch zijn er toen voor pasen 1634 nog zeven duivels uit Anna verdreven. Netjes zeiden de monsters hun naam tegen de Jezuietenpater toen ze opstapten. Het waren: Brand-in-de-hel, Kijk-in-de-hel, Kijkdeurdeglazen, Voordanser, Blaas-in-de-hel, Rabbeler en Babbeler. Dus een aardig stel kwelgeesten bij elkaar…

Maar het stel had het ook wel erg bont gemaakt. Zij spraken door middel van Anna, en kreeg het meisje bezoek van niet-roomsen, dan was Anna een grammofoonplaat en zei Rabbeler of Kijkdeurdeglazen: “Komt maar hier, gij zijt ook van ons volk, want gij zijt ketters.” Een predikant, die ook eens bij Anna kwam, kreeg te horen: “Kom hier dominee met je dobbelstenen in de zak. Laat ons samen eens spelen !”

Wij krijgen sterk de indruk uit Anna haar taal, dat zij een vrije vogel was, te nuchter om zich te laten strikken. Maar na de uitwerping van haar vrienden zou ze het bijzonder moeilijk hebben gekregen. Ze was weer minder werelds en ze leek geheel bekeerd te zijn.

Doch Anna kon de ketters niet vergeten en ging eens bij een dominee ter kerke en daar werd Anna toen weer zo toe aangetrokken, dat de kwelling opnieuw begon. Alle hulp was vruchteloos. Anna was weer in de macht der duivelen. De paters gingen zich er weer mee bemoeien. Na Anna onderzocht te hebben, ontdekten zij dat er nog een duivel bij haar was.

Het werk van de uitwerping werd nu door de paters verricht en de geest gedwongen te vertellen dat hij “Hanske kom te boven” heette. Maar het uitwerpen van Anna’s hartsgeheim “Hanske” slaagde niet bijzonder, want de paters wisten niet dat de stoute Anneke nog kromme naalden en andere tovermiddelen van de waarzegster bij zich had. Toen men die eindelijk vond, capituleerde Hanske weldra en met hem Anna, wier geest nu toch wel helemaal aangedaan was door zoveel bekering, ketterij, uitwerping en lichamelijk onderzoek door paterhanden.

Anna was op allergruwelijkste wijze gefolterd. Hiervan kreeg Hanske kom te boven de schuld, maar Anna zal wel de angst te pakken hebben gekregen, nadat er zo hevig met haar omgezeuld was. De heren paters dwongen volgens hun zeggen Hanske kom te boven een bekentenis af, die niet mooi meer was en waarmede toch wel de macht van deze geestelijken boven alle twijfel verheven werd !

Zij dwongen Hanske te vertellen, dat hij om de eeuwige heerlijkheid te bekomen, een ladder staande van de hel tot in de hemel, met sporten zo scherp als scheermessen, zou willen op en neder klimmen van toen af tot aan de jongste dag !

Of Hanske aan het klimmen is gegaan vermeldt de geschiedenis niet. Wel werd Anna opnieuw door de zwarte dienstknechten bezocht. Haar werd een goudstuk aangeboden tot huwelijkspand en toen zij dit weigerde werd ze neergeworpen en hield de duivel zich met haar bezig, doch ze genoot volgens de berichten: het lichaam des Heeren. Ook deze boelerende zwartjanus noemde zijn naam na uitgeworpen te zijn: “Sluit in de hel”. Zijn makker heette: “Kruip in de hel”. Toen de heren zich niet meer inwendig in Anna mochten nestelen, plaagden zij de arme stakker uitwendig…

Eindelijk, na vele maanden, waarbij Anneke nog altijd tovermiddelen bij zich droeg en zij hevig leed door het ontlastten van naalden, haarballen en andere soorten duivelse voorwerpen, die Sluit in de hel en zijn maten in haar lichaam hadden gebracht, werd ze voorgoed genezen, dit wil zeggen: voorgoed bekeerd.

Maar boze tongen beweerden dat Anna nimmer bezeten was geweest, doch veel had gezegd vanwege haar angst voor de Moederkerk.

De paters wisten echter wel beter. Krachtig genoeg zijnde om niet meer te dwalen, kon zij vrouw Van Peijma’s woning verlaten en weer naar haar ouders in Ezumazijl terugkeren. Daarna kwam zij als dienstmeid in Dokkum bij katholieken. In deze betrekking werd ze aangetast door de pest en weer overgebracht naar haar ouderlijke woning, waar ze op 23 juni 1636 aan deze ziekte overleed, zoals de duivel haar een half jaar daarvoor voorspeld had…

Dit hele verhaal is curieus, daar het van roomskatholieke zijde serieus is gebruikt om de macht van de katholieke kerk te bewijzen. Het werd beschreven door pater Willebrordus van der Heijden, geboren 29 mei 1595 te Middelbeers in Brabant. Hij studeerde vijf jaar Letteren te Antwerpen en werd in 1626 te Mechelen als priester der Jezuieten gewijd. Op 10 april 1627 kwam hij in Leeuwarden om daar in het geheim als geestelijke werkzaam te zijn. Volgens zijn eigen verklaring tekende hij het verhaal omtrent Anna (door hem veel uitvoeriger en ernstiger beschreven dan hier gedaan is) op uit een beschrijving van de bezweerder zelf, zijnde de Jezuitenpater Cornelius Sarcerius te Dokkum en uit de mond van pater Nicolaas Creps, die zelf verschillende mensen had gehoord die Anna hadden gezien en horen praten…

De bekende Ds. Balthasar Bekker uit Metslawier (schrijver van het beroemde ‘De betoverde wereld’)gebruikte het Anna-mysterie om de spot te drijven met deze duivelscomedie en het bijgeloof.

Anna zelf zal onder druk zijn gezet en is evenmin bezeten geweest als wij ! En die duivelen die gevonden zijn illustreren duidelijk met welke middelen hier pressie werd uitgeoefend. Zij was het slachtoffer van haar kwelgeesten, geen duivelen, maar mensen die in duivelen geloofden… “Arme Anna”, dat is het laatste wat we van deze historie kunnen zeggen. Zij was haar tijd ver vooruit en wellicht te nuchter om alles maar klakkeloos aan te nemen.

Uit: “Verhaal van de verrigtingen der Jezuieten in Friesland”, door pater Willebrordus van der Heijden, blz. 119 e.v.

 Posted by at 22:02
QR Code Business Card