dec 012002
 

Pieter Stuyvesant
H. Zijlstra
In ‘De Vrije Fries’ van 1994 schetst Goffe Jensma een goed onderbouwd beeld van de achtergrond van Pieter Stuyvesant, de bekende gouverneur-generaal van Nieuw Amsterdam, het latere New York. Hij zorgde er o.a. voor dat het gebied stadsrechten kreeg en een brandweer werd opgericht. In 1630 ging hij naar de Universiteit van Franeker om talen en filosofie te studeren. In dienst van de West Indische Compagnie (WIC) begon hij in 1635 als commies op Fernando Noronha, werd in 1643 directeur van Curacao en in 1646 ook van Nieuw Nederland. Door een verwonding in 1644 tijdens een aanval op Sint Maarten van de Portugezen verloor hij een gedeelte van zijn rechterbeen. Hij liet zich een houten poot aanmeten die bespijkerd werd met zilveren sieraden. Tijdens zijn herstel in Nederland trouwde hij op 13 augustus 1645 in de Waalse kerk te Breda met Judith Bayard.
In Nieuw Amsterdam viel hij op door zijn straffe bewind en vervolging van met name quackers. Nadat hij eerst gebied verloor aan Connecticut veroverde hij in 1655 de kolonie Nieuw Zweden. In 1664 verscheen een Engelse vloot in de monding van de Hudson om de Nederlandse kolonie op te eisen. Stuyvesant wilde zich verzetten, maar kreeg geen steun van de Nederlandse kolonisten. Hij legde zijn gouverneurschap neer en zowel de kolonie als Nieuw-Amsterdam gingen New York heten. Terug in Nederland kreeg hij de schuld van het verlies van de kolonie. Teleurgesteld maakte hij rechtsomkeert, en kreeg toestemming van de Engelse autoriteiten om in New York een boerderij te stichten, waar hij, tezamen met zijn vrouw en twee zonen, de rest van zijn leven zou doorbrengen. Deze plaats in Manhattan is nog bekend als de Bowery (bouwerij=boerderij) waar nu de kerk St. Mark’s-in-the-Bowery staat. Op 19 januari 1671 liet hij in New York zijn testament opmaken, waar hij februari 1672 overleed.
Vader Balthasar Joannis Stuyvesant werd rond 1587 in Dokkum geboren en ging in Dokkum naar de Latijnse School, waar hij in 1604 examen deed. Vervolgens ging hij in 1605 naar de Universiteit van Franeker voor een studie theologie. Ondanks zijn geringe afkomst kon hij via een beurs (alumniaat) studeren. Het was, zo vlak na de religieuze omwenteling van 1580, een tijd waarin een groot tekort aan predikanten zo snel mogelijk moest worden opgelost. Dit boodt mannen als Balthasar een goede mogelijkheid een sprong op de sociale ladder te maken. Als zijn beschermers en weldoeners worden de Dokkumer notabelen Sixtus van Scheltema, Frans Fokkes van Unia, stadssecretaris Klaas Hobbes Vallinc, schatbewaarder Thomas Joannis en de rector van de Latijnse School te Dokkum, Stephan Ubels genoemd. Ubels (ook wel Schoning of Valling genoemd) was waarschijnlijk van 1603 tot zijn dood in 1629 rector. Hij was Raphael Clingbyl, die professor in de anatomie en medicijnen bij de Universiteit van Franeker werd, opgevolgd. Conrector van de Latijnse school in 1605 was Boëtius Ludolphi, die als voorganger Hilarius Sibrandi (genoemd in 1598) had. Zijn opvolger was Paulus Arcerius (1607-1609). In 1585 was Dr. Alardus Aulateus de eerste rector, met een tractement van 15 goudguldens. Een van de leraren was toen Sijmen Baertszoon.
Balthasar vormde een studieclubje met enkele andere Noordoost Friezen, zoals de zoon van Frans Fokkes van Unia, Fokko Franciscus van Unia, de zoon van de dominee van Ee, Hendricus Avercamp (uit dezelfde familie als de later bekend geworden schilder van winterlandschappen) en de Holwerder Regnerus Barel(t)s. In 1607 ging Balthasar in Zwolle in ondertrouw met de 10 jaar oudere Margaretha Hardenstein, weduwe van de predikant van Parrega, Petrus Monches. In 1609 wordt Balthasar de predikant te Parrega, in 1620 te Scherpenzeel, in 1622 te Berlikum en, als een soort degradatie, in 1634 predikant van het Friese garnizoen te Delfzijl. Inmiddels is hij na het overlijden van zijn eerste vrouw in 1625 op 22 juli 1627 te Haarlem getrouwd met Stijntjen Pieters, weduwe van Adriaen Gerrits. Naast Pieter en Anna (1613) uit zijn eerste huwelijk krijgt Balthasar uit dit tweede huwelijk nog 5 kinderen, Margareta, (1628), Catharina (1629), Trijncke (1630) en Balthasar jr. (1631).
Grootvader Joannis Balthasari was herbergier te Dokkum. Jensma meldt in zijn ‘Noten’ dat deze informatie van dr. J.J. Kalma komt, die dit weer uit een document van Meinardus van Aitzema zou hebben gehaald. Dit kon echter niet worden bevestigd via andere bronnen. Overigens is een andere Van Aitzema, de in 1600 te Dokkum geboren Lieuwe of Leo, een beroemde historicus geworden die o.a. in Den Haag voor een Duitse hertog werkte.
Er is nogal wat verwarring over het geboorte- en overlijdensjaar van Pieter Stuyvesant. In diverse, met name Amerikaanse, documenten op internet wordt gemeld dat hij in 1682 overleed op 80-jarige leeftijd en dus in 1602 geboren moet zijn. Zijn grafsteen vermeld echter duidelijk het jaartal 1672 en waarschijnlijk werd hij niet 80 (zoals op de grafsteen staat vermeld die rond 1710/1720 werd aangebracht) maar 60 jaar oud. Als dat namelijk wel zou kloppen zou hij rond 1592 in Dokkum geboren moeten zijn, wat onwaarschijnlijk lijkt. Diverse archiefstukken bevestigen het vermoeden dat hij rond 1611 geboren moet zijn in Peperga (Weststellingwerf), waar zijn vader toen predikant was. Op de website van Rootsweb wordt zelfs een Stuyvesant genealogie gepresenteerd waarin Pieter in 1602 in Dokkum (toen zijn vader daar nog woonde) zou zijn geboren: duidelijk een voorbeeld van ‘de klok horen luiden’ met de nodige fouten als gevolg.

Een mooie website met kaarten van Nieuw Amsterdam en diverse essays over de wereld van Stuyvesant vindt u hier.

 Posted by at 23:08
QR Code Business Card

Switch to our mobile site